De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

J. van der Graaf Ze hadden wat te zeggen. , , Uitg. Groen, Heerenveen; 218 blz.; v ', € 14, 50.Gert van Klinken Actieve burgers. Uitgave Wereldbibliotheek, Amsterdam, 686 pag., € 39, 90.

J. van der Graaf Ze hadden wat te zeggen. , , Uitg. Groen, Heerenveen; 218 blz.; v ', € 14, 50.

In de loop van het jaar 1906 verscheensan de handvstq Louis Couperus een beroemd oude mè& wfae dinoni. aiHgorbiioaanVtotgaatV^ marnier verder niet om de inhoud vaSWSér roman, maar de titel kwam me in herinnering, toen ik de laatste pennenvrucht van Jan van der Graaf las. Wat een geheugen heeft deze broeder. De 'harde schijf' staat boordevol en een enkele klik met de muis van zijn hand laat het ene verhaal na het andere voorbijkomen. Hij biedt '25 miniaturen over reisgenoten' onder de titel Ze hadden wat te zeggen.

Ik wil een aantal zaken releveren die me al lezend opvielen. Hij begint en eindigt zijn miniaturen met zijn voorgeslacht, zijn 'roots' zeggen we dan tegenwoordig. Zijn grootvader Jan van der Graaf sr. (1875- 1960) komt als eerste aan bod en zijn moeder, Jannigje van der Graaf-Kok (1912- 1985), sluit de rij van de mensen die voorbij kwamen en voorbij gingen. De bijdrage over zijn moeder ontroert direct al door het gedicht van Roel Houwink over 'Moederschap' dat hij erboven zet. De klamme handen loom gevouwen kiest hij als regel uit dat gedicht om aan te geven hoe teer de relatie is van een mens met zijn moeder. Jan, geboren in 1937, maakte bewust de oorlogsspanningen mee, ook in het gezin. Vader Bas van der Graaf ging in de hongerwinter van 1944 op transport naar Duitsland. Het gezin was intussen kerkelijk onder dak geraakt in de gereformeerde gemeente van Ridderkerk en de voorganger van die gemeente had in een preek zijn mannelijke toehoorders voorgehouden datje beter met God in Duitsland kon zijn dan zonder God in Nederland. 'We moeten bukken en buigen onder het oordeel', was de mening van ds. Chr. van de Woestijne.

Nog iets wat opvalt bij lezing van de miniaturen. Dat zijn de vele dominees die erin voorkomen. Uiteraard heeft dat te maken met zijn werk in de kerk. Maar volgens mij is er een reden die daaraan voorafgaat. Van der Graaf ging zijn leven lang naar de kerk, omdat hij hing aan het Woord Gods dat hij daar hoorde en dat hem tot in de diepste vezels van zijn bestaan had geraakt. Dat blijkt al direct in wat hij schrijft over ds. R. Bartlema, die hij als jonge jongen in de Singelkerk van Ridderkerk menig keer beluisterde. Hij schrijft: 'Op de snijlijnen van mijn eigen existentiële worsteling omtrent het heil, leerde Bartlema dat het Woord aan de ervaring (de bevinding) voorafgaat en dat bevinding niet een eigen plaats heeft in het leven, los van of niet geworteld in het Woord'.

Ben soortgelijke ervaring meldt hij als hij schrijft over ds. G. Boer: 'Zijn prediking vas onvergetelijk, bijbels doorwrocht, hartstochtelijk, bewogen, profetisch (...) Zo werd zijn prediking der verzoening me tot ; en eeuwige zegen'. Nog een dominee, L. Blok. 'Blok was een predikant die je kon ioen sidderen in je bank als hij het Woord 3ods als een zwaard hanteerde. Hij kon je dan zo aankijken met zijn flitsende ogen en even inhouden en rondkijken als wachtte hij op het antwoord van je hart op het Woord. Blok was ook de man die het aandurfde om het belang van de theologie van dr. J. G Woelderink naar voren te halen in een tijd dat het bijna een doodzonde was onder ons'.

ok ds. W. L. Tukker komt in dit boek uieraard voor, jarenlang lid en voorzitter van et hoofdbestuur van de Gereformeerde ond: deftig, seigneuraal, maar met heel eel hart voor de kerk, voor de gemeente. Ik ieb hem eens horen zeggen: nogal wat preikanten denken dat de gemeenten er voor ien zijn, maar wij zijn er voor de gemeenen en we hebben niets anders te doen dan e dienen ook al gaat het soms niet allemaal aar onze wensen. Met Van der Graaf vond k het verhaal ontroerend dat hij vertelt over s. Tukker en ds. L. Vroegindeweij. Beide roeders in Christus hadden een laatste ntmoeting met elkaar. 'De laatste kerkienst die 'L.V' bijwoonde, was bij Tukker n de Nieuwe Kerk van Delft. Na afloop van e dienst kwam Vroegindeweij de consistoie binnen en zei tegen Tukker: 'Zoals jij hristus hebt gepreekt, heb ik het nog ooit gekund'. Waarop Tukker reageerde: Zoals jij het stuk van de ontdekking aan onde en schuld hebt gepreekt, heb ik het ooit gekund'.

Wat de predikanten betreft over wie Van der Graaf miniaturen schrijft, noem ik nog ds. L. Kievit en ds. H. G. Abma. Waarom was ds. L. Kievit zo'n geliefd prediker, vraagt Van der Graaf. 'Onder zijn preken gebeurde er wat (...) Hij preekte met innerlijke volmacht. Daar lag zijn niet te verwoorden geheim. Geen vuurwerk, wel Vuurwerk. Geen rolksbehager, wel een hartenbestormer'. Ik heb het zelf ds. Kievit wel eens zo horen zeggen: 'Er wordt onder ons genoeg gepraat en gepreekt, maar er is geen bediening.' En dan ds. H. G. Abma. Hij ging op den duur heten: de dominee in de politiek. Maar, zegt Van der Graaf terecht van hem: wel dominee in de politiek, theocraat bij uitnemendheid. Toen ds. Abma veertig jaar redikant was, hield hij een gedachtenipreek over Johannes i: 8: hij (Johannes de oper) was het Licht niet, maar was gezonen opdat hij van het Licht getuigen zou. an der Graaf citeert dan het ontroerende lot van de preek: 'Johannes beleefde: 'Wat en licht'. Mensen, mensen, mensen, wat ordt het licht, onvoorstelbaar licht, duizend, duizend zonneschijnen. Zon, maan n sterren verbleken bij dat licht. Dat is het licht waarvan ik getuigd heb. Een mens van God gezonden'.

Kort ook nog iets over dr. H. Bout, boven wiens levensminiatuur Van der Graaf schrijft: Wonend in de Psalmen. Bout promoveerde in 1952 op een proefschrift getiteld: Het zondebesef in de Psalmen. Mij greep de anekdote aan die wordt verteld toen dr. Bout de kopij bij Van der Graaf voor het dagboek Geest en leven kwam brengen. Bout schreef 31 meditaties over de Psalmen. 'Terwijl hij de gereedgekomen kopij kwam aan-' reiken, barstte hij in tranen uit. Al schrijvende was hij er zelf zo in gezegend, dat hij er niet zonder ontroering over kon spreken'.

En dan was er uiteraard in de zeventiger jaren Het Getuigenis. Daarom komen aan de orde prof. dr. A. A. van Ruler, prof. dr. G. C. van Niftrik en prof. dr. H. Jonker. Juist ten gevolge van Het Getuigenis waren er heftige aanvaringen met de vaak zo gepassioneerde dr. J. J. Buskes. Van der Graaf noemt Buskes heel treffend 'een straatwerver voor Jezus'. In zijn preken scheerde hij vaak langs de rand van de algemene verzoening. 'Maar, ' merkt Van der Graaf dan op, 'dan dacht ik maar aan een woord van mijn vriend ds. H. G. Abma: men moet zo preken dat ook de verworpenen zalig kunnen worden'.

Prachtig en vol humor is ook de bijdrage over ds. M. Groenenberg, ooit een van de meest bekende predikanten in de Hervormde Kerk. Groenenberg had zeer veel waardering voor ds. W. L. Tukker, met wie hij als visitator-generaal het land door trok om in netelige kwesties te zoeken naar oplossingen. Ik kan niet nalaten om het citaat hier over te nemen dat Van der Graaf in zijn miniatuur over ds. Groenenberg geeft en waarin deze zijn waardering over Tukker als volgt verwoordt: 'Hij was natuurlijk echt een gereformeerdebonder, maar het viel me telkens op hoe hij in aan hem geestverwante kerkenraden aandrong op het geven van ruimte ook aan anderen. Ik hoor hem nog zeggen: bij ons kan tegenwoordig zo weinig. Ik heb hem soms toornig gezien als we bij een bezoek aan een bepaalde kerkenraad gestuit waren op botte tegenstand, vooral als deze kwam van een ouderling die oorspronkelijk uit de Gereformeerde Gemeenten was en die wel van kerk, maar niet van denkwijze veranderd was.'

Ik ga afsluiten, ook al heb ik niet aan alle bijdragen aandacht kunnen geven. Een bont gezelschap dat het leven van een bonder heeft verrijkt en verbreed. Een kleine correctie: helaas heeft de uitgever op pagina 182 de namen van Graafland en Berkhof verwisseld.

Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan. De biograaf van Couperus meldt ergens dat deze in eerste instantie had gekozen voor de titel 'Van oude mensen en de dingen die voorbij zijn.' Mijmerend over de historie die Jan van der Graaf beschrijft, dacht ik: Wat moetje nu van de inhoud van zijn boek zeggen. Is het een tijd die voorbij is of gaat het over mensen en dingen die aan het voorbij gaan zijn. Anders gezegd: wat is er nu precies veranderd in de jaren, nadat al deze broeders nog volop in kerk en gemeente en universiteit werkzaam waren. Is er nog iets over van de breedte die sommigen van hen hadden. Zijn de marges niet enorm versmald binnen de gereformeerde gezindte? Halen we nog wel het niveau dat velen van hen die van ons heengingen, hadden? Ik weet wel: het is niet helemaal eerlijk en ook niet mogelijk om over je eigen tijd en tijdgenoten een billijk oordeel te vellen. En wie ouder wordt, moet er zeker voor oppassen niet in nostalgie te vervallen.

Toch, wie de tijd heeft meebeleefd die Jan van der Graaf hier vertelt, kan daar soms nog wel eens naar terugverlangen. Zeker, je had in die dagen intern ook spanningen en die worden hier ook aan de orde gesteld. Maar geestelijk bleef er een diepe verbondenheid bestaan tussen broeders die elkaar in Christus aanvaard wisten en dientengevolge ook aanvaard hadden. Het waren reisgenoten en ze hadden ons wat te zeggen. Daar stem ik van harte mee in en dank mijn broeder in Christus voor deze verrijkende pennenvrucht.

J. Maasland

Gert van Klinken Actieve burgers. Uitgave Wereldbibliotheek, Amsterdam, 686 pag., € 39, 90.

'Nederlanders en hun politieke partijen 1870-1918' is de ondertitel van dit lijvige boek, waarin de auteur centraal stelt de uitbreiding van het kiesrecht, uitlopend op het mannenkiesrecht in 1918 en het vrouwenkiesrecht in 1919. Tussen 1888 en de laatstgenoemde jaren had de kwestie het politieke leven zeer beroerd. Maar een groot deel van de bevolking stond er onverschillig tegenover en de politieke partijen wensten de uitbreiding van het kiesrecht alleen maar onder stringente voorwaarden. 'Zo wilden de liberalen het kiesrecht voor het beschaafde en verlichte deel van het volk, de antirevolutionairen voor de rechtzinnige christenen, de socialisten voor het proletariaat en de katholieken zagen er hoe dan ook weinig heil in'.

Het boek is verdeeld in 14 hoofdstukken. Na een algemene orientatie van het politieke leven in Nederland volgt een hoofdstuk over 'nieuwkomers in de politiek', d.w.z. het socialisme, de antirevolutionairen en de katholieken, naast de bestaande liberalen. De schoolstrijd krijgt aandacht. In het hoofdstuk 'Een verruimde lectoraat' wordt aandacht gegeven aan het jaar 1888, toen na een linkse meerderheid in de Tweede Kamer de ARP met 79.000 stemmen de grootste partij werd. Die winst was te danken aan de kiesrechtuitbreiding, de sterke organisatie en de steun van de katholieken.

Dit jaar mag als een cruciaal jaar inzake het aan de orde zijnde thema worden aangemerkt.

Vervolgens komen het kiesrechtontwerp- Tak en de kieswet-Van Houten voor het voetlicht. Vanwege de laatste wet groeide het aantal kiezers van 515.000 in 1897 naar 569.768 in 1900 (23.5% van de volwassen bevolking). Boeiend in dit hoofdstuk is de beschrijving van de ontwikkelingen bij de antirevolutionairen (ook de vrij-antirevolutionairen) en christelijk-historischen. Tussen 1850 en 1870 was van de antirevolutionaire vertegenwoordigers liefst 66% van adel geweest, een aantal dat tussen 1888 en 1896 daalde tot 45%. Hier komt ook aan de orde de controverse tussen Kuyper en Lohman. Orthodoxe hervormden, goeddeels uit de lezerskring van het confessionele blad De Gereformeerde Kerk beschouwden de ARP als een 'kliek' waardoor ze zich niet langer wensten te laten meeslepen. Ze waren en werden 'christelijk-historisch'. Er was voortaan van 'een calvinistisch eenheidsfront' geen sprake meer. De Christelijk Historische Kiezersbond trok de lijnen door van dr. Ph. J. Hoedemaker, de grote opponent van Kuyper in kerk en staat. Intussen brak in 1897 met een vrijzinnige meerderheid van 52 kamerzetels een liberale bloeiperiode aan.

Naarmate het boek vordert komen we dichter bij het algemeen kiesrecht. De auteur gaat nog in op 'Christelijk geloof en wereldse macht', 'Verzuildheid als modus vivendi', 'Het rode ochtendgloren' en 'Pacificatie in oorlogstijd'. Juist in deze hoofdstukken vinden we een boeiende beschrijving van het preludium op onze democratie, met daarin de onderscheiden zuilen: protestants christelijk, rooms-katholiek, socialistisch en liberaal.

In zijn uiteindelijke conclusies stelt de schrijver dat, hoewel een niet te onderschatten aantal Nederlanders het verkiezingsbedrijf volkomen koud liet, de onderscheiden politieke stromingen hun voorhoedes kenden, die zich met steeds meer vuur en enthousiasme in de verkiezingen wierpen. Men kan zich afvragen hoe zich dat enthousiasme van toen verdraagt met de betrokkenheid van de massa en de 'voorhoedes' van nu.

Al met al heeft de schrijver ons een waardevol document aangereikt, waarin het politieke leven in de 19e en het begin van de 20e eeuw op een boeiende en inzichtelijke wijze voor het voetlicht wordt gebracht. Een uitgebreide lijst met geraadpleegde bronnen completeert het geheel. Het boek verscheen in een reeks 'De Natiestaat. Politiek in Nederland sinds 1815'.

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's