Gereformeerden in Flevoland, segment of ferment?
Gebed voor de provincie [8]
Flevoland is de jongste provincie van ons land. Daar waar eens het water van de Zuiderzee bruiste, ligt nu van Lemmer tot Muiden een uitgestrekt polderlandschap, aan de westzijde omzoomd door water. Een landschap met oneindige horizonten en met plaatsen waar nog stilte heerst. Een landschap waarop de woorden van lda Gerhardt uan toepassing zijn: 'Ruisen uan water, bloeiend het land, parelende klaarte die het omspant'. Een provincie om uan te houden!
GEBED VOOR DE PROVINCIE [8]
Wanneer we ons verdiepen in de geschiedenis van Flevoland, kunnen we niet om de naam van Cornelis Lely heen. Hij was als civiel-ingenieur werkzaam bij Rijkswaterstaat. Hij leidde aan het einde van de negentiende eeuw het onderzoek naar de afsluiting van de Zuiderzee. Ook werd hij geroepen om als minister van Waterstaat het land te dienen. In het begin van de twintigste eeuw kwam onder zijn leiding 'de Wet tot afsluiting ejn drooglegging der Zuiderzee' tot stand. Toen de uitvoering van het project eenmaal ter hand was genomen, werd
Zuiderzee IJsselmeer.
De eilanden
De inpoldering aan de oostzijde beroofde Schokland en Urk van de status eiland. Schokland was sinds 1859 onbewoond ten gevolge van de vele overstromingen en de landafslag. De bewoners van het eiland moesten het eiland verlaten en zijn getrokken naar Volendam voor wat betreft het overgrote rooms-katholieke deel van de bevolking, terwijl de overige bewoners verhuisden naar Kampen.
Het eiland Urk is vanouds een centrum van visserij. De sfeer van het waterleven hangt in het dorp, de haven met zijn scheepswerven, de visafslag, de vuurtoren en h"et indrukwekkende visserijmonument, dat het verdriet over de slachtoffers van het water gestalte geeft. Het is een eiland met een eigen, maar ook eigenzinnige traditie. Deze blijkt onder andere uit het feit dat het dragen van de klederdracht nog niet geheel is verdwenen. Op Urk is, anders dan elders in de provincie, de volle bandbreedte van de gereformeerde gezindte aanwezig en het neemt dan ook een geheel eigen positie in onze provincie in. Die eigen status is, vooral in de beginjaren, sterk afgeschermd gebleven van én naar het nieuwgewonnen land.
De Noordoostpolder
De Noordoostpolder viel in 1942 droog en is sinds 1962 een zelfstandige gemeente. Het is een uitgebreid landbouwgebied. Emmeloord vormt het administratieve centrum, daaromheen ligt een ring van kleine dorpen. De kolonisatie van het gebied vond plaats aan de hand van door de overheid opgestelde, strikt gehanteerde vestigingscriteria, die gaandeweg werden aangepast aan de nationaal gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Er werd gestreefd naar een bevolkingssamenstelling die een afspiegeling vormde van de bevolking als geheel, gerekend naar levensbeschouwing. In de dorpen kwam in ieder geval een hervormde, een gereformeerde en een rooms-katholieke kerk. Deze opzet maakte het voor de nieuwe bewoners gemakkelijker de oude stijl van leven op te pakken, omdat de gekopieerde structuren herkenbaar waren. De landbouwbedrijven waren qua kavelgrootte klein. Bovendien werden de dorpen opgezet in een tijd dat de fiets het hoofdmiddel van vervoer was. De samenleving was overzichtelijk en hierdoor kon de ontwikkeling op kerkelijk gebied relatief rustig plaatsvinden. De hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken in de dorpen groeiden pas later, vooral op grond van getalsmatige motieven, naar elkaar toe.
Oostelijk Flevoland
Bij de realisering van Oostelijk Flevoland in de jaren zestig werd met verschillende trends gebroken. Het beleid bij de opbouw van de samenleving was gericht tegen de verzuiling. Men wilde met een geheel schone lei beginnen en de kerkelijke verdeeldheid van het
oude land mocht niet worden voortgezet. Deze visie heeft met name voor de kerken ingrijpende gevolgen gehad en bekende patronen werden doorbroken. De architectuur van de kerkgebouwen gaf vorm aan deze nieuwe orde. Het kerkelijk jeugdwerk is in de meeste plaatsen feitelijk niet van de grond gekomen. De jeugd ontmoette elkaar in algemene verenigingen, waardoor een belangrijk vormingsinstituut teloor ging. Pas later werden de structuren weer wat teruggebogen naar wat landelijk gestalte had gekregen, maar lang niet in alle gevallen kon de aangerichte schade worden hersteld.
Lelystad werd het administratieve centrum van Oostelijk Flevoland. Er kwamen aanzienlijk minder dorpen in dit gebied dan in de Noordoostpolder. Een aantal dorpen dat op de tekentafel nog aanwezig was, werd niet gerealiseerd. De dorpen die wel werden gebouwd, werden groter en kwamen verder uiteen te liggen. De brommer en de auto hadden immers hun intrede gedaan! De kavelgrootte van de landbouwbedrijven werd, op grond van gewijzigde agrarische inzichten, groter dan in het noordelijk gebied.
Zuidelijk Flevoland
De Markerwaard zou het volgende gebied zijn dat zou worden ingepolderd. Maar ten gevolge van politieke druk werd van dit aanvankelijke plan afgeweken en werd Zuidelijk Flevoland eerst drooggelegd. De realisatie van de Markerwaard werd eerst uitgesteld, maar later geheel afgeblazen. Zuidelijk
Flevoland is drooggevallen in 1968. Er is meer ruimte bestemd voor groen, recreatie en voor stedelijke en industriële vestigingen. De landbouwkundige functie is minder dominant aanwezig dan in het noordelijke deel van de provincie. Zeewolde en vooral Almere zijn woonlocaties met een enorme opvangcapaciteit voor de bewoners uit de volle, aangrenzende gebieden. Met name Almere ontwikkelt zich als een echte stad.
De rol van de 'bonders'
In de beginperiode van het ontstaan van de kerkelijke gemeenten maakten de hervormd-gereformeerden daar gewoon deel van uit en vervulden niet zelden kerkelijke functies of ambten. Onze richting is er echter, met name in het oostelijk en zuidelijk deel, niet in geslaagd wezenlijk invloed uit te oefenen op de gemeenteopbouw. Het gelukte de hervormd-gereformeerden als minderheid wel hun stem te laten horen, maar niet de in hun ogen onbijbelse ontwikkelingen tegen te houden. Een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hervormde gemeenten vormde het feit dat de nieuwe polder omringd was door gemeenteh met een gereformeerde-bondskarakter. Nogal wat gemeenteleden die niet tevreden waren met de plaatselijke ontwikkelingen zijn, daartoe in staat gesteld door de toegenomen mobiliteit, in de loop der jaren uitgeweken naar het oude land óf hebben zich aangesloten bij de kleinere kerkelijke gemeenten ter rechterzijde van de Hervormde Kerk. Dit proces deed zich in de Noordoostpolder én in mindere mate én pas later voor, wat verklaard zou kunnen worden uit de duidelijker structuren die in de beginjaren werden gerealiseerd. De gemeenten in de provincie ontwikkelden zich door deze gang van zaken steeds meer in de richting van de middenorthodoxie, hetgeen de verdere geestelijke emigratie bevorderde.
Bruggenhoofden
Dankzij gezamenlijke initiatieven konden na verloop van tijd wel hervormdgereformeerde 'bruggenhoofden' worden gerealiseerd. Ook het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft hierin belangrijk werk verricht. Er ontstonden, eerst in Emmeloord en later in Lelystad, hervormd-gereformeerde vormen van wijkgemeenten. Deze gemeenten kregen in feite een streekfunctie. Ook in Almere en Dronten zijn initiatieven van de grond gekomen om ook hier bruggenhoofden te slaan, maar deze zijn nog niet uitgegroeid tot een wijkgemeente. De vraag naar de functie van deze bruggenhoofden dient zich aan. Gaat het bij een streekgemeente om een eindvorm óf zijn het vluchthavens waar men als uitgewekene voor een periode tot rust komt? Het zou goed zijn ons in dezen te laten leiden door artikel 1 van de statuten van de Gereformeerde Bond, dat zowel de verdediging als de verbreiding van de Waarheid als doelstelling formuleert. In die visie zou men na een adempauze weer beschikbaar zijn voor de gemeente in de eigen woonplaats. Ligt daar, hervormd gedacht, niet onze eer-ste verantwoordelijkheid? Perforatie zou in principe tijdelijk behoren te zijn! Je bent geperforeerd, zolang je • bescherming nodig hebt. Maar terugkeer zou nagestreefd behoren te worden indien en zodra dit mogelijk is. Het blijkt dat deze gedachte in onze kring niet altijd even sterk leeft. Hoe gemakkelijk wordt de plaatselijke gemeente met 'Jan Rap en zijn maat' soms afgeschreven!
Bij het lopende project in Dronten, met als inzet de uitgewekenen terug te voeren naar de plaatselijke gemeente, blijkt dat naar twee zijden weerstanden moeten worden overwonnen. Enerzijds bij de plaatselijke gemeente om een onderdak aan de uitgewekenen te verschaffen, maar niet minder bij een deel van de mensen vanuit onze eigen richting, dat perforatie niet als noodoplossing ziet. Men heeft er vrede mee elders een kerkelijk onderdak te hebben gevonden. Het is de vraag of in déze situatie de keuze voor een gezond segment zwaarder mag wegen dan Christus' opdracht om in de eigen leefomgeving een ferment te zijn.
De vraag om voorbede
In onze provincie ligt voor onze beweging een opdracht tot kerkelijk ontwikkelingswerk. Er ligt een akker die erom vraagt bewerkt te worden. We denken daarbij aan de woorden van de Heere Jezus: 'Bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote' (Lukas 10 : 2b).
C. P. Kijkuit, Dronten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's