Een laatste hartenkreet
Het heeft ons aangegrepen: 12 december 2003, de dag waarop is besloten dat de Nederlandse Hervormde Kerk als planting Gods in onze geschiedenis zal ophouden te bestaan. Als predikanten die mede gestaan hebben aan de wieg van het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk, menen wij dat dit besluit door de synode zo niet genomen had mogen worden. Daarom onderschrijven wij nog steeds het uitgangspunt dat de Protestantse Kerk in Nederland niet de voortzetting kan zijn van de Nederlandse Hervormde Kerk wegens haar gedeelde/verdeelde grondslag en ethiek, ook al werden in de Nederlandse Hervormde Kerk onder de kerkorde van 1951 al onbijbelse beslissingen genomen. Om die reden hebben wij gezegd: zó kunnen wij niet mee.
Maar is er na 12 december 2003 niets veranderd? Wij menen van wel! Daarbij denken wij aan het Convenant van de classis Alblasserdam (het plan voor een Convenant was al eerder ontstaan binnen het Comité) als een weg die voor ons principieel verantwoord is. Tot voor kort had het Convenant geen goedkeuring van de landelijke kerk en werd door het Comité beweerd dat het die ook niet zou krijgen. Maar het moderamen van de synode heeft het Convenant wél een plaats en status in de kerk gegeven. Daarmee kunnen we niet volhouden dat er niets is gebeurd. Verder denken we aan de motie- Burggraaf, die de weg van geduld baant. Ten slotte kunnen in een tweede register plaatselijk geregistreerd worden bezwaarden die niet mee kunnen in de PKN, maar wel met de plaatselijke gemeente verbonden willen blijven.
Op grond hiervan moet het mogelijk zijn een band te vormen met allen die omwille van het geweten niet mee kunnen met de grondslag en de ethiek van de nieuwe kerk. Het Convenant biedt een verantwoorde weg om de eenheid van de gemeenten te bewaren in deze moeilijke tijd.
Wij hebben grote moeite met de aangekondigde hervormde noodverbanden. Alles wijst erop dat men volgens een georganiseerd plan de Hervormde Kerk wil voortzetten na 1 mei aanstaande. Dit plan gaat - zo vrezen wij - verder dan wat Abraham Kuyper destijds in de Doleantie organiseerde.Terwijl ons standpunt tegenover de Doleantie steeds is geweest dat van de Kohlbruggiaan ds. Lütge, die (in 1886) in antwoord op Kuypers activiteiten sprak: 'We moeten niets doen'.
Wij kunnen de weg van deze activiteiten geestelijk niet volgen. De noodverbanden, zoals die opgezet en ontwikkeld worden, gaan naar ons inzicht te ver. We menen daartegen een beslist 'neen' te moeten laten horen. Bij al deze activiteitèn proeven we in veel gevallen helaas weinig geestelijke nood of droefheid over de schuld van de kerk en eigen schuld.
Kun je trouwens als predikant tegen broeders, die eenzelfde geloof hebben, preken in noodverbanden? We hebben toch altijd gesteld dat alleen de leer de plaatselijke gemeente scheidt? En ook dat we de broederschap niet mogen verbreken? Nu valt de scheiding door een verschil in visie op de landelijke kerk, terwijl de Heere ons in de eerste plaats de zorg over de plaatselijke gemeente heeft toevertrouwd!
Naar onze diepste overtuiging is, bijbels gezien, de weg van noodverbanden, waardoor plaatselijk het lichaam van Christus scheurt, onbegaanbaar. Daarom roepen wij ieder op: zet niet voort wat niet voortgezet kan worden. Verlaat niet uw door God gegeven plaats in de gemeente. Wacht verdere ontwikkelingen in de kerk af. Laat het geweten niet alleen spreken bij vragen rond de grondslag van de kerk, maar ook bij het dreigend uiteengaan van broeders. En laat het geweten ook spreken bij het doen van allerlei uitspraken. In de huidige kerkelijke worstelingen worden argumenten op een onzuivere manier gebruikt. Is het - om een voorbeeld te noemen - juist om te stellen dat aan doopouders straks het jawoord gevraagd wordt aangaande de leer van de PKN als hun de vraag uit het doopformulier wordt gesteld 'of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt, niet bekend de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen? ' De kerkgeschiedenis wijst aan dat gevraagd wordt naar de leer van de Kerk der eeuwen, die in het doopformulier is verwoord. Stellig moeten we confessioneel en geestelijk afstand nemen van de PKN wat haar plurale grondslag betreft. De weg van het Convenant zien wij als een begaanbare weg. Wij zien deze niet alleen als een verantwoorde weg, maar op dit moment ook als de enige reële mogelijkheid om uit de geweldige impasse te raken waarin kerk en gemeenten verkeren.
Laten we dan samen in verootmoediging wederkeren tot de Heere, Die Zijn kerk zélfs in de vurige oven weet te bewaren. Hij zij ons genadig!
Ds. S. P. van Assenbergh, Nijkerk Ds. M. Baan, Nijkerk Ds. T. C. Guijt, Giessendam- Nederhardïnxveld Ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf Ds. H. I. Stouttesdijk, Dordrecht
Bijgaande brief schreven vijf predikanten die mede aan de wieg van het Comité tot behoud van de Hervormde Kerk gestaan hebben vorige week, waarin zij aangeven dat het plan voor een convenant ook binnen het Comité ontstaan is. Zij boden hun schrijven ook aan de Waarheidsvriend aan.
Red. de Waarheidsvriend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's