De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

W . Aantjes schreef een 'Herfstdagboek' onder de titel 'Maar de meeste van deze is de A' (uitgave De Prom, Amsterdam). Hieruit een fragment over 'Crisis toen, crisis nu'.Het graf van Hoedemaker' kopte een artikeltje van dr. G. Abma in Confessioneel.

W . Aantjes schreef een 'Herfstdagboek' onder de titel 'Maar de meeste van deze is de A' (uitgave De Prom, Amsterdam). Hieruit een fragment over 'Crisis toen, crisis nu'.

'Waar een bezoek aan de tandarts al niet toe kan leiden. Zijn assistente vertelde mij, dat zij tot voor kort in Leerdam had gewoond. Dat bracht het gesprek op een van mijn herinneringen aan Leerdam. Het zal nu zo'n zeventigjaar geleden zijn, want het hield verband met de crisis van die jaren. Leerdam werd er zwaar door getroffen, verhoudingsgewijs meer nog dan de meeste andere gemeenten. Leerdam dreef voornamelijk op de glasfabriek. Er was toen bijna geen gezin in Leerdam, dat niet op een of andere wijze met de glasfabriek verbonden of er voor zijn bestaan zelfs van afhankelijk was. De werkloosheid sloeg er hard toe.

In die situatie besloot de plaatselijke hervormde kerk tot een "bidstond voor de nood der tijden". De voorganger was ds.J. Enkelaar. Enkelaar was toen de enige hervormde predikant uan Leerdam en behoorde binnen de hervormde kerk tot de Gereformeerde Bond. Hij was zijn predikantenloopbaan begonnen in mijn geboorteplaats Bleskensgraaf. Zoals toen nog met de meeste predikanten van die signatuur het geval was, was hij politiek anti-revolutionair. Uit die periode dateerde een vriendschappelijke relatie met mijn vader, die evenals hij een anti-revolutionair van de christelijk-sociale soort was. (...) Enkelaar was daar zeer geliefd. Dit kwam ongetwijfeld ook door zijn christelijk-sociale instelling. De meesten van zijn kerkgangers waren werknemers van de glasfabriek. Dat de ARP onder hen een grote aanhang had, is stellig mede uit hun aanhankelijkheid aan ds. Enkelaar te verklaren. De grote werkloosheid greep hem als pastor zeer aan. Zulks temeer, nu er harde crisismaatregelen werden getroffen door een regering, die werd geleid door de anti-revolutionair Colijn. Vandaar dat op zijn initiatief de bidstond werd belegd.

Mijn vader, die niet alleen door zijn eigen ervaring, maar ook door autodidactische studie met overtuiging een representant van de sociale vleugel van de ARP was, besloot de kerkdienst van zijn vriend en geestverwant Enkelaar bij te wonen. Hij nam mij (tien jaar oud) mee, zoals hij mij vier jaar later ook meer zou nemen naar een verkiezingsspreekbeurt van Colijn in Dordrecht. Hoewel mij van de preek zelf niet meer is bijgebleven dan dat de predikant het in een wat archaïsche preekstijl steeds had over "der tijden nood", staat mij nog wel bij hoe geladen de sfeer in de stampvolle kerk was. Niet opstandig, daar was het het volk niet naar, maar ook niet berustend. De nood van vandaag en morgen en wie weet hoe lang nog hing als een zware onweerswolk in de kerk. Enkelaar riep niet op tot lijdelijke berusting, ook niet tot opstandige acties. Hij nam de mensen en daarmee ook hun nood zeer ernstig en riep niet alleen op tot gebed maar ook tot een regeringsbeleid waarin de noties van het evangelie herkenbaar zouden zijn. Wat dit betreft kan ik mij goed voorstellen dat CNV-voorzitter Doekle Terpstra zich er als inwoner van Leerdam thuis voelt. Misschien is voor mij daar in die kerkdienst wel de eerste aanzet gegeven tot een visie op christelijke politiek, zoals ik die later getracht heb onder woorden en in praktijk te brengen.'

H et graf van Hoedemaker' kopte een artikeltje van dr. G. Abma in Confessioneel.

'Afgelopen herfst nodigde een mooie morgen uit tot het maken van een bescheiden fietstocht vanuit Amsterdam. Het doel was een bezoek aan het graf in Heemstede van dr. Ph.J. Hoedemaker, oprichter en eens voorman van de Confessionele Vereniging, tot op heden bestaand met vele plaatselijke en landelijke activiteiten. Ik was ernaar benieuwd hoe het met het graf en het gedenkteken dat ongetwijfeld onze Vereniging er eens geplaatst had, gesteld was. Omdat de beheerder niet aanwezig was, gelukte het niet om het graf op te sporen. Nader onderzoek bij de gemeente Heemstede leerde dat per brief van 19 januari 2002 de eigenaar uan het graf, L.A. Hoedemaker te Rasquert, afstand van de steen had gedaan. Deze werd sindsdien niet onderhouden en is kortgeleden van het graf verwijderd of zal binnenkort worden verwijderd. Een treffende samenloop van omstandigheden dus. Juist nu naar graf en grafsteen werd gezocht, blijkt dat de steen is of zal worden verwijderd.

Maar de omstandigheden nopen wel tot activiteit. Het graf is voIgens inlichtingen van de gemeente een koopgraf: dat blijft bestaan. Met de grafsteen ligt het anders. Als wij niets doen, is de kans groot dat deze binnenkort wordt vernietigd. Voor de grafstenen van bepaalde, bijzondere mensen bestaat de kans echter dat zij ter bewaring door de gemeente Heemstede op een ueldje, een "monumententuin", worden geplaatst. Dan blijft er dus iets bewaard. Maar dat vraagt wel dat de Vereniging in actie komt; het valt niet aan te nemen dat men op het gemeentehuis van Heemstede uit zichzelf de historische noodzaak inziet de herinnering aan Ph.J. Hoedemaker te bewaren en levend te houden. De gedienstige ambtenaar vroeg al: "Wat voor belang hebt u, als ik vragen mag, bij deze steen? " Dat viel niet een-twee-drie aan een geestelijke buitenstaander uit te leggen. Ik hoop ten zeerste dat de Confessionele Vereniging, in casu het hoofdbestuur, op korte termijn stappen neemt om de grafsteen te doen bewaren en tevens op het graf- of elders, bijv. aan de VU - een gedenkteken plaatst, mocht dat nog niet zijn gebeurd. Om zo ons aller geestelijk-politieke leidsman van weleer te gedenken en de herinnering aan zijn werk en streven levend te houden. Zijn denken over de theocratie, lang als gedateerd beschouwd, lijkt met de opkomst van bepaalde stromingen in het islamitisch denken opnieuw actueel te worden.'

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's