De stilte van het heiligdom
OVER ZIJ DIE GINGEN EN ZIJ DIE BLEVEN
De trouw van de Heere is een wonderlijk geheim. Alleen in het geloof verstaan we dat geheim. Het is dit: de sporen daarvan lichten op als het donker is. God draagt Zijn kerk niet alleen in dagen van zegen, maar draagt haar ook door dagen en tijden vol van dramatiek en pijn. De geschiedenis van de kerk is een tocht door de woestijn. Het is niet alleen de druk van buitenaf, het is evenzeer haar eigen zonde, haar eigen ontrouw, haar bittere verdeeldheid die haar bedreigt. Voortdurend leidt ze een bedreigd bestaan. Dat ze er is in deze woestijn, dat ze er nog steeds is, is een teken vol van genade. De kerk rust in Gods ontferming. En, zelfs waar alles schijnt stuk te lopen, loopt het Hem niet uit de hand. Menig keer komen ook juist in donkere tijden nieuwe, ongekende facetten van het Woord van God aan het licht. Het is de Heere Zelf, Die menig keer druk en dreiging tot zegen maakt. Zelfs in het dal van dorre doodsbeenderen kwam leven. 'Mijn Geest in u... en gij zult leven'.
Terugblik
Dramatische dagen liggen achter ons. Waar we voor vreesden, wat we in onze dagen echter niet meer voor mogelijk achtten, werd werkelijkheid. Wat we kenden uit de geschiedenisboeken van de kerk, maakten we zelf mee. We stonden er ineens middenin, maakten er deel van uit. Enkele weken geleden zaten we samen aan'dezelfde avondmaalstafel, in dezelfde
kerk(enraads)bank. Nu trekken we gescheiden op. Broeders en zusters gingen heen. Zij hebben de gemeente, de kerk verlaten.
Zij kwamen en komen tot de vorming van een andere kerk, belegden andere samenkomsten. Nog steeds onwerkelijk, ongelofelijk. Over een oordeel ge-
sproken. Sporen van oordeel worden zichtbaar. Dienaren gingen voor in deze scheiding. Sommigen op een bescheiden manier. Anderen met vertoon van dramatiek. Menig middel leek geoorloofd. Tegen de uitdrukkelijke wens of zonder medeweten van de plaatselijke kerkenraad werden bijeenkomsten belegd. De rechten van de plaatselijke ambtelijke vergadering werden met voeten getreden. Onheilig vuur brandde op menig altaar. Ineens bleek welke donkere krachten er verborgen zitten in het mensenhart. Ook in de harten van mensen die behoren tot de hervormd-gereformeerde richting. Zij die gingen en zij die bleven, hebben verzoening nodig in de weg van ootmoedige schuldbelijdenis. Waar hoogmoed en zelfverzekerde rechtzinnigheid leeft, kan de Geest des Heeren niet wonen.
Emotie
Voor menig dienaar van het Woord is het een fase van lijden geweest - en nóg. In menige pastorie waren de dagen emotioneel. Slapeloze nachten, omdat schapen van de kudde de gemeente hebben verlaten. Terwijl op 2 mei dezelfde boodschap klonk, hetzelfde geloof werd beleden als daarvoor.
Echter, niet alleen in de harten van dienaren van het Woord, evenzeer van andere ambtsdragers en leden van de gemeente is deze pijn beleefd en ervaren. Diep verdriet, om dat wat was en niet meer is. Het is goed om dat verdriet te benoemen en te verwoorden. Strijd is afschuwelijk! Kerkelijke strijd grijpt nog een laag dieper. Hier raakt het de diepste emoties van onze ziel, de omgang met de Heere, de omgang met elkaar. En de broederlijke liefde, die tegelijk de liefde tot God kenmerkt, verdwijnt.
Onder deze pijn zit die andere pijn, die intense moeite met de weg die de kerk ging en gaat. Waar gaan we heen met onze pijn? Wie werkelijk pijn beleeft, zoekt des te meer de hemelse Heere in gebed en in de omgang met de Heilige Schrift. Daar is voor broeders in het ambt, voor ieder levend lid van Christus' gemeente ook vandaag troost. Want dwars door de gebrokenheid heen licht dat heerlijk geheim van de trouw des Heeren op. Hier en daar klinken woorden als 'valse kerk' of 'de Heere heeft in de PKN de kandelaar weggenomen', of 'daar moetje de leugen accepteren'. Harde woorden. Laten wij ze voor verantwoording houden van hen die ze op de lippen namen.
- Nochtans - dat is het nochtans van het geloof, u weet wel, dat schaars beleefde geheim - heeft de Heere de kerk niet verlaten. Steeds weer reikt Zijn barmhartigheid dieper dan onze maatstaven. Menig dienaar vertelde juist nu van zegen en troost die de Heere uitdeelde onder de bediening van de verzoening. Wij leven niet van onze rechtzinnigheid, wij leven van de trouw van Hem. Wij leven niet van de zuiverheid der kerk, we leven uit de kracht van Christus' bloed. Hij stond in het midden van 'een gebroken en ontrouwe kerk' in Zijn dagen. Wij staan er nu evenzeer in. Maar, we staan er wel middenin. Omdat we ook nu 'Jan Rap en zijn maat' niet durven en kunnen afschrijven. Om de eenvoudige reden dat de Heere ook ons niet afschreef.
Vaste grond
Iedere afscheiding zoekt een reden, een grond voor haar bestaan. Dat moet ze ook wel. Anders heeft de breuk met de hoofdkerk geen legitimiteit. Dat is in de onze situatie niet anders. De kerk loslaten is een diep ingrijpend gebeuren en kan ten diepste, volgens de Nederlandse Geloofbelijdenis alleen daar waar de kerk een valse kerk is geworden. Daarom moeten argumenten om te blijven en om te gaan steeds weer worden getoetst, op een kerkelijke manier, op een geestelijke manier.
Zij die gingen, zochten hun reden in de kerkorde van de Protestantse Kerk. Met name in de grondslag. Heel de hervormd-gereformeerde beweging heeft in het verleden een rechtmatige strijd gevoerd over de grondslag. Die worsteling is niet voor niets geweest. De Konkordie van Leuenberg en de Barmer Thesen zijn uit het artikel waarin de kerk belijdt, verdwenen. Ze horen niet meer bij de belijdende grondslag van de kerk. In een apart artikel zijn ze opgenomen. Al zeggen we in het licht van het gereformeerd belijden dat ze geen plaats hoorden te hebben in de kerkorde. Echter, ze vallen niet onder de belijdenisgeschriften. Bovendien zijn de gereformeerde belijdenisgeschriften voluit meegegaan. Nee, niet exclusief. Ook het lutherse belijden heeft een plaats gekregen. Maar, wie gereformeerd is en wenst te blijven, beroept zich ten diepste op de Heilige Schrift.
Eerst het Woord. Dan de belijdenisgeschriften. Aan het Woord zijn we exclusief verbonden. Iedere andere bron verdraagt zich niet naast het heerlijke Woord van onze God. Daarom is de Heilige Schrift de enige bron en norm van kerkelijke verkondiging en dienst. Daarmee hebben hervormd-gereformeerden binnen de PKN vaste, bijbelse grond onder de voeten.
Maar, is al wie zich nu heeft losgemaakt van de kerk, exclusief gebonden aan het gereformeerd belijden? De vraag stellen is haar beantwoorden. Nee. De hervormde kerkorde met de formulering 'in gemeenschap met de belijdenis van de vaderen' bracht ons in de praktijk tot grote verscheidenheid. Bovendien, is dat werkelijk de Nederlandse Hervormde Kerk die wordt voortgezet, met gemeenten en delen van gemeenten? Is daarmee de kerk der vaderen hersteld? En kan daarmee de Afscheiding tot voltooiing komen, zoals dr. R. Bisschop zaterdag jl. in het RD schreef. Eerlijk en nuch-
met beide handen aangrijpen. Een poosje geleden vertelde een vriend me dat al zijn kinderen (plus aanhang) thuis waren voor zijn verjaardag. Sommige van zijn kinderen "doen" ook nergens meer aan. Tegen twaalven zei een van hen echter ineens: "Ik ga met Pasen belijdenis doen". En ineens ontstond een gesprek met allen, dat wel tot drie uur in de nacht duurde.
Leef ze het geloof voor. We zullen de moed moeten hebben om in de spiegel te kijken die mensen als Van der Ploeg ons voorhouden, en onszelf af te vragen: "Leef ik werkelijk uit het geloof? Is het bij mij werkelijk meer dan vorm? Heb ik de Here God werkelijk lief en wordt dat zichtbaar in mijn leven? " Ik denk dat dat laatste van doorslaggevend belang is. Kinderen zien scherp en hebben heel snel door of de dingen die wij zeggen en doen "echt" zijn.'
Prof. Runia noemt de naam van Piet van der Ploeg. Hij schreef, ik meen in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, het boekje De lege kerk een grote zorg. Daarop reageerde in het dagblad Trouw een aantal mensen. Eén van hen was Egbert Enzerink.
'Hij is zelf een van hen die het geloof kwijt zijn, maar hij zegt ook in alle eerlijkheid dat het leven er armer van wordt. "Dat veel jongeren niet komen totgeloojin "'God'" verwondert mij niet. Het omgekeerde wel. Het is namelijk alles behalve gemakkelijk in "'God'" te geloven. Persoonlijk zou ik dolgraag in het bestaan van "'God"' willen geloven. Maar "'God'" is zo iets vaags; waar heb je het eigenlijk over als het over "'God"' hebt... Waaraan kan ik merken dat '"Hij"' bestaat; hoe maakt '"Hij"' zich aan mij bekend? Hoe ervaar ik "'Hem'" in mijn leven? " Hij vindt dat de kerk te gemakkelijk over God spreekt, alsof Hij een gemeenschappelijke "Bekende" is. Zoals hij ze|f het verhaal over God in zijn kinderjaren gehoord heeft, kan hij het niet meer geloven. Desondanks blijf ik "God" intens zoeken en hoop ik dat ik "Hem" zal vinden of herkennen!'
Ik moet zeggen tijdens de intensieve gesprekken met jongeren op catechisatie deze hartenkreet meerdere keren openlijk of tussen de regels door te hebben beluisterd. En ik wil eerlijk bekennen dat uiterst boeiende en de meest spannende gesprekken te hebben gevonden, maar ook de lastigste. Ik hem me vaak machteloos gevoeld en soms ook heel schuldig dat het me voor m'n gevoel niet echt lukte hun diepste vragen adequaat te beantwoorden.
In de laatste aflevering van het blad Wapenveld (jrg. 54, nr. 2, april 2004) staat een boeiend gesprek te lezen dat Wim Dekker en Aart Nederveen hadden met prof. dr. F. G. Immink. Ergens in dat gesprek komt aan de orde waar ik zojuist mijn reactie op Runia's artikel mee afsloot. Ik citeer wat prof. Immink zegt:
'Er is ontvankelijkheid bij de mens voor het geestelijke en voor de openbaring. Daar is de mens in geschapen. Dat hoort bij de infrastructuur van het mens-zijn. De echte atheïst is niet ontvankelijk voor Gods openbaring en de verstokte zondaar ook niet. Maar dat wil niet zeggen dat er geen infrastructuur is. Die is met het schepselmatige gegeven en wordt door de Heilige Geest met een kus wakkergekust en wordt tot ontplooiing en vernieuwing gebracht. Het zelf van de mens wordt verondersteld en ook aangesproken en vernieuwd. God heeft toch een aanspreekpunt in de mens en het moet toch tot wederkerigheid komen? Je kunt zeggen: er wordt iets nieuws geplant, ik zeg liever: er wordt iets wakker geroepen en aangesproken. Praktisch betekent dat voor mij dat in preken een diep respect moet zijn voor de ander met wie ik in gesprek ben. Preken is communicatie met de hoorder en ook aandacht voor de weg van de hoorder. Ik ben best een kerugmatisch prediker, maar kerugma is wel het appèl dat moet resoneren in het psychosociale leven van de hoorder.'
U dwingt uw hoorders niet om in te gaan? 'Je kunt de hoorder wel dwingen, maar dan wel ter rechter tijd. Er moet respect zijn voor de ingewikkeldheid van de biografie van de hoorder. De kerk is echt niet passé voor de moderne mens, als we maar deze pastorale habitus hebben. Vanuit zo'n verstaan van de gereformeerde traditie kun je in deze geseculariseerde tijd veel betekenen. Het is een voorwaarde voor missionair zijn.'
Wat Immink poneert komt er kort gezegd op neer dat iemand die gelovig in het leven staat, weet van vergeving en boetvaardigheid.
'Als God er niet zou zijn, dan sta je zelf voor je daden, ook voor je verkeerde daden en moetje die je hele leven meetorsen. Als daarover een woord van vergeving klinkt, zijn ze daarmee niet weg, maar kan er een stuk vreugde en hoop en verwachting in schuilen. We moeten daarom veel positiever naar de rol van het geloof in het dagelijks leven gaan kijken. Dat zijn we door de secularisatie een beetje vergeten. Wie gelooft, heeft zo nu en dan een binnenpreg'e, om met Van Ruler te spreken. Wie gelooft, staat anders in het leven en is omgeven door de werkelijkheid van Christus.
Als ik over de existentiële betekenis van het geloof spreek met mensen die nergens aan doen, sta ik vaak met een mond vol tanden. Secularisatie is meer dan alleen ontkerkelijking; het is een afplatting van het innerlijk en van het bewustzijn. Ook bij onszelf is er geen vanzelfsprekend bewustzijn meer van Gods aanwezigheid. Daarom is het gelukkig dat er kerkdiensten zijn. Binnen de gereformeerde traditie zou meer besef mogen zijn van rituelen en liturgie. De uitwendigheid van de kerk is nodig om je op te frissen, omdat we anders heel gemakkelijk ajplatten. Als het gaat over de levenshouding van het geloof, kan ik goed leven met de boetvaardigheid en de vreugde naast elkaar. De boetvaardigheid zelfheeft al iets van vreugde in zich. De boetvaardige ontdekt altijd weer de genade van Christus. Iemand die gebiecht heeft, ervaart ook vreugde. Hoe moet iemand die God niet kent vreugde ervaren? Dan is het leven toch verstikkend? In God geloven betekent een geweldige verdieping van het mens-zijn. Het geloof verdiept de existentialia van het leven en doet het venster naar boven open. Als je dat niet hebt, wordt het muffiger, dan moetje overal zelf mee in het reine zien te komen. Dat kunnen mensen niet, niet in het aangezicht van de dood en niet in het aangezicht van de grote vragen van het leven. Ik vind - en dat ga ik ook harder op zeggen - dat godsdienst goed is voor een mens.'
Misschien een goed bruikbaar gespreksthema voor ouders met opgroeiende kinderen die de vraag stellen: waar is het goed voor om te geloven? Wat voegt het toe aan mijn leven hier en nu? Wat mis ik, als ik niet geloof?
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's