Het belang van een goede houding
Theologie studeren in de PKN [2]
Er is dankzij het nieuw ingevoerde bachelor-master-systeem geen reden meer, waarom theologiestudenten hun opleiding geheel in Utrecht of Leiden zouden moeten volgen. Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk, en misschien zelfs wel aan te bevelen, om de bacheloropleiding in de ene, en de masteropleiding in de andere faculteit te volgen. Ook combinaties met andere faculteiten (bijv. Apeldoorn of de vrijgemaakte opleiding in Kampen) behoren tot de mogelijkheden. Het nieuwe systeem is er zelfs mede voor bedoeld dit soort kruisverkeer mogelijk te maken. Wie van deze mogelijkheid gebruikmaakt, leert het theologisch klimaat aan verschillende instellingen van binnenuit kennen. Zodoende kan men de eigen theologische kijk aanzienlijk verbreden en verdiepen, want overal leert men nu eenmaal weer nieuwe dingen.
Veel werk wordt er de laatste tijd ook verzet om aparte studieroutes te creëren voor hen die 'predikant-geestelijk verzorger' willen worden, d.w.z. predikant in een ziekenhuis, justitiële inrichting of andere instelling. Hoe dit studielandschap er uiteindelijk uit komt te zien, is momenteel nog niet helemaal duidelijk. Wie daarover informatie wil, kan het beste contact opnemen met de diverse opleidingen. Alle opleidingen beschikken overigens over een eigen website op het internet, waar doorgaans al heel wat informatie te vinden valt, o.a. ook contactadressen.
In het nieuwe bestel is het intussen ook mogelijk de bacheloropleiding theologie van een hbo-instelling als de Christelijke Hogeschool Ede te volgen. De CHE is erin geslaagd hierover heldere afspraken te maken met de diverse erkende opleidingen. Die komen erop neer, dat men aansluitend aan de Edese bacheloropleiding nog een 'schakeljaar' nodig heeft alvorens men kan instromen in een universitaire master. De studie duurt dan al met al dus wel minstens een jaar langer. Maar een voordeel is dat men aan een opleiding als die te Ede van meet af aan ook leert de opgedane theologische kennis te integreren in een gereformeerd perspectief. Je wordt er toegerust om niet zomaar alles te geloven wat als 'zuiver wetenschappelijk' gepresenteerd wordt, maar gezond-kritisch om te gaan met dat soort aanspraken. Iets wat men overigens ook aan het zogeheten basisjaar van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort kan leren.
Bijbelgetrouw?
Zo komen we als vanzelfbij een belangrijk inhoudelijk aspect: hoe zit het eigenlijk met de bijbelgetrouwheid van de verschillende opleidingen? Dat is een vraag die begrijpelijkerwijs ook telkens weer gesteld wordt. Voorheen stond de Leidse faculteit bekend als uitgesproken vrijzinnig, terwijl die te Utrecht behoudender was. Historisch gezien had dat ook zo z'n wortels, die uiteindelijk teruggingen tot in de Haagse politiek. Tegenwoordig gaan deze onderscheidingen echter niet of nauwelijks meer op. Aan beide faculteiten hebben we te maken met hedendaagse kritische methoden van bijbelonderzoek, al kan het accent bij de ene opleiding (Leiden) wat meer op de historisch-kritische benadering liggen, bij de andere wat meer op de zogeheten literair-kritische benadering (Utrecht). Maar ook die verschillen zijn relatief. En ook al kan men voor de praktijk van het predikantswerk m.i. meer leren van de literaire benadering dan van de historisch-kritische, het is op zichzelf een goede zaak dat men tijdens de studie met beide geconfronteerd wordt.
Verder treft men zowel aan de Leidse als aan de Utrechtse faculteit enerzijds hoogleraren en docenten die niets of vrijwel niets hebben met kerk en geloof, anderzijds anderen bij die dat wel het geval is, en bij wie dat van tijd tot tijd ook wel te merken is. Ook het docentenkorps van de kerkelijke opleidingen is in beide plaatsen gemêleerd samengesteld, al zijn alle daar werkzame docenten uiteraard wel belijdende leden van de kerk en zijn de meesten ook zelf predikant geweest. In dit opzicht is de situatie niet structureel anders dan in het verleden.
Beleid Gereformeerde Bond
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft zich de jaren door zeer betrokken geweten op de diverse theologische opleidingen. Men moet immers niet gering denken over de invloed die hiervan uitgaat. De predikanten die er opgeleid worden, worden naderhand geroepen om leiding te gaan geven aan het leven van de kerk. De theologische wind die aan een opleiding waait, kan via de predikanten dus breed en diep doorwerken in de kerk. Vandaar dat de Gereformeerde Bond niet alleen altijd kritisch zijn stem liet horen bij hoogleraarsbenoemingen die z.i. op gespannen voet stonden met het belijden van de kerk, maar zich van meet af aan ook constructief ervoor ingespannen heeft dat studenten tijdens hun opleiding substantieel in aanraking kunnen komen met het klassiek-gereformeerde belijden en het daarmee verbonden geestelijke leven. In Leiden en Utrecht is dat laatste door middel van de instelling van bijzondere leerstoelen (prof. Verboom, prof. De Reuver) ook gelukt.
De Gereformeerde Bond blijft verder een gedegen studie van de grondtalen, inclusief het Latijn, onmisbaar achten voor een goede theologische vorming. Of men zich de grondtalen nu vóór of tijdens de studie eigen maakt, beheersing ervan is wel noodzakelijk voor datgene wat voor een (a.s.) predikant van centraal belang is, namelijk grondige kennis van de Bijbel en van de traditie van de kerk. Gelukkig wordt dit belang door velen nog altijd ingezien, al staat zeker het vak Latijn de
laatste tijd wel onder grote druk. In de huidige situatie heeft de GB geen voorkeur voor een studie in Leiden boven die in Utrecht of omgekeerd. Met de van huis uit synodaal-gereformeerde opleiding te Kampen bestaat vooralsnog begrijpelijkerwijs minder affiniteit. Wanneer echter hervormdgereformeerde studenten uit de regio Kampen zich, zoals nu al gebeurt, daar aanmelden voor hun studie of de afronding daarvan, zal dat alleen maar aanleiding zijn in de toekomst ook meer en meer contact te zoeken met deze opleiding. Zolang de Gereformeerde Bond echter 'eigen' hoogleraren heeft te Leiden en Utrecht, ligt het voor de hand dat we daar ook het liefst studenten uit de hervormd-gereformeerde beweging zien studeren. Wanneer men toch een verantwoorde keuze wil maken tussen 'Leiden' en 'Utrecht', zou men nog op het volgende kunnen letten. Wie zich vooral breed wil oriënteren, kan het beste in Utrecht terecht. Wie yooral een klassiek vormgegeven opleiding wil volgen, lijkt in Leiden beter af. Maar de verschillen zijn relatief. Wie de juiste keuzes maakt, kan zich ook in Utrecht klassiek laten scholen en in Leiden breed oriënteren. Daarom kunnen ook praktische overwegingen een rol spelen. Waarom zou wie vanuit Krabbendijke of Katwijk theologie gaat studeren dat niet in eerste instantie in Leiden doen, en wie in Hoogeveen of Harderwijk woont allereerst voor Utrecht kiezen?
Het belang van een goede studiehouding
Eén ding is zeker: de houding waarmee men studeert is belangrijker dan de plaats waar men studeert. Er zijn als het over die houding gaat denk ik twee valkuilen die men moet zien te vermijden. De eerste is, datje datgene wat (waar dan ook maar!) gedoceerd wordt voor zoete koek slikt in plaats van het kritisch te verwerken. Telkens moet de vraag gesteld worden: staat datgene wat gezegd of geschreven wordt werkelijk los van de levensbeschouwing van de betreffende docent of auteur, of wordt het er op misschien subtiele manieren juist door beïnvloed? En draagt het bij aan de opbouw van het geloof en van Gods kerk, of breekt het in dit opzicht alleen maar af? De kloof tussen datgene watje van huis uit meegekregen hebt en waar je aan de faculteit 'live' (!) mee in aanraking komt, kan soms heel groot zijn. Wie in persoonlijke afhankelijkheid van God zijn of haar weg door de studie zoekt, zal zich echter niet zomaar over die kloof heen laten trekken.
De tweede valkuil is, dat men zich innerlijk geheel en al afsluit voor datgene wat gedoceerd wordt - misschien wel juist doordat de genoemde kloof zo groot is! Je studeert dan van de weeromstuit alleen nog maar om voor alle vakken een voldoende te halen, en bent om die reden best bereid op tentamen etc. te zeggen wat de betreffende docent nu eenmaal graag wil horen. Maar het kritische gesprek erover ga je uit de weg. En aan het einde van de studie vergeet je het meeste wat je geleerd hebt het liefst maar zo snel mogelijk weer. Dit lijkt misschien wel een veilige weg, waarbij je geestelijk overeind kunt blijven. Toch is dat slechts schijn. Ook wie eenmaal predikant is, zal zich immers telkens weer persoonlijk moeten verhouden tot allerlei 'wind van leer'. Zelfs in de meest degelijke gemeente. Je zult dan niet kunnen volstaan met uit het hoofd geleerde lesjes, maar er blijk van moeten geven de dingen persoonlijk theologisch doordacht en verwerkt te hebben. Wie zich tijdens de studie innerlijk afsluit voor wat geboden wordt, laat een dergelijke verwerking achterwege. Men wordt dan geen echte theoloog, en ook geen goed predikant. Overigens willen we juist in dit verband graag wijzen op de enorme betekenis die goede theologische disputen - zoals Synopsis in Leiden en Voetius in Utrecht - kunnen hebben. Hier leer je je als student in een sfeer van onderling vertrouwen te scherpen aan medestudenten die zich voor dezelfde vragen geplaatst zien. Van het samen organiseren van lezingen, studiekringen, preekvergaderingen (met door studenten gehouden 'proefpreken') etc. gaat een grote vormende werking uit. Juist op de disputen leer je vaak geloofsmatig en theologisch een goede plek te geven aan denkbeelden waarmee je tijdens de studie in aanraking komt.
Wie intussen niet zeker weet of hij de juiste middenweg tussen kritiekloze aanvaarding en hyper-kritische verwerping zal weten te vinden, en wel bestand zal blijken tegen de vanzelfsprekendheid waarmee Schriftkritische ideeën voor de enig legitieme gehouden worden - laat die overwegen de eerste jaren in Ede te studeren, en er dan al met al maar wat langer over •te doen. Ook leeftijd, vooropleiding en karakter kunnen in dit verband een rol spelen. Nu de bacheloropleiding aan de CHE op een voor ieder bevredigende manier aansluiting lijkt te vinden aan de diverse bestaande opleidingen, vormt deze een goed alternatief. Anderzijds blijft er natuurlijk ook het nodige voor te zeggen om van meet af aan te kiezen voor een theologiestudie-in-de-branding...
Bezwaarde studenten
Ten slotte komt momenteel de vraag op hoe het zal gaan met de opleiding van 'comité-bezwaarde' studenten, die dus geen predikant in de PKN willen worden. Het 'Comité' hecht evenals de GB sterk aan een academische predikantsopleiding. Het raadt theologiestudenten die zich met hem verwant voelen dan ook aan, hun studie zoveel mogelijk voort te zetten en af te ronden via de bestaande kanalen. Wat de staatsopleidingen in Leiden en Utrecht betreft zal dat geen probleem zijn. Wat de kerkelijke opleidingen betreft ligt het echter wat ingewikkelder. Deze bereiden studenten immers specifiek voor op het predikantschap binnen de PKN. Dat wordt bij-voorbeeld zichtbaar, wanneer een zogeheten preekconsent afgegeven wordt, d.w.z. de bevoegdheid om gedurende een bepaalde tijd voor te gaan in kerkdiensten. Zo'n consent heeft betrekking op gemeenten binnen de PKN. Hetzelfde geldt voor de praktijkstages die verricht moeten worden, met als meest omvangrijke het leervicariaat. Deze stages zullen normaal gesproken binnen de PKN plaatsvinden. Hoewel het 'Comité' nog geen plannen voor een eigen opleiding zegt te hebben, is het niet ondenkbaar dat de weg die nu gekozen wordt op den duur ook de predikantsopleiding niet ongemoeid zal laten. Historisch gezien zou het een unicum zijn als dat wel zo was. Vond er een kerkelijke scheuring plaats, dan betekende dat eigenlijk altijd ook een nieuwe predikantsopleiding. Als dat ook ditmaal gebeurt, zou de kerk zich dus ook zodoende met de fusie in eigen vingers snijden. Haar studentenaantallen zullen dan immers (zij het hopelijk slechts in geringe mate) afnemen, en daarmee ook de financiële middelen waarover haar opleidingen van overheidswege kunnen beschikken. Ernstiger is echter dat studenten die het zicht op het geheel van de kerk zo hard nodig hebben, en een kerk die voluit gereformeerde predikanten en theologen zo hard nodig heeft, in dat geval reeds vanaf de opleiding gescheiden wegen zouden gaan.
Of is het nog mogelijk dit scenario te voorkomen? Dan moet daar van beide zijden wel de wil voor aanwezig zijn. De PKN zou dan bijvoorbeeld kunnen besluiten de beoordeling van de ge^ schiktheid van de betrokken studenten voor het ambt over te laten aan het betreffende kerkverband. Omgekeerd zouden de betrokken studenten ermee in kunnen stemmen hun stages zoveel mogelijk binnen de PKN te verrichten. Daar zijn immers nog genoeg gemeenten te vinden die hun geestelijke 'ligging' weerspiegelen, en waar zij dus op een vruchtbare wijze praktijkervaring kunnen opdoen.
Het mag echter duidelijk zijn dat dit alles nog veel tijd, bezinning en overleg zal vergen. Ook aan de predikantenopleidingen is men bepaald nog niet gewend aan de breuk die zich voltrekt. Wel wordt al geprobeerd om voor bestaande studenten die door hun positiekeuze in de problemen komen, zo constructief mogelijk oplossingen te vinden waardoor zij geen onnodige studievertraging oplopen.
G. VAN DEN BRINK, WOERDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's