De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heere in het midden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heere in het midden

Prediking op zondag 2 mei 2004

18 minuten leestijd

'De Heere uiu God is in het midden uan u, een held, die verlossen zal; Hij zal ouer u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde; Hij zal Zich ouer u verheugen met gejuich'. Zefanja 3 : 17

Gemeente des Heeren,

Het is vandaag een diep ingrijpende dag. Het is de eerste dienst, die we mogen hebben als hervormde gemeente, deel uitmakend van de Protestantse Kerk in Nederland. Vanmorgen is het als het ware een intrededienst, niet van een predikant, maar van een kerk. In deze nieuwe situatie hebben wij ons te schikken, wetende dat er niets bij toeval geschiedt, doch dat alle dingeri ook de fiisie van kerken in de hand des Heeren besloten ligt. Hij doet daarmee wat Hem welbehaaglijk is. Alle dingen moeten en mogen mee te werken ten goede.

Ondertussen verkeren we niet in een feeststemming. Aan een intrededienst of de ingebruikneming van een kerkgebouw is doorgaans een feestelijke tint verbonden, maar dat is thans niet aan de orde. We weten irtimers maar al te goed, hoe op ditzelfde moment tal van gemeenten die ons lief en dierbiar zijn, die ons na aan het hart lig-

gen, aan het scheuren zijn. Wie weet op hoeveel plaatsen op dit moment twee of meerdere diensten tegelijk worden gehouden, niet omdat er zoveel kerkgangers zijn, dat ze niet in het kerkgebouw kunnen en daarom een dienst ernaast moet worden gehouden; maar omdat men elkaar niet meer verdraagt.

Daarom is een feeststemming niet aan de orde. We gaan dan ook niet zingen 'De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt enz.' Er is immers pijn in ons hart door de breuken die er al ontstaan zijn en door de scheuren die zich aftekenen. Nochtans, wij weten ons naar onze diepste overtuiging in gebondenheid aan het Woord van God, op onze plaats in onze vaderlandse kerk. Die kerk, die nominaal een uitbreiding heeft ondervonden doordat twee andere kerken daarbij zijn gelegd. Het is en blijft dezelfde vaderlandse kerk. De volkskerk. De kerk, afstammend van de Reformatie en vandaar uit haar oorsprong vindend in de Vroege kerk, ja tot op de pinksterdag. De kerk, gesticht door de Zoon van God, die de Koning der kerk is. Die het zelf heeft gezegd: 'Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.' Het is de Zoon van God, die uit het menselijk geslacht door Zijn Woord en Geest Zich een gemeente tot het eeuwige leven heeft verkoren en deze vergadert. We mogen weten, dat Hij hiermee doorgaat tot het einde van de wereld toe. Ook in en door de PKN zet de Zoon van God zijn werk voort. Dat mogen we weten en geloven en daarop vertrouwen. Het is dan ook met een bloedend hart dat we constateren dat zovelen onder

ons de weg naar en in de PKN niet kunnen meemaken, als we zien dat vaneen gescheurd wordt wat bijeen hoort. Diepe verootmoediging past ons. Geen zelfverheffing.

Het Samen op Weg-proces is door velen van ons gezien als een oordeel, dat over ons allen is gevallen. Het heeft geen pas om onder dat oordeel weg te lopen. Dat geeft geen oplossing en brengt geen zegen. Elimelech en Naomi vluchtten vanuit Israël weg naar Moab. Weg onder het oordeel vandaan. Maar ondertussen bleek dat de hand des Heeren nergens te ontlopen is. Overal is Zijn slaande hand, maar ook Zijn helende hand te ervaren. Blij waren ze dan ook toen ze weer eenmaal in Israël konden terugkeren.

Onze kerk, onze Hervormde Kerk, en nu de Protestantse Kerk, is ons lief. Omdat de Heere, de God van het verbond, die kerk niet afschrijft. Ons in deze kerk nog het Woord laat. Daar mag onder de verkondiging van het Woord en onder de bediening van de sacramenten, het geloof geboren worden, het geloof versterkt worden, de hoop worden gegrond en de liefde worden gebouwd. Dat is de dienst des Heeren, de instelling van God. Dat is Zijn Sion. Geen menselijke instelling, maar een instelling, een planting Gods, welke naam er ook aangegeven wordt en hoe de formulering van de kerkorde ook mag zijn. Het is Zijn zaak, Zijn Sion, waar Hij Zijn naam doet wonen.

Wat is het thans smartelijk om de breuk van dat Sion te moeten meemaken.

Maar dan blijft er de troost dat God Zijn werk niet laat varen. Nee, het loopt Hem niet uit de hand en Hij vergist zich niet. Dat horen we ook uit de profetie van Zefanja. Hij profeteert over Juda, Jeruzalem, de dienst des Heeren. Daar was weinig goeds van te zeggen. Zefanja stelt de dienst des Heeren in Jeruzalem onder de profetische kritiek. Eigenlijk liet hij er weinig van heel, zoals er ook zoveel is aan te merken op de kerk der vaderen. Er was zoveel aan te merken op de Nederlandse Hervormde Kerk en er is zoveel aan te merken op de Protestantse Kerk in Nederland. Nee, laten we de zaak maar niet mooier voorstellen dan deze is. Wat een ongehoorzaamheid was er aan het woord. Afwijking in leer en leven. Ach, hoe kon en kan het ook anders als we bezien dat de kerk bestaat uit mensen, u en ik, met een dwaalziek hart. Die steeds weer geneigd zijn om van het rechte pad af te gaan. Zo doet Zefanja ook zijn beklag over Juda en Jeruzalem. Een oordeelsprediking. En toch, in de naam Zefanja ligt reeds de troost en het perspectief. Want zijn naam betekent: De Heere, de God van het verbond, beschut. Zefanja is een gloedvol verkondiger van het Woord des Heeren. Gods toorn over de zonden roept hij uit en het oordeel zegt hij aan. Niet uit leedvermaak, maar tot heil en redding van mensen en tot eer van zijn God.

Het is in de tijd van koning Josia, het zijn de laatste decennia voor de wegvoering van het volk van Juda naar Babel. Josia, een godvruchtig koning, die trachtte zijn volk voor te gaan in de wegen des Heeren. Maar het spreekwoord: Zo koning, zo onderdaan, gaat niet op. Want ondanks het goede voorbeeld van de koning gaat de afgoderij en de afkerigheid van God volop door. Jeruzalem is vol afgoderij. In de verte pakken de dreigende oordeelswolken zich samen. De mensen in Jeruzalem leefden misschien voor het oog wel aardig goed. Maar de zonden, in het geheim bedreven, worden klaar aan het licht gesteld. Zefanja profeteert, daar de Heere heeft gezegd dat Hij Jeruzalem met lantaarns zal doorzoeken. Dat onderzoek en die dreiging worden geplaatst in het kader van de verwachting van de dag des Heeren. De grote oordeelsdag. De dag van Gods toorn. De profetie van de dag des Heeren heeft veel dichterspennen in beweging gezet: Als de rechter is gezeten, zal Hij al het verborgene weten en Zijn straf zal niets vergeten. Dies irae, dies illa. O, die dag, dag van wraak. Die dag zal duisternis zijnt en geen licht. Een dag der verbolgenheid.

Als je dit leest, denk je: Er blijft van Jeruzalem niets over. Er is geen toekomst meer. Het doek valt. Het heeft dan ook geen zin meer om jezelf goed te praten en zelf enige rechtvaardiging aan te brengen. Laten we de profeet maar bijvallen. Hij roept enerzijds op om het oordeel te billijken. Heere, het is terecht wat U doet. En toch, is het oordeel niet het laatste. Dat is het motief, dat bij al de profeten spreekt: De Heere is genadig, door het oordeel heen. Door de crisis heen. Als het oordeel over Juda en de volkeren wordt aangezegd, dan zegt de Heere: 'Gewis, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden, opdat zij allen de naam des Heeren aanroepen, opdat zij Hem dienen met eenparige schouder.'

Hoort u het? Ondanks alle afkeer heeft de Heere Zijn Woord nog niet weggenomen. Niet van Juda of van Israël en ook niet van de volkeren. Gewis, Ik zal tot de volkeren een reine spraak wenden. Het Woord van God in al Zijn scherpte, het woord van oordeel en genade wordt gebracht tot de volkeren, tot mensen, tot u en mij. Dat geeft het perspectief. Het Woord van God is er nog. En waar God Zijn Woord laat, daar blijft doorzicht en uitzicht ook door de donkere toekomst heen. Ook in de PKN. In welke kerk dan ook.

Daarom kunnen we ook niet zeggen dat er een nieuw begin is gemaakt. Dat begin heeft God al reeds veel eerder gemaakt, namelijk reeds na de zondeval. Toen God zich had begeven om de mens te zoeken, toen deze al bevende voor Hem vluchtte, en hem getroost heeft, belovende hem Zijn Zoon te geven. Dat begin heeft God gemaakt in de kerstnacht, toen Hij deze belofte vervulde en aan de herders werd geboodschapt: U is heden geboren de Zaligmaker. Dat begin heeft God gemaakt in de overgave tot in de dood en de opwekking uit de dood van Zijn geliefd kind Jezus. Dat begin heeft God gemaakt op de pinksterdag, het geboorte-uur van de kerk. En dat werk dat God alzo begon, is steeds doorgegaan, niet dankzij het menselijk streven, maar omdat Gods welbehagen door Christus' hand gelukkig, voorspoedig voortgang vond en vindt. Daarom nu geen nieuw begin, maar mag er het gebed zijn: Gedenk de trouw aan ons voorheen betoond. Denk aan uw volk, door u vanouds verkregen. Denk aan Uw erf, het voorwerp van Uw zegen; aan Sions berg, waar Ge eertijds hebt gewoond.

Ondanks alle ontrouw van Juda kan God Zijn erfdeel niet loslaten of overgeven. Door het oordeel heen, tegen de oordeelswolken in, klinkt de heerlijke boodschap

Zondag 2 mei was een bijzondere zondag voor hervormde gemeenten, nu zij behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland én nu enkele of vele gemeenteleden niet meer samen met hen de erediensten meemaakten. Onzekerheid en verdriet gezien de situatie - alle reden om juist samen naar het Woord te luisteren, aangezien de Heere ons altijd weer leert Wie Hij is en wat onze roeping is. Daarom plaatsen we hier de tekst van de preek die kand. mr. J. P. de Man voor die zondag had voorbereid maar die hij door omstandigheden niet heeft gehouden. De tekst is Zefanja 3 : 17.

Red. de Waarheidsvriend

fan onze tekst: De Heere, uw God, is in het midden van u. Dat maakt de heerlijkheid /an Jeruzalem uit tegen de oordelen in. De Heere is in het midden van haar. En dan is feruzalem geheel gevuld met heerlijkheid. Ho, denkt iemand, het gaat me toch wat te ver als je dat zomaar betrekt op de PKN! Ja? Omdat de PKN daarvoor te slecht is, te laag gekwalificeerd is? Wie is er dan zo goed, dat hij/zij de aanwezigheid van de Heere heeft verdiend? Hoe was het met Juda en Jeruzalem gesteld? Kortweg vat de boodschap des Heeren dit samen in vers 17 van Zefanja 1: Ze hebben tegen de Heere gezondigd... Er deugde niets van. De Heere zag dit alles bepaald niet door de vingers, want Hij kondigt aan dat Hij immers Jeruzalem met lantaarns zal doorzoeken. Als de rechter is gezeten, zal Hij al het verborgene weten en zijn straf zal niets vergeten. En dan toch: De Heere is in het midden van u. Dat is het wonder van de dienst des Heeren. Dat Hij wil wonen bij een schuldig volk. Dat was toen het wonder en dat is nu het wonder. Daar ligt geen enkele verdienste van de kant van de mens aan ten grondslag, maar enkel Zijn eeuwige liefde, Zijn oneindige verbondstrouw. Hij neemt redenen uit Zichzelf. En als God in het midden van de stad is, dan is Hij haar toevlucht en sterkte. De stad Gods, Zijn Sion, is de woning van de Allerhoogste. God is in het midden van haar. Onze tekst komt overeen met Psalm 48, waar de dichter 2ingt van het nieuw Jeruzalem: God is in haar paleizen. Hij is er bekend voor een hoog vertrek.

Hij is aanwezig als een held, die verlossen zal. Te midden van de donkere politieke omstandigheden in de dag van Josia, waar het al duisterder werd rondom Israël en de vijandige machten zich samen spanden tegen het volk van God, daar presenteert de Heere zich in de weg van de verzoening als de sterke held, tegen wie geen enkele vijand pp kan. Als een zegevierend veldheer, een held die verlossing aanbrengt. Die verlossing heeft aangebracht. Voor verlossing staat dan hier de stam van het woord: 'ruimte maken'. Daar is de naam van Jezus van afgeleid. Hier ruist de naam van Jezus, de Zaligmaker, de held bij wie voor Israël hulp beschoren is. In Christus is God een verlossende held. Niets kan Hem tegenhouden. Geen enkele kerkorde, hoe zuiver of onzuiver ook, kan Hem in de weg staan. Het mensdom lag in schuld en vloek voor God verloren. Dat oordeel geldt ons allen. Ik lig machteloos gebonden. Wat ik ook doe, ik kan mijzelf nimmer bevrijden. Het werd verstikkend. Hoe kom ik ooit af van die banden van zonde en afkerigheid van de Heere? O, heerlijke boodschap: Hij treedt op mij toe als de sterke held, die verlossen zal. Als degene die kwam om zalig te maken. Zo breidt hij Zijn handen uit naar Zijn instellingen, naar Zijn dienst, naar Zijn kerk, Zijn volk. Het alles staat of valt met

Zijn aanwezigheid. En die aanwezigheid is er, want die heeft Hij zelf toegezegd. Die ligt verankerd in Zijn Woord. In onze tekst. De Heere is in het midden van u, o Jeruzalem.

En dan horen we tot onze verwondering nog meer. Waar de profetie van Zefanja bol staat van de oordeelsaanzegging, staat hier in onze tekst nota bene: 'Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap'. De toorn van God slaat om in vreugde. Vrolijk zijn met blijd- ' schap. Dat is een Hebreeuwse manier van zeggen, zoals zich verheugen met verheuging. Eigenlijk dubbelop, maar door deze formulering blijkt de nadruk op die heilsaankondiging.

Dan volgen die geladen woorden: Hij zal zwijgen in Zijn liefde. Dat is de scherpste karakteristiek van onze tekst. Zwijgen in Zijn liefde. Hier staat een woordcombinatie, die zich moeilijk laat vertalen. Het betekent zoveel als: Hij zal rusten in Zijn liefde. Zijn liefde, Zijn toegenegenheid tot Zijn volk. Daarin vindt Hij Zijn vermaak. Die liefde welt op uit Zijn Vaderhart. Die overheerst hier en overstroomt de verhouding. Zodanig, dat voor toorn en verwijten geen plaats meer is. De toorn en de bestraffing is achter de rug. Weggedaan. Omdat de Heere de oordelen heeft weggenomen, blijft er over een harmonieuze liefdesverhouding. Hij zal rusten, zwijgen in Zijn liefde. Een woordeloze liefdesbetuiging, waarmee Hij Zijn kind drukt aan Zijn Vaderhart. Waarin Hij onder de verwijzing naar zonde en schuld Zijn genade in Christus indrukt. Zo koestert Hij de Zijnen aan Zijn hart. Zie mij, Heer, die elk moet duchten, tot U vluchten. En dan: Mijn ziel is immers stil tot God. Te midden van alle aanklachten van de wet. Te midden van alle stormen in het leven, te midden van de vreselijke stormen, die thans over de kerk gaan. Mijn ziel is immers stil tot God. Omdat Hij stil is tot mij. Hij zal zwijgen in Zijn liefde. Dan is de zonde en de bestraffing niet meer aan de orde.

Is Zefanja hier een oppervlakkige prediker? Een oppervlakkige heilsaankondiger? Zeker niet. Zoals gezegd immers, ruist hier de naam van Jezus. Tegenover Hem heeft God ook eenmaal gezwegen. Maar niet in Zijn liefde, maar in Zijn toorn. Tegenover Zijn eigen kind zweeg God in Zijn toorn. Toen deze hing aan het vloekhout van Golgotha. Toen Christus riep en smeekte maar geen antwoord kreeg. Hij riep: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Er kwam geen antwoord. God zweeg in Zijn toorn. Zo heeft Christus plaatsbekledend de vloek en het oordeel gedragen, weggedragen naar die zee van eeuwige vergetelheid. Daarom kan in onze tekst de heilsboodschap luiden voor het volk, dat het oordeel had verdiend: Ik zal zwijgen in mijn liefde. God vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust. De hitte van Zijn gramschap is geblust. Een duurzame en vaste liefdesband, waar de Vader rust in vindt, waar ook het volk rust in vindt. God en mens ontmoeten elkaar in de grond der liefde. Gefundeerd in het offer van de Zoon van Gods welbehagen. Een rijkdom, waar je niet over op kunt houden. Een rijkdom, die wij mogen aanprijzen en uitstallen voor een volk, voor een kerk, die zich dat onwaardig heeft gemaakt, maar met wie God nochtans van doen wil hebben. Daar mogen we staan met de boodschap: Wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen. Die boodschap mogen we doorgeven aan de schare, aan de toekomende geslachten. Niet op grond van enige waardigheid in ons. Maar omdat wij mogen en moeten, omdat ons de dure plicht rust om de reine spraak van Gods eeuwige zondaarsliefde uit te zeggen aan een wereld verloren in schuld. En dat temeer als we zien dat de dag nadert!

Hij zal Zich over zijn Sion verheugen met gejuich. Weer die typisch Hebreeuwse formulering. Verheugen met gejuich. Dan moeten we zeker eerst nog een poos wachten! Dan zal er eerst nog wel heel wat moeten gebeuren? Het wordt uitgezegd te midden van de kritieke omstandigheden onder de dreigende oordeelswolken. Het komt zomaar tegen de verwachting in. Hij zal zich over u verheugen met gejuich. Blijdschap vanwege Gods aanwezigheid. Hij wil wonen bij Zijn volk. Dan komen wij beschaamd te staan. Hij, de heilige God, wil wonen bij zondige mensenkinderen. Hij is immers de heilige, die een ontoegankelijk licht bewoont. Hoe zal ik kunnen verschijnen voor de heilige God? Alleen met het kleed van Christus' gerechtigheid, geweven door Zijn kruisdood en opstanding. Is dat niet een eeuwig wonder? Als Hij verschijnt, dan zou Hij mij eigenlijk moeten verteren met het Woord van zijn mond. Maar Hij doet het niet, Hij vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust. Om der wille van Zijn eigen Zoon. Laat ons dan tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats. Laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade om door Hem geholpen te worden.

Ondertussen staan we beschaamd. Als we dan zien wat wij ervan gemaakt hebben! Dan hoeft niet de een de ander de schuld te geven. De gedachte om aan de burgerlijke rechter een recht te vragen om het lichaam van Christus te verscheuren, is toch een vreselijke gedachte. Daar is terecht weerstand tegen geboden. Maar (en dan spreek ik persoonlijk) ondertussen bij het bieden van weerstand daartegen, brengen we het er vaak niet beter af. Als ik mezelf naga, dan heb ik ook mijn stekels opgezet. Dan is er van de weeromstuit ook vaak verbittering ontstaan, waarvoor ik belijdenis moet doen. We hebben het er geen van allen goed vanaf gebracht. Allen zijn wij afgeweken, tot welke groepering wij ons ook rekenen. PKN'ers, gereformeerde-bonders, mensen van het Comité, mensen van het Gekrookte Riet, allen zijn wij afgeweken, tezamen zijn wij onnut geworden. Er is niemand die goed doet. Er is niemand die goed denkt. O, wat hebben we toch de Koning schande aangedaan! Wat hebben we tocth veel onheilig vuur op het altaar gebracht.

Ondertussen hebben we allen en ieder persoonlijk schuld met schuld vermeerderd. Al zouden we willen, we kunnen niet zeggen: Zand erover en daarmee uit. Onze schuld, onze kerkelijke schuld, die roept naar de hemel. Zand erover! Dat helpt niet. Nee, daar moet wat anders over. Daar moet bloed over. Wat komen we dan in de schuld als we beseffen dat onze dierbare Borg ook voor onze zonden van deze kerkstrijd. Zijn dierbaar bloed heeft moeten geven. Dan kunnen we niet anders dan klein worden. In de schuld komen. Elkaar de broederhand, de zusterhand geven. Samen in de schuld, diep o God, in 't stof geboden, schuldig voor Uw hoog gericht. En dan zo de verzoenende kracht van Jezus' bloed inroepen over ons verloren leven, over onze schuld, over onze kerkelijke schuld. Als dat vandaag eens massaal zou gebeuren! Samen in de schuld, samen klein worden voor de Heere. In verwondering over zijn goedheid. Ja, dat zal moeten.

Eenmaal zal onze tekst ten volle worden vervuld. De Heere, eeuwig in het midden. Die held van blinkende gerechtigheid. Hem eeuwig grootmaken vanwege Zijn genade en redding. Dat zal wat zijn als mensen die elkaar hier kerkelijk hebben buitengesloten of elkaar hebben verbeten en verketterd, straks samen eeuwig de Heere dienen in Zijn verheven heiligdom, in Zijn tempel hierboven! En dan ondertussen in dit aardse heiligdom beneden een onverkwikkelijke strijd voeren? Hoe zal dat straks gaan? Dan zal er hier toch het een en ander moeten gebeuren! Gelukkig hebben we te doen met een God van wonderen. Daarom is er toch uitzicht en perspectief in onze verwarde situatie. Want, ik geloof in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt. O, Heere, bewaar en vermeerder Uw kerk, aanschouw het verbond. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heere in het midden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's