De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

6 minuten leestijd

Het zwarte beest

Zo typeert prof. Runia in het Centraal Weekblad van 30 april 2004 de secularisatie en hij doelt daarbij met name op de kerkverlating van velen in onze tijd onder jongeren en ouderen. Dat zwarte beest wandelt achter ons allemaal aan en dat heeft ons, zonder dat we er soms erg in hebben, al volop in zijn klauwen. Runia haakt hiermee in op een artikel dat hij eerder dit jaar (5 maart) in genoemd weekblad had geschreven over kerkverlating met name onder jongeren. Wat kunnen we als gelovigen en als kerk daar nog tegen doen, is de vraag die hij nu probeert te beantwoorden.

'"Mijn kind gelooft niet meer", zei enige tijd geleden een moeder tegen mij, met groot verdriet in haar ogen. Welke gelovige 'moeder zou niet intens verdrietig worden als zij ziet dat haar kind de weg van het geloof verlaat en eigen wegen "zonder" God gaat? Meestal begint het met niet meer geregeld naar de kerkhaan. In een volgend stadium gaat men helemaal niet meer. Misschien dat er dan nog wel "restanten" uan geloof aanwezig zijn, maar ook die verdwijnen op den duur. Soms gaat het allemaal nog veel sneller. Men houdt, bijvoorbeeld als men het ouderlijk huis verlaat, abrupt op met de kerkgang, omdat die toch nooit meer dan pure vorm was. Eigenlijk ums men altijd al onverschillig; men ging alleen maar mee, omdat men vader en moederleen verdriet wilde doen of een hekel had aan ruzie. Het niet meer naar de kerk gaan is vaak de eerste openlijke stap op de weg die naar ongeloof leidt.'

Er zullen lezers zijn van deze regels die het verdriet van deze moeder maar al te goed herkennen. Diepe smart in het ouderhart geeft het als kinderen een keus maken van God en van Zijn Woord af.

Prof. Runia weet dat hij collega's heeft die daar veel minder pijn aan hebben.

Ik herinner me zelf ook enkele jaren geleden een bundel interviews te hebben gelezen van vooral emeriti hoogleraren theologie die daar (onbegrijpelijk) veel minder moeite mee hadden. Het kwam er ongeveer op neer dat of je zoon/dochter zich nu inzette voor de mensenrechten bijvoorbeeld via Amnesty International of Artsen zonder Grenzen, of als journalist in Afrikaanse binnenlanden de vrije westerse wereld continu via de pers op de hoogte stelde van de gruwelijke misstanden aldaar en zo de politiek en mensen in beweging bracht tot daadwerkelijke hulp, of datje zoon/dochter in kerk en zending zich verdienstelijk maakte vanuit een persoonlijke geloofsovertuiging, wat maakt het uit, zo werd gesteld? Het gaat er maar om datje dienstbaar bent in de wereld aan je medemens. Runia kent dat standpunt ook een reageert daarop als volgt:

'Ik begrijp hier helemaal niets van. Een van mijn eigen kinderen gaat ook niet meer naar de kerk. Hij zegt dat het hele geloof niets voor hem betekent. Mijn vrouw en ik zijn daar intens verdrietig over. Het baart ons wel degelijk grote zorgen. Immers wat voor toekomst heeft een mens die God buiten zijn leven sluit? Waar vindt zo'n mens houvast in zijn leven? We weten allemaal dat het leven bepaald niet gemakkelijk is. Allemaal komen we op de een of andere tijd persoonlijk in aanraking met, o/misschien moet ik zeggen: in botsing met, de grote vragen van het leven: de dood, het lijden, de zin van het bestaan. Waar vindt een mens een antwoord op die vragen als hij het niet zoekt bij God? Hoe zal hij het uithouden, als hij niet geloven mag dat God deze hele wereld en ook zijn eigen leven in zijn grote goddelijke hand houdt? '

Hoe te handelen, is de insteek van Runia's artikel. Maar niets doen omdat het toch allemaal niets uithaalt?

'Tegen deze moeder (en tegen mezelf) zou ik het volgende willen zeggen. Houd de deur van je huis en van je hart altijd voor hen open. Ook al ben je het helemaal niet eens met wat ze denken en doen, het blijven toch je kinderen.

Blijf met ze praten. Natuurlijk zal dat in. alle voorzichtigheid moeten gebeuren. We moeten niet gaan zeuren. Geforceerde ge- , sprekken zijn waardeloos. Maar we moeten wel openstaan voor de mogelijkheden en die

ter moeten we constateren dat het kerkelijk vraagstuk door de totstandkoming van de PKN en door de vorming van Wèer een nieuw kerkverband alleen maar ingewikkelder is geworden. De ene scheiding bracht de andere mee. We zijn meer dan tienmaal gereformeerd. We zijn eraan gewend geraakt. De diepe, geestelijke schuld ervan ontgaat ons allen. De bittere ernst van een verdeelde en verscheurde kerk in deze wereld kan ons alleen maar tot verootmoediging brengen.

Staan

De eeuwen door gold het Woord van de Heere: 'Wie staat, zie toe dat hij niet valle'. Dat geldt ook voor ons staan in de kerk. We zoeken als hervormd-gereformeerden onze kracht niet in een voortdurende anti-houding ten opzichte van de kerk. Juist het gereformeerd belijden zoekt, in overeenstemming met de Heilige Schrift, de genezing van heel de kerk. Daarom nemen we onze plaats in. Met vreze en beven. Met gevoüwbn handen. In ootmoed. We bidden dat God ons staande houdt. Dat Hij ons tot trouwe getuigen maakt, die een goed woord hebben voor het geheel van de kerk. Die het goede zoeken voor de kerk. Laten wij trouw zijn aan de Heere, in ootmoed, laten we voortgaan om ons werk te doen. Dien de Heere. En laten we ook nu op deze wijze in afhankelijkheid van de Heere trouw zijn in het geheel van de kerk.

Gemeenschapszin

In deze fase zien we ook weer iets ontstaan van een nieuwe gemeenschapszin. Allen die verlangen trouw te zijn aan de Schrift, in verbondenheid aan het gereformeerd belijden, hebben elkaar in deze tijden meer dan nodig. Er waren tussen verschillende circuits hoge muren gebouwd. Wie de Heere de hand geeft, weet zich ook geroepen de ander die een even dierbaar geloof kent, de hand te geven. We bidden om een geest van verbondenheid, van nieuwe eenheid in de Heere. In trouw aan de belijdenis van de kerk der eeuwen. Ook na 1 mei weten we ons geroepen binnen de kerk, naar Schrift en belijdenis, gemeente en kerk en heel ons volk op te roepen tot geloof in Hem, Die dood en graf overwon, de levende Heere.

Ten slotte

Het waren heftige tijden voor Elia. De Heere liet hem zien dat hij niet alleen was overgebleven. Toen kwam hij bij de berg Horeb. In de storm was de Heere niet. In de aardbeving evenmin. In het vuur was Hij niet te vinden. Na storm, aardbeving en vuur kwam het suizen van de zachte stilte. Daar was de Heere. Daar verscheen Hij. In het stormgetij van vandaag kraait de waan van de dag koning. Deze storm zal moeten uitwoeden. Maar de Heere is veel meer in de stilte van het heiligdom. In de voortgang van de trouwe bediening van de verzoening. De stilte na de kerkelijke storm.

G. D. Kamphuis, Amstelveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's