Missionair en multicultureel
Impressie van de synode
Het was vreemd op de synode. Vreemd omdat hervormde en trio-synode er niet meer waren. Vreemd vooral, omdat de kerkorde niet meer centraal stond, maar de inhoud uan het werk, datgene waarom het gelukkig gaat in de kerk. Vreemd ook in je eigen gemoed: je wilt er vanuit onze blijvende roeping zijn, om het bijbels-gereformeerde getuigenis stem te geven - en dat gebeurde gelukkig - , maar tegelijk is het werkelijkheid geworden dat broeders en zusters met de weg van de kerk braken. De synode sprak over zending, over onze multiculturele samenleving en over thema's voor de komende tijd.
Woensdagavond 12 mei, preses ds. J.-G. Heetderks gaat voor in een kerkdienst aan de vooravond van de synode, waarin hij er nadruk op legt dat Christus het fundament van de kerk is, de uiterste Hoeksteen. Ja, zó is het. En je bidt dat wij allen vandaar uit leven, door te blijven bij de woorden die Hij gesproken heeft. Hij alleen is de Weg, de Waarheid, het Leven. Een andere weg tot de Vader is ons niet gegeven. En alleen Zijn geboden zijn goed, zijn tot zegen en werkelijke vrede. Om dat persoonlijk te ontdekken, zijn we in de kerk, waar de schat van het Evangelie al de eeuwen doorgegeven is. We hopen dat dit getuigenis over Christus elk onderdeel van de Protestantse Kerk zal stempelen.
Ds. Heetderks bidt; voor hen die niet mee willen in de verenigde kerk, bidt om de Heilige Geest voor hen.
Dekker, Visser, Paas
De volgende morgen is de synode bijeen, om na te denken over missionair kerk-zijn. In de notitie Wat bijdraagt aan het getuigen... lees je het verlangen om met anderen te delen wat we zelf ontvangen hebben. Ds. B. Plaisier zegt in zijn inleiding dat de verlegenheid over zending en evangelisatie - waardoor het zendingsperspectief naar het diaconale verschoof- in alle lagen van de kerk, in alle modaliteiten, te bemerken is. De notitie wijst er daarbij wel op dat de bezinning op wat zending is nog wel plaatsheeft 'in orthodox reformatorische en evangelische hoek', en noemt de twee bundels die onder redactie van ds. W. Dekker en ds. P. J. Visser verschenen en de twee boeken van Stefan Paas - overigens allen gereformeerd denkende mensen. Terecht wordt in de notitie voor de synode aangegeven dat bezinning op zending niet van de agenda verdwijnen mag. De verwijzing naar waar het allemaal om begonnen is, namelijk het getuigenis aangaande Jezus, de Gekruisigde die is opgestaan, krijgt gelukkig volle aandacht. In een tijd waar-in 'missionair gemeente-zijn een containerbegrip geworden is', wordt verwezen dat naar de zending van de Zoon. Zending begint immers bij God.
Tussenbalans
In het vervolg van de notitie lezen we in welke context de gemeente met haar zendingsroeping bezig is: functieverlies voor de kerk, die in een geseculariseerde cultuur een minderheid geworden is, in een tijd ook waarin de dialoog met andere godsdiensten op de agenda staat, waarin wederkerigheid nodig is en we onze verlegenheid achter ons moeten laten.
Er staat veel goeds in deze notitie, die niet tot besluitvorming hoefde te leiden. Ze is een tussenbalans, na een uitvoerige discussie in de dienstenorganisatie en nu in de synode. De gevolgen voor het beleid komen na de zomer aan de orde. Laten ondertussen GZB en IZB ook hun inbreng hebben, onderstrepen wat zij over de zendingsopdracht uit het Woord gehoord en in hun jarenlange praktijk geleerd hebben. Daar zal dan zeker de spits benoemd worden waarom de zendeling Paulus zijn leven niet voor zichzelf gehouden heeft, toen hij Christus ontmoette. Omdat hij de schrik des Heeren had Ieren kennen, beweegt hij de mens tot geloof in Hem. (2 Kor. 5) Het is de liefde van Christus die hem doet uitgaan, omdat God het woord van de verzoening in hem gelegd had. Laat dit geheel meewegen, als de kerk haar opdracht onder ogen ziet!
Paulus roept op tot de liefde en de goede werken, tot het bijwonen van de samenkomst van de gemeente, tot het bewaren van de onwankelbare belijdenis van de hoop, omdat hij weet dat de dag van Christus nadert - en zonder, die Zaligmaker is er geen slachtoffer voor de zonden.
Waar zo geheel meespreekt dat de kerk en de wereld onderweg zijn naar de dag waarop God de aardbodem rechtvaardig oordelen zal, is de vrijblijvendheid van het spreken over Gods liefde er niet. We mogen het missionaire dan inderdaad de hoogste prioriteit geven! Dan worden we concreet, dan krijgen we haast, dan moeten we verder komen dan respect voor andere meningen in een zich (ook in deze notitie) pluriform noemende kerk, dan moeten we ook maar niet te lang over deze notitie spreken, maar in de gemeenten uitgaan, op zoek naar de ander.
Synodale agenda
^Vrijdagmorgen is bestemd om na te denken over de thema's die de komende vier jaren aandacht verdienen. Vanuit de breedte van de kerk hebben allerlei groeperingen hierover vooraf suggesties mogen doen, waarvan onder meer GZB, IZB, HGJB en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond gebruikmaakten. Bij de selectie van de items is door het moderamen rekening gehouden met het jn november 2003 vastgestelde profiel voor de Protestantse Kerk, waarbij als eerste genoemd zijn het getuigen van de
naam van God, de open communicatie naar buiten en de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid. In tien groepen geven de synodeleden hun voorkeur aan bij het voorgestelde lijstje onderwerpen: jeugd en kerk; geloven moetje leren; het kerkelijk gesprek; de missionaire kerk; geloof en economie; ontwikkelingen en knelpunten in het predikantschap; plaats en toekomst van de gemeente; het spreken van de kerk en liturgie.
Oud.-kerkrentmeester W. de Jong (classis Gorinchem) zegt diaconale thema's te missen en wil ook vorm geven aan het belijden van de kerk.
Ds. E.J. de Vries-Baarlink (classis Assen) vraagt volle aandacht voor jeugd en kerk.
Meur. ds. J. Nijboer (classis Brielle) wil bezinning op het gegeven dat de kerk krimpt.
Diaken C. uan Mourik (classis Sneek) vraagt aandacht voor het kerkelijk gesprek met het oog op de oecumene. Oud. J. Kapteyn (classis Leiden) legt de vinger bij de globalisering en de betekenis daarvan voor de kerk.
Diaken R. M. Gouda (classis Heusden) pleit voor het op elke synode reserveren van een dagdeel voor het geloofsgesprek. Oud.-kerkrentmeester A. M. Mol (classis Haarlem) wil de kerkverlating op de eerste plaats zetten.
Diaken E. de Vries (classis Amsterdam) wil nadenken over specialisatie tussen wijkgemeenten.
Ds. W. de Jong (classis Doetinchem) hoopt dat de kerk betrokken zal zijn bij de leefwereld van de jongeren en wijst op de positie van parttime predikanten die geacht worden alles te doen. Uiteindelijk stelt de synode als onderwerpen met de hoogste prioriteit vast 'jeugd en kerk', 'geloven moetje leren' en 'het diaconaat, mede in samenhang met de vragen rond geloof en economie'. Over de definitieve volgorde zal in november besloten worden, in relatie met het dan vast te stellen beleidsplan voor de dienstenorganisatie. Twee dingen kunnen we concluderen. Allereerst dat er breed in de kerk de behoefte ervaren wordt met belangrijke thema's bezig te zijn, na jarenlang van kerkordelijk overleg. In de tweede plaats dat de zorg om de jongeren met het Evangelie te bereiken en het cate- . chetisch onderwijs aan hen - tegen de achtergrond van de kerkverlating - hoge ogen scoort.
Multiculturele samenleving
Het laatste grote thema op deze synodedagen is het gesprek naar aanleiding van de notitie Beelden gelijkenis. Elementen uoor een visie van de kerk op multicultureel samenleven. Na vier bezinningsbijeenkomsten was deze notitie tot stand gekomen. Waar velen migranten in onze samenleving vooral een probleem vinden, schetst de notitie dat integratie een tweezijdig proces is, omdat iedereen moet integreren in de samenleving die aan het ontstaan is. Centrale gedachte daarbij was dat de ander vooral gezien moet worden als medeschepsel, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Oud. J. ten Houe (classis Hattem) merkt op dat de vrijheid van godsdienst en meningsuiting genormeerd moeten zijn door de universele wet van God. Meur. ds. J. uan der Velden (classis Amsterdam) wil de overheid laten weten dat de kerk een ruimhartiger en genadiger asielbeleid voor 26.000 naasten voorstaat.
Ds. H. Thorn (classis Heerenueen) wil antisemitisme met nadruk ook opgenomen zien als de kerk zich tegen onderdrukking richt. Zijn voorstel wordt overgenomen.
Diaken meur. M. S. J. uan den End-Zwamborn (classis Apeldoorn) wil dat de kerk in voor ieder begrijpelijke taal naar buiten treedt, opdat niemand zich een vreemdeling in eigen huis voelt. Oud.-kerkrentmeester W. uan Groningen (classis Goes) vraagt hoe in de gemeenten om te gaan met de multiculturele samenleving. 'Op welke wijze kunnen we het Evangelie communiceren? ' Meur. ds W. M. Koster (classis Gorinchem) vraagt aandacht voor anti-islamisme. Prof. J. Muis (synode-adviseur) noemt de vrijheid van godsdienst geen voorrecht, maar ziet deze verankerd in de samenleving en de staat.
De synode besluit aan de dienstenorganisatie te vragen een handreiking voor de gemeenten samen te stellen, ook met het oog op een geloofsgesprek over vreemdelingschap. Dat moet gebeuren vanuit onder meer de overwegingen dat de kerk de culturele diversiteit in de samenleving respecteert, de kerk op zoek is naar wat daarin samenbindend is, de kerk ieder oproept tot liefde tot de Schepper en tot de naaste. Daarbij wil de kerk haar leden en heel de samenleving oproepen zich te weer te stellen tegen onderdrukking en vreemdelingenhaat. Op dit punt ligt inderdaad huiswerk, waarbij oog voor onze naasten - inderdaad medeschepselen - gepaard mag gaan met de overtuiging dat Christus' werk uniek in de wereld is en met het besef dat onze vanouds heidense samenleving gestempeld is door de komst van het Evangelie.
Appèl tot eenheid
Het feit dat zeven gereformeerde kerken en enkele tientallen hervormde gemeenten in hersteld verband 'nieuwe afgescheiden kerken vormen', brengt de synode tot het appèl - getroffen door de getuigenissen van christenen uit andere werelddelen - hen op te roepen geen definitieve stappen te zetten, maar toch een weg te vinden van eenheid en de kerk en de gemeenten niet te breken.
Na de sluiting neemt de synode afscheid van ds. A. W. van der Plas, drie. jaar preses van de hervormde synode. Hij wordt dankgezegd voor het feit dat hij 'met degelijkheid, vertrouwen en rechtvaardigheid het schip van de kerk bestuurd heeft'.
Ds. Van der Plas zegt dat hij door alles heen de breedte van de kerk wilde dienen, 'wat niet altijd begrepen is'. Hij zegt te bidden dat allen die niet met de kerk verder willen, alsnog ontdekken dat er voor hen een plaats is en vraagt aandacht voor de gemeenten die verdriet hebben vanwege hen die heen gingen. 'De hoop doet uitzien naar de dag dat alle tegenstellingen voorbij zijn'.
De eerste synode van de Protestantse Kerk liet zien op welke wijze zij leiding aan het kerkelijk leven wil geven. Waar het getuigenis aangaande Jezus Christus centraal staat, is er een boodschap om uit te dragen en is er verbondenheid met elkaar. Daar hopen we op, daarvoor mogen allen zich inzetten die bij het bovenplaatselijke kerkenwerk betrokken zijn. De consequentie daarvan zal ook zijn dat afgewezen wordt wat met dit getuigenis in strijd is. Daar is moed voor nodig in deze tijd, maar in de navolging van Hem is er geen andere optie. Wil het Evangelie geloofd worden, dan moet de boodschapper immers geloofwaardig overkomen.
P. J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 2004
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 2004
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's