Uit de pers
Cultuur op drift
Deze drie woorden komen voor in de ondertitel van een onlangs verschenen studie van Ad Verbrugge, hoofddocent sociaal-culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit. Hij heeft zeven essays gebundeld in een studie waarin hij inzicht probeert te krijgen in de problemen waarmee de postmoderne samenleving kampt. Die problemen kunnen volgens Verbrugge geïnterpreteerd worden als 'uitingen van een cultuur op drift'. Om zijn studie vruchtbaar te kunnen lezen en verstaan, is wel enige filosofische scholing nodig. Maar voor wie er tijd voor heeft en ook voor neemt, is het rendement zeker de moeite waard. Mijn aandacht werd op deze studie gevestigd door twee artikelen die ik onlangs onder ogen kreeg in twee totaal verschillende periodieken. Daaruit wil ik enkele citaten lichten om zo een indruk te geven van wat Ad Verbrugge beoogt. Ik begin te citeren uit een gesprek dat de journaliste Fleur Jurgens onlangs had voor het weekblad HP/De Tijd (23 april 2004). Zij zet veelzeggend voor haar journalistiek verslag boven haar verhaal de woorden Asociale vrijheid. Veelzeggend omdat dat min of meer de grondthese is van Verbrugge. Hij vindt dat de alom bejubelde westerse 'vrijheid' ons nu grote parten speelt. 'De moderne mens is het zicht op de ware betekenis van zijn bestaan verloren.' We zijn zó vrij van alles dat we niet meer weten wie we zijn. Jurgens vraagt dan Verbrugge welk antwoord een filosoof als hij kan bieden op het moderne onbehagen. Filosofen hebben de naam dat hun studies vaak geheel los staan van de concrete werkelijkheid. Maar voor Verbrugge geldt dat verwijt nauwelijks gelet op het volgende citaat:
'Zo heb ik mij geërgerd aan hoe er in de jaren negentig door paarse politici werd gesproken over een verschijnsel als "zinloos geweld". Er werd nooit een relatie gelegd met de samenleving als geheel. Terwijl zinloos geweld natuurlijk een manifestatie is van iets ueel jündamentelers, namelijk onze levenswijze. Elke samenleving krijgt het geweld dat bij haar past.' Wat is dan de aard van het geweld in onze samenleving?
'De individuele "beleving" staat steeds centraler. Het spreekt vanzelf dat we op basis van het "gevoel" en de onmiddellijke emotie reageren, zonder enig moreel besef. Die levenswijze komt tot uiting in het recente incident tegen Van Aartsen, in de moord op Fortuyn, in kogelbrieven en bedreigingen. Je ziet dat mensen het ergens niet mee eens zijn en vanuit hun impulsen ingrijpen in iemands persoonlijk leven.'
Wat heeft die vorm van impulsief geweld nu precies te maken met onze cultuur?
'Dat geweld komt voort uit een vorm van ontworteling. De kaders die het leven enigszins richting gaven, zijn geërodeerd. Denk aan religie, maar ook aan bepaalde traditionele praktijken: het gezinsleven, de werkvloer, de vereniging.
Daardoor hebben weinig mensen nog zicht op wat een "goed" of een "deugdelijk" leven is. Aristoteles zag geluk als "uitoefening van rechtvaardigheid". Hij zag de mens als een gemeenschapswezen dat alleen als een verantwoordelijk burger van een stadstaat een rechtvaardig, en dus gelukkig, leven kon leiden. Dat geluksbegrip klinkt in onze oren heel ver weg.
Als je kijkt naar reclame en hoe er op scholen wordt gesproken over geluk, dan gaat het over welke spullen je moet hebben, hoe je er goed uit kunt zien. Op televisie worden we overspoeld met gewelddadige jilms, de gangstarap floreert en het sadomasochisme wordt als een bestanddeel van de moderne seksualiteit aangeprezen. De solipsistische gevoelsbeleving van het individu valt samen met het idee uan geluk: de wereld is er om door jou te worden geconsumeerd.'
Sommige lezers zullen gestuit zijn op woorden en uitdrukkingen waarvan ze niet goed weten hoe die te plaatsen. Zelf kende ik de term 'gangstarap' niet. Maar intussen ben ik er achter gekomen (www.google.nl weet heel veel) dat het een muziekstijl betreft waarin het harde en soms criminele handelen van gangsters wordt vertolkt en verheerlijkt. En als Verbrugge het heeft over een 'solipsistische gevoelsbeleving' bedoelt hij dat daarin alleen het eigen gevoel en de beleving van dat eigen gevoel centraal staan. Maar als Fleur Jurgens dan tegenwerpt dat veel mensen op de vraag 'wanneer was je het gelukkigst in je leven' niet zeggen 'toen ik een cd kocht' maar 'toen ik een kind kreeg', dan reageert Verbrugge:
'Natuurlijk zijn er nog mensen die er in de loop van hun leven achter komen dat ook andere dingen van belang zijn, zoals de band tussen ouder en kind. Niet voor niets staat het begrip "vrijheid" dicht bij het woord "vriend". Vrijheid heeft te maken met een verbintenis aangaan. Maar veel mensen zijn daar niet meer goed toe in staat. Kijk om je heen. Hoeveel relaties van onze generatie lopen niet stuk op de narcistische beleving van: jij moet tegemoet komen aan mijn behoefte.
Het abstracte ideaal uit de jaren zestig - "we zijn allemaal vrije personen" - is een eigen leven gaan leiden. Het vrije individu uit de jaren zestig, dat "zelfontplooiing" als hoogste doel zag, is gaandeweg een calculerende consument geworden. De dimensie van het vrije individu als deel van een gemeenschap is tanende. Onze invulling van individuele vrijheid leidt tot een levenswijze die in wezen asociaal is.'
Ze stelt hem ook de vraag wat hij bedoelt in zijn boek met een 'negatief vrijheidsbegrip' en daarop zegt hij:
'Wat vrijheid in positieue zin eigenlijk inhoudt, is steeds diffuser aan het worden. We hebben ons sinds de jaren zestig "los van" heel veel dingen gemaakt. Dat bedoel ik met "negatief" geformuleerde vrijheid. Maar door de afbraak van de traditionele autoriteit en van heel veel taboes zijn velen het spoor bijster geraakt. Waartoe we vrij zijn, is niet meer duidelijk. Er zijn geen richtinggevende voorbeelden meer. Wie zijn we eigenlijk en wat staat ons te doen?
Individuele vrijheid is in de filosofische traditie allesbehalve "lekker doen waar je zin in hebt". Friedrich Nietzsche zag zelfontplooiing - "wordt wie je bent" - als een opgave. Om individu te worden moetje met tegenslagen leren omgaan en Ieren iets te overwinnen. Dat druist in tegen een op comfort en op consumptie gerichte levenshouding zoals die nu binnen de westerse samenleving wordt gepredikt. Dat is een mentaliteit die ik mijn kinderen probeer bij te brengen: het gaat er niet om dat alles makkelijk en leuk is. Nee, sommige dingen kosten moeite. En dat maakt ze juist waardevol.'
In het verloop van het gesprek komt ook de 'multiculturele samenleving' uiteraard aan de orde. Nederlandse moslims voelen zich steeds minder een deel van onze samenleving. Verbrugge vindt dat moslims die slachtofferrol van zich moeten afschudden. Ze moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. En dan komt de Verlichting ter sprake. Voor wie niet direct duidelijk is wat we daarmee bedoelen: het ziet op wat er eind 17e en begin 18e eeuw in West-Europa op gang kwam aan nieuwe inzichten op allerlei gebied. Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat er sinds die tijd sterk gepleit is voor het gebruik van je gezonde verstand en om je leven niet langer te laten bepalen door dogma's en instituties van de kerk. Denk zelf na en praat niet langer priesters en dominees na. De Verlichting wordt in vaak heftige discussies vandaag ingezet als er gepleit wordt voor de Europese identiteit. Verbrugge vindt dat velen daarin doorslaan. Waarom, zo wordt hem gevraagd?
'De verabsolutering van de Verlichting vind ik niet terecht - hoezeer ik de principes daar-
uan ook respecteer. De Verlichting valt niet puur rationeel te jünderen, maar ze put in hoge mate uit het Noord-west-Europese christendom en het protestantisme. Hoe de burgerlijke maatschappij hier gestalte heeft gekregen, dat bloedbanden niet maatgevend zijn uoor het individu, dat de stam- en clanverhoudingen verbroken zijn - dat alles heeft wel degelijk te maken met een religieuze achtergrond waarin het individu in een verhouding tot God werd geplaatst.
De verdedigers uan de Verlichting moeten inzien dat waarden als "scheiding tussen kerk en staat" en "gelijkheid uan individuen" niet een rationele grondslag kunnen zijn voor een cultuur. Die principes veronderstellen namelijk zelf een cultuur en een traditie.'
Maar principes als de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw worden bijvoorbeeld wel erg wankel wanneer je ze op 'cultuur' gaat baseren. Veel van die principes bestaan ook hier niet zo lang.
'De gelijkwaardigheid tussen man en urouw is meer een verworvenheid uan onze Europese cultuur dan dat ze te jünderen is op de ratio uan de Verlichting. Polygamie is hier al eeuwenlang verboden. En het is een vergissing te denken dat vrouwen in Europa zijn onder-drukt tot aan de feministische golven van de vorige eeuw. In adellijke kringen hebben urouwen altijd al grote inuloed gehad. En ook op het platteland namen urouwen een belangrijke positie in. Het was eerder een priuilege wanneer je als urouw niet hoefde te werken dan dat het een uorm uan onderdrukking was.'
Het interessante gesprek van Fleur Jurgens met Ad Verbrugge wordt afgesloten met de actualiteit: dreigende terroristische aanslagen vanuit extreemislamitische hoek. Verbrugge noemt het een 'boze geest die in het Westen rondwaart'. Hij vinddt wel 'dat we voor een deel zelf de voedingsbodem voor terrorisme hebben gecreëerd omdat er inmiddels mensen rondlopen die zich niet meer verbonden voelen met onze gemeenschap. Dat komt voort uit cultuurverlies. Maar we vergeten dat die verschijnselen inherent zijn aan de manier waarop we leven (...). We geven het niet graag toe, maar misschien is een deel van de kritiek van de moslims helemaal niet zo idioot. Een levenswijze waarin rijkdom, genot, macht en amusement voor het individu voorop staan, is in wezen decadent'.
Ik wil afsluiten met een kort citaat uit het Nederlands Dagblad (30 april) waarin Verbrugge een bewerking geeft van een bijdrage uit zijn boek. In dit citaat gaat hij in op een kenmerk van onze samenleving waarin naar zijn mening een streven valt waar te nemen van een totale consumptie van de werkelijkheid. En juist daardoor lijdt de mens aan een verlies van innerlijke kracht.
'Zoals de junk depersonaliseert in zijn uerslauing zo depersonaliseert in wezen ook de moderne consumptiemens, waarmee hij alleen maar vatbaarder wordt uoor stemmingen en beelden die heersen in de massamedia. Het uerhaal uan het Ieuen wordt discontinu, zonder samenhang, toeuallig, willekeurig en populair. En in de kille eenzaamheid uan de strikt eigen beleuing waardoor sommigen worden overvallen, groeit de honger naargemeenschap met anderen en de beurijding uit deze uerlorenheid.
Deze broodnodige "gemeenschap" wordt steeds vaker op "populaire wijze" gezocht in de vorm van vrijblijvende seks of in massa-euenementen zoals tijdens de danceparties of voetbalwedstrijden uan Oranje, waarin ieder uoor zich in een massale roes kan opgaan. Het moderne Ieuen komt zo meer en meer in het teken te staan uan "brood en spelen" die de massa teureden moet houden. Heftige geuoelens moeten gedeeld worden - ook al is het maar voor even. Het ontlast de eigen gave om er een uerhouding toe te uinden en maakt ze tot een collectieve zaak, waarbij men zich toch ook weer niet echt aan de ander bindt of verplicht.'
Met de Europese kampioenschappen voetbal in Portugal voor de deur vanaf 12 juni, zal deze stellingname van Verbrugge zeker weer zichtbaar worden. Welnu, een intrigerende en spannende studie die voor lezers van wetenschappelijke lectuur, die ingaat op de tijd en cultuur waarin wij leven, veel te bieden heeft.
J. Maasland
Ad Verbrugge Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift. Uitgeverij SUN, 285 pag., € 19, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's