Boekbespreking
Marijke Barend-van Haeften en Bert Paasman De Kaap: Goede Hoop halverwege Indië. Uitgave Verloren, Hilversum, 191 pag., € 19, 50.G. Boer Naar de grootheid Uwer barmhartigheden. Luisteren naar de Psalmen. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 112 blz.; € 13, 50.
Marijke Barend-van Haeften en Bert Paasman De Kaap: Goede Hoop halverwege Indië. Uitgave Verloren, Hilversum, 191 pag., € 19, 50.
De blanke expansie van Zuid-Afrika begon toen J^ragJf^ba^ck htfüaöj^yan de Khol' (Hoj^ufotten) infe^^m, na& ^ig 1652 b^ Kaipde Goede Hoop een verzorgin£sg0st/j> was gesticht door de Verenigde Oostindische Compagnie, waar schepen voor anker gingen van en naar Oost-Indië. In dit boek wordt de geschiedenis van 'de kolonisatie van de Kaap' gevolgd aan de hand van fragmenten uit reisverslagen, brieven, gedichten en liedjes van Nederlandse reizigers. De ondertitel luidt dan ook 'Bloemlezing van Kaapteksten uit de Compagniestijd'. Het is een 'blanke' benadering van die geschiedenis en de samenstellers spreken dan ook de wens uit dat er ook nog eens een tekstverzameling zal verschijnen van de inheemse bevolking. Nadatïn een Inleiding kort de geschiedenis van de Kaap is geschetst, volgen authentieke teksten, die door de samenstellers telkens van een verklarende toelichting zijn voorzien, zoals: 'De eerste schipvaart naar de Oost, onder Cornelis de Houtman (1595)', 'Aemout van Overbeke ontmoet Khoi, bavianen en een drinkende commandeur (1668)', 'De Antwerpenaar Reynier Adriaensen op een fatale leeuwenjacht (1682)'. 'lohannes van Riebeeck en Joan van Hoorn sturen brieven aan hun (schoon)ouders in Batavia (1710)' en 'Jan de Marie steekt de dichterlijke trompet op de Kaap (1746)'. In al deze fragmenten maakt de lezer kennis met de bevolking en hun cultuur, het landschap en de natuur, de soms bijzondere gewoonten en gebruiken. Het 'Daghregister' van Jan van Riebeeck, de eerste commandeur van de Kaap (1652-1666) ontbreekt uiteraard niet. Een curieus hoofdstuk vormt 'De Kaap beschreven door een thuisblijver'. Toen Jan van Riebeeck voet aan wal had gezet, verscheen bij Jodocus Hondius in Amsterdam een 'Klare besgrijvinge van Cabo de Bona Esperanga' van een onbekende auteur die nochtans vanwege zijn grote belezenheid een 'redelijk uitvoerige land- en volkenkundige beschrijving van het te koloniseren gebied' gaf. Daarin staat ook het mogelijk oudste Nederlandse gedicht op de Kaap van J. J. Wissink. Al met al een zeer lezenswaardig boek dat we van harte aanbevelen (zie ook Globaal bekeken).
V.D.G.
G. Boer Naar de grootheid Uwer barmhartigheden. Luisteren naar de Psalmen. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; 112 blz.; € 13, 50.
Dominee G. Boer (1913-1973) was een begaafde predikant. Voor de kerk in het algemeen en voor de hèrvormd-gereformeerde beweging in het bijzonder is hij van grote betekenis geweest. Vooral tijdens mijn leervicariaat in lang verband heb ik hem leren kennen als een mild en ootmoedig mens, een fijngevoelig pastor, een wijze mentor en een begenadigd prediker. Hij leed aan een zwakke gezondheid. Hij leed nog meer aan de kerk. Haar ongehoorzaamheid aan het gezag van de Schrift, haar ontzonkenheid aan de religie van de belijdenis, haar verdeeldheid en haar verlies aan echte katholiciteit gingen hem aan het hart. Bij menige gelegenheid verhief hij zijn stem. Midden in de kerk, waarvoor hij zich vaak moest schamen, maar waarin hij zich van Godswege op een aangevochten plaats geroepen wist, bleef hij trouw op zijn post. Hoewel hij zelf de laatste zou zijn geweest om zichzelf profetische allure toe te schrijven, had zijn optreden niet zelden iets van een profeet. Ik bedoel dat in die zin, dat hij zoals de profeten van weleer Gods oordelen over Zijn volk onderkende, doorleefde en doorlichtte, maar dat hij evenzeer de lichtbundel van het Woord liet schijnen over de trouw van Gods verbond en het geduld van Zijn erbarmen. Bij uitstek in zijn preken kwam deze tweeslag telkens aan de dag. Zijn prediking, die diepe sporen trok en voor velen tot blijvende zegen werd, typeert men nogal eens als 'geladen'. Ik kan dat begrijpen. Zijn stem, zijn verschijning, zijn uitstraling imponeerden. Toch waren het niet déze factoren die de geladenheid uitmaakten. Die werd veeleer veroorzaakt door de lading van de boodschap die hij bracht. Ze was met 'majesteit' geladen. Dominee Boer had een diep besef van Gods grootheid, van Zijn heiligheid en hoogheid. Achter Diens gezag ging hij schuil, doordrongen van eigen geringheid in het licht van Gods majesteit.
Ook in de onlangs verschenen bundel preken over een zevental Psalmen is me dit diepe ontzag voor Gods recht en genade weer opgevallen. Je zou het de grondstructuur van zijn prediking kunnen noemen. Dat heeft twee kanten. Enerzijds krijgt een mens het onder deze Woordbediening zwaar te verduren. Genade - zo heb ik hem nogal eens horen zeggen - is de doodsteek voor alle vanzelfsprekendheid en eigengerechtigheid. Zelfgemaakte vroomheid, hoe gewichtig ze ook lijkt, legt voor God geen enkel gewicht in de schaal. 'Wie met God in aanraking komt, wordt uit het lood geslagen. Bij hem of haar is een ondergrondse aardverschuiving aan de gang. De vaste oriënteringspunten op deze aarde ontvallen ons. Wanneer de schijn van deze tegenwoordige wereld wegvalt, waait de wind van de eeuwigheid langs ons heen. En wanneer Gods Geest ons steltvoor de hoge God, voor die majestueuze God, dan worden onze drukten toch zo betrekkelijk'. In de geest van Kohlbrugge heet het: 'Dan is het afgelopen met ons willen, kunnen en kennen, met ons drijven en lopen. Dan zijn we te schande geworden'. Boer is op dit punt heel kritisch. Telkens roept hij op om
onszelf eerlijk voor Gods aangezicht te beproeven. Wie geen zondaar voor God is en blijft, die weet niet wat genade is. 'Velen zijn gered, zonder dat ze ooit in het water zijn gevallen!' God redt mensen die zichzelf niet kunnen redden.
Heel deze ontdekkende kant heeft echter een keerzijde. Juist tegen de achtergrond van onze verlorenheid steekt het licht van de genadeverkondiging het helderst af. Wie leert ge-loven het nooit meer goed te kunnen maken, die mag geloven dat een Ander het goed gemaakt heeft, ja, 'die gelooft ook dat er een God is bij Wie genade is te verkrijgen'. Met nadruk wordt de reformatorische notie gestand gedaan 'dat ook de boetvaardigheid niet buiten het geloof omgaat'. Zo wordt dé deur van de genade opengezet, niet op een kiertje, maar wijd en zijd. 'Kom precies zoals u bent, met al uw verdraaidheid, met al uw lelijke streken, met al uw vuile plekken'. De Heere vonnist, en Hij spreekt vrij. 'Wanneer de donderslagen van de Wet voorbij zijn, gaan de lichten van Gods barmhartigheid aan'. En wie tegenwerpt dat hij zoveel zonden op zijn register heeft staan, legt hij de vraag aan het hart: 'Is er dan geen Lam Gods dat de zonden der wereld heeft gedragen? ' Wie dominee Boer gekend heeft, ziet hem in deze preken als het ware weer op de kansel staan en hoort het sonore geluid van zijn stem. Daar kwam ik opnieuw van onder de indruk. Desondanks ben ik met deze uitgave niet onverdeeld gelukkig. De preken zijn van de band op papier gezet. Op zichzelf is daar niets mis mee. Maar dat vergt van de uitgever wel een extra zorgvuldige correctie. En daaraan schort het in deze bundel helaas al te vaak.
A. de Reuver
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's