De heerlijkheid van het nieuwe verbond
De Heilige Geest en de wet
Wie ouer het werk van de Heilige Geest nadenkt, Die met Pinksteren is uitgestort op alle ulees, denkt niet direct aan de wet Gods, zoals die op de Sinai is gegeuen. Toch bestaat er meer uerband tussen de Geest en de wet dan we denken. Ja, ten diepste staat de Geest niet tegenover de wet Gods, maar schrijft de Geest de woorden uan de wet uan God op de wanden uan het hart uan Gods kinderen.
Jezus Zelfheeft gezegd dat Hij niet gekomen is om de wet te ontbinden, maar om die te vervullen (Matth. 5 : 17). Vervulling betekent niet dat de wet Gods is afgeschaft en tenietgedaan door de komst van Christus en de Heilige Geest, maar vervulling doet de eigenlijke strekking van de wet aan het daglicht treden. Opmerkelijk is in dit verband dat het joodse pinksterfeest (wekenfeest) vroeger door joodse rabbijnen in verbinding werd gebracht met de wetgeving op de Sinai. En nog steeds wordt binnen het jodendom het wekenfeest met de wetgeving verbonden. Wet en Geest horen bij elkaar. De Heilige Geest brengt de diepste inhoud van de wet aan het licht en zorgt ervoor dat de wet op de rechte wijze gaat functioneren in het leven van hen die van Christus zijn. We kunnen daarbij denken aan een tekst als Romeinen 8 : 4. Daar lezen we dat het recht der wet vervuld wordt in het leven van hen, die naar de Geest wandelen. De Heere heeft recht op ons gehele leven. Hij is de God der ganse aarde. Het onderhouden van Zijn geboden betaamt alle mensen.
Wij keren ons tegen de wet
Vanuit de Schrift - en het wordt in de praktijk bevestigd - weten we echter dat het vlees zich niet onderwerpt aan de wet Gods. Want het kan ook niet. Wie heeft lust de Heere te vrezen en Zijn wet te onderzoeken? Niemand! We zijn wetsovertreders van de buik af aan. We zijn verloren mensen in Adam, die de wet van God haten en verwerpen, omdat we menen dat de wet afkomstig is van een liefdeloos God.
We hebben echter niet in de gaten dat het in de wet Gods juist om de liefde gaat! De echte liefde wel te verstaan. Liefde van God en liefde tot God en de naaste.
De wet is gegeven ten leven! We verzetten ons tegen God door de wet te negeren of we houden ons netjes aan de regels van de wet, zonder dat ons hart vernieuwd is. In beide gevallen komt de wet niet tot zijn recht, want we komen niet verder dan de buitenkant en overtreden ondertussen de wet.
Zo keert de wet zich tegen ons. En lijkt het voor onze waarneming alsof de wet alleen bindt en de Geest daarentegen ontbindt en bevrijdt. Dus voelen wij meer sympathie voor de Geest dan voor de wet. Want door de wet - lijkt het wel - zijn we aan handen en voeten gebonden, maar de Geest schenkt ons vrijheid. En dat laatste spreekt ons meer aan dan het eerste.
Verkeerde tegenstelling wet en Geest Op deze wijze echter wordt een verkeerde tegenstelling aangebracht. Want wet en Geest bestrijden elkaar niet; het is de zonde, die een wig drijft tussen de wet en de Geest, waardoor het lijkt alsof de wet alleen maar doodt en de Geest in vrijheid stelt. Het is de zonde, waardoor wet en Geest voor ons besef tegenover elkaar komen te staan.
Het gebod dat ten leven is, gaat de zondaar doden, omdat de zonde levend wordt. Zonder de wet is de zonde immers dood! Juist door de wet wordt de zonde geprikkeld. De wet is wel heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed, maar als zondaar ben ik dat niet. Ik heb Gods oordeel verdiend. De wet stelt mij in staat van beschuldiging.
Dat gaat de gelovige leren. Persoonlijk, zeg maar: bevindelijk. In de beleving van de zondaar is het bij tijden alsof de wet en de Geest elkaar op leven en dood bestrijden. De wet doodt! En de Geest maakt levend! Maar o, wonder van genade, als ik dan in het geloof mag zien dat de wet ligt in de handen van Christus, Die mij door de Geest de liefde in het hart schenkt,
waardoor ik de wet Gods ga houden, dan wordt alles anders. Dan ga ik zien dat wet en Geest bij elkaar horen. Er is geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Die Geest gaat de wet Gods schrijven in het hart van hen die Christus kennen. In het leven van hen die 'geestelijk' zijn, gaat de wet functioneren. In dat opzicht staan wet en Geest dus niet tegenover elkaar, maar roept de wet om de vervulling met de Geest.
De letter doodt, de Geest maakt levend
Soms wordt een oneigenlijke tegenstelling gemaakt tussen de Geest en de wet door te wijzen op 2 Korinthe 3, waar we lezen: 'Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend' (vs. 6b). Dan wordt gezegd: de letter (en gemakshalve leest men dan: de wet of de Bijbel) is niet genoeg. Wie het in de letter van de Schrift zoekt, die komt niet verder dan het verstand. Allemaal letterknechterij! Het is de Geest, Die het moet doen in een mensenleven. Die moet Gods Woord en wet toepassen aan onze ziel. Zonder de Geest zijn we blind, ook al lezen we de Bijbel.
Zo wordt echter een oneigenlijke tegenstelling gecreëerd. Paulus vergelijkt in 2 Korinthe 3 zijn eigen ambtelijke bediening met die van Mozes. Mozes' bediening ging met heerlijkheid gepaard. Het gelaat van Mozes schitterde, toen hij op de berg met de Heere gesproken had. De glans van Mozes' gezicht was zo heerlijk dat de Israëlieten die niet konden verdragen. Mozes moest een deksel, een doek op zijn gelaat leggen om onder Israël te kunnen verkeren.
Maar in vergelijking met Paulus' bediening is de dienst van Mozes gebrekkig. Paulus noemt de dienst van Mozes zelfs 'een bediening des doods, in letters bestaande, en in stenen ingedrukt.' Mozes bracht wel de stenen tafels van de Sinai mee, waarop de Tien Woorden gegraveerd waren, maar hij bracht niet de kracht mee, om de heilige wet Gods te houden. Paulus daarentegen mag na Pinksteren werken vanuit het nieuwe verbond dat gesloten is in Christus' bloed. De grote gave van dat nieuwe verbond is naast de verzoening door het bloed van het Lam: de Heilige Geest! De Geest, Die harten en levens verandert, waardoor er lust en ijver komt om naar al Gods geboden te gaan leven. Deze Geest werkt, wat de wet vraagt. Zo kan Paulus zijn bediening typeren als de 'bediening der rechtvaardigheid'.
Niet onder de wet, maar niet zonder de wet
De 'geestelijke' mens is daarom niet meer onder de wet, maar zonder de wet is hij niet. Het is de Geest van Christus, Die de wet Gods in het hart schrijft van hen die Christus dienen. Dat is de heerlijkheid van het nieuwe verbond, waar de profeet Jeremia zo heerlijk van geschreven heeft en die in de tijd na Pinksteren in vervulling gaat: 'Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de Heere: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn' (Jer. 31: 33). Wie zou, als hij deze tekst overdenkt, nog durven zeggen dat na Pinksteren de wet Gods niet meer geldig is voor de gelovigen? Zeker, de gelovigen zijn verlost van de vloek der wet, maar dat is nog wat anders dan dat zij verlost zouden zijn van het recht der wet op hun leven. Als we door een waar geloof in Christus zijn ingeplant, laat God Zijn recht gelden op ons leven. De Geest schrijft in ons hart de wet van God. Die maakt ons tot leesbare brieven van Christus.
Zo wordt het recht dat God op ons leven heeft, in onze handel en wandel zichtbaar. Dan zal het ons gebed zijn of de Heere ons leiden wil in Zijn wegen. Dan vinden we - verspreid over het Nieuwe Testament - allerlei teksten, die ons laten zien dat Gods wet niet heeft afgedaan voor de gelovigen, die de Pinkstergeest ontvangen hebben. Een 'geestelijk' leven in de vreze des Heeren is een leven, waar gebeden wordt: 'Och, schonk Gij mij de hulp van uwe Geest, mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken, 'k hield dan Uw wet...!'
Door het geloof in Christus schenkt de Heere ons krachten, om Zijn geboden te doen uit dankbaarheid! Dat de wet Gods regel voor ons leven is, komt heel sterk naar voren in de zondagen 34-44 van de Heidelbergse Catechismus. De wet heeft een normatieve functie voor de gelovigen. Het recht Gods wordt vervuld in het leven van allen die de Heere Jezus volgen. Zij leven als rechtvaardigen op kosten van Christus. Verzegeld door de Geest. Is dat ook de vrucht van Pinksteren in uw/jouw leven? Dan is het Geest en leven. Hoe liefhebben we dan Gods wet! Ook na Pinksteren.
M. A. Kuyt, Genemuiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's