Naar het ingekeerde leven
Openingswoord jaarvergadering 2004
Wij beleven een hectische tijd. Maanden en weken vol tragiek: kerkelijk, gemeentelijk en persoonlijk. Het schip van de kerk gaat door hevige stormen. De kerk lijdt diep onder het proces van eenwording. De prijs voor de fusie is hoog. Haarscheuren, al langer zichtbaar, worden scherpe breuklijnen. Opnieuw ondergaat de kerk een ontzaglijke aderlating. Gereformeerd bloed stroomt weg. Gereformeerd kerkelijk leven zet zich voort op een zijweg. Ook onze beweging lijdt aan dit proces op een pijnlijke manier. Voortdurend hebben we de afgelopen jaren de kerk gevraagd deze weg op deze manier niet in te slaan. Ter wille van de eenheid van kerk en gemeenten. Ter wille van het belijden. Voortdurend hebben we hen die nu een andere weg gegaan zijn, opgeroepen de kerk niet te verlaten. Haar niet prijs te geven, heel de gemeente en al de gemeenten op het oog én in het hart te houden. Omdat het gereformeerd belijden doortrokken is van het verlangen heel de kerk te genezen. Omdat dit belijden, mits goed verstaan, de kracht in zich heeft, tot grote zegen voor de kerk te zijn, zelfs in uitzichtloze situaties.
Roeping
Gebleven binnen de kerk, binnen de gemeente, dragen we de last van het opnieuw verscheurde kerkelijk leven mee. Bittere sporen van verdeeldheid zijn getrokken binnen hervormd-gereformeerde gemeenten, binnen het geheel van onze beweging. Hoe groot de pijn ook was over de manier waarop de fusie zich voltrok, weg konden we niet en durfden we niet. Daarom zijn we vandaag hier. Nee, het is niet onze persoonlijke voorkeur, maar wij geloven dat het Gods roeping is, onze plaats in te nemen. Ondanks de fusie van kerken. Ondanks de broeders die tot een breuk met de kerk kwamen. Niet in kracht, noch in geweld, noch in de kerkelijke structuren ligt onze toekomst. Zij ligt in Hem, Die dood en graf overwon. Ze ligt in ons Hoofd dat boven is.
Wat de kerk betreft: het moet wel zo zijn dat de Heere met tere zorg over haar waakt. Deed Hij dat niet, ze was allang verdwenen. Golf na golf dreigt de kerk te overspoelen. Aderlating na aderlating heeft ze doorstaan. Maar, 'op de schamele planken van deze ark' worden voortdurend weer mensen meegedragen naar Gods eeuwig Koninkrijk. Dwars door de geschonden en zwakke organisatie heen blijft het wezen van de kerk zichtbaar: de bediening van het Woord en van de sacramenten.
Zonde en mysterie
De zonde van onze kerk is groot. Ze bestaat in ontrouw, in onzuiverheid in leer en leven, in het vergeten van Gods grote daden in het verleden. Dat betekent ook dat onze zonde groot is. Wij maken deel uit van de kerk: het is onze ontrouw aan de Heere en aan elkaar. Ons leven staat onder de heilige maat van Gods geboden. Hoogmoedig en zelfverzekerd stonden we meer dan eens in de kerk. Over deze hoogmoed voltrekken zich de sporen van Gods oordeel. Dat maakt ons werkelijk bescheiden en ootmoedig. Niet wij bewaren de kerk. Niet wij herstellen de kerk. Niet wij dragen de schat van het Evangelie voort. Ten diepste doet de Heere Zelf dat. Daarom blijft er liefde voor het leven van de kerk. Niet vanwege haar structuur, niet vanwege haar kerkorde. Een gereformeerd denkend mens kijkt verder en dieper. In het midden van de kerk wordt de Naam des Heeren aangeroepen en beleden.
Er zijn dingen in de kerk die ons doen huiveren: de armoede van de verkondiging, de voortdurende roep om ongebondenheid in leer en leven. Maar, het aloude Woord van de Heere klinkt. De bediening van de verzoening gaat voort. Het heilig Evangelie klinkt. En in het midden van 'de arme, heilige kerk' wordt gebeden én wordt de Heere gezocht en gevonden. Wie de geschiedenis van de kerk kent, weet dat haar leven niet gaat langs lijnen die geleidelijk omhoog gaan. Keer op keer gaat de kerk door veel dalen en angsten en gevaren. Maar er is een diep mysterie. De kerk der eeuwen, dat is ook de kerk van vandaag, leeft eruit. Het is het geheim van de Geest, Die haar geschonken is. De Geest, Die dwars door gebrokenheid, door verstarring en verwarring, heen, Zich een weg baant met het heilig Evangelie.
Pinksteren
We zijn op weg naar weg Pinksteren. Voor de eerste christengemeente was dat een tijd van gebed. In de kring van de apostelen was grote verscheidenheid. Die verscheidenheid had echter niet het laatste woord, evenmin de bitterheid over wat er met de Heere was gebeurd. Opnieuw kwam de gemeente samen in Jeruzalem. De stad waar hun Heere en Meester was uitgeworpen. Zij waren niet bijeen om strategieën uit te zetten. Ze waren niet bijeen om zich te beklagen over het onrecht. Er werd geen kwaad gesproken. Niemand zocht de rol van martelaar. Er werd geen grote manifestatie belegd. Er was in deze tijd van wachten op de Heilige Geest geen onenigheid meer. Al de verschillen werden overstegen door het gezamenlijk gebed. 'Deze allen waren eendrachtelijk volhardend in het'bidden en smeken...'.
Willen wij als hervormd-gereformeerde beweging verder komen, dan kunnen we alleen op deze wijze verder. Wanneer we de handen inéén slaan. In volhardend gebed. Op de kern van ons gereformeerd belijden komt het aan. Op de vitaliteit daarvan. Op het beleven daarvan met heel ons bestaan. Zo alleen wordt dit belijden vruchtbaar. Daar, waar de Schrift werkelijk opengaat en wij oprecht en eerlijk horig blijven én zijn aan het levende Woord. Dan blijkt het Woord uitermate weerbarstig en scherp te zijn. Niet alleen anderen, wij komen evenzeer onder de kritiek van de Heilige Schrift. De Schrift spaart ook ons niet. Ze oordeelt alles wat vlees is, hoe gereformeerd ook. Opdat we de diepste noties van het sola gratia weer opnieuw beleven.
Laten we ons voortdurend verenigen in gemeenschappelijk gebed. Dan zullen we dienend in de kerk staan. Wij dienen Gods zaak niet wanneer wij voortdurend bitter in de kerk staan. Wanneer wij een voortdurende antihouding kiezen. Wij dienen haar alleen wanneer we zelf leven uit de kracht van Gods heil. 'Dat ik toch vroom mag blijven! Uw dienaar 't elken stond'. En zo de schatten van het heil, de kracht van de verlossing, de kerk voorleven. Zo kunnen we het gereformeerd belijden alleen vruchtbaar maken voor de gemeenten en daarin voor het geheel van de kerk. Wat zou de kerk revitaliseren wanneer ze de schatten die de kerk der eeuwen beleed, die de kerk van de Reformatie herontdekte en opnieuw verwoordde, ook vandaag weer zou doorzoeken. Laat de Protestantse Kerk in Nederland werkelijk voluit protestant zijn: horig aan het Woord!
Getuigenis geboren
Wij bidden dat de Geest niet bedroefd wordt. Het gebed dat de Geest niet uitgeblust wordt, maar dat de Geest juist krachtig en vernieuwend werkt. Door ons opnieuw tot gehoorzaamheid te leiden. Tekenend is het dat wij in deze week samen zijn. Wil de hervormd-gereformeerde beweging kracht hebben, toekomst hebben, wil de kerk kracht en toekomst hebben, dan zullen we samen terug moeten naar het ingekeerde leven. Het leven van de verborgen omgang met God. De plaats waar de kerkelijke strijd verstomt. Waar horen en bidden beginnen. Waar een nieuw verlangen wordt geboren. Het verlangen de religie van de belijdenis te verstaan en te vertolken voor de kerk waarbinnen wij een plaats hebben.
Uit de stilte van het ingekeerde leven met de Heere wordt het getuigenis geboren. Het getuigenis van de waarheid. Alleen, in de kracht van de Geest, kunnen we getuigen zijn van de waarheid. Haar verdedigen en verbreiden. Dat is altijd eigen aan de waarheid. Ze voert een strijd tegen de kracht van de leugen. Haar plaats is nooit gegarandeerd, maar altijd bestreden. Daarom hebben we de kracht van de Heilige Geest nodig om onze plaats in te nemen in de kerk. Zoals onze vaderen dat gedaan hebben in de ig^ e en in de 20 ste eeuw. Ze stonden getuigend en getrouw op hun post. Ze gingen voort in het besef dat de verkondiging van het Woord nooit zinloos is, omdat de dienst van de verzoening rust in het welbehagen van de Heere.
We zijn geen getuigen van of in een zuivere kerk. Maar wel getuigen van de zuiverheid en de kracht van het heilig
Evangelie, in alle gebrokenheid. Laten wij getrouw zijn in het kleine, omwille van Christus Die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad. Zo zoeken wij het goede voor de gemeenten en daarin voor de kerk Zo herinneren we haar aan haar eigen wortels. Onze roeping is niet eenvoudig. Steeds weer moeten wij gereformeerd worden. Om te ijveren voor de eer van God. Voor het geestelijk welzijn van gemeenten en kerk.
Gereformeerd
Het gereformeerd belijden heeft de kracht in zich, de geestelijke kiemkracht om tot grote zegen te zijn in de meest zorgelijke situaties. Wij staan ervoor binnen de kerk in de diepe overtuiging dat dit belijden heilzaam is voor al de gemeenten. Deze rijkdom mogen we niet voor onszelf houden. We dragen de roeping mee daar getuigen van te zijn. Ik citeer wat ds. J. H. F. Remme in 1910 op de jaarvergadering zei: 'Wij moeten met onze Gereformeerde Bond een werktuig, een spade, zo gij wilt, in Gods hand willen zijn, om de bedding te mogen helpen uitgraven, waarin zich straks de stroom van verjongd en gereinigd kerkelijk leven zal kunnen voortbewegen... Als alle levenstekenen zijn geweken, dan medicineert de arts niet meer! Maar nu, wij speuren nog levenstekenen...'. Uit deze uitspraken sprak geestelijke moed in een donkere situatie. Om die geestelijke moed zijn wij ook nu verlegen. Wij speuren de tekenen van leven. Omdat God de kerk niet afschreef.
We zijn geschokt door de ontwikkelingen. Wij staan er zelf middenin. Maar, verlangt u 'een werktuig' in Gods hand te zijn? Daarmee zitten we in het hart van de gereformeerde theologie, van het gereformeerd belijden. Om Gods handen, Gods werk gaat het ons. Daarom zoeken we onze kracht niet in voortdurend bitter verzet. Wel in de kracht van het getuigenis: de verbreiding van de waarheid in de kracht van de Geest. Laten wij het kerkelijk leven niet meer schaden dan reeds gebeurd is. Zij heeft heling, genezing nodig. De heilige en heiligende kracht van de Geest van Pinksteren. De kracht van de Geest der genade en der gebeden. Wie met de kerk breekt, wie haar verwaarloost, geeft haar prijs aan modernisme en steeds dieper verval. Wie in haar midden getuigt, dat was onze roeping, dat blijft onze roeping, zoekt behoud. Niet een nieuwe organisatie helpt ons verder, niet de gang naar de rechter helpt ons verder, maar de bediening van de verzoening in de volmacht van de Geest. De hervormdgereformeerde beweging staat of valt niet met de kerkorde waaronder zij leeft, zij staat of valt met haar prediking, haar belijden, haar geloofsleven. Zij staat of valt met de ondoorgrondelijke genade van onze Heere en Koning. Laten wij de plaats der gehoorzaamheid innemen. Van u en mij worden wellicht zwaardere offers gevraagd. Meer loutering, meer oefening in de godzaligheid, meer zelfverloochening. Ja, dat is het! Meer vurig gebed. Gebed om de Geest, Die in al de waarheid leidt. Die de kerk tot leven brengt. Het is de Geest, Die heiligt. Daarom staan we ook nu in de kerk. Met het getuigenis van kruis en opstanding. Zo zaaien we voort. Tot de dag van de oogst.
G. D. Kamphuis, Amstelveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's