Kees Kok De kunst van de liturgie. Uitg. Goi & Sticht, Kampen; 160 blz; 14,90.
Diti^^Kte^S^^utóSialsWyrfeido^ voarnet woord-karaRfer van de liftfraÈfajjfe» in ae titel bedoelde kunst van de liturgie is blijkens p. 50: 'woordkunst, taalkunst, spraakkunst'. De auteur is van huis uit thuis in de (rooms-)katholieke liturgie en is zich thuis gaan voelen en bewegen in de Amsterdamse studentenecclesia, de thuisbasis ook van de bekende Huub Oosterhuis. De liturgie wordt hier beschreven in grote verwantschap met het werk van Jungmann, die het liturgische standaardwerk Missarum sollemnia over de Romeinse mis schreef. Tegelijkertijd reikt het als pleidooi voor het woord-karaker van de liturgie verder: het wil de tegenstelling tussen Rome en Reformatie liturgisch overbruggen en zelfs voorbij zijn door de constituerende rol van het woord, de Schriften, in de hele gang van de liturgie te benadrukken. En dat mag opmerkelijk heten en aansprekend voor protestantse oren en ogen. Het Woord staat volgens Kok op drie manieren centraal in de liturgie, als gehoord Woord, als gevierd Woord en als geleefd Woord. Hij noemt dit de liturgische driehoek, achtereenvolgens ook aan te duiden als Schrift en traditie (gehoord), sacrament (gevierd), en moraal/ politiek (geleefd). Deze drie staan driehoeksgewijs tot elkaar in relatie. Daarbij is het wel typisch katholiek dat de bovenste punt van de driehoek het sacrament is. Dat wordt ook letterlijk opgang en hoogtepunt genoemd. De moraal en politiek, het geleefde Woord, is vervolgens dan ook weer een kwestie van afdalen naar het gewone dagelijkse leven. Deze voorstelling van zaken zeggen we hem als protestant zomaar niet na. Het Woord blijft daar behalve de verbindende en constituerende factor, ook de beslissende en bepalende factor. Het sacrament voedt en versterkt. Het Woord werkt.
In het tweede deel van dit boek wordt de weg van 'de onwrikbare mis' in zijn belangrijkste elementen gevolgd. Vanaf de introïtuszang tot en met de wegzending wordt vanuit historisch perspectief twee millenia liturgiegeschiedenis in kort bestek weergegeven. Dat is leerzaam en nuttig voor eenieder die zich verdiept in de liturgie. De liturgie is niet begonnen in Dordt, maar heeft gestalte gekregen sinds mensen samenkomen, zich laten roepen en verzamelen rondom de Schriften om God en elkaar te ontmoeten. Het is goed dat te blijven beseffen in alle gesprekken en soms felle discussies over de liturgie. Het kan kramp voorkomen en soms verrassende inzichten geven voor de huidige praktijk. Ik kwam bijvoorbeeld tegen dat al vanaf de vierde eeuw de gemeente tijdens de uitdeling van brood en wijn een psalm zong. Hoe katholiek (algemeen christelijk) is ons klassieke avondmaalsformulier, dacht ik. Dat geeft bij de uitdeling immers ook aan dat 'terwijl men communiceert zal men stichtelijk zingen of sommige hoofdstukken lezen uit de Schrift'.
Er kleven aan dit boek ook enkele grote bezwaren. Het eerste is wel dit dat de liturgie, in tegenstelling tot wat de schrijver beweert en ventileert, bij Dordt niet is gestopt! Hij noemt bij de bespreking van het Dienstboek een proeve uit 1998 het tijdperk daarvoor zelfs 'het liturgieloze tijdperk van de reformatie in de Nederlanden'. Dat vind ik een ernstige dwaling, temeer daar hij wel op de hoogte blijkt van diverse literatuur en uitingen uit de Dordtse, reformatorische hoek. Op deze manier neem je een mogelijke gesprekspartner niet serieus. Je doet vijf eeuwen Nederlands protestantisme en haar kerkdiensten af als niet ter zake. Dan hoef je mijns inziens ook geen poging te wagen de tegenstelling Rome-Reformatie te overbruggen. Die is er dan eenvoudigweg niet, omdat de Reformatie geen liturgie, althans geen serieus te nemen liturgie zou hebben. Zou daarom het standaardwerk De weg van de liturgie onder redactie van Oskamp e.a. geheel ontbreken in de literatuurlijst en het slechts in een voetnoot moeten ontgelden? Het tweede grote bezwaar is misschien nog wel ernstiger. Ik bedoel de vooringenomenheid ten opzichte van de gereformeerde, reformatorische liturgie. Dat niet mijn eigen gekwetste reformatorisch liturgische ziel hier spreekt, laat ik het best blijken uit een citaat: "zo bestaat er nog altijd een type traditioneel reformatorische liturgie van calvinistische signatuur waarbij alle aandacht uitgaat naar het gehoorde woord, dat loodrecht uit de hemel afkomstig is, en niet aansluit bij enige menselijke ervaring (...) Er valt weinig te vieren; de diensten zijn vreugdeloos; zwart is de liturgische kleur; het zeldzame avondmaal wordt door de zwaarte van de woorden bijna verstikt." Dit getuigt niet van kennis van zaken van (onderzoek naar) de gereformeerde liturgie, van bereidheid tot empathie, noch van de werkelijke wil om eikaars liturgie te verstaan.
Dat laatste is mijn derde bezwaar tegen dit boek. Wie een weg zoekt om de kunst van de liturgie als Woordkunst te verstaan, zit op natuurlijke wijze dicht tegen het protestantse huis aan. Daar draait het om het Woord en gaat het om het Leven. Maar waarom doet Kok dan zo'n grote moeite om onophoudelijk het nieuwe (SoW) Dienstboek uit 1998 af te kraken? In eigen kring hebben we ook nog wel zo het één en ander op te merken over dat Dienstboek - bijvoorbeeld dat het inderdaad sterk katholiserend en weinig gereformeerd herkenbaar is. Daar zitten keuzen achter die niet altijd gereformeerde keuzen zijn. Maar ik vind het onheus worden om het taalveld van het Dienstboek onbijbels te noemener zijn vele, vele Schriftcitaten en parafrasen in bedoeld Dienstboek te vinden. Ik vind het badinerend en-neerbuigend om de tafelgebeden af te doen als 'ambtelijk maakwerk' waarin de kunst van de dichters ontbreekt. Ook het Liedboek voor de kerken moet het in deze zin ontgelden. Ik vind liturgische kritiek uitstekend, maar ze moet wel billijk en opbouwend zijn. Deze wijze van schrijven en bespreken riekt mij te veel naar de typische afwijking van veel liturgisten: alleen het onze - op oudheid en traditie gestoeld, maar nu bij de tijd gebracht - is het echte en ware. Van die geur moeten gereformeerden inderdaad van huis uit niks hebben. Ze ruikt namelijk niet naar de soevereiniteit van het Woord Gods. Overigens blijft dat ook altijd weer huiswerk voor de eigen gereformeerde liturgie: dat zij niet stolt in een ware, want op oudheid en traditie gestoeld, liturgie. Zo'n liturgie hebben we nooit gehad en zal er ook niet komen. Liturgie blijft een zaak van het Woord in de levende en levendige omgang van levenden met God.
W. P. van der Aa, Numansdorp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's