Boekbespreking
Mirjam de Baar fik moet spreken'. Uitgave Walburg Pers, Zutphen, 832 pag.Caesarius van Heisterbach Boek der Mirakelen II. Uitgave Voltaire, 's-Hertogenbosch, 440 pag., € 29, 90.
Mirjam de Baar fik moet spreken'. Uitgave Walburg Pers, Zutphen, 832 pag.
€ 49, 95- Op 27 mei promoveerde de auteur in Groningep-Ö^^^^fscl^ffl^t de ondertitel heefOKet spirim^£merschlta& n Antói* neipBourgignon (1010-1680)'. ZihfiaajAfc»* zig met een onderzoek 'naar de profeten en profetessen die in de zeventiende-eeuwse Republiek een welwillend oor vonden voor hun boodschap'. Totdat ze een handgeschreven lijst vond van bescheiden van Antoinette Bourgignon, waarna ze haar gehele studie (832 pagina's) wijdde aan deze Vlaamse mystica, die in de zeventiende eeuw in Rijssel (Lille) werd geboren in een omgeving die sterk was gestempeld door de Contrareformatie waarbij ze zich waagde 'in het verboden domein van de godgeleerdheid, omdat ze van overtuiging was dat God haar had verkoren om het ware christendom op aarde te herstellen en daarmee een 'spiritueel netwerk' vormde tot over de grenzen van de Nederlanden heen. Tot haar volgelingen behoorden mensen uit het 'gewone' volk maar ook geleerden, onder wie de natuuronderzoeker Jan Swammerdam.
Hoewel zij kerkoverstijgend bezig wilde zijn staat haar werk in de rooms-katholieke contekst waarbinnen ze optrad. In het uitgebreide personenregister komt Calvijn één keer en Luther twee keer voor, beiden in dezelfde zinssnede, waarin ze schrijft dat er vele 'secten en religieën' zijn die geen achtergrond hebben dan 'de opinie der menschen'. De één houdt het 'met de leere van Calvijn, d'ander van Luther, een ander van Menno, een ander van Arminius, en so voorts alle de andere. En ondertusschen dat sy alle in God en Jesum Christum gelooven, soo heb ik verdriet in soo veel scheuring te sien onder een selfde geloof'. Zelf presenteerde ze zich als 'moeder der ware christenen'.
Tot tweemaal toe stelde Bourgignon haar leven op schrift, in 1660 in opdracht van de vicaris-generaal van het aartsbisdom Mechelen, onder de titel 'La Parole de Dieu, ou sa vie intérieur' en het tweede 'Sa vie exterieur' in 1668 toen ze in Amsterdam woonde. Het eerste levensverhaal begint bij haar bekering in 1634, toen haar zielsogen werden geopend na een periode van verschrikking door de dood en het laatste oordeel.
Haar levensroeping en levensweg zijn verder gemarkeerd geweest door visioenen en openbaringen. Ze koos in dit licht ook voor het klooster en tegen het huwelijk. In haar vlucht voor het huwelijk verlangde ze naar 'de wildernis'. Haar kloosterleven was tijdelijk. In 1653 nam ze de leiding op zich van een armenhuis voor meisjes in Rijsel. Maar uiteindelijk trok ze er als profetes op uit. Ze raakte ook betrokken bij de Jansenitische partijstrijd in de Rooms-Katholieke Kerk, die gekenmerkt werd door een controverse over de relatie tussen de vrijheid van de mens en de goddelijke genade. In haar Amsterdamse periode oversteeg ze de omheining van de r.-k. kerk, terwijl ze voordien allen die buiten de Romana leefden als ketter beschouwde.
Haar leven en werk is misschien wel het best getypeerd in de 'gesprekspartners' die ze had. Dat waren o.a. Jan Amos Comenius, de verbannen leider van de Moravische broederschap in Tsjechië, Jean de Labadie, de Middelburgse predikant die een kerk van louter wedergeborenen nastreefde, en Anna Maria van Schurman, de Utrechtse geleerde die in 1641 een tractaat publiceerde waarin zij het recht van de vrouw op studie verdedigde. In het boek vallen verder vele malen de namen van Pieter Arentsz, Jacob Boehme, Christiaan Albrecht, Frederik Franken, Johan Conrad Hase, Reynier Jamsen, Johann Ortt, Pierre Poirot, Petrus Serrarius, en Volkert van der Velde. Wilhelmus a Brakel wordt één keer genoemd. De auteur constateert ten slotte dat Bourgignon in mystiek-piëtistische kring werd bewonderd en in de gevestigde kerken werd verguisd. Wie aan dit boek begint is geneigd een zucht te slaken vanwege de dikte; wie het boek gelezen heeft slaakt wat mij betreft geen zucht van verlichting. Het boek laat zich lezen 'als een trein' en legt een stukje geschiedenis van kerkelijk Nederland bloot. De mystiek van Bourgignon was niet gereformeerd. Dat de auteur intussen meer dan 200 pagina's noten heeft gevoegd bij de tekst van het proefschrift, geeft aan dat we hier wel te maken hebben met een vrouw, die aandacht heeft getrokken. Deze fraaie studie is al even fraai, verlucht met foto's, uitgevoerd.
V.D.G.
Caesarius van Heisterbach Boek der Mirakelen II. Uitgave Voltaire, 's-Hertogenbosch, 440 pag., € 29, 90.
Al spoedig na verschijning van het eerste deel (2003) ligt nu het vervolg voor ons van de Dialogus miracolorum ofwel het Boek der Mirakelen van de middeleeuwse monnik Caesarius van Heisterbach (1180-1240), een boek met 746 'religieuze en volkse wonderverhalen', dat in de 13e eeuw zowel in Nederland als in Duitsland zeer populair was. In twee delen van elk zes onderdelen wordt het leven getekend in de cisterziënzerabdijen en de kloosterhoeven (uithoven), waarin visioenen of miraculeuze gebeurtenissen worden beschreven die zich in het leven van de kloosterbroeders zouden hebben voorgedaan. Ik zeg: zouden hebben voorgedaan. Zelfs als de verhalen uitvergroot zouden zijn kan men zich vaak nauwelijks voorstellen dat ze echt gebeurd zijn. Maar intussen brengen ze toch iets van de middeleeuwse cultuur, met verering van heiligen en hun relieken, in beeld waarbinnen aan zulke wonderbaarlijke geschiedenissen geloof werd gehecht. In vele verhalen staat de persoon van Maria centraal. Het eerste deel van dit boek valt zelfs onder de titel 'De Moeder Gods Maria'. Na een hoofdstuk 'Allerlei visioenen' volgt 'Het sacrament van het lichaam en bloed van Christus'. Wat mensen al niet in de hostie en in de wijn zagen! Dan volgt een hoofdstuk 'Mirakelen' waarna nog twee hoofdstukken volgen over 'De stervenden' en 'De beloning van de gestorvenen'. Vele gebeurtenissen zijn 'uit het leven gegrepen'.
Kortom, een miraculeus boek. De Reformatie doorbrak het roomse bijgeloof van de Middeleeuwen door de mens te werpen op het Woord alleen. Maar wie de achtergrond van die doorbraak wil leren kennen kan in dit boek terecht. Het is vertaald en ingeleid door prof. dr. G. J. M. Bartelink, emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In de Inleiding maakt de hoogleraar de verhalen inzichtelijk in de context van deze tijd. Hij zegt o.a.: 'Met het geloof in verschijningen van overledenen na hun dood had een middeleeuwer kennelijk nauwelijks moeite. Caesarius' werk wemelt dan ook van hierop gebaseerde verhalen. Zijn exempels winnen immers aan kracht wanneer hij een dode laat spreken als iemand die het uit de eerste hand kan weten hoe het in de hemel of de hel toegaat'.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's