De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Drieduizend zielen?

Dat staat boven een boeiend artikel in het Tijdschrift van de Vereniging van Christen-Historici Transparant (jaargang 15 - april 2004 - nr. 2). Deze aflevering is in zijn geheel gewijd jan de oude geschiedenis van de klassieke oudheid. Ben vun de artikelen is geschreven door dr. P. L. Maier en uit het Engels vertaald. Hij-is als hoogleraar Oude Geschiedenis verbonden aan de Western Michigan University. Hij stelt de vraag aan de orde of het getal van de 'drieduizend zielen' wel serieus te nemen is. Behoort het misschien tot de in die dagen veelgehanteerde stijlfiguur van de overdrijving? Een retorisch middel om de indruk van bepaalde gebeurtenissen te vergroten? 'De verspreiding en het succes van het christendom in de eerste drie eeuwen hebben zowel onderzoekers als ook het gewone publiek geïntrigeerd.' Er waren op de eerste pinksterdag ongeveer 120 christenen in Jeruzalem en een meerderheid van de inwoners van het Romeinse Rijk had zich drie eeuwen later tot het christendom bekeerd. Dat is uiteraard een ontwikkeling die aandacht vraagt: een kleine, vervolgde sekte die het heidendom in het Romeinse Rijk omstreeks het midden van de vierde eeuw na Christus zou hebben overwonnen. Maier gaat in zijn hier geciteerde artikel vooral in op de spectaculaire groei tijdens de eerste jaren van het christendom. Heeft ook Lucas meegedaan met de gewoonte van de geschiedschrijvers in zijn dagen om de getallen op te blazen, fors bij te stellen naar omhoog, de overdrijving als stijlmiddel te hanteren omdat dat in die dagen vrij algemeen de norm was? Heeft Lucas- daarom misschien ook het aantal bekeringen overdreven: van 120 bij het begin van het christendom (Handelingen 1:15), via drieduizend (2 : 41) tot vijfduizend (4 : 4). Moeten die getallen niet fors naar beneden toe worden bijgesteld zoals dat bijvoorbeeld voor de geschiedschrijver Herodotus noodzakelijk is? Maier stelt dat het in de twee bijbelse geschriften van Lucas opvalt hoe nauwkeurig en daarom geloofwaardig hij te werk gaat, zoals bij het begin van het optreden van Johannes de Doper (Lucas 3:1). Lucas, aldus Maier, hecht eraan om de bijbelse gebeurtenissen synchroon te laten verlopen met de hoofdlijnen van de Grieks-Romeinse politieke geschiedenis, denk ook maar aan het begin van zijn weergave van het kerstgebeuren (Lucas 2 : 1 w).

'Ook in Handelingen relateert Lucas de ontwikkelingen binnen het christendom voortdurend aan tijd en plaats in de wereld rond de Middellandse Zee, vooral in de tweede helft uan het boek. Lucas beschrijft Paulus' reizen met grote nauwgezetheid. De routes zijn uandaag nog te uolgen en ook de talloze aantallen die hier genoemd worden, lijken geloofwaardig. Paulus verblijft achttien maanden in Korinte, gaat mee op een schip met 276 passagiers, doorstaat een storm van veertien dagen, etc. Deze verwijzingen tonen aan dat het aanhalen uan andere aantallen door Lucas niet overdreven lijkt. De grote aantallen echter - de drieduizend bekeerlingen met Pinksteren, de duizenden onder de joden die gelovig zijn geworden (21: 20), moeten nog onderzocht worden. Regelmatig wordt beweerd dat zulke aantallen onmogelijk zijn, gezien de omvang van Jeruzalem in die tijd. Stark suggereert een bevolkingsomvang van 20.000; dit aantal blijkt uoor nieuwtestamentische begrippen echter veel te beperkt. Joachim Jeremias gaat uit van 30.000, John Wilkinson kom op 70.000. We moeten echter bedenken dat de bevolking van Jeruzalem tijdens de grote joodse feesten verdrievoudigde, als duizenden pelgrims en proselieten uit Palestina, Egypte, Syrië en de diaspora in de stad uerbleuen. Zelfs Jeremias, die zijn schatting uoor de normale situatie in Jeruzalem naar beneden had bijgesteld tot 30.000, kwam in dat geval uit op de aanwezigheid van 180.000 mensen. En dan is Lucas' bewering ouer 3000 bekeringen op de pinksterdag heel plausibel.

Lucas is in ieder geval consistent. In Handelingen 17 : 6, waar het gaat over de activiteiten uan Paulus in Tessalonica tijdens zijn tweede zendingsreis, schreeuwen Paulus' tegenstanders: "Dezen, die de wereld in opschudding gebracht hebben..." De indruk uan een zich krachtig uitbreidend christelijk

in de mediterrane wereld is onmiskenbaar. Dit wordt herhaald door de joden in Rome met wie Paulus later in debat gaat: "want wat deze sekte betreft, ons is bekend dat zij oueral tegenspraak vindt".'

Stark, Jeremias en Wilkinson zijn historici en nieuwtestamentici die Maier citeert en die zich met dezelfde materie hebben beziggehouden. Ook buiten de boeken van Lucas om zijn er bewijzen te vinden die aanleiding geven om niet aan de geloofwaardigheid van Lucas te twijfelen.

'Volgens Eusebius refereerde Paulus uan Tarsus gewoonlijk aan het evangelie uan zijn metgezel Lucas als aan "mijn evangelie". De verwijzingen in de brieuen uan Paulus naar de verspreiding en de groei van het christendom komen volledig en onbetwist overeen met de massale bekering in Jeruzalem, zoals door Lucas geschetst. Die groei en verspreiding zouden ook nauwelijks geloofwaardig zijn zonden zo'n dramatisch begin. Rond 55 na Chr. - voordat Paulus zelf of enig andere apostel ook maar een voet in Rome had gezet - kon Paulus aan de kerk van Rome schrijven.

"In de eerste plaats dank ik God door Jezus Christus over u allen, omdat in de hele wereld over uw geloof wordt gesproken." Toen Paulus uiteindelijk drie jaar later in Rome arriveerde, waren er gelovigen in Puteoli aan de baai uan Napels die hem graag een week onderdak gaven, waarna twee delegaties van de kerk te Rome Paulus verwelkomden bij de 43e en 33e mijlsteen op de Via Appia. Deze voorbeelden tonen duidelijk aan dat er een sterke vitaliteit was in het vroege christendom in Italië, en de weergaue lijkt te veel op een ooggetuigenverslag om als overdrijuing te doen.

In zijn brieuen uanuit de gevangenis in Rome verbreedde Paulus zijn succes: hij schrijft aan de kerk te Philippi: "U groeten al de heiligen, inzonderheid die aan het huis van de keizer verbonden zijn" (4 : 22). Zo ook aan de gelovigen in Kolosse: "Immers, in de gehele wereld draagt het (evangelie) vrucht..." Misschien echter uitte Paulus alleen triom/alistischefrasen, als een spirituele cheerleader, de heiligen opporrend met verheven doch overschatte beweringen die handig genoeg overeenkwamen met die uan zijn metgezel Lucas. Dit is niet het geval. Andere apostelen wijzen op een soortgelijke verspreiding van het christendom ouer de mediterrane wereld, zoals Petrus in 1 Petrus 1, waarin hij schrijft aan de gelovigen in Pontus, Galatië, Cappadocië, Asia en Bitynië.' 366

Goed, aldus Maier, iemand zou toch nog kunnen zeggen: u haalt al uw bewijzen uit christelijke bronnen. Dat zou toch nog geen afdoend bewijs behoeven te zijn voor de spectaculaire groei van het christendom in de eerste eeuwen. Maar, aldus Maier, er is meer bewijs voor de juistheid van de groei. Want ook buitenbijbelse bronnen getuigen van genoemde groei. Een belangwekkend antiek geschiedschrijver was Cornelius Tacitus. Hij beschreef in zijn beroemde Annaes alle belangrijke gebeurtenissen jaar na jaar onder de keizers van het Julisch-Claudische huis tijdens de eerste eeuw. Tacitus was bepaald niet op de hand van de christenen. Hij zou echt niet hebben meegedaan met enige getalsmatige overdrijving. Maier citeert uit Tacitus' genoemde werk een passage waarin deze vermeldt hoe keizer Nero reageert op geruchten als zou hij in 64 de stad Rome in brand hebben gestoken, zo'n vier of vijfjaar na de komst van Paulus in Rome.

'Om de geruchten de kop in te drukken, stelt Nero een groep mensen in zijn plaats als schuldigen, veracht om hun deugden, mensen die de menigte "christenen" noemt en die Nero met de grootste wreedheid straft. De bron uan de naam, Christus, had ten tijde van de regering van Tiberius, onder procurator Pontius Pilatus de doodstraj ondergaan. Het verderfelijke bijgeloof was even onder controle, om daarna met des te meer kracht door te breken, niet alleen in Judea maar ook in de hoofdstad van het rijk zelf, waar alle verschrikkelijke en beschamende dingen van overal vandaan samenvloeien en in de mode raken. Eerst werden de leden uan de sekte die eruoor uitkwamen, gearresteerd, daarna werden op hun onthulling grote aantallen veroordeeld, niet zozeer op beschuldiging uan brandstichting als wel uan haattegen de mensheid (Annales 14, 44). Tacitus vervolgt met de lugubere beschrijving van hoe christenen met wilde dieren moesten uechten, gekruisigd werden ojop een paal gespietst en in brand gestoken.'

Er is volop geprobeerd om de echtheid van Tacitus' uitspraken te weerleggen. Maar als hij spreekt over 'grote aantallen' en een 'grote menigte', dan doelt hij op honderden zo niet duizenden. Er kan niet anders geconcludeerd worden dan dat het christendom een buitengewoon sterk begin heeft gekend. Een filosofie of een leer die zich in korte tijd zo ver over de antieke wereld verspreidt, is ongeëvenaard, aldus Maier.

'Maar er is meer. In 112 waren de christenen in Klein-Azië zo talrijk dat Plinius de Jongere, gouverneur van Bithynië, aan keizer Trajanus vroeg wat hij moest doen aan het groeiende probleem uan de christenen. Hij schreef dat "een groot aantal personen, jong en oud, man en urouw, rijk en arm, voor het gerecht werd gebracht (...). Niet alleen de steden, maar ook de dorpen en het platteland zijn besmet door het contact met deze rampzalige (christelijke) cultus. Maar ik denk dat het nog steeds mogelijk is om het onder controle te houden en aan te wenden voor betere doelen, want het lijdt geen twijfel dat mensen massaal naar de tempels beginnen te komen, die al heel lang bijna geheel verlaten waren. Het vlees van offerdieren is weer overal verkrijgbaar, terwijl het tot voor kort nauwelijks door iemand werd gekocht. Dit toont duidelijk aan dat een groot aantal mensen zich zou bekeren als ze de krans krijgen boete te doen".'

De verwijzing naar het platteland, aldus Maier, valt heel erg op. In die eerste jaren was het christelijk geloof vooral iets wat de stadsbevolking in zijn greep kreeg. Maar op het platteland daar woonden de pagani (ons woord pagaan = heiden komt daarvandaan) en die hebben zich waarschijnlijk pas als laatsten tot het christelijk geloof bekeerd.

Het christendom was primair een stedelijk fenomeen: Efeze, Corinthe, Colosse, Rome. Ter afsluiting nog een kort citaat dat de stelling van dr Paul Maier ondersteunt, dat de cijfers van Lucas over de groei van het christendom direct na Pinksteren zeker niet overdreven zijn geweest:

'De discussie kan worden voortgezet met kleurrijk bewijs van de Noord-Afrikaanse kerkvader Tertullianus. In zijn prikkelende apologetiek ten gunste van de kerken en tegen de Romeinse staat geeft hij een aantal aanwijzingen betreffende de groei van het christendom. In zijn Ad nationes bijvoorbeeld hoont hij de heidenen in Rome in een beroemde passage: "Dag aan dag zuchten jullie over het steeds toenemende aantal christenen. Jullie voortdurende geschreeuw is dat jullie staat door ons wordt overvallen, dat de christenen in jullie landgoederen, jullie kampen en jullie kazernes zijn. Jullie treuren erover als een ramp dat elke leeftijdsgroep, elke rang aan ons wordt overgedragen."

Door vervolging werd uolgens Tertullianus de kerk alleen maargesnoeid, waardoor de plant gezonder werd dan ooit en zou kunnen uitbotten. "Ja, jullie magistraten, jullie mogen dan het gepeupel een plezier doen met jullie wreedheden jegens ons, maar jullie verspillen je moeite. Wij uermeniguuldigen ons als jullie ons wegmaaien: het bloed van Christus is het zaad."

Dit laatste is bij ons bekend geworden als "Het bloed van de mertalaren is het zaad uan de kerk.'"

Het is wellicht al vaak gezegd: in mijn jonge jaren hoorde ik het ds. Jac.van Dijk met dat merkwaardige timbre in zijn stem menig keer zeggen: 'Toen op een preek 3000 mensen bekeerd, maar in onze tijd na 3000 preken niet veel meer dan één mens bekeerd.' Dat mag een uiting zijn geweest van een al te sombere dienaar van Christus, het blijft een even troostvol als aangrijpend mysterie dat de uitstorting van de Pinkstergeest zo'n geweldig gevolg heeft gehad en nog altijd een al eeuwen durend en wereldwijd vervolg heeft gekregen. Laten we ons dan ook maar houden aan Christus' blijvende gave aan Zijn wereldwijde gemeente: Die zal bij u blijven en zal u in al de waarheid leiden, toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Christus' macht is niet verminderd en de kracht van de Geest niet afgenomen.

J. Maasland

Transparant is een uitgave van het Boekencentrum, Postbus 29, 2700 AH Zoetermeer, tel. 079-3628628. Een los nummer kost € 7, - incl. verzendkosten en een jaarabonnement € 27, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's