De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Geref. Bond in de 21e eeuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Geref. Bond in de 21e eeuw

Inleiding jaarvergadering 2004 [1]

7 minuten leestijd

Bijna 95 jaar geleden, op 14 september 1909, kwamen de leden uan de Gereformeerde Bond bij elkaar. Er was sprake uan een crisissituatie. Bestuursleden waren ajgetreden. Zou de Bond moeten worden opgeheven?

INLEIDING JAARVERGADERING 2004 [1]

Het begin

Onze vereniging, meestal kortweg aangeduid als de Gereformeerde Bond, is opgericht in het begin van de twintigste eeuw. De Ned. Herv. Kerk was in verwarring, nog nauwelijks bekomen van de tweede grote uittocht van de gereformeerde belijders, nu onder leiding van Abraham Kuyper. Maar lang niet allen die zich gereformeerd wisten, hadden zich van de kerk afgewend. Niet allen deelden de fundamentele bezwaren van Kuyper zó dat ze de kerk verlieten om in een eigen kerkverband verder te gaan. Zij die bleven, waren echter zonder verband of organisatie. Wel waren er bladen waaruit men steun putte en was in 1901 de Gereformeerde Zendingsbond opgericht, maar een organisatie van afstemming, steun en bemoediging werd gemist.

Op 10 januari 1906 kwam in Utrecht een aantal vooraanstaande personen met deftige, oude namen bijeen om deze situatie te bespreken. Werd het niet tijd om een organisatie op te richten van leden van de kerk die de gereformeerde belijdenis waren toegedaan?

Het antwoord was: ja. Hierover was men het snel eens. Maar dan. Wat zou daarvan het doel moeten zijn? De onderlinge band versterken? Of meer dan dat, moest men zich richten op het gereformeerd worden van heel de kerk? Moest men zich richten op bevrijding van het synodale juk, een eeuw eerder opgelegd door koning Willem I via de zogeheten reglementenbundel? Aanvankelijk leek men, onder de inspiratie van prof. Hugo Visscher, voor het tweede te kiezen. Wat in 1816 gebeurd was, moest ongedaan gemaakt worden.

Het synodale juk van de reglementenbundel moest worden verbroken, de plaatselijke kerk moest in haar volle rechten worden gesteld. Daarmee moest worden aangestuurd op één grote gereformeerde kerk.

Binnen de kerk

Zo werd op 18 april 1906 de vereniging 'Gereformeerde Bond tot Vrijmaking der Nederlandsche Hervormde Kerk' opgericht. Ds. E. E. Gewin was de eerste voorzitter. In zijn openingsrede trok hij fel van leer tegen de synodale organisatie. 'Het gaat om een herleven van de gereformeerde kerk', aldus ds.

Gewin, 'maar dan zonder afscheiding of doleantie'. 'Want', voegde prof. Visscher hieraan in een lezing toe, 'als er wederom een exodus kwam, zou zich hetzelfde verschijnsel weer gaan voordoen. Zó wordt het kerkelijk vraagstuk niet opgelost'. De kerk moet, aldus prof. Visscher, mede door politieke druk, worden vrijgemaakt van de synodale bestuursorganisatie, zoals neergelegd in de reglementen van koning Willem I.

Hierin meenden leden van de nieuwe bond toch te bespeuren dat onttrekking aan het kerkverband achter de hand werd gehouden. Dat leidde tot meningsverschillen die een spoedig einde van de Bond leken in te luiden. Bestuursleden bedankten, ook prof. Visscher.

Maar in september 1909 besluiten de leden dat de Bond toch moet blijven voortbestaan, niet als een (kerkpolitieke organisatie tot vrijmaking van de kerk, maar als een organisatie die dienstbaar is aan de verbreiding en de verkondiging van de Waarheid in de Ned. Herv. Kerk. Daarmee werd dus een principiële keuze gemaakt voor blijvend arbeiden binnen de kerk. De taak van de Bond was de hele kerk te doortrekken van die Waarheid en haar er steeds weer bij te bepalen, niet om dit met (kerk)politieke middelen en dreigementen van deling af te dwingen.

En nu

Weer zijn het spanningsvolle tijden. Weer hebben gereformeerde belijders gemeend verder te moeten gaan in een afzonderlijke kerk, althans los van het grote geheel, te weten de Protestantse Kerk in Nederland, waarin de Ned. Herv. Kerk op 1 mei is voortgezet. Weer zijn er die zijn gebleven, gebleven bij dat grote geheel.

In 1906 speelde een niet minder dramatische gebeurtenis in de kerk. Het ging om dr. Louis Bahler. Deze had in een brochure het boeddhisme verheerlijkt en het christendom neergehaald, zonder dat de synodale organisatie tot een veroordeling kwam. Onchristelijke leer kreeg zo, leek het, een gewettigde plaats binnen de kerk. Dit was de directe aanleiding, niet tot een nieuwe uittocht van gereformeerde belijders, maar juist tot het blijven binnen de kerk. Daartoe werd de Gereformeerde Bond opgericht.

Vandaag gaat het in het bijzonder om de nieuwe kerkorde, waarin een confessionele verbreding heeft plaatsgevonden en waarin voorts zaken zijn voorzien die door gereformeerde belijders breed gekritiseerd zijn, zoals het opnemen van de mogelijkheid dat relaties van personen van hetzelfde geslacht gezegend worden.

Een organisatie hoeft thans niet te worden opgericht. Die is er al, onze vereniging. De huidige situatie betekent dat niet alleen de kerk geschaad is, maar ook onze hervormd-gereformeerde beweging. Ook nu moeten we de vraag onder ogen zien wat ons doel is, wat onze taak en plaats is, en ook of de omstandigheden van dit moment zo zijn dat onze doelstelling, net als dit in 1909 gebeurde, moet worden aangepast.

Breeduit

Maar vooral: kunnen wij, de nazaten van de oprichters van 1906, door Gods genade met hetzelfde elan voortgaan om te doen wat wij moeten doen, namelijk het verdedigen en verbreiden van de waarheid in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis? Het antwoord dat ik - en ook het hele bestuur - in vast vertrouwen op de Heere

Op 25 mei jl. hield mr. D. G. van Vliet onder de titel De Gereformeerde Bond (als i/ereniging) in de 21e eeuw een inleiding op de jaarvergadering. In twee afleveringen plaatsen we deze bijdrage, in de hoop dat onze leden (schriftelijk) meedenken in de vragen die in onze vereniging aan de orde zijn.

PJV

op die vraag geef, is een volmondig ja. Wij hopen, nee, rekenen erop dat u, als leden die onze vereniging vormen, aan het begin van déze eeuw, net als wij, blijft gehoor geven aan de roeping die aan het begin van de twintigste eeuw leidde tot het oprichten van de Bond. Dat wij ons gezamenlijk blijven inzetten voor de zaak waarvoor de vereniging al een eeuw staat, ondanks het verdriet en de pijn die wij ondervinden door de scheuren die thans door gemeenten lopen.

Het gaat om de roeping om die waarheid te verdedigen en te verbreiden, wat nu in de kerk niet minder nodig is dan voorheen, in de Ned. Herv. Kerk. Niet wij, niet de Bond, maar de Zaak is 384 dat waard: het staan voor de gereformeerde belijdenis in de kerk, de gehele kerk, zodat deze belijdenis niet opgesloten wordt in reservaten van besloten gemeenten en groepen, maar dienstbaar wordt gemaakt aan het geheel van de kerk, protestants, hervormd, gereformeerd danwel luthers. Laten wij dat gereformeerde belijden niet apart houden, voor onszelf houden, maar breeduit in de hele kerk laten doorklinken, zodat niemand in die kerk kan zeggen: 'Die Zaak, die belijdenis, die kenden wij niet'. Is dat een hopeloze zaak? Nee, dat zou het zijn als we onze hoop niet op onze Heere Jezus Christus zouden stellen. Maar, we hopen en vertrouwen op Hem.

Wij beseffen terdege dat dit emotioneel, zeker voor wie leeft in een gescheurde gemeente, niet zonder meer meegemaakt wordt, maar vanuit onze roeping mogen we het niet anders formuleren.

De taak

Deze hoge opdracht voor de pas begonnen eeuw stelt ons wel voor grote vragen. De eerste is hoe wij nu als vereniging verder moeten. De opdracht is helder. Wij zetten con amore, met hart en ziel, voort wat de Bond vanaf het begin en vooral sedert de omschakeling in 1909 voor ogen stond. Zij is en zal ook deze eeuw binnen de kerk, de Protestantse Kerk in Nederland, doende zijn met het uitdragen, verdedigen en bevorderen van de bevindelijke wijze van christelijk geloven, zoals vastgelegd in de Schrift en verwoord in de gereformeerde belijdenisgeschriften. Dat houdt een duidelijke keuze in.

Ons werkveld was al nooit beperkt tot de 'eigen' gemeenten en groepen. Het was de gehele Ned. Herv. Kerk die wij willen dienen, juist ook de kerk buiten die zogenaamde eigen gemeenten. Dat wordt nu dus de vermeerderde kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. Ons werkveld is veel groter geworden, onze taak nog meer omvattend dan voorheen.

Daarvoor hebben we verdieping nodig en verworteling in het gereformeerde

belijden, om zo in de kerk te kunnen staan.

Deze keuze veronderstelt dat we de gehele kerk op het oog hebben. Dat we ons niet beperken tot dat deel van de Protestantse Kerk in Nederland dat de voormalige Ned. Herv. Kerk omvat. Ook de gereformeerde kerken, de evangelisch-lutherse gemeenten en de protestantse gemeenten komen in zicht. Als we zo in de eenentwintigste eeuw voortgaan, zetten we voort hetgeen ons voorgeslacht in de twintigste eeuw in gang heeft gezet en voortgezet tegen alle druk van buiten en van binnen in.

D. G. van Vliet, Wilnis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Geref. Bond in de 21e eeuw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's