Een poging tot enige evaluatie
WAT GEBEURT ER IN DE KERK EN ONDER ONS?
WAT GEBEURT ER IN DE KERK EN ONDER ONS?
Vele vragen
Wat we allen vreesden en zagen aankomen, is helaas gebeurd, namelijk dat scheuren en breuken gaan ontstaan. Onder een gevoel van machteloosheid is het over ons gekomen. Alle pogingen die al jarenlang zijn aangewend om het te voorkomen, hebben niet mogen baten. Het verbijstert ons allen, waarbij er vele vragen bovenkomen.
Vragen over het feit hoe we het kunnen verwerken zonder de gave, verborgen omgang met God schade aan te doen, zonder God te onteren, zonder de Heilige Geest te bedroeven? Vragen ook over het feit hoe we het dienen te duiden. Waar ligt bij ons de schuldvraag? Waar is het een oordeel van God? Waar is het straf van God in zijn toorn? En waar is het Vader-lijke kastijding om ons te tuchtigen, te louteren en te heili-gen, opdat we meer dienstbaar zullen zijn voor zijn Koninkrijk? Of kan er nog weer een ander accent in meespelen, namelijk dat wij God tot nu toe verhinderd hebben om op krachtige wijze met zijn Geest te werken? Zodat God nu bezig is om 'schoon schip' te maken door alles op te ruimen wat de krachtige werking van de Heilige Geest blokkeert? Omdat Hij ons wil brengen tot krachtige verootmoediging en verbrijzeling van hart?
Onze hand
Om enige orde in de vele vragen aan te kunnen brengen en iets van antwoord te kunnen geven, is eerste vereiste om bij het Woord van God te rade te gaan. Want dat Woord is een lamp voor onze voet en een licht op ons pad.
Betreffende de schuldvraag nu geeft de Schrift in elk geval aan dat elke vorm van ongehoorzaamheid aan Gods Woord zonde is tegen God. En elke vorm van zelfhandhaving ook. Trotse onbuigzaamheid eveneens. En liefdeloosheid in gedachten, in taal die we gebruiken, in daden die we doen of nalaten hoort er zeker ook bij. En niet te vergeten de heel erge zonde van het bedroeven van de Heilige Geest. Im- 381
mers, bij de Heilige Geest ligt alles zo uitermate teer. De Heilige Geest toch wil inwonen in onze harten en door het verzoenende bloed van Christus de zalige gemeenschap met God bewerken en onderhouden. Dan mag er niets tussen zitten. Geen enkele onbeleden zonde. Want die kan niet bedekt worden met het verzoenende bloed van Christus. Gevolg is dat de Geest Zich bedroefd terugtrekt. Het wordt koud en kil in de kerk. Harde en grote woorden gaan klinken. Zelfhandhaving bloeit op. De farizeeër gaat koning kraaien. En alle kerkenwerk wordt ploegen op rotsen.
Schuldvraag
Wanneer we nu ons doen en laten tegen het licht van de Schrift houden, hoe komt het plaatje er dan uit te zien? Komt de hervormde synode er dan zonder schuld af? Heeft die niet te veel gestuurd, heeft die niet nagelaten zich tot het uiterste te oefenen in luisteren naar Gods Woord en heeft die niet te weinig in herderlijke bewogenheid zich gevoegd naar de gang van de schapen? En heeft die in elk geval niet een ernstige waarschuwing tegen het gevaar van scheuren en breuken in de wind geslagen door het ingediende unievoors tel af te wijzen?
En de broeders van het Gekrookte Riet en het Comité, kunnen die hun handen wassen in onschuld door zich erop te beroemen nu de echte kerk der Reformatie in gang te hebben gezet? Hebben zij dat inderdaad gedaan, ook al zijn ze nog zozeer van eigen gelijk overtuigd? En hebben zij in hun doen en laten iets weerspiegeld van de lankmoedigheid van God en van Zijn grote liefde voor het verlorene? En zijn ze niet van Godswege geroepen zich te verootmoedigen voor de ongenuanceerde wijze waarop ze de fouten en dwalingen van de PKN hebben geradicaliseerd en daarin het kerk-zijn van deze kerk naar beneden hebben gehaald?
En wat de Gereformeerde Bond betreft, gaat die vrijuit? Heeft die altijd het juiste taalveld gehanteerd? Is er voldoende profetisch gesproken naar het geheel van de kerk, naar de eigen beweging toe? Had die zich niet meer moeten inzetten om met de hele gereformeerde gezindte in de Hervormde Kerk op één lijn te komen? Of was dat al niet meer mogelijk vanwege onverwerkt verleden in eigen gelederen en 382 krijgen we daar nu de rekening van gepresenteerd?
Geen Pilatus-houding
De schuldvraag dus. We kunnen het ook nog uitbreiden tot de beide andere synoden die bij SoW betrokken waren. We willen echter maar eerst in eigen huis blijven. Bovendien stellen we de schuldvraag voorzichtig en meer vragenderwijs. Immers, je moet wel een profeet zijn die bijzonder geleid wordt door de Heilige Geest om de schuldvraag zo glashelder aan de orde te stellen als Nathan deed bij David met de woorden: 'Gij zijt die man'. Al haasten we ons te zeggen dat ook Nathan nog best voorzichtig was met zijn mooie verhaal van de man met vele schapen en de man die er maar één had.
Waar het om gaat, is echter dat de schuldvraag niet onder tafel zal verdwijnen. Het zou echt funest zijn wanneer wij de Pilatus-houding zouden aannemen door onze handen in onschuld te wassen. Dat is een doofpot die niets oplost, maar de problemen enkel groter maakt. Bovendien mag bekend worden verondersteld dat wij allen weten dat God Zelf eenmaal het deksel van alle doofpotten zal afhalen en dan is er geen houden meer aan. Op duizend vragen geen antwoord. Daarom moeten we niet om de schuldvraag heen draaien. Ondertussen moeten we die schuldvraag wel op goede wijze aan de orde stellen. Immers, allereerst naar de ander wijzen deugt niet. Laten we bij onszelf beginnen.
Dan zou het nog wel eens kunnen zijn dat we allen op dezelfde plek terechtkomen, namelijk samen schuldig aan de voet van het kruis. Betere plaats om elkaar te vinden is er niet.
Gods hand
Naast de schuldvraag, dus de kwestie van het doen en laten van onze hand, is er de vraag hoe de hand van God in dit alles aan het werk is? Mogen we stellen dat het een oordeel van God is? Persoonlijk zien we het wel zo. Mogelijk zit er iets in van heilig lachen van God, waarin Hij ons belacht in ons oecumenisch pogen naar eenheid. In ieder geval een oordeel. Om onze zonde. Niet allereerst om de zonde van de ander, maar om die van onszelf. Echt zelfbeproeving dus, waarbij het de vraag is of dat oordeel van God gestrenge straf is in definitieve vorm van Zijn toorn, of dat het Vaderlijke kastijding is met de uitgesproken bedoeling ons tot inkeer te brengen.
Wanneer we ook hierbij de Schrift laten spreken, dan is in elk geval glashelder dat God in de weg van onze inkeer altijd totaal bereid is Zijn oordelen in te houden en de gunst van Zijn vriendelijk aangezicht in Christus Jezus (weer opnieuw) te tonen. Immers, de lankmoedigheid van God is uitermate groot. En we mogen heel groot denken van de rommelende ingewanden van Zijn ontferming. God staat bij wijze van spreken constant in de startblokken om in grote haast vol ontferming naar ons toe te komen, wanneer wij net als de verloren zoon in onze zondaarsplunje opstaan om naar onze Vader te gaan.
En geeft Ezechiël 16 ons met name geen indrukwekkend beeld van de grote genade van God door Israël te vergelijken met een soort misgeboorte waar niemand naar omkeek, maar over wie God Zich ontfermde? In vers 6 lezen we toch: 'Als Ik U voorbijging, zo zag Ik U vertreden zijnde in Uw bloed, en Ik zeide tot U in Uw bloed: Leef'. Kan dit beeld geen hoop geven zelfs voor de Protestantse Kerk, maar ook voor alle bezwaarden die Gods ontferming evenzeer nodig hebben? Is het vreemd om te denken dat Gods hand bezig is om ons te snoeien, zoals de hemelse Landman volgens Johannes 15 alle ranken snoeit met de bedoeling meer vrucht voort te zullen brengen. Snoeien doet weliswaar pijn, maar het is heel heilzaam. Dat zou kunnen betekenen dat we ondanks alles toch in goede handen zijn, Vaderhanden.
Oefening in ootmoed
Ondertussen onderstreept dat ook onze roeping, namelijk om als klei in de hand van de pottenbakker ons te laten kneden naar het model van onze goede hemelse Vader. Dat is het model van afsterven aan onze oude mens der zonde en opstaan naar onze nieuwe mens, herschapen in Christus Jezus tot goede werken.
God wil ons heiligen en louteren. Alle onreine schuim en resten vuil van onze oude mens der zonde wil Hij opruimen en wegdoen, zodat het louter goud van Zijn beeld overblijft en Hij Zich kan spiegelen in ons doen en laten, waarin we een goede geur verspreiden van zijn Koninkrijk. Geen eenvoudige weg voor ons om te gaan. Echt de onderste weg. Maar tegelijk de meest zegenrijke weg. De weg waarop de meeste zegen ontvangen wordt, want ervaren wordt dat het 'goed is om nabij God te zijn' in geloof en liefde. Een weg ook die de meeste zegen verspreidt, want satan heeft er niet van terug. Immers, het geslacht van de boze vaart niet uit dan door een vastend en een biddend leven.
Bovendien is het de weg die ons ervoor bewaart te vallen in het oordeel der verharding. We worden zachtmoedig en teer. De liefde die vindingrijk is, gaat de boventoon voeren en vindt wegen van toenadering. We schrijven elkaar niet af, want we weten dat we allen van één lap gescheurd zijn, de zondaarslap. En dat we allen dezelfde heling nodig hebben van Hem die ons doet zingen: 'Hij heelt gebrokenen van harte, en Hij verbindt z' in hunne smarten, die in hun zonden en ellenden, tot Hem zich ter genezing wenden'.
Waarom dit 'verhaal'?
Is het reëel om in de hitte van de huidige kerkstrijd dit 'zachte' verhaal te schrijven? Willen we er de problemen mee dichtsmeren of'vroom' mee wegvernissen? Is er beleid mee te maken? Wat mij betreft mag ieder er zijn mening over te berde brengen. Doch wel onder één voorwaarde, namelijk met een open Bijbel die gelezen wordt door een heilbegerig hart.
In elk geval kan dit artikel naar we hopen en bidden nuttig en heilzaam zijn voor zovelen die zwaar gebukt gaan onder, de huidige crisis. We zitten er allen nog middenin en het valt niet mee om het bij bijbels licht te verwerken. Moge deze bijdrage daartoe dienstbaar zijn. Dan werkt het mee ten goede en brengt ons door nacht en stormgedruis heen des te meer tot bevrijdende geloofsovergave, waarin we ons hart uitstorten voor de Heere. We mogen opademen en ademhalen na zoveel bange tegenspoed. Want God troost ons in het getuigenis van de Geest met Zijn belofte, die luidt: 'Ik zal voor U strijden en gij zult stille zijn'.
Dan komt de 'oplossing' 'vanzelf', want God is in staat en bereid tot het doen van grote dingen die we gelovig van Hem mogen verwachten.
R. H. Kieskamp, Lienden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's