De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kringwerk in de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kringwerk in de gemeente

Aandacht voor gaven en taken bij opbouw

11 minuten leestijd

AANDACHT VOOR GAVEN EN TAKEN BIJ OPBOUW

Een onderdeel van de opbouw van de gemeente van Christus is het kringwerk. Er zijn allerlei soorten van kringen in de gemeente. De laatste jaren komen er ook steeds meer bij zoals de gebedskring, de laagdrempelige huiskring, de huisbijbelkring, de doopkring, gemeentegroeigroepen enz.

Sommigen vinden dat een goede ontwikkeling, anderen menen dat door een veelheid van kringen het zicht op het geheel van de gemeente verloren dreigt te gaan. Dat is dan juist weer niet goed voor de opbouw en de eenheid, waar de apostel Paulus over spreekt in de Efezebrief. Ik kom daar straks nog nader op terug. Van belang is het om het kringwerk niet als een doel op zich te zien, maar als een onderdeel van gemeenteopbouw. Het kringwerk is dan een middel.

Volgens dr. A. Noordegraaf heeft de opbouw van de gemeente twee kanten:

a. intensivering van het geloof, de hoop en de liefde van hen die tot de gemeente behoren, de geestelijke groei van de gelovigen, de versterking en de consolidering (duurzaamheid) en

b. de toebrenging van mensen tot de gemeente uit hen die buiten staan. De opbouw geschiedt primair in de samenkomst van de gemeente. Ambt en gemeente werken samen in een pneumatische, charismatische samenwerking. Hoe gaat zoiets in de praktijk? Noordegraaf: door het ontdekken van de gaven, het scheppen van communicatiemogelijkheden en het zoeken naar ontmoetingsvormen. Alledrie van deze genoemde aspecten kunnen op een of andere manier binnen het kringwerk aan de orde komen.

Geloofsgroei

In dit artikel wil ik wat verder doordenken over de opmerkingen van dr. Noordegraaf en met betrekking tot het kringwerk enkele doelstellingen formuleren, die voor het beleid van de kerkenraad voor het kringwerk wellicht van pas kunnen komen.

Noordegraaf begint met op te merken dat het bij gemeenteopbouw gaat om de intensivering van het geloof, de geestelijke groei van de gelovigen. Ik sluit hier graag van harte bij aan. Gemeenteopbouw is op deze manier geen technisch en zakelijk gebeuren (proces), maar geloofsontwikkeling. Of anders gezegd: gemeenteontwikkeling. Een voluit 'geestelijk' gebeuren dus.

Noordegraaf sluit met zijn opmerking naadloos aan bij de bedoelingen van de apostel Paulus in zijn brief aan de gemeente van Efeze. In hoofdstuk vier van deze briefis het de apostel vooral te doen om geloofsgroei! Het gaat om verdieping, inzicht in de Schriften.

Het steeds meer en beter begrijpen van Gods bedoelingen met ons mensenleven. En dat niet zozeer persoonlijk, maar ook en vooral samen als gemeente. De gemeente is gemeenschap! Geroepen om samen een te zijn. Samen te werken aan vooral de 'kwaliteit' van het gemeentewerk. Volgens prof M. te Velde is in die zin gemeenteopbouw aandacht voor gaven en taken. Het gaat volgens Te Velde om het verbeteren van de kwaliteit van het werk in de gemeente. Het doel van gemeenteopbouw is dan volgens hem: haar volmaking in Christus. Ook Te Velde sluit met zijn opmerkingen aan bij Efeze 4, namelijk vers 13 waar we lezen: 'Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus'.

Noordegraaf spreekt vervolgens ook over de hoop en de liefde van hen die tot de gemeente behoren en over de versterking en consolidering. Opnieuw aansluiting bij de apostel, die in de laatste verzen van Efeze 4 vooral de nadruk legt op de liefde. Liefde tot de waarheid en liefde tot God. Wie zich hierop oriënteert, mag er zeker van zijn dat hij of zij een vaste bodem gevonden heeft om in te wortelen en daarop vast te staan en te groeien. Dr. L. Floor tekent hierbij aan: 'De waarheid staat in dienst van de liefde en de liefde baant voor de waarheid de weg naar het hart'. Een betere leerroute voor het geestelijk leven en de verborgen omgang met de Heere God is er niet, zou ik denken!

Visie

Als we zoeken naar een heldere visie op het kringwerk in de gemeente, dan kunnen we bij de apostel Paulus uitstekend terecht. Want aan het eind van hoofdstuk 4 opent zich een wijds perspectief, namelijk dat wie zich onophoudelijk oriënteert op Christus, groeit in geloofskennis en liefde. Ja, er is zelfs meer, ook een groeien in geloof door dienstbetoon. Niet voor niets roept de apostel ambtsdragers op de leden van de gemeente toe te rusten tot dienstbetoon (vs. 12). Ik zou hier als stelling willen poneren dat de mate van het onderlinge dienstbetoon zelfs graadmeter is voor groei! Dat zal onze diakenen goed doen!

Maar dan wel dienstbetoon in navolging van Christus. Immers de groei is uitsluitend te danken aan Christus. Van Hem moet het komen. Waar gelovigen meer en meer buigen onder de heerschappij van Christus, groeien zij naar Hem toe en worden gebouwd in het geloof, de hoop en de (onderlinge) liefde. Een gemeente die zich niet voortdurend oriënteert, blijft steken in haar groei. Zij blijft ondermaats (M. R. van den Berg). Alleen wanneer de gemeente Hem op zich laat inwerken, zoals een plant de stralen en de warmte van de zon op zich laat inwerken, kan de gemeente werkelijk groeien in geloof door dienstbetoon. En dienstbetoon maakt het levenspatroon van de gemeente zichtbaar!

Kortom, als we spreken over een visie op het kringwerk, dan zeg ik met ds. Tramper dat de kring de plaats bij uitstek is om elkaar als leden van de christelijke gemeente op te vangen (liefde), te bemoedigen (hoop), persoonlijke contacten tot stand te brengen (bevorderen van de eenheid) en van elkaar te leren. Opdat mensen meer gaan leven tot eer van God; dat ze niet alleen God leren kennen, maar ook zichzelf; dat ze meer oog krijgen voor de ander, dichtbij en ver weg en dat ze ingaan op hun roeping en verantwoordelijkheid in kerk en samenleving.

Verscheidenheid

Ik kan me voorstellen dat iemand zegt: allemaal prachtig geformuleerd, maar hoe werkt dit nu in de praktijk? Wel, dat is per gemeente heel erg verschillend. Er zijn gemeenten die het graag bij enkele kringen willen houden zoals b.v. de vrouwenvereniging, de mannenvereniging, de bijbelkring.

Een en ander hangt natuurlijk ook sterk af van de grootte van de gemeente en de behoefte van de gemeenteleden. Onlangs vernam ik in een gemeente dat er een gebedsgroep was gestart. Enkele gemeenteleden hadden wat moeite met bepaalde zaken in de gemeente en waren daardoor wat negatief gestemd. Terechtkomen in een negatieve spiraal bouwt natuurlijk niet op. Iemand opperde: laten we stoppen met negatief praten, maar laten we een groep vormen en regelmatig bijeenkomen voor bezinning en gebed. Zo ontstond een gebedskring met als prioriteit bidden voor de gemeente, haar predikanten en ambtsdragers. Tussen haakjes: wat zou het geweldig zijn als er (meer) gebedsgroepen komen bijv. van bezwaarden en niet-bezwaarden, die gaan bidden en de grote nood van de verdeeldheid binnen onze kerk(en) en gemeenten gaan voorleggen aan de

Heere God en er door velen gesmeekt gaat worden om een geestelijk reveil. Een illusie?

Levensvragen

Werken aan een model van kleine groepen als kerkenraad, is werken aan een kerk waarin de participatie van gemeenteleden centraal staat. Men zoekt daarbij de onderlinge ontmoeting en het geloofsgesprek, via een netwerk van kleine groepen, waarin ook gebed, aandacht en zorg voor elkaar tot uiting kunnen komen. We spreken dus bij het werken aan een model van kleine groepen over een 'manier' van gemeente zijn. Deze manier vraagt om een vertaling naar concreet beleid en uitvoering van dat beleid. Het gaat daarbij om heldere keuzes en een strategie op welke wijze die keuzes in de praktijk tot hun recht kunnen komen en vooral kunnen worden gerealiseerd.

Een voorbeeld: enkele gemeenteleden van de gemeente X willen graag een gesprekgroep opzetten. Doel is: omzien naar elkaar en samen in gesprek over levens- en zingevingsvragen. Past zo'n gespreksgroep binnen de identiteit van de gemeente? Het lijkt van wel, als je het beleidsplan erop naleest: het beleid van de kerkenraad is erop gericht een gemeente te zijn voor iedereen en voor elk wat wils. De leden van de gemeente moeten zich binnen die gemeente allemaal thuis kunnen voelen. Van belang is dat de leden elkaar accepteren. Er is aandacht voor elkaar! Over zo'n omschrijving kan je het allemaal snel eens zijn, of toch niet? Het lijkt me wel erg algemeen geformuleerd en niet erg duidelijk, want wat zijn nu de kaders voor deze gespreksgroep? Men wil praten over levens- en zingevingsvragen. Daar is op zich niets mis mee, maar hoe wil men dat doen en aan de hand waarvan? Daar moet duidelijkheid over zijn. Wat zeg je als een groep Kuitert wil bestuderen, of Het verhaal gaat... van Nico ter Linden wil gaan lezen, of video's van de IKON wil bespreken?

Een voorbeeld van een visie op kringwerk is de volgende omschrijving: 'Een kring is een groep mensen, die samenkomt onder begeleiding van een kringleider met als doel om: luisterend naar Gods gezaghebbend Woord, biddend en zoekend, in onderlinge gesprekken, eikaars lief en leed delend, door God en door elkaar opgebouwd te worden in geloofsleer en geloofsleven, in onderlinge liefde en gemeenschap, in getuigenis en dienstbetoon. Om zo bouwsteen te zijn voor de opbouw van de gemeente van Christus (Efeze 4) en zo te beantwoorden aan de roeping van de gemeente tegenover God, kerk en wereld'. (Bewerkt overgenomen uit: Kleine groepen, grote kansen, Zutphen, 2001.)

Doelen

Het kan dus zijn dat er verschillende kringen gewenst zijn in de gemeente, met eigen specifieke doelstellingen. Maar het kan niet zo zijn dat die specifieke doelstellingen van die kringen buiten het kader van de identiteit van de gemeente vallen. Daarom pleit ik voor een duidelijke visie-omschrijving en definiëring van het kringwerk in de gemeente. Binnen de vastgestelde (beleidskaders blijft er vervolgens voldoende ruimte voor verscheidenheid. Je kunt kiezen voor een zekere uniformiteit, maar er mag ook pluriformiteit zijn. Op elke kring hoeft echt niet hetzelfde boekje te worden gebruikt. Het kan heel verfrissend zijn eens andere werkvormen te gebruiken. Accenten kunnen verschillen, programma's ook.

Gemeenteleden participeren binnen de gemeente op verschillende niveaus. De een heeft veel behoefte aan diepgaande bijbelstudie, terwijl de ander veel meer behoefte heeft aan persoonlijke aandacht en meeleven. De kerkenraad kan verschillende keuzes maken om verschillende doelgroepen zo goed mogelijk te bereiken. Vanuit pastoraal oogpunt ken men kiezen voor het geloofsgesprek, waarbij de verdieping van het geloof (geloofsontwikkeling) een grote en centrale plaats inneemt. Vanuit diaconaal oogpunt kan er gekozen worden voor een laagdrempelige kring, die geschikt is voor wellicht meer praktisch ingestelde mensen, of gemeenteleden die het juist fijn vinden op eenvoudige manier en in een veilige omgeving samen te komen voor (eenvoudige) individueel gerichte bijbelstudie en onderling dienstbetoon. Vanuit missionair oogpunt kan je kiezen voor een (vrienden) kring, die probeert op een voorzichtige manier contacten te leggen met rand- en buitenkerkelijken. Benadering van deze doelgroepen vraagt wel om een eigentijdse aanpak, die heel dicht aansluit bij de leefwereld van de doelgroepen.

Samenhang

Van belang is dat er samenhang is tussen de groepen. Dat deelnemers van verschillende groepen elkaar ook kunnen ontmoeten (b.v. na een (thema)dienst een preekbespreking, een gezamenlijke slotavond, maaltijd, een gemeenteavond die aansluit bij een kringthema, presentatieavond, goede publiciteit). Er dient ook een soepele overgang mogelijk te zijn van de ene naar de andere groep. Groepen moeten geen gesloten en dichtgetimmerde groepen zijn. Laat altijd een stoel vrij voor een nieuwe gast.

Van belang is ook dat kringleiders goed worden toegerust, dat er onderling coördinatie is. Dat er bij andere activiteiten in de gemeente zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de ervaringen van en ontwikkelingen binnen de verschillende kringen. Dat de kerkenraad en de kringleider attent zijn op gaven die dankzij een kring tot bloei zijn gekomen en ingezet kunnen worden voor het vele werk dat in de gemeente gedaan mag worden. Er kan een vormings- en toerustingsprogramma ontwikkeld worden, dat voldoet aan de identiteit van de gemeente met een rijk geschakeerd aanbod, waardoor de betrokkenheid en de individuele geloofsontwikkeling van zoveel mogelijk gemeenteleden kunnen worden vergroot.

Ten slotte nog enkele duidelijke doelstellingen, die ik ergens las: Saamhorigheid: ze biedt een groep waar je bij hoort;

Aanvaarding: ze biedt een plek waar je weet dat je aanvaard wordt en jezelf mag zijn;

Groei: ze biedt de mogelijkheid om geestelijk te groeien; Wederkerigheid: ze biedt een plaats waar je niet alleen iets ontvangt, maar ook iets geeft;

Geestelijke gaven: ze biedt gelegenheid onderricht te krijgen over de geestelijke gaven;

Getuigenis en dienst: ze biedt een plek om na te denken over de vraag: hoe breng ik anderen aan de voeten van Jezus en wie mag ik in mijn gebed opdragen aan de troon van God.

Aart Peters, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kringwerk in de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's