Boekbespreking
Ds. C. J. Meeuse, G. Roos, ds. G. Sonnevelt (red.) Trouw aan Israël. v Uitg. Den Hertog Houten; 240 blz.; \ € 19, 95 (t°t 30 juni € 17, 50).
Deze bundel'up*|£ilen vrucht van de bezivnwgopclepli/as varTfetwoIk Israël in de Schrift en op dHSrkelijke djfl^eacht „ ten aanzien van het volk Israël. Het is een publicatie onder verantwoordelijkheid van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten. In twaalf bijdragen worden diverse onderwerpen aan de orde gesteld. Ds. Sonnevelt tekende voor de meer exegetische opstellen over o.a. het 'geheel Israël' in de brief aan de Romeinen 400 en over chiliasme in bijbels licht. Daarnaast zijn er nogal wat beschrijvende hoofdstukken gewijd aan de ontwikkeling van de evangelieverkondiging onder het Joodse volk en de geschiedenis van het chiliasme. Ds. Meeuse, ds. C. Neele en oud. Roos gaan hier op in. Ds. W. Silfhout schrijft een ingetogen bijdrage over de vraag of de landbelofte nog steeds geldt.
Ik wil allereerst mijn waardering uitspreken voor de doelstelling van dit boek. Gods blijvende trouw aan Israël wordt beleden en de lezer wordt aangespoord ook tróuw te zijn aan de 'beminden om der vaderen wil'. Deze publicatie wil de liefde voor Israël heel duidelijk stimuleren.
Met name in de bijdrage van ds. Sonnevelt wordt duidelijk gemaakt dat er geen sprake kan zijn van een vervangingstheologie. (Ook al lijkt deze opvatting weer moeilijk te combineren met een citaat van ds. Van Dieren op blz. 39). Maar wat betekent dat con-creet voor de visie op Israël? In hoeverre zit er in de relatie met Israël iets van wederkerigheid? Kan het volk los gezien worden van het land? Hier stapelen de vragen zich op.
In dit boek is een zekere dubbelheid te bespeuren. Enerzijds kan het worden gelezen als een poging om vanuit een nieuw verstaan van de Schrift na te denken over Israël.
Die insteek betekent dan een nieuwe stap ten opzichte van de vaderen en ook ten opzichte van de belijdenisgeschriften, die immers over Israël nagenoeg zwijgen. Aan de andere kant wordt in verschillende bijdragen met veel verve geprobeerd duidelijk te maken dat de overwegingen en positiebepaling van het deputaatschap juist congruent zijn met de traditie (m.n. de Nadere Reformatie en ds. G. H. Kersten). Opmerkelijk genoeg is bijna een derde deel van het boek aan het chiliasme gewijd en wel in drie verschillende hoofdstukken. Dit heeft als praktisch bezwaar dat er een bepaalde overlapping is. Bijvoorbeeld: op ver-
schillende plaatsen valt te lezen hoe de opvattingen van ds. Berkhoffin 1933 door de synode van de Chr. Geref. Kerken zijn veroordeeld. In de zeventig bladzijden over het chiliasme is de scherpe afwijzing de enige lijn. De vaderen - óók Wilhelmus a Brakel - behoorden niet tot de chiliasten, zelfs niet in gematigde zin (blz. 207-8). Chiliasme is een sektarisch verschijnsel, zo wordt gesteld.
Het is jammer en ook te gemakkelijk wanneer het chiliasme slechts eenzijdig als vluchtweg wordt gezien. Onmiskenbaar bevat de geschiedenis van het chiliasme namelijk ook elementen van verzet tegen vereenzelviging van het rijk van Christus met wereldlijke (Constantijn) en kerkelijke macht (paus). Indien het hier gaat om sektarische opvattingen - zoals hier wordt gesteld - in hoeverre ligt hier dan niet een onbetaalde rekening van en voor de kerk? Het chiliasme vraagt terecht aandacht voor het immanente, aardse karakter van het heil. Of je daar het chiliasme echt voor nodig hebt, is vervolgens een andere vraag.
Ik mis in dit boek de aandacht voor dit aardse karakter van het heil. En daarmee is niet alleen het chiliasme in het geding, maar dit raakt ook de opvattingen binnen het Jodendom; ja, de Schrift zelf.
Wat de gebruikte literatuur betreft: in dit boek zijn verwijzingen te vinden naar zeer diverse auteurs-en een grote variatie aan geschriften. Het is bijv. curieus om een citaat van prof. Kuitert te lezen (blz. 230) als bouwsteen in een betoog dat opkomt voor de rechte leer. Opmerkelijk acht ik het vrijwel ontbreken van verwijzingen naar de geschriften uit de hoek van het Bezinningscomité Israël (zoals de serie Zicht op Israël uit de jaren tachtig) waarin het toch gaat om een verwante vraagstelling. Daarnaast valt op dat een belangrijk onderwerp als de uitleg van de profetieën vooral op een enkele publicatie steunt (bijv. blz. 46 en 88). Het is een gemis dat het belangrijke boek van Achim Detmers over de visie op Israël in de tijd van de Reformatie (Reformation und Judentum) niet is verwerkt. Datje 'Bultmann' met dubbel n schrijft, laat ik buiten beschouwing.
De hamvraag die overblijft na lezing van dit boek is: in hoeverre mag Israël ook echt meedoen in de relatie met de kerk? Het komt mij voor dat Israël voor het deputaatschap vooral als object van evangelieverkondiging wordt gezien. (Hoewel het woord 'zending' vermeden wordt, lijkt hier inhoudelijk niet al te veel verschil). Óf: 'is de gemeente van Jezus Christus niet volgroeid (...) zolang niet Israël, op de tijd en wijze bij God bekend, tot zijn Messias is teruggebracht'? (Fundamenten en Perspectieven van belijden 1949). Hier ligt een belangrijke uitdaging voor een vervolgbundel.
G. van Meijeren, Dirksland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's