De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Wars van mensen sprak ik niet

Als iemand zegt: ik ben wars van mensen, dan is dat een tamelijk negatief vonnis. Wars van iets of iemand zijn wil immers zeggen dat je afkerig bent van mensen of van bepaalde zaken. Als Asaf volgens een berijming van zijn woorden in Psalm 77 dit zou bedoeld hebben, zou hij dus een kwalijke levenservaring hebben willen weergeven. Wie de authentieke bijbeltekst raadpleegt, kan zien dan het nogal meevalt: het 'wars van mensen' is een toevoeging van de berijmer (1773). Er staat: 'Ik was verslagen en sprak niet'.

Toch kunnen er omstandigheden in je leven zijn waarop het wel gezegd wordt: ik ben wars van mensen. Soms willen ernstig zieken geen mensen aan hun bed ontvangen. Ze hebben geen behoefte aan goedbedoelde woorden of aan stichtelijke exclamaties. Mensen zijn nu eenmaal in alle tijden moeilijke vertroosters. Je hebt er meestal niet zoveel houvast aan. Uiteindelijk is een mens alleen op aarde. Hij komt er alleen op. Hij gaat er ook alleen weer af. 'Mijn God, wat is de mens dan op deez' aarde (...) dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt'.

Ook dat zijn berijmde regels uit een psalm. Die woorden staan in de context van Gods grootheid en heerlijkheid in Psalm 8. 'Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die Gij bereid hebt, wat is de mens dat Gij aan hem denkt...' Daar dacht ik dezer dagen aan toen de planeet Venus als een soort mug langs de zon schoof. De aarde zou ongeveer dezelfde omvang hebben, werd ons van bevoegde zijde in de pers verteld.

Als de aarde als planeet binnen het zonnestelsel al niet veel meer is dan een mug, wat is de mens dan die op die aarde leeft. Vanuit dat oogpunt bezien is het zonder meer lachwekkend hoe belangrijk mensen zich kunnen wanen. Opgeblazen, noemt een apostel de mens soms, en terecht. Wij lijden, ook in de kerk, vaak aan ernstige overschatting van onszelf. De (niet-gelovige) dichter Lucebert zei het eens heel treffend, dat wij mensen niet veel meer zijn dan een mug op de rok van het universum. Daar kunnen we nog wat van leren.

Een wijsgeer die veel over de mens heeft nagedacht is Blaise Pascal. In zijn meest bekend geraakte geschrift, de Pensees (= Gedachten), heeft hij over de mens de nodige uitspraken gedaan. In Drieluik (Maandblad van de PKN-gemeenten in Amersfoort) verzorgt dr. A. J. Plaisier de rubriek 'Kopstukken'. In de aflevering van juni 2004 geeft hij aandacht aan Pascal (hij promoveerde in 1996 op een proefschrift waarin hij onder meer aandacht schonk aan deze Fransee wijsgeer, die in 1623 werd geboren en in 1662 alweer overleed). Plaisier citeert uit de Gedachten als Pascal zich uitspreekt over de mens.

'Volgens velen is hij nogal pessimistisch over die mens. Dat is op zijn minst eenzijdig. Wel is het juist dat Pascal met een scherpe blik naar de menselijke werkelijkheid heeft gekeken, en de al te hoogdravende praatjes over de menselijke vermogens (met name zijn verstand) heeft ontmaskerd. De macht van vliegen: ze ivinnen veldslagen, blokkeren ons denken, eten ons lichaam op (jr. 22).

Toch is hetgeen man, die er niet op uit is de mens zomaar naar beneden te trekken. Ja, de mens is sterfelijk en zwak, zeker, maar veracht hem niet. De mens is maar een riet, het zwakste in de natuur, maar hij is een denkend riet. Om hem te verpletteren hoeft niet het hele universum naar de wapens de grijpen: wat damp of een waterdruppel is voldoende om hem te doden. Maar al zou het hele universum hem verpletteren, dan zou hij altijd nog edeler zijn dan dat wat hem doodt, omdat hij weet dat hij sterft... (fragment 200).

De mens is een raadselachtig wezen. Hij is "de glorie en het uitvaagsel van het heelal". Eigenlijk past er geen enkele sleutel op de mens. Hij streeft naar waarheid maar blijft zich vergissen. Hij streeft naar geluk en blijft onrustig. Op deze mens past niet een algemene god of "degod van dejiloso/en en degeleerden", maar wel "de God van Abraham, Izaak en Jacob, de Vader uan Jezus Christus". Dat is een "dramatische" God. In het hart van deze God staat de gestalte van de gekruisigde. Alleen de gekruisigde Heer slaat op de mens. Een God die de afstand van hoog tot laag doorloopt, die de mens raakt in zijn laagheid om hem op te halen en tot zijn hoge bestemming te brengen.'

Een denkend riet, ja. Pascal, aldus dr. Plaisier, wist dat het christelijk geloof niet rationeel te bewijzen is. Het geloof tast dieper dan de rede, zonder deze overigens gering te achten. Als de mens de beginselen van de rede zou choqueren, dan zou ons geloof absurd en belachelijk zijn, zo wordt Pascal geciteerd. 'Maar: Het is het hart dat God "begrijpt" en niet de rede. Dit is dus het geloof: God, begrepen door het hart, niet door het verstand.'

Niet de mensen, maar God

Eén keer in de maand schenkt Hein Schaeffer in VolZin aandacht aan werk van een dichter en schrijft daar als het ware een soort meditatie omheen. In de aflevering van 21 mei 2004 koos hij voor werk van de bekende Jacqueline van der Waals (1868-1922). Ik citeer het hele artikel omdat ik de inhoud ervan belangrijk acht, ook voor de lezers van ons blad.

Hier en daar zullen wenkbrauwen omhoog gegaan zijn toen in de uitvaartdienst van koningin Juliana het gezang "Wat de toekomst brengen moge" werd ingezet. Dit lied van Jacqueline van der Waals (Gezang 293 in het Liedboek voor de Kerken) heeft in de afgelopen decennia nogal onder vuur gelegen. Wordt hier niet een passieve en kinderlijk-onderdanige manier van geloven bezongen? En paste dit wel in de uitvaartdienst uan Juliana, die in een krant "haar laatste uerzetsdaad" werd genoemd?

Leer mij uolgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed! Leer mij slechts het heden dragen Met een rustig, kalme moed!

Lang ben ik zeifin deze kritiek meegegaan. Maar op een gegeven moment zwichtte ik voor de "kalme moed" die ik als pastor bij mensen mocht zien. Niet gauw zal ik de vrouw vergeten die wekenlang in haar ziekbed bij de tuindeuren lag. Ze genoot van de bloemen en de planten die haar man daar had neergezet. Een steeds zwakker wordend leven, maar op z'n intensiefst. In haar rouwdienst werd - op haar wens - het gedicht "Sinds ik het weet..." van Jacqueline van der Waals voorgedragen:

Sinds ik het weet, treed ik, wien ik ontmoet, Den vreemden en den vrienden op mijn wegen,

Ontroerder en vertrouwelijker tegen, En 'k groet ze met een vriendelijker groet.

Sinds ik het weet is God mij meer nabij En uaak, in d'ernst van 't aardse spel verloren,

Zo ernstig en zo diep als ooit te voren

Gevoel ik plots Gods glimlach over mij.

De ontmoeting met iemand die zó - nog even - leeft, vaagt alle scepsis bij je weg. Draaien mensen met zulke kalme geloofsmoed zich een rad voor de ogen? Maar wat is dan overtuigend in ons leven als het niet de ontroerende en vriendelijke groet is van mensen die zich helemaal tot hun kern hebben laten voeren en Gods glimlach weerspiegelen? Maar dan nóg kun je voor jezelf het gevoel hebben dat jij het nooit zover zult brengen, dat twijfel je in de weg blijft zitten Die was ook Jacqueline van der Waals niet ureemd. In "Overgave": Soms scheen het geloof niets te wezen / Dan dwaasheid en hoop zonder grond. Maar uiteindelijk sterker was bij haar de ervaring van Gods nabijheid m zijn afwezigheid - slechts in paradoxen te beschrijven. In "Avondvrede":

Maar al mijn bitterheid Verging in 't zachte branden Van Gods afwezigheid, Die ruiste door de stilte alom

"Gij zult mijn dagen vullen Met Uw zeer zoet gemis

En mijne nachten hullen In Uwe duisternis..."

Het wonderlijke is dat afwezigheid en gemis uan God hier ervaren worden als genezend, uerzachtend, geborgenheid biedend. Dit getuigt van een bijzondere intuïtie van hoe God bij mensen is. Niet beschikbaar, ajroepbaar maar als een onvoorstelbaar geschenk -juist wanneer en omdat iedere drang om te bezitten is weggesleten. Prachtig verwoordt zij dit in "Doodsbenadering": .

Wij mogen U niet eigenmachtig beelden, Gij scheemrende, waaraan de dag ontsteeg. We ontlenen aan dezelfde kleurenweelde, Waarmede men Uw beeld vanouds penseelde,

Den glans, waarmee de heilige U verzweeg.

Wij bouwen beelden van U op als wanden, Zoodat reeds duizend muren om U staan, Want U verhullen onze vrome handen, Zoodra U onze harten opengaan.

Er is juist een bijzondere inspanning nodig om gelovig te komen tot "een rustig, kalme moed". De inspanning van het met je vrome handen van God afblijven. Een volwassen, volgroeid geloof is geënt op deze bijna onvatbare wijsheid: alleen als je God loslaat, blijft Hij bij je.'

Inderdaad, wij spreken soms zo stellig over God. God is in de hemel en wij zijn op de aarde. Laten daarom uw woorden weinige zijn, wist Prediker al te melden (5:1). Wij weten meer niet dan wel, zeker over God. Meer bescheidenheid in ons spreken zou ons sieren. Volgen zonder vragen. Lastig genoeg, zeker voor iemand die het zo goed denkt te weten. Alles loslaten en achterlaten en in Gods handen vallen. In het loslaten vastgehouden worden. Wie het vatten kan, die vatte het, hoorde ik ooit een bekend prediker menig keer uitroepen.

J. Maasland

Volzin is de voortzetting van Hervormd Nederland en de Bazuin. Het wordt uitgegeven door de Koninklijke BDU Uitgeverij BV te Barneveld, Postbus 67, 3770 AB Barneveld, e-mail: administratie(a)opiniebIadvolzin.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's