De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Oproer in mijn hoofd'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Oproer in mijn hoofd'

De zieke Luther (i)

6 minuten leestijd

DE ZIEKE LUTHER (1)

Een breekbaar glas

De grote Deense denker S0ren Kierkegaard schrijft in zijn dagboek: 'Luther... is een voor het christendom uiterst belangrijke zieke.' Ongetwijfeld heeft hij er iets anders mee bedoeld dan dat wat ik er hier van maak. Toch geldt het ook in de letterlijke zin van het woord dat Luther een belangrijke zieke voor het christendom is. Talloos vaak werd hij in zijn werkzaamheden geremd door een ziek lijf en een zeer hoofd. Stond het niet zwart op wit in de grote schat aan brieven, preken en andersoortige verhandelingen die hij ons heeft nagelaten, je zou het eenvoudigweg weigeren te geloven. Zeker wanneer we niet verder kijken dan de portretten die ons van Luther bekend zijn.

Lukas Cranach de Oudere mag daarbij wel zo'n beetje Luthers 'hoffotograaf' genoemd worden. Dwalend lans Luthers portretten zien we een robuuste man voor ons. Krachtig ogend en blakend van gezondheid: In werkelijkheid echter kwam deze man meer dan eens ziek thuis. Vermoeid van zware 402 reizen en afmattende gesprekken en vergaderingen ter wille van de zaak van de Reformatie, die hem zozeer op het hart drukte. Eenmaal veilig binnen de muren van zijn eigen veste werd hij liefdevol verzorgd door zijn Kathe, voor wie niets te veel was. Wellicht inspireerde haar zorg en toewijding Luther tot de aanbeveling om God te dienen in je zieke echtgenoot en hem of haar vooral goed te verzorgen.

Uit zijn nagelaten pennenvruchten weten wij dat de hervormer van Wittenberg (1483-1546) veel kwakkelde met zijn gezondheid. Dan eens waren het maag- en darmklachten die opspeelden. Een andere keer werd hij geplaagd door koliekaanvallen, hartklachten, nierstenen, jicht, reumatiek, ischias of een open been. Hoofdpijn, slapeloosheid en duizelingen behoren tot de telkens terugkerende klachten. Zij hinderden hem vaak langdurig in zijn werkzaamheden. Zo was hij 1521 zeven maanden tobberig. In 1527 zelfs acht maanden. In 1530, 1543 en 1545 maar liefst tien maanden. En dan waren er ook nog eens de tijden dat zwa-re aanvechtingen donkere schaduwen wierpen over zijn gemoedsstemmingen.

Eens gaf Luther zijn vriend dr. Justus Jonas een fraai glas cadeau. In het begeleidende briefje schreef de schenker: 'Een glas schenkt een glas aan een ander glas. Raad, raad, wat is dat...? '

Oproer in het hoofd

Het monnikenbestaan dat hij gedurende een aantal jaren leidde in het klooster, heeft zonder twijfel een nadelige invloed uitgeoefend op zijn gezondheid. Er was weinig voor nodig geweest of Luther had er zich doodgemarteld in nietsontziende ijver om rechtvaardig te worden voor God. Niet zelden verkeerde hij in die tijd in een situatie van lichamelijke en geestelijke uitputting. De vele ontberingen die hij leed, zouden een diep spoor trekken in zijn verdere leven.

In een brief gedateerd op 14 april 1521, hij is dan op weg naar Worms, schrijft Luther: 'Ik ben gedurende de hele weg naar Eisenach (...) ziek geweest, en ik ben het nog zoals ik het nog nooit geweest ben.'

Ook tijdens zijn verblijf op de Wartburg, we schrijven dan het jaartal 1521, heeft hij veel geleden. Vooral de telkens terugkerende hoofdpijnen waren een ware bezoeking. Hij kon dan werkelijk geen letter meer lezen. Op de Coburg, waar Luther in 1530 verbleef in verband met de rijksdag te Augsburg, was het al niet veel beter.

Als gevolg van lichaamszwakte en uitputting moest hij meer dan eens zijn werk neerleggen. Hij schrijft daarover aan zijn vriend Philippus Melanchton, van wie hij veel hulp ontving (brief van 12 mei): '...De oude, uitwendige mens wordt gebrekkig en kan de ijver van de nieuwe, inwendige mens niet meer dragen en bijhouden. Mijn hoofd begon vol geraas, ja vol donderslagen te raken en als ik niet direct met werken was gestopt, was ik flauwgevallen,

hetgeen ik de afgelopen twee dagen nauwelijks kon voorkomen. Zo is het nu al de derde dag dat ik geen letter kan of wil zien. Ik merk dat het niet meer gaat zoals ik het zou willen, de jaren gaan zich laten gelden. (...) Ik houd daarom volstrekt rust en doe niets. Langzamerhand bedaart het oproer in mijn hoofd door de medicijnen en uit eigen beweging.' In diezelfde brief bindt Luther de vriendenkring op het hart om niet naar zijn voorbeeld zichzelf te overwerken. 'Daarom beveel ik jou en al je metgezellen onder bedreiging van de ban, dat je de grenzen in acht neemt, tot behoud van je zwakke lichaam om geen zelfmoordenaar te worden en daarna te beweren

dat het gebeurde uit gehoorzaamheid aan God. Hij wordt ook met rust gediend.'

Toch zag Luther kans om in dit jaar vol beproevingen 60 preken te houden, 170 brieven te schrijven en 26 andere geschriften het licht te doen zien.

Het beste medicijn

Maar er is meer dan het nemen van rust. Geen beter medicijn kent Luther dan Gods Woord.

Dat wil niet zeggen dat hij medische zorg verachtte. Aardig is zijn opmerking over dokters. Hij noemt ze 'door God gegeven oplappers van ons lichaam.' Maar: 'mijn beste recept staat geschreven in Johannes 3 : 16. Want alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe.'

Telkens lezen wij hoe Luther een verband legt tussen zijn kwalen en de duivel. Tijdens een ziekteperiode in 1530 schrijft hij aan zijn vrienden: 'Waar het van komt, weet ik niet. Ik ben in alles matig geweest. Ik vermoed dat het die boze zwarte gast uit de hel is geweest, die mij in zijn rijk hier op aarde niet zo best kan verdragen.' Hij ervoer zijn ziekten als vuistslagen van de satan. 'Omdat wij gedoopt zijn en Christus belijden, daarom moeten wij het van de duivel en de wereld ontgelden.' In het boekje Of men voor het sterven mag vluchten (het gaat hier vooral om de gewetensvraag of men als christen voor de pest mocht vluchten) merken we hoe hij de duivel geen enkele krimp geeft. Wij zullen tegen de duivel en ons eigen hart, vasthouden aan het zeer betrouwbaar Woord van onze God en de sterke beloften daarin Luther vreest dat de dokters vaak te weinig oog hebben voor de relatie ziekte-duivel.

J. Belder, Dordrech'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Oproer in mijn hoofd'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's