Aardse en geestelijke een eenheid
De Bijbel in het leven van prof. Graafland
Het leuen uan prof. C. Graafland is te typeren als een gedurig optrekken met de Bijbel. De waarheid uan het Woord uan God stond nooit ter discussie, maar tuas euenmin zo dominant aanwezig dat geen vragen werden toegelaten. Waar de jaren verstreken, kreeg hij meer zicht op de aardse, concrete werkelijkheid van de Bijbel. Noem dat maar verdieping.
DE BIJBEL IN HET LEVEN VAN PROF. GRAAFLAND
'De Bijbel nam in mijn ouderlijk huis vooral zijn plaats in aan tafel. Als kinderen moesten wij altijd lezen uit een Bijbel met gotische druk. Mijn moeder had er de bedoeling mee dat we die druk zouden kunnen lezen met het oog op de zogenoemde 'oude schrijvers', geschriften van predikanten uit de zeventiende en achttiende eeuw, die voornamelijk in gotische druk verschenen. Mijn ouders stimuleerden niet het persoonlijk bijbellezen, zoals bij jongeren nu, die een Bijbel op hun nachtkastje hebben liggen. Wij moesten vooral de piëtistische boodschap van de Bijbel leren kennen, waarbij het ging om de persoonlijke verhouding tot God. Mijn moeder zelf was daar het levende voorbeeld van. Ik herinner me dat toen zij tot bewust geloof gekomen was, thuis gezelschappen van medegelovigen werden gehouden. Daar werd wel gezongen en gebeden maar niet uit de Bijbel gelezen De Bijbel ging als het ware op in de geloofservaring, die 'bevinding' werd genoemd.
In de preken die we zondags hoorden, was dit net zo. Als gezin behoorden we tot de christelijke gereformeerde kerk en kerkten we veel bij de bekende tijdredenaar prof. G. Wisse. Ik kan me preken herinneren, waarin hij de teksten uit het Oude Testament 'bevindelijk' uitlegde. Pas later ontdekte ik dat de betreffende Schriftgedeelten in een concrete aards-politieke context stonden. Toen ben ik de Bijbel anders gaan verstaan, maar altijd wel met het hart erbij. Het aardse en het geestelijke bleken in de bijbel een eenheid te zijn.'
Voertuig van de Geest
'Ik was zestien jaar toen ik tot bekering kwam. Een preek over i Thessalonicensen i - de woorden 'dat gij bekeerd zijt van de afgoden om de levende God te dienen' - raakte mij. Zo werd een bijbelwoord voertuig van de Geest. Later is dit altijd zo gebleven. In mijn leven zijn het voortdurend woorden van de Bijbel geweest die me de werkelijkheid van het geloof hebben doen zien. Ik heb de Heere Jezus persoonlijk leren kennen door het door God Zelf gesproken woord 'Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem' (Matth. 17:5). Een stroom van liefde, waarin Jezus zelf meekwam, vervulde mijn hart. Zo zijn mijn geloofsleven en mijn bijbellezen altijd met elkaar verweven geweest.
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit op een formele manier het unieke van de Bijbel verdedigd heb. Ik zou niet goed weten hoe ik dat moet doen. Wel spoor ik mensen aan de Bijbel te gaan
lézen. Ik raad hen dan aan met het Nieuwe Testament te beginnen. Want daarin gaat het over Jezus, de Zoon van God, die in onze wereld is binnengekomen. Deze boodschap van de Bijbel is echt uniek. Dat benadruk ik dan meer dan het bijzondere van de Bijbel op zich te bewijzen door bijvoorbeeld erop te wijzen dat de Bijbel het meest gelezen boek is en dat het de eeuwen verduurt. Ik geloof dat we daarmee niet veel verder komen. Nee, laten we er zelf ervaringen bij opdoen.
Een raadslid van de Christenunie hier in Gouda - waardevolle man, zit altijd voor me in de kerk - bestempelde een toneelstuk over Adam, Eva, en de zondeval onlangs als godslasterlijk en maakte bezwaar tegen het toekennen van subsidie. Als ik zijn medegemeenteraadslid zou zijn geweest, had ik, denk ik, met hem ingestemd. Maar later trof mij een krantenartikel van iemand van GroenLinks, die schreef: 'Jij denkt dat die bijbel alleen van jou is. Waarom mogen wij hem niet lezen zoals wij denken dat het moet? ' Die opmerking was voor mij een eye-opener: de Bijbel is niet meer beschut binnen de veilige muren van de kerk en van het orthodoxe schriftgeloof. De Bijbel is gewoon te grabbel gegooid. Ieder kan ermee doen wat hij wil.
Moeten we nu proberen daar wat tegen te doen? Nee, Iaat maar gaan! Ik heb zoveel fiducie in de Bijbel als Woord van God dat dit boek toch zijn werk zal doen, ook in kaders waarbinnen hij misschien wel erg verminkt wordt. Als Freek de Jonge met de Bijbel spot en tegelijkertijd aangeeft dat er in de samenleving geen erkenning van schuld meer is, maar wel claims worden ingediend... Als Freek de Jonge beweert dat de mensheid eronder lijdt dat nergens troost te vinden is, dan zeg ik: 'Freek, lees je Bijbel nog eens goed, want wat jij en wij met jou missen vinden wij alleen daar, in de Bijbel.' Ik heb het idee dat op deze manier de Bijbel ook nu mensen iets te zeggen heeft, wat we nergens anders kunnen vinden.
Als je de Bijbel op een rationele manier gaat verdedigen, kan die houding trouwens met het grootste gemak omslaan in het negatieve. Iets daarvan
Het jaar 2004 is onder meer het Jaar van de Bijbel. Op 27 oktober wordt de Nieuwe Bijbelvertaling gepresenteerd. Met het oog op de aandacht daarvoor verscheen deze week het boek Mensen met een verhaal. Prominente Nederlanders ouer de Bijbel. (Uitg. Jongbloed, Heerenveen). Een aantal journalisten van diverse (kerkelijke) bladen bundelt hierin vraaggesprekken met bekende Nederlanders, waarin deze aangeven welke betekenis de Bijbel voor hen als godsdienstig of cultuurhistorisch boek heeft. Tot de dertien geïnterviewden behoren onder meer de schrijvers Appie Baantjer en Lulu Wang, arts Bob Smalhout, minister Piet Hein Donner en vakbondsbestuur Doekle Terpstra. Het is de bedoeling dat elke medewerkende journalist het van hem opgenomen interview ook in zijn kerkelijk of opinieblad afdrukt.
Ondergetekende nam in genoemde bundel twee bijdragen voor zijn rekening, waarvan we vandaag de eerste plaatsen, namelijk met prof. C. Graafland (Gouda, 1928). Deze was hervormd predikant in Ameide, Woerden, Veenendaal en Amsterdam. Daarna was hij van 1972 tot 1993 als docent in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit Utrecht. Tevens was hij bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Vele wetenschappelijke studies dragen zijn naam. In 2001 publiceerde hij Bijbels en daarom gereformeerd.
PJV
vinden we terug in de Gereformeerde Kerken, waarin het orthodox verdedigen van de Bijbel bij sommigen is omgeslagen in een bijbelkritiek, die weinig van de Bijbel overlaat. Toen ik in Amsterdam predikant was en voor het kerkblad het boekje van Kuitert Verstaat gij wat gij leest? moest bespreken, ontdekte ik wat die rationele, omgekeerd-orthodoxe denkwijze voor het omgaan met de Bijbel betekende. Mij werd toen ook duidelijk dat zo'n rationele opstelling, hoe wetenschappelijk zij zich ook aandient, geen mogelijkheid biedt om het gesprek over de Bijbel in onze postmoderne cultuur te voeren.'
Tot op de letter geïnspireerd
'Mijn piëtistische opvoeding met de Bijbel betekende dus een lezen vanuit een bevindelijk Vörverstandnis. In mijn eerste gemeente Ameide heb ik toen de reeds genoemde omslag gekend. Ze begon met het lezen van Ezechiël 36 en 37. Ik zag dat deze profetie met het lijfelijke volk van Israël te maken had.
Voor mij was dat het begin van de ontdekking dat het in de Bijbel niet alleen over onze ziel en zaligheid gaat, maar ook over het aardse, het politieke heil in heden en toekomst. Dat inzicht is steeds sterker geworden. De profetische prediking is politieke prediking! Ook de psalmen zijn gesitueerd in een politieke context. Lees wat koning David dichtte over de vernietiging van zijn vijanden. Dat waren echte vijanden, politieke vijanden. Weer later kreeg ik ook zicht op bijbelgedeelten die ik vroeger oversloeg of waarmee ik nauwelijks raad wist, zoals die verschrikkelijke verhalen uit het boek Richteren. Ik ontdekte dat ook deze hoofdstukken Gods openbaring zijn. Die aangrijpende dingen zijn ook Zijn Woord, om te laten zien dat zo de werkelijkheid van ons mensen is en dat Hij in die werkelijkheid aanwezig wil zijn. Dat heeft voor mij zijn hoogtepunt - of dieptepunt - gehad in het feit dat het Woord vlees is geworden,
in Jezus, en onder ons heeft gewoond. Kohlbrugge zei dat we het Woord nooit te diep in het vlees kunnen trekken. Dat heb ik tot in het uiterste proberen te doordenken. Deze uitspraak is voor mij de toegang tot het kennen van Christus, waarin Hij mij persoonlijk nabij gekomen is. Dagelijks leef ik daaruit als uit een onuitputtelijke bron.
Dit is voor mij ook de hermeneutische sleutel geworden om de Bijbel te verstaan. Ja, ik geloof dat het Woord tot op de letter is geïnspireerd. Voor mij betekent dat dit Woord Góds Woord is, zoals hij het ons heeft willen geven. Ik spits het toe op Johannes 1. Daarin vind ik niet alleen de sleutel tot mijn verstaan van de Bijbel, maar daarin ligt ook mijn geloof verklaard. Het Woord was bij God en is God. Dat Woord is vlees geworden. Zo is Gods Woord tegelijk mensenwoord. In die zin is de Bijbel voor mij Gods onfeilbaar Woord. Maar tegelijk erken ik daarmee de beperktheid, de tijdgebondenheid van de Bijbel. De Bijbel is niets menselijks vreemd. Alleen de zondigheid is hiervan uitgezonderd, maar verder niets. Als de Hebreënbrief
schrijft dat de onwetendheid zelfs voor Jezus niet is uitgezonderd, zodat Hij met vrees en beven Zijn lijden tegemoet ging, mogen we dit ook van de Bijbel zeggen. Maar nogmaals: wel uitgezonderd het zondigen. Want het Woord blijft het onfeilbare Woord van God!'
In mensenhanden
'Ik ervaar geen verschil in mijn omgaan met de Bijbel als gelovige of als predikant. Ik vind mijn tekst voor de preek van zondag vaak als we aan tafel uit de Bijbel lezen. Dan springt er zomaar een woord uit, waarover ik verder ga nadenken. Meestal loopt het dan daarop uit dat ik een aantal preken over het gehele hoofdstuk houd. Ik kom er dan gaandeweg dieper in. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik ontdek. Ik ervaar dat als leiding van de Geest. Het wordt steeds meer een kwestie van op-diepen. En dan gaat het niet alleen om gedachten, maar om een werkelijkheid. Woorden worden werkelijkheid. Ze gebeuren!
Enige tijd ben ik door de historischkritische wetenschap gehinderd in mijn overdenken van een bijbelgedeelte en was ze een belemmering voor mijn geloof. Dat ben ik nu kwijt. God heeft Zijn Woord niet alleen in mensenhanden gelégd, maar in mensenhanden gebeurt dat Woord ook. Allerlei redactionele vragen bij voorbeeld die de tekst oproept, mogen hun plek krijgen in de overtuiging dat God het zo gewild heeft zoals het beschreven is. Ik aanvaard de bijbelwetenschap, maar zonder de grensoverschrijdingen en speculaties die daarin onophoudelijk gemaakt worden. Het moet wel waar zijn wat de wetenschappers beweren! De andere beperking van die wetenschap is voor mij de bovennatuurlijke factor, die geen enkele theoloog ooit kan controleren. Hoe vaak staat er niet: 'Alzo zegt de Heere'. Dat kun je niet verifiëren vanuit een wetenschapsbegrip. Voor mijn schriftgeloof is dit juist de diepste werkelijkheid.'
Kunt u een voor u heel belangrijke bijbeltekst noemen? En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader), vol van genade en waarheid. (Joh. 1, 14)
P. J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's