De Geref, Bond in de 21e eeuw
Inleiding jaarvergadering 2004 (II)
INLEIDING JAARVERGADERING 2004 (II)
De vereniging
Heeft dit consequenties voor de Bond als vereniging? Het bestuur heeft mij gevraagd hier eens naar te kijken en mijn bevindingen op papier te zetten. Dat heb ik gedaan en enige punten daaruit wil ik u meegeven. Niet om nu al besluiten over te nemen, maar om de gedachten te vormen. U wordt verzocht hierover de komende tijd eens na te denken en uw reacties aan het bestuur door te geven. Op een volgende ledenvergadering kan dan bekeken worden welke besluiten wellicht moeten worden genomen.
De vereniging 'Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk' is een volledig rechtsbevoegde, privaatrechtelijke rechtspersoon, uitgaande van een statutaire grondslag en van statutaire doelstellingen, alsmede van bepaalde criteria voor het lidmaatschap, en met een eigen verenigings- en bestuursstructuur. Zij valt niet onder het kerkrecht, maar onder het gewone burgerlijke recht. Ze is dus niet automatisch met het veranderende kerkrecht meegenomen naar de nieuwe situatie, maar moet zelf besluiten hoe die positie moet zijn en welke maatregelen daarvoor genomen moeten worden. De vereniging is structureel wel nauw verbonden met de Ned. Herv. Kerk.
Blijkens art. i van de Statuten maakt de naam van die kerk deel uit van de naam van de vereniging. Ingevolge art. 4 heeft de vereniging ten doel 'te arbeiden tot verbreiding en verdediging van de Gereformeerde Waarheid in het midden van de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk, om mede daardoor te komen tot oprichting van die kerk uit haar diepe val en tot het terugkrijgen van haar plaats in het midden van ons volk, haar vanouds door de Heere aangewezen, met vasthouding aan de Dordtsche Kerkorde van 1619'. Voorts is het lidmaatschap van de vereniging beperkt tot personen die behoren tot de Ned. Herv. Kerk; leden van andere kerken kunnen eventueel en onder voorwaarden gastlid worden (art. 6). Het lidmaatschap vervalt onder meer door het niet meer behoren tot de Ned. Herv. Kerk (art. 7). De leden van het hoofdbestuur moeten belijdend lid zijn van de Ned. Herv. Kerk (art. n).
Gevolgen van de kerkvereniging
Strikt genomen ontvalt door de kerkvereniging de grondslag van de vereniging. Er is geen Ned. Herv. Kerk meer waarop die vereniging zich kan richten. Elk (bestuurs)lidmaatschap verdwijnt, omdat er geen personen meer zijn die behoren tot de Ned. Herv.
Kerk. Er blijft een vereniging over zonder doel en zonder leden. Dat zou betekenen dat de vereniging, wil zij haar werk voortzetten binnen de Protestantse kerk in Nederland, moet worden omgezet in een vereniging binnen de Protestantse Kerk in Nederland, waarbij die kerk dezelfde plaats inneemt als thans de Ned. Herv. Kerk. Dat kan echter niet door (simpele) statutenwijziging, waarbij een twee/derde meerderheid die wijziging goedkeurt. De statuten bepalen dat de bepaling die ik voorlas, niet kan worden gewijzigd. Ons voorgeslacht heeft willen vastleggen dat de vereniging nimmer werkzaam mag zijn buiten het gewenste werkgebied, te weten de Ned.
Herv. Kerk. Na de korte schets van de historie van 1906-1909 zult u begrijpen waarom.
Overigens zegt het Burgerlijk Wetboek dat een dergelijke bepaling toch kan worden gewijzigd, namelijk als alle leden daarvóór zijn (art. 43, lid 2, Boek 2 BW). Het burgerlijk recht biedt dus wel mogelijkheden, als we in grote eensgezindheid zouden besluiten de
statuten, ook art. 4, aan te passen. Een andere oplossing in een dergelijke situatie is, dat er een nieuwe vereniging wordt opgericht, die de werkzaamheid van de huidige overneemt en voortzet. Daarna verdwijnt de oude vereniging. Alle leden van de oude vereniging die dat wensen, worden lid van de nieuwe. Misschien is dat in 1909 ook wel zo gegaan?
Het hoofdbestuur richt dan een vereniging op met dezelfde statuten als de huidige, met dien verstande dat waar 'Nederlandse Hervormde [(Gereformeerde)] Kerk' staat 'Protestantse Kerk in Nederland' komt te staan. Vervolgens worden alle activa en passiva van de huidige aan de nieuwe vereniging overgedragen. Alle leden worden uitgenodigd lid te worden van de nieuwe vereniging. Daarna wordt de oude vereniging ontbonden.
Redelijkheid en billijkheid
Nu berust het vorenstaande op een strikte toepassing van het recht en de statuten. De wetgever heeft voorzien dat zoiets soms al te cru is en heeft bepaald dat het niet aangaat om strikt formeel met elkaar om te gaan. Een voorbeeld daarvan is al art. 43, lid 2, dat ik hiervóór noemde. Een ander artikel bepaalt dat rekening moet worden gehouden met hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd (art. 7 Boek 2 BW).
Ik acht het redelijk en billijk dat, nu de Ned. Herv. Kerk is verder gegaan in de Protestantse Kerk in Nederland, in de statuten voor 'Nederlandse Hervorm-de [(Gereformeerde)] Kerk' wordt gelezen 'Protestantse Kerk in Nederland', als de rechtmatige voortzetting van de Ned. Herv. Kerk (zie Kerkorde art. II, lid 1).
Dit lijkt mij zozeer het geval dat dit ook voor de aangehaalde bepaling (art. 4) kan gelden. Art. 7, lid 2, Boek 2 BW bepaalt dat een statutaire regel niet van toepassing is, zo het handhaven ervan onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat lijkt mij goed te kunnen gelden voor 'Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk' in art. 4. Dit alles betekent dat we vooralsnog met de huidige statuten door kunnen gaan, statutair arbeidend in de Protestantse Kerk in Nederland.
Uiteraard zullen de statuten ook hiervan uitgaande een keer moeten worden aangepast, liefst ook art. 4, door wijziging of door formele voortzetting in een nieuwe vereniging. In de naam en de doelstelling ligt onze missie. Het is dan niet goed dat deze nimmer aan de gewijzigde omstandigheden worden aangepast. Dit kan echter worden uitgesteld, naar een moment waarop dit alles breder besproken is en wij met elkaar tot een bezonnen oordeel zullen zijn gekomen hoe deze zaken te regelen.
Vermeerderde kerk
Een punt van aandacht is dat de Protestantse Kerk in Nederland niet één op één dezelfde of zelfs ongeveer dezelfde personen en gemeenten omvat als de Ned. Herv. Kerk. Tot de Protestantse Kerk in Nederland behoren vier soorten gemeenten, de hervormde, gereformeerde, lutherse en protestantse, alsmede al hun leden (Kerkorde art. II, lid 2). Is het redelijk en billijk dat de doelstelling van de Gereformeerde Bond zo verruimd wordt dat deze ook gaat arbeiden onder de niet-hervormde gemeenten en hun leden?
Mij lijkt dit, gelet op de aard van de arbeid van de vereniging, zonder aarzeling het geval. Als gezegd, is alleen dit in overeenstemming met hetgeen de oprichters en de voortzetters van onze Bond voor ogen hadden en bedoelden. We vormen een beweging vanuit gemeenten en personen, die leven en werken vanuit de gereformeerde belijdenis, maar ge richt op heel de kerk. Wel moeten we ons dan afvragen wat dit gaat betekenen voor het lidmaatschap van onze vereniging. Is de Bond een vereniging van hervórmd-gereformeerden, die zich ten dienste van de kerk stelt? Of wordt dit verruimd naar andere leden van de kerk, die instemmen met de gereformeerde belijdenisgeschriften? Een bevestigend antwoord zou betekenen dat in principe ook andere dan leden van hervormde gemeenten lid kunnen worden van vereniging en bestuur, mits zij zich zonder beperkingen binden aan onze ongewijzigde grondslag, de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis. Wat staat ons op dit punt voor de eenentwintigste eeuw voor ogen? Het bestuur hoopt zich hiermee, met inachtneming van uw reacties, in de ko-mende periode intensief bezig te houden.
Conclusie
Duidelijk is dat de Gereformeerde Bond formeel en materieel gevolgen ondervindt van de kerkvereniging. We kunnen daarvoor niet onze ogen sluiten. Maar dat neemt niet weg dat er een opdracht en een taak bestaan. Laten we het vuur dat aan het begin van de twintigste eeuw ontstoken is nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, niet uitdoven, maar laten branden, ondanks alle teleurstellingen en wellicht het gevoel dat de Waarheid eerder ingeperkt dan verbreid is. Het is immers des te meer nodig dat binnen en buiten de kerk de verkondiging voortgaat van Jezus Christus en Dien gekruisigd, van de rechtvaardiging van godloze mensen door Zijn vergoten bloed en, door Zijn opstanding uit de dood, het uitzicht op een nieuw leven. De huidige statuten beperken de arbeid van de vereniging tot arbeid binnen de Ned. Herv. Kerk. Dat noodzaakt tot nadenken over aanpassing van de statuten. Uitgaande van het kerkelijke en het burgerlijke recht kan die aanpassing ook op een later tijdstip plaatsvinden. Laten we biddend vooruitzien en niet versagen om een zoutend zout en een lichtend licht te zijn in heel de kerk in de eenentwintigste eeuw.
D. G. van Vliet, Wilnis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's