Waar woont God?
De Allerhoogste woont niet in tempelen. Handelingen 7: 48
De Allerhoogste u> oont niet in tempelen. Handelingen 7: 48
In grove lijnen tekent Lukas hoe Christus' gemeente te Jeruzalem in korte tijd uitgroeit naar een wereldwijde zendingsgemeente.
Opvallend is dat de Heilige Geest daarbij vooral gebruik maakt van de dienst van twee diakenen, Stéfanus en Filippus. Ze werden tot diaken verkozen om de taak der apostelen te verlichten. Maar al spoedig zien we hen daarnaast ook betrokken bij de verkondiging van het evangelie. De Heilige Geest roept tot een taak, maar gaat ook weer nieuwe wegen om het evangelie verder te brengen. Velen worden daarbij ingeschakeld. Mannen, vrouwen, zonen en dochters worden vol van de Heilige Geest en profeteren.
Aan het begin van deze machtige beweging vinden we de dienst van Stéfanus. Hij trekt de aandacht. Het volk is diep onder de indruk. Stéfanus verricht grote wonderen. Lukas beschrijft hem als een man vol van geloof en van de Heilige Geest, van wijsheid en kracht. Zelfs de godsdienstige leiders kunnen de wijsheid en de Geest door Wie hij spreekt, niet weerstaan. God werkt grote dingen uit door zijn verkondiging en dienstbetoon. Maar dat wekt vijandschap. Zijn tegenstanders halen hem op een gemene manier onderuit, op dezelfde wijze als eerder bij Jezus. Hij wordt aangeklaagd en opgepakt. Valse getuigen verklaren dat hij God lastert, en tegen de tempel en de wet van Mozes spreekt. Ergere dingen zijn niet denkbaar. Hij moet zich verantwoorden voor de Joodse Raad.
Allen luisteren naar zijn verdediging. Stéfanus gaat ver terug in de geschiedenis. Naar Abraham die door God werd geroepen weg te gaan uit het afgodische Mesopotamië, om 'in dit land te gaan wonen waarin gij nu woont'. Dan noemt Stéfanus de hoofdmomenten in Israëls geschiedenis. Het is één lang verhaal van Gods trouwe zorg tegenover Zijn wegdwalend volk. Zij doden zelfs Gods profeten. Zo zijn ze ook verraders en moordenaars geworden van de Rechtvaardige Die komen zou: Jezus de Messias, de Verlosser. Dan wordt Stéfanus zelf hun aanklager: Gods wet hebben ze niet gehouden! Dat wordt hen te machtig. Uitzinnig van woede sleuren ze Stéfanus naar buiten de stad, waar zij hem stenigen, zonder enige vorm van eerlijke rechtsgang.
Er komt nu een felle vervolging van allen die Jezus als Heer belijden. Aanvoerder is een jonge Farizeeër, Saulus van Tarsen, die de steniging met welgevallen heeft aangezien. Met zijn medestanders verwoest hij de gemeente. Allen worden verstrooid, behalve de apostelen. Die blijven hun taak vervul-, len in Jeruzalem waar de woning van God was in de tempel. Maar het voorhangsel is gescheurd van boven naar beneden. De Geest van God gaat nieuwe wegen. Hij zendt Filippus naar Samaria, en Petrus naar Cornelius, en vele discipelen overal heen, zelfs tot Cyprus en Antiochië toe. Allen verkondigen de Heere Jezus. Onderweg naar Damascus wordt zelfs Saulus overwonnen door de stem van Jezus Die hij vervolgt. Dat is de trouw en de liefde van God. Nooit vergeet Hij Zijn zondige volk, nooit laat Hij de volken los. Integendeel, de verwoeste gemeente waaiert het heil in Christus uit naar alle volken.
Saulus wordt Paulus. Hij verkondigt Jezus tot in Rome toe. Nieuwe gemeenten ontstaan overal, en worden een zegen voor heel de samenleving om hen heen.
Is dit geloofwaardig voor lang geleden, maar leven we nu in een andere tijd? Zeker, maar ook voor ons vandaag spreekt Stéfanus Gods woord. Hij zegt ons waar God woont. Het gaat niet meer om de tempel en om de wet. Die zijn statussymbool geworden waarop mensen zich verheffen. Christus heeft beide vervuld. Door het offer van Jezus is er geen tempel meer nodig, en zonder Jezus wordt wetsvolbrenging een liefdeloos gebeuren.
Stéfanus laat zien dat God altijd wil wonen bij ieder die Hem op Zijn Woord gelooft. Zo is God met Abram meegegaan, toen deze huis en haard verliet op het horen van de Stem. Jozef, zo wreed verkwanseld door zijn broers, ervaart tot in de gevangenis dat God met hem is. Ook Mozes hoort Gods stem in de vlam van de braamstruik. God komt tot hem waar hij is. Telkens ontvangt hij nadien de levende woorden van God om die door te geven aan zijn volk.
Zo is het ook nu. God is bij allen die horen naar Zijn stem. In zichzelf zijn ze zwak en geneigd tot zonde. Ze buigen hun hoofd en wachten op Gods genadewoord.
Stéfanus wijst vooruit! Het gaat niet meer om een stenen tempel, hoe schitterend en heilig ook. Ook niet om stenen tafelen van wetten en tradities. Gods Geest schrijft de wet in het hart. De wet waarvan liefde de samenvatting is. De wet die vervuld werd door Jezus, Gods gezalfde Koning. Weer gaat God in Zijn liefde verder, over grenzen heen. De Heilige Geest wijst de weg en leidt ons naar onbereikten en verlorenen, naar gevangenen in ideologieën of godsdienstige systemen, naar behoeftigen.
Waar woont de Allerhoogste? Stervend ziet Stéfanus Gods troon en Zijn
meester aan Gods rechterhand. Hij staat er als de getrouwe Getuige, de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde. Johannes schrijft later: 'Die ons heeft liefgehad, en Die ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed'.
Volgen we Hem? Hij brengt ons op onze plaats in Zijn Kerk en belooft dat Hij ons nimmer zal verlaten. De wo-ning van God is de Kerk, niet het gebouw, maar de harten van mensen. Daar bindt God Zich aan Zijn Woord.
Waar Zijn Kerk en Zijn Woord zijn, daar woont God Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, en het leven tot in eeuwigheid!
J. VAN OOSTENDE, SCHERPENZEEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's