Het leven komt ter sprake
De competentie van de dominee (I)
DE COMPETENTIE VAN DE DOMINEE (I)
Uitdaging en roeping
Dominee in de 2i e eeuw. Is dat geen geweldige uitdaging? We staan in een eerbiedwaardige professie. We vormen een beroepsgroep die maatschappelijk gezien weliswaar geen hoge ogen meer gooit, maar die zich nog wel steeds bezighoudt met zaken waar het op aan komt in het leven. We mogen bezig zijn op de terreinen van kerk en theologie, van geloof en leven, van samenleving en cultuur. Van de levensvragen en de levensvreugden maken wij ons werk. Als de grenzen van het menselijke bestaan opdoemen, maken we ons niet uit de voeten, maar komen we juist tot de kern. Als de nood hoog is, trachten wij nabij te zijn. In het persoonlijke leven van mensen en op het maatschappelijke vlak hebben we nog steeds een rol te vervullen. Maar dan •V I » wel vanuit onze eigen invalshoek, namelijk vanuit onze kennis van het
godsdienstige leven. We hebben een prachtig beroep. Als we aan het werk zijn, dan komt het leven ter sprake. En God komt ter sprake. Soms schuchter en indirect, aarzelend en zoekend naar woorden. Op andere momenten als een heldere lichtstraal, tastbaar en voelbaar. We onderzoeken de Bijbel om Gods heil en het leven te verstaan. Samen met anderen roepen we Hem aan in het gebed, we prijzen Hem in ons lied, we ontmoeten Hem in Zijn Woord. We luisteren naar het levensverhaal van mensen en komen daar tekenen van Zijn aanwezigheid op het spoor.
Vrijheid en zelfstandigheid
Er zit ook een andere kant aan het beroep predikant. Soms word je er doodmoe van. Al dat gesjouw en gedoe. Altijd maar weer dat ellendige verwachtingspatroon. Voortdurend word je in de gaten gehouden, beoordeeld, gewikt en gewogen. Je wordt geacht vriendelijk en voorkomend te zijn. En als het kerkbezoek terugloopt, ligt het aan de dominee. Als het niet loopt met de catechese, dan is de dominee niet bij de tijd. En wat dacht u van de gemeente als geheel? Om moe van te worden! Er zit iets slopends in dit beroep. Je bent voortdurend in de weer met mensen, soms met lastige en moeilijke mensen. Daar zit iets vermoeiends in. En dan hebben we het nog niet eens over de spanningen en conflicten tussen de verschillende groeperingen binnen de gemeente. Hoeveel vrijheid heeft een dominee vandaag aan de dag nog? Nee, het gaat niet om de vrije dagen. Volgens mij zijn die er in overvloed. En aan vakantieweken ontbreekt het ook niet. Maar vrijheid, innerlijke vrijheid wel te verstaan! Bewegingsvrijheid! Hoe vrij en onafhankelijk is de hedendaagse dominee? Is het gevaar niet groot dat de predikant geleefd wordt?
Er wordt heel wat afgetobd in pastorieën. Er zijn tal van teleurstellingen in het werk. Tegenwoordig mag je al dankbaar zijn als een gemeente niet terugloopt. Van groei is er eigenlijk geen sprake in onze tijd. Een verandering van standplaats is niet meer vanzelfsprekend. En bij het ouder worden, wordt het steeds moeilijker. Hoe houd je dan uitdagingen in je werk? Hoe voorkom je datje indut?
Sociale rol/ focal person
Binnen de gemeenschap vervult de predikant een sociale rol. Maar die rol is niet meer zo duidelijk. Sociaal gezien brengt de'status niet vanzelfsprekend aanzien en erkenning met zich mee. En dan is er dat schier grenzeloze verwachtingspatroon. Als je zelf geen grenzen kunt stellen en geen evenwichtige afwegingen kunt maken, dan word je geleefd en loop je op den duur leeg. En wat te denken van al die 'autoriteiten' om ons heen? Persionen en instanties die ons beoordelen, die ons, al dan niet openlijk, roemen of misprijzen. Dat valt niet altijd mee. Aan de hand van welke criteria gebeurt dat eigenlijk? Jazeker, het is God die ons werk oordeelt, maar daar zit ook nog wel wat tussen God en ons in. Als we te hard roepen dat het niet aan mensen is om dit geestelijke werk te beoordelen, dan kunnen we onszelf ook onschendbaar en onbenaderbaar maken. En dan nog al die personen en instanties die intrek hebben genomen in ons 'geweten': ouders, opvoeders, leermeesters, voorgangers, oudvaders, kerkelijke richtingen, groepjes waarin we verkeren, et cetera. Die spreken als 'autoriteiten' allemaal een woordje mee in ons werk.
Dit beroep is uitermate gevoelig voor projectie. De dominee als supergelovige, als rechtvaardig en vroom, als heilige bijna. Op zichzelf genomen is dat niet vreemd. In de uitoefening van dit beroep spelen je persoonlijkheid en je geloof een belangrijke rol. De vraag is: kunnen we daar professioneel mee omgaan? Kunnen we de dingen in ware proportie zien? De dominee als ideaalbeeld en rolmodel van de gemeente. Soms klopt daar natuurlijk geen fluit van. Het geprojecteerde ideaal en de feitelijke werkelijkheid liggen ver uiteen. Sommige predikanten hebben er baat bij om het ideaalbeeld in stand te houden. Zij blijven zelf als persoon op veilige afstand. Soms duiken ze bijna geheel onder in het ambt. Dat is veilig. Als concreet mens van vlees en bloed zijn ze nauwelijks zichtbaar, want anders zou het ideaalbeeld wel eens wreed verstoord kunnen worden. Wat soms ook gebeurt, is dit: een opgeklopte en gefingeerde vroomheid. Een taal en een spraak die zich helemaal aanpast bij het verwachtingspatroon, waarbij elke kritische distantie vanuit de eigen theologische bezinning ontbreekt. Soms gaat het zelfs zo ver dat de theoloog in de dominee afsterft. En wat houd je dan over? Met je theologische zelfstandigheid en vrijheid is het dan in ieder geval gedaan. Ik verbaas me soms over de waas van vroomheid rond de predikant in onze hervormd-gereformeerde richting. Soms is het een rookgordijn. Het getuigt niet van een goed ontwikkelde professionaliteit.
Beroepsidentiteit
Verkeert de dominee in een identiteitscrisis? Dat voert wellicht te ver, maar wel vraagt menig predikant zich af wat de uiteindelijke invulling van zijn rol zou moeten zijn. Wat is onze taak en wat vraagt deze tijd? Natuurlijk hebben we wel zicht op onze kerntaken: de kerkdienst, allerlei vormen van catechese, en de pastorale taak. Maar hoe moeten die taken uitgevoerd worden? Hebben we nog enige controle over onze agenda's en kunnen we nog prioriteiten stellen?
Ik vrees dat de organisatie van de gemeente (gemeenteopbouw) de laatste tijd te veel beslag op de tijd van de predikant legt. De dominee als gemeentemanager. Ik vraag me af of dat een goede ontwikkeling is. Er wordt heel veel tijd gestoken in de organisatie van de gemeente als groep. Opvallend is verder dat het doelgerichte en taakgerichte denken zo centraal staat in de gemeenteopbouw, hetzij diaconaal, hetzij missionair gericht. Dus erg gericht op wat er allemaal moet gebeuren. En daar moet de dominee dan ook weer bij betrokken worden, want hij is de betaalde kracht, de vrijgestelde manager die het gemeentelijke bedrijf in goede banen moet leiden. Volgens mij zit hier een enorme energievreter in het werk van een predikant. Gemeenten zijn overgeorganiseerd, er moet veel te veel! Tegenwoordig moeten we missionair zijn. Geloven is doen! Een nieuw soort werkheiligheid. Bedreigt het activisme dat in de jaren zeventig de middenorthodoxie in de ban hield, nu de orthodoxie? Toen was het politiek activisme, welk streven zit er nu achter?
Tijdens de vorig jaar gehouden predikantencontio hield prof. dr. F. G. Immink een causerie over de competentie van de dominee. Het gaat daarbij om zijn houding, om wie hij is als mens, ook om de theoloog in de dominee. In vier afleveringen plaatsen we deze bijdrage. Van belangvoor predikanten én gemeenteleden.
Red. de Waarheidsvriend
Volkskerkelijk karakter Natuurlijk gaat het er om dat we open zijn naar de samenleving, naar de mensen buiten de kerk. Maar hoe? Misschien moeten we dan juist niet al te zeer vervallen in het groepsdenken. De gemeente als actieve groep kan ook een gesloten bolwerk worden. Een club van gelijkgezinden, waar je helemaal niet zo gemakkelijk tussenkomt. Waar je het ook Spaans benauwd kunt krijgen. Waar je je pas thuis kunt voelen als je je helemaal aangepast hebt. Lopen we juist in onze tijd niet het gevaar het volkskerkelijke karakter te verliezen? Neen, het gaat mij niet om een achterhaald ideaal, om de kerk van heel het volk. Maar wel om de kerk die oor en oog heeft voor wat er plaatsvindt in het leven van alle dag. Om een kerk die zich verantwoordelijk weet voor de samenleving, voor de mensen op straat. Vanuit onze eigen hervormde traditie betekent dat: niet opsluiten binnen de grenzen van de eigen kring. Open grenzen, aandacht voor de rand, voor mensen in nood, voor het sociale leven! Anders wordt de kerk een sekte, in ieder geval kunnen de mensen buiten de kerk het zo ervaren! Is er niet een enorm relevantieverlies van de kerk? Juist ook in de hervormd-gereformeerde richting! Door alle strijd, juist de onderlinge strijd, glijdt de kerk weg uit het verband van de samenleving. De kerk vervreemdt zich van het dorp: het kerkgebouw mag dan nog wel vol zitten, maar meestal met mensen uit de streek. En wat gebeurt er ondertussen met de mensen in de directe buurt? Wat gebeurt er met mensen aan de rand? Zullen die nog aankloppen in nood? Raken we niet zo opgesloten in eigen kring dat we het leven op straat niet meer verstaan? Ik vraag me af of we niet al te zeer verkerkelijken en of we nog wel in staat zijn tot open grensverkeer. Hoe toegankelijk zijn we voor dolende zielen? Raken we nog wel aan de levensvragen?
F. G. IMMINK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's