Verkondiging die overtuigt
Gesprekken over de prediking (II)
GESPREKKEN OVER DE PREDIKING (II)
Enige tijd geleden vertelde een ambtsbroeder nog tamelijk ontdaan van het voorval mij het volgende. Hij had na de kerkdienst een opmerking gemaakt over de prediking, die kennelijk niet goed gevallen was. Ik vertel het voorval in mijn woorden. Ik was door zijn verhaal benieuwd geworden naar de preek en heb die op het bandje gehoord. En eerlijk gezegd geloof ik dat de broeder, die ik ken als een godvrezende man, gelijk had met zijn opmerking.
Kapstok
Zijn commentaar was geweest dat de dominee de tekst en het verhaal waarin de tekst voorkwam 'slechts' gebruikt had om zijn boodschap te brengen. De tekst en het verhaal hadden bij wijze van spreken net zo goed weggelaten kunnen worden of vervangen worden door een ander verhaal. Zulke preken horen we allemaal wel. Is zo'n preek slecht? Ik heb daar wel een duidelijk antwoord op, maar zo eenvoudig ligt het voor menigeen niet. Mijn antwoord luidt: ja. Zo'n preek is een slechte preek. Als het Woord zelf 'slechts' dient als een kapstok voor wat de voorganger kwijt wil, dan doet hij zijn werk niet goed. Waar blijven we dan? Maar zo eenvoudig ligt het in een gemeente dikwijls niet. Want zo'n type preek kan bijvoorbeeld een pastoraal bewogen preek zijn (ook niet altijd hoor). En dan wordt menigeen wel degelijk aangesproken, geraakt en noem maar op.
Tja, en wat zal je dan nog muggenziften over een tekst en zo. Trouwens over typen preken gesproken, soms krijg je wel eens de indruk dat menige hoorder alleen warm te krijgen is met pastorale, vooral bevestigende prediking. En wat is daar dan weer mis mee? Nou ja, ook weer niet zo veel, maar het werkt wel een eenzijdigheid in de hand. En een ander type preek wordt op den duur slecht verdragen. Daar houd je dan niet zo'n goed gevoel aan over.
Nogmaals, ik geloof dat deze broeder het wel bij het rechte eind had en hij zal er ongetwijfeld een paar woorden meer voor gebruikt hebben om het te zeggen dan ik hier weergeef. Kan zoiets direct na de dienst? Waarom niet? Het moetje maar hoog zitten als ouderling (van dienst). Of moet je denken: dat kan de beste overkomen, volgende keer beter, er zit altijd wel iets in zoals dat pastorale? Het hangt er natuurlijk altijd weer een beetje vanaf. Maar ik zou niet weten waarom dat nooit zou kunnen. Er wordt wel gezegd: direct na de dienst is het moment niet. Waarom niet? En wanneer dan wel? Een gastpredikant later in de week nog eens opbellen? Ik denk dat het er weinig van komt en zeker niet om te zeggen wat deze ambtsbroeder kwijt wilde.
De voorganger deed twee dingen, die mijn broeder onthutsten, met name het tweede. De voorganger zei in de eerste plaats dat hij (de broeder dus) zich vergiste en het niet waar was. Vervolgens keek hij de kring rond en vroeg of andere broeders het soms met de ouderling van dienst eens waren. Toen was het even stil.
Basis van de verkondiging
Ik heb mij afgevraagd wat hier nu toch mis is gegaan. Want dat er iets misgaat, is wel duidelijk. Let wel het is mijn overweging; ik heb bij de broeder, noch bij de voorganger navraag gedaan.
Waar komt de hoorder voor? Waar zit hij of zij op te wachten? Een van de motieven is ongetwijfeld dat de hoorder verkondiging verwacht, die overtuigt, die overtuigingskracht heeft. Kennelijk heeft de verkondiging de broeder in die zin niet overtuigd. Waarom niet? Wel, waar was de verkondiging nu helemaal op gebaseerd? In de beleving van deze broeder was het verband met de tekst te los. Welke basis heeft de verkondiging dan nog om overtuigend te zijn? Dat zou zeker een rol kunnen spelen.
Er is nog iets wat van belang zou kunnen zijn. De verkondiging wekt op deze wijze onvoldoende vertrouwen. Want als er zo 'los vast' omgesprongen wordt met het bijbelverhaal, hoe betrouwbaar is het dan? Of als zo'n voorganger zo 'makkelijk' met de bijbelse geschiedenis omgaat, en zijn woord klaar heeft, hoe zou hij dan met mijn levensverhaal omgaan? Is dat dan bij hem in vertrouwde handen, zou hij wel luisteren, of heeft hij dan ook zijn woord klaar en doet hij zijn boodschap? Dat is niet vertrouwenwekkend; ook dat zou kunnen spelen.
Volmacht
Er is echter nog iets waar ik de aandacht op wil vestigen. Dat betreft de rol van de voorganger. Ik schreef: de hoorder verwacht verkondiging, proclamatie, die overtuigend is. De hoorder hoopt op bevrijdend nieuws voor arme zondaren, om maar iets te noemen. Nu beschikt de voorganger niet over dat bevrijdende nieuws. Het veronderstelt bij de voorganger een positie van volmacht, van autoriteit. Hij spreekt met macht, met volmacht als de gezondene om hier en nu het bevrijdende nieuws te verkondigen. Het nieuws van kruis en opstanding, van zonde en vergeving, van lijden en hoop. Eigenlijk verwacht de hoorder het onmogelijke.
Dat gaat dus niet 'zomaar'. En toch komen ze om te horen. Daar is volmacht voor nodig, autoriteit. Ik denk nu dat deze voorganger op dat moment na de dienst, in die situatie een probleem heeft met zijn volmacht, zijn autoriteit. Ik vraag mij af of hij die op dat moment na de dienst niet misbruikt door te verdelen en te heersen. Dat is nogal ernstig.
Verleend gezag
Hoe kunnen we dat begrijpen? Wel, de voorganger heeft de autoriteit en het gezag, de volmacht niet van zichzelf. Die is hem verleend door zijn Zender, en die wordt hem als gezondene toegeschreven door de hoorders. Of ik kan misschien beter zeggen: de hoorders beamen de hem verleende volmacht. Dat is hen ook voorgehouden te doen bij de bevestiging van de dienaar van het Woord. De hoorders worden immers opgewekt de voorganger in grote waarde te houden, het ervoor te houden als dat God zelf door de voorganger de hoorder aanspreekt en bidt. En ook is de oproep om het woord aan te nemen als Gods Woord. Daaraan is de belofte verbonden dat die zo doet, door Christus het eeuwige leven zal beërven. Als ze dat om een of andere reden niet (kunnen) doen, is er dus wel een probleem. Dat is daarom een belangrijk punt van aandacht. Autoriteit is minder of niet meer vanzelfsprekend geworden. Dus hoorders moeten zich er wel toe zetten om die gegeven autoriteit toe te stemmen en te erkennen op de daartoe geëigende momenten. Ze moeten zich, om zo te zeggen, wel (willen) laten gezeggen. Dat zou denk ik nog wel eens een punt kunnen zijn om op een gesprekskring over door te praten. Weten ze dat wel voldoende? Realiseren ze zich dat wel? Wat is daarvoor nodig?
Voorbeeld der gelovigen
De voorganger op zijn beurt zal deze hem door zijn Zender verleende en door de hoorders erkende autoriteit dankbaar aannemen, met besef van de grenzen en de verantwoordelijkheden. Hij is daarvoor verantwoordelijk en hij is daar ook op aanspreekbaar. Want de geloofwaardigheid van hem als voor- ! ganger en van de prediking zijn in het geding. Klassiek gesproken is de volmacht trouwens sterk gekoppeld aan de voorbeeldfunctie: wees een voorbeeld der gelovigen. Dat is dan overigens niet bedoeld als wet, maar als evangelie. Ik schrijf dat, omdat ik vermoed en ook wel vind dat daarmee wel degelijk ook iets gezegd wordt over de inbreng van de persoon van de prediker in de dienst en in de prediking. Daar valt meer over te zeggen. Ondertussen, de voorganger die de verleende volmacht al te zeer tot de zijne maakt, wordt autoritair en duldt bijvoorbeeld geen tegenspraak. Of hij zal geneigd zijn opmerkingen of commentaar als tegenspraak op te vatten en dienovereenkomstig te reageren en zijn positie willen handhaven. Daarmee plaatst de voorganger zichzelf in de weg en wordt hij een hindernis in plaats van een richtingwijzer. Ik denk dat wat er gebeurde in dat gesprekje, hiermee te maken heeft. Ouderlingen zijn gehouden voorgangers daarop te attenderen.
P. J. VERHAGEN, HARDERWIJK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's