Alleen voor het versje
Gesprekken over de prediking [III]
GESPREKKEN OVER DE PREDIKING [III]
Ik heb al eerder verteld dat ik in mijn jonge jaren deel uitmaakte van een groepje jongelui die te pas en te onpas kind aan huis waren bij een van de 'vaders in Christus' in de gemeente. Dat was doorgaans een gezellige boel en we spraken er dikwijls over preken en predikers. Ik kan wel zeggen dat ik het daar geleerd heb. We oefenden en leerden met elkaar doorpraten over preken. Daar zaten natuurlijk allerlei kanten aan, maar ik noem nu 'even' de rol van de gastheer en gastvrouw, omdat zij in hun doen en laten, in hun opstelling en meediscussiëren, de link legden naar het dagelijks leven. Zij waren daar, gegeven hun levensverhaal, dat wij in grote lijnen kenden, ook zeer geknipt voor.
Ik herinner me vooral de open en vrije sfeer: alles mocht gezegd worden, ook de gekste dingen. We zaten er niet om vrome praatjes op te zeggen of aan te horen. En de praktijk van het leven vraagt natuurlijk ook dat alles aan bod kan komen. Trouwens, als we ons al van enig criterium over wat wel of niet goed was aan preken en predikers bewust waren, dan was dit er in ieder geval één: slaat het ergens op dat herkenbaar is en leeft. Want alleen dan was het bevindelijk genoeg. Nu waren we - maar misschien is dat erg oubollig - in die tijd ook wel gezegend met zeer bijzondere predikers. Ik zou vele namen kunnen noemen. Op de een of andere manier lijkt dat tegenwoordig veel minder te leven.
Niks?
Ik herinner me twee uitdrukkingen die wij gebruikten. Een ervan wil ik in dit stukje bespreken. 'Al ben je maar voor het versje geweest', was er één. 'Dit was roeren in de soep', was de andere uitdrukking. De eerste uitdrukking heb ik nadien elders ook wel gehoord. De tweede hebben we, denk ik, zelf bedacht. Deze twee uitdrukkingen hebben op het eerste gehoor natuurlijk een negatieve lading. Maar dat is toch bepaald niet het enige. Dat zal ik laten zien. In deze aflevering gaat het alleen over de eerste uitdrukking, die over 'alleen voor het versje'.
Als een van de ouders dat zei: al ben je maar voor 't versje geweest, dan begonnen wij al te loeien. Dat kon je natuurlijk niet serieus menen. Een hele kerkdienst lang, een preek, en dan 'als alleen voor 't versje'! Toe zeg! Nu klopte onze kritiek meestal wel. Want de uitdrukking werd alleen gebruikt als het 'niks' met de preek geweest was. Tussen twee haakjes. Volgens menigeen kan dat niet dat het 'niks' is. Want er is altijd wel wat! Er is altijd wel iets positiefs op te merken. Dat is misschien een welwillende en mooie gedachte, maar daar wil ik het nog wel apart een keer over hebben.
Wij hadden er geen moeite mee, ik trouwens nog niet. Als het niks was, dan was het niks. Zo kon je en kun je dat beleven. Maar degenen die de uitdrukking over alleen 't versje juist bezigden, zeiden dat eigenlijk nooit. Je hoorde hen nooit zeggen dat het niks geweest was. Dat is me naderhand opgevallen. Ze gingen overigens de boel ook niet redden of zoiets, onder het al eerder genoemde motto 'er valt altijd wel iets over te zeggen'. Dat deden ze niet, want het werd toch zo doorzien. 'Alleen het versje' was, zo denk ik nu, een soort van grens. Het ontzag voor het Woord, de verkondiging ervan, en voor de kerkdienst als samenkomen van de gemeente, had ook 'iets' van een eigen moraal. Je kunt heel ver gaan in watje vindt en dat mag ook gezegd worden. Daar is niets op tegen, maar er zijn grenzen.
Diep ontzag
Een voorganger kan er om allerlei redenen niet of onvoldoende in geslaagd zijn, zijn taak uit te voeren, maar God is er ook nog. En dat is niet niks. Dus 'alleen het versje' drukte enerzijds de ambivalentie uit over de dienst, maar anderzijds werd daarmee ook een appèl gedaan op dat ontzag. Dat is dan ook een van de dingen die ons bijgebracht werden: diep ontzag voor (de prediking van) het Woord, hoe dan ook. En dat sprak meer en vooral uit hoe ze er zelf mee omgingen en er over spraken, dan dat er met zoveel woorden op ontzag gehamerd werd. Dat laatste gebeurde volgens mij nooit. Maar van dat ontzag gold dat het zo nu eenmaal lag in het leven van menigeen. Het Woord had het voor het zeggen gekregen. Dat kwam desnoods 'alleen door middel van 't versje' tot je. Maar vanuit diezelfde houding was toch ook wel een diepe teleurstelling voelbaar als het 'zo' geweest was. Teleurstelling over het tekort, een als pijnlijk ervaren gemis. Tekort aan wat dan? Ik denk aan het volgende.
Vertrouwde liturgie
Er is nog een ander element in deze uitdrukking dat me later bezig is gaan houden. Het stond, denk ik nu, ook voor iets van houvast aan de (bij ons traditionele) liturgie. Dat is wel zeker een heel essentieel punt voor de hoorders. Men kan zeggen de kerkdienst bestaat uit drie delen: men komt binnen (voorbereiding), men is er enige tijd (dienst van Woord en sacrament), men gaat weer (dienst aan de wereld). Dat lijkt simpel gezegd, maar de liturgie is daarmee het vertrouwde en vertrouwenwekkende verband waar we in binnen treden, waarbinnen we enige tijd verkeren, en van waaruit we weer gaan, anders dan we gekomen waren. De kracht van de liturgie zit onder andere in het voeden van het vertrouwen, dat als basis noodzakelijk is om er te kunnen, durven, mogen, willen zijn, maar dat ook nodig is als basis om als gelovige mensen weer gesterkt, getroost, vermaand en bemoedigd uiteen te kunnen gaan. Daarom is de liturgie zo'n vitaal gegeven, zonder dat we ons dat veelal bewust zijn overigens. We spreken er zó zelden over, maar ondertussen vermoed ik dat achter veel woorden en beroering ook dit aspect schuil gaat.
Zo gezien wordt 'alleen voor 't versje' ineens wel heel belangrijk. Want het zit tegen. De preek lukt om een of andere reden niet, komt niet over. Wat rest er dan? Niets? Dat zal niet waar zijn. Het is in feite illustratief voor hoe het in het leven kan gaan: soms is er alleen het versje. Met alle negativiteit of beter gezegd teleurstelling in deze uitdrukking, leerden we zo ontzag voor het Woord; het kon eenvoudig niet waar zijn dat we voor niets waren geweest. Nu plaats ik die uitdrukking vooral ook in het kader van het (noodzakelijke) vertrouwenwekkende van de liturgie.
Liefde
Nog één opmerking tot slot. De liturgie is van vitaal belang. De liturgie is dan ook de bedding waarin geloofsvertrouwen (vanuit de prediking) gewekt en gevoed wordt. Mensen hechten om die reden zeer aan de liturgie en verdragen veranderingen daarin slecht. Dat komt omdat vertrouwen in heel veel opzichten van fundamenteel belang is. Maar hier ligt meteen ook een groot probleem op de loer. Want heel gemakkelijk wordt het wekken of bevestigen van (geloofs)vertrouwen verward met handhaving of bevestiging van het oude vertrouwde. Die twee zijn echter bepaald niet hetzelfde. Mensen kunnen aan dat laatste gehecht zijn zonder zich het eerste te realiseren. En mensen kunnen zich om uiteenlopende redenen vanwege het eerste druk maken over het tweede.
Welke problemen dat geeft, weten we allemaal wel. Hoe dan ook, men moet als hoorders natuurlijk niet het belang van het oude vertrouwde verwarren met de geloofs- en levensvragen naar verleden en toekomst, het oude en het nieuwe leven, verloren gaan en verkozen zijn. Maar in het licht van het bovenstaande is er ook dit aspect: waar de preek faalt vertrouwen te winnen, te wekken, te vernieuwen, daar valt de hoorder terug op de liturgie. Gelukkig maar bedoelt de uitdrukking 'alleen het versje' te zeggen.
En als laatste nog dit: vertrouwen (geloofsvertrouwen) wordt alleen gewekt daar waar liefde wordt betoond.
P. J. VERHAGEN, HARDERWIJK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's