De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De erfenis vruchtbaar maken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De erfenis vruchtbaar maken

Vitaliteit van het gereformeerde belijden (I)

8 minuten leestijd

VITALITEIT VAN HET GEREFOTMEERDE BELIJDEN (I)

Gereformeerd of evangelisch?

Dit voorjaar heeft prof. dr. C. Graafland met vuur en verve betoogd dat er voor de christelijke gemeente alleen toekomst is, als zij zich laat inspireren door de evangelische richting. Als ik hem goed begrepen heb, bedoelde hij te zeggen dat wij geestelijk alleen overleven wanneer wij focussen op een persoonlijk doorleefd geloof waarin én de rechtvaardiging van de goddeloze én de vernieuwing door de Heilige Geest centraal staan. Voor een verstarde gereformeerde orthodoxie en voor een vrijblijvende protestantse middenorthodoxie is geen hoop. Zowel de dogmatische insteek van de een als de elitaire benadering van de ander gaat over de hoofden heen, laat staan dat zij het hart weet te bereiken. Zij leiden niet tot een persoonlijk ervaring van Gods genade en een existentiële verandering door de Geest.

Het aparte van Graaflands pleidooi was dat hij deze bevindelijke insteek niet speciaal verbond aan het gereformeerde belijden. Maar veel meer aan de evangelische benadering dat wij aan de Bijbel genoeg hebben: overal waar de Bijbel opengaat en mensen zich laten gezeggen en verrassen door de boodschap van Godswege, daar gebeurt het...! De evangelischen zijn ons hierin voorgegaan en het is zaak dat de kerken hen daarin volgen. Overal waar dit gebeurt, hetzij in de Rooms- Katholieke Kerk, in de Protestantse Kerk in Nederland of in gemeenten van gereformeerde signatuur, ontstaat er een vitale geloofsgemeenschap. Wij moeten vandaag onze energie dan ook niet verspillen aan de organisatie van het instituut of aan de handhaving van de belijdenis, maar aan een heldere en radicale vertolking van het evangelie.

Dat schept ruimte voor de doorwerking van de Geest, die niet alleen leidt tot een nieuwe oecumene waarbij wij niet langer eindeloos discussiëren over onze eigenheid, maar elkaar vinden op grond van onze gezamenlijke identiteit in de ene Heere (Efeze 4). En waardoor de gemeente ook weer wordt wat zij behoort te zijn: een volk van God, dat schijnt als een licht in deze chaotische samenleving, waar zoekende mensen heil in zien, omdat zij iets gewaar worden van het wonder dat God onder ons is (vgl. Zach: 14:23: 'Wij zullen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is').

Enorme aanwas

De intentie van Graafland onderschrijf ik van harte. Opvallend genoeg las ik onlangs in een studie dat in Afrika een soortgelijke ontwikkeling gaande is. De traditionele kerken, die in het verleden vanuit de zending ontstaan zijn, lopen leeg, terwijl er bij evangelische groeperingen en Pinkstergemeenten een enorme aanwas is. En uitgerekend die kerken, die deze evangelische spiritualiteit weten te integreren, leven geestelijk op. Tegelijk vraag ik mij in alle ernst af wat de winst is, als wij (al bedoelt Graafland dit allerminst!) het gereformeerde belijden min of meer inwisselen voor een evangelische benadering.

Ik besef dat als het gereformeerde belijden een doel wordt in zichzelf en als een systeem over de Schrift gaat heersen, de levende sprake van God en de vrijmachtige doorwerking van de Geest ernstig kan belemmeren... met als gevolg een dode orthodoxie waar nauwelijks meer iets beleefd wordt, waar mensen op den duur afscheid van nemen en niemand door aangetrokken wordt. Met de belijdenis in de hand kan de gemeente worden tot een lijk, waarvan onze Heere hetzelfde moet zeggen als van de gemeente van Sardis: 'Gij hebt de naam dat gij leeft en gij zijt dood' (Openb. 3:2).

Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat dit veel vaker het geval is, dan wij waar willen hebben. Maar ligt dat aan het gereformeerde belijden op zich of aan ons omgaan daarmee? Is het eigenlijke geheim van het gereformeerde belijden niet juist dat het wil functioneren als een bedding voor een persoonlijk en doorleefd geloof? Is het gereformeerde belijden niet doorademd van het evangelische verlangen dat wij door het Woord en de Geest aangesproken worden tot in ons hart, verzoend raken met God, leren wandelen met Hem, vernieuwd worden in al ons doen en laten? Zodat zij, mits actueel vertolkt en vertaald, de gemeente kan vitaliseren, doen herleven? En heeft de bevinding die zij zoekt, de rechtvaardiging van de goddeloze (de zaak die ook Graafland overigens helemaal in het middelpunt stelde), juist niet een geweldig missionair en oecumenisch gehalte in zich?

Dezelfde heilgeheimen

Ik zou de rijke erfenis, die er sinds de Reformatie is vergaard, dan ook niet graag zomaar willen inruilen voor een zogenaamde onbevangen evangelische benadering. Daarmee zouden wij een schat overboord gooien die met veel moeite vergaderd is.

Tegelijk geloof ik - en daar ligt het gelijk van Graafland! - dat wij niet op een massieve manier met deze schat moeten omgaan. Wij moeten mensen niet opzadelen met en bedelven onder deze erfenis, maar haar op een evangelische wijze vruchtbaar maken. En dan bedoel ik: op de wijze van het evangelie. Als Jezus mensen ontmoet, begint Hij hen niet de heilsorde uit te leggen, maar spreekt Hij hen met een enkel woord aan, dat hen raakt in hun diepste bestaan. Er is geen sprake van een vooropgezet verhaal, maar van directe ontmoeting van hart tot hart. Daarin zit een stuk onbevangenheid. Elke relatie die God met mensen aangaat door Zijn Woord en Geest, ontstaat en verloopt weer anders. In die omgang doen we echter wel, of het nu links om of rechts om gaat, dezelfde heilgeheimen op.

Juist bij die bevindelijke ontdekkingstocht in het Woord bij het licht van de Geest kan het gereformeerde belijden functioneren als een uitstekende gids, die uiüegt en verheldert. Een geschrift als de Heidelberger blijft daarin van enorme waarde. Het is te vergelijken met de liefde: die kun je niet leren uit een boekje, zelfs niet uit de beste handleiding. Maar waar de liefde zich ontwikkelt, kan de liefde door een goed boek wel worden gevoed, verrijkt en verdiept

Ik wil nu nader ingaan op een drietal oer-reformatorische noties, die wij uitgerekend in onze postmoderne en geseculariseerde samenleving tot het uiterste moeten benutten om als christelijke gemeente te overleven en te herleven: het sola gratia, solafide en sola scriptura.

Sola gratia

Uitgerekend het accent op het sola gratia blijft van weergaloze betekenis. Deze intense aandacht voor het beslissende genadige handelen van God is allerminst iets dat ons bedoelt te verlammen, maar is juist iets dat ons voortdurend weer mag verrassen. God wil zich, in louter genade en met louter genade, zonder enige voorwaarde vooraf met ons inlaten. Ik hoef Hem niet tegemoet te komen met van alles en nog wat, ik hoef Hem alleen maar onder ogen te komen, zoals ik ben. Mijn zonde, mijn onderhuids verzet, mijn sluimerende vijandschap, het feit dat ik voor God helemaal geen hart heb, de goede keus voor Hem en het verlangen naar Hem uiteindelijk nogal dubieus zijn, vormen geen enkele hindernis om te worden verzoend met God, aangenomen te worden al Zijn kind. Er wordt van mij geen andere oprechtheid gevraagd dan de eerlijkheid dat het er van alle kanten aan schort. Werkelijk amazing grace! (verbazingwekkende genade).

Een helder zicht op dit genadige van God is het meest weldadige wat een mens kan overkomen. Juist voor de opgejaagde mens van vandaag, die zich voortdurend overal moet waarmaken en goed presenteren om niet buiten de boot te vallen, kan een helder begrip van dit sola gratia een ware verademing zijn. Het reikt dieper en is ruimer dan de evangelische voorwaarde 'als u het echt wilt' en de orthodoxe eis 'dat het wel iets moet zijn van je hart'. Juist in het sola gratia ligt ruimte voor de rechtvaardiging van de goddeloze, van de hedendaagse mens zoals hij is, zoals ik hem ontmoet, in de kerk en daarbuiten.

Missionair

Dit sola gratia helpt ons ook tegen de postmoderne eis, dat we ergens alleen

Op 22 april vond in Putten de jaarlijkse conferentie van het Contactorgaan voor de Gereformeerde Gezindte (COGG) plaats. Hier sprak onder andere dr. P. J. Visser, hervormd predikant in Den Haag, over de vitaliteit van het gereformeerde belijden. Zijn lezing plaatsen we in twee delen in ons blad.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

bij zullen leven op voorwaarde van een goed gevoel en anders op zoek moeten... Goed beschouwd zit er iets vermoeiends en onrustigs in dat idee dat je er altijd een goed gevoel bij moet hebben en anders niet goed zit. In het licht van Gods genade mag ik ook wel eens een poosje niet zo'n goed gevoel over alles hebben... en dat is een hele rust! Ook richting de evangelische wereld, met haar terechte maar soms ook vermoeiende accent op 'blijdschap in de Heer', lijkt mij dit een heilzame correctie. Het sola fjratia geeft ontspanning en verwondering.

Het sola gratia schept ook ruimte om onbekommerd en onbevangen Gods geboden en beloften aan ieder zonder onderscheid te verkondigen. Ik hoef niet van te voren te selecteren. Maar ik mag zaaien in geloof dat de ontfermende God Zijn eigen genadige, soevereine gang gaat, zonder aanzien van de persoon. Geen beschrijvingen dus van wat een mens moet beleven, maar een verkondiging waardoor de Geest het doet beleven. En daarin realiseert zich de'directe ontmoeting met God, de persoonlijke ervaring van de waarheid. Evangelischer kan het niet, zou ik zeggen.

Ook in missionair opzicht ligt er in het sola gratia een geweldige stimulans. Juist omdat God in genade mensen opzoekt en aanraakt, onverdiend en onvoorwaardelijk met hen in zee gaat, mogen wij op hoop van zegen in deze wereld, aan ieder die wij op onze weg ontmoeten, het evangelie doorgeven. Het geloof dat God zo goed is dat Hij verkiest wat niets is, zet mij ertoe aan zorgvuldig te zoeken naar de goede woorden om mensen die los zijn van God te bereiken.

P. J. VISSER, DEN HAAG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De erfenis vruchtbaar maken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's