De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Genieten

Omdat het voor velen nog steeds vakantietijd is, toch maar weer een aflevering die met deze periode in ons menselijk bestaan te maken heeft Veel periodieken kiezen in deze tijd voor themanummers en zomerspecials. Soms heeft dat iets geforceerds. Het valt ook niet mee om elk jaar weer origineel te zijn. Maar er zijn ook redacties die interessante thema's op een boeiende manier aan de orde weten te stellen. Een van hen is het opinieblad voor de christen vandaag CV.Koers. In de juli/augustus-aflevering staat het thema 'Genieten' centraal. Wat mij in

deze aflevering het meest aansprak waren de antwoorden van 'vier vakwetenschappers die zich vanuit heel uiteenlopende invalshoeken bezighouden met de mens en zijn gedrag'. Een bioloog (Rene Fransen), een psycholoog (Kees Roest), een filosoof (Rene van Woudenberg) en een theoloog (Marcel Sarot). Eerst een citaat uit de bijdrage van psycholoog Kees Roest. Hij is als klinisch psycholoog verbonden aan het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis en heeft ook een eigen psychotherapeutische praktijk.

'Gedragstherapeuten inventariseren soms systematisch welke ervaringen voor iemand plezierig zijn en hoe vaak ze in iemands leven voorkomen. Op de 'Lijst van Prettige Dingen en Ervaringen' staan zaken vermeld als: tuinieren, wandelen, op 'n terrasje zitten, een douche nemen, praten met vrienden en zelfs bidden en kerkbezoek. Waar depressie vaak wordt gezien als de oorzaak van het onvermogen tot genieten, draait de gedragstherapeut het om. Je depressie is niet de oorzaak, maar juist het gevolg van het/eit dat je geen leuke dingen meer doet. Dus: ga wandelen, fietsen, winkelen, puzzelen, zwemmen en je depressie verdwijnt! Andere psychologen benadrukken het leven in het hier en nu: wanneer je nu niet geniet, zul je nooit genieten. Freud zocht het genot in de gepaste bevrediging van seksuele lusten, Ad Ier in het overstijgen van minderwaardigheidsgevoelens. Frankl was ervan overtuigd datje pas zin in je leven zou ervaren als je de zin van je leven ontdekte. Voor Ellis is genot pas mogelijk, wanneer moeten in mogen verandert. Beek wijst op denkfouten die het genieten in de weg staan, bijvoorbeeld het selectief waarnemen. Met een donkere bril op zie je geen leuke dingen meer. Neem de proef maar eens op de som. Schrijf na tedere morgen, middag en avond op wat je dat dagdeel aan fijns ervaren hebt. Vergeet daarbij de kleine dingen niet! Amy Hall geeft in haar boekje Het leven is mooi een aanstekelijke opsomming van dergelijke dingen. Wie het leest, snapt ineens wat genieten is, meer dan welke theorie ook duidelijk maakt: op een terrasje zitten en naar de mensen kijken, het gepruttel van de koffiepot, een kind dat zeepbellen blaast, een ko-nijntje dat aan je hand snuffelt, schelpen verzamelen op het strand, na een strandwandeling het zand tussen jetenen weghalen, op een luchtbed in zee dobberen, thuis jam maken en trots aan anderen laten zien, de voldoening als je het laatste vakje van een kruiswoordpuzzel invult. Inderdaad, ook in een vakantie zijn het de gewone dingen die het doen!'

Inderdaad, genieten vindt meestal plaats midden in het 'gewone' leven van elke dag. Het ontstaat daar waar je beseft dat alles in je leven geschenk is. Tegelijk weet ik dat er situaties en tijden in het leven van een mens zijn dat genieten hem onmogelijk en onbereikbaar lijkt. Een volgend citaat kies ik uit de bijdrage van Marcel Sarot. Hij is als docent wijsgerige theologie verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Hij stelt de vraag aan de orde: mogen christenen genieten? Dat lijkt wellicht een overbodige en onnodige vraag. Toch is ze zo vreemd nog niet. Ik heb ooit een collega gekend die vooral in de zomermaanden veelvuldig de gordijnen van zijn pastorie sloot omdat er, naar zijn zeggen, voor een kind van God niet zoveel te genieten viel, zeker niet in een tijd waarin zoveel mensen buitensporig proberen te genieten, in de vakantie namelijk. Wel, op de vraag: mag een christen genieten, antwoordt Sarot als volgt:

'Het bekendste antwoord op die vraag is dat van Augustinus: ja, wij mogen genieten, maar eigenlijk alleen van God. God is het hoogste goed. Van al het andere mogen wij niet onbekommerd genieten, want dan geven wij het de plaats die alleen God toekomt. Wij mogen van het overige slechts genieten als verwijzend naar de hoogste: God. Kortom, wij mogen genieten, op voorwaarde dat wij onze begeerten goed ordenen. Helaas heeft Augustinus' "ja, maar" in de kerkgeschiedenis vaak gewerkt als een "nee, tenzij". Christenen staan dan ook niet bekend als echte levensgenieters.

In onze cultuur wordt dat hun zwaar aangerekend, wantgenot is een van de belangrijkste waarden geworden. Bewust van het leven genieten, daar gaat het om. Mensen streven naar genotservaringen, in vakanties, in eten en drinken, in relaties en seksualiteit. Wij moeten voortdurend genieten, tot tijdens het autorijden aan toe. Het probleem met deze doorgeschoten genotzucht is dat streven naar maximaal genot helemaal geen garantie is voor het bereiken van maximaal genot. Wie zoekt naar genot, wie steeds opnieuw het genot opzoekt, zal merken dat hij steeds moei- • hj'ker tevreden te stellen is. Van alcohol heeft men bij regelmatig gebruik steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken, en de achtbaanliefhebber heeft steeds hogere snelheden en scherpere bochten nodig om de oorspronkelijke, prettige angstsensatie weer op te roepen. Streven naar genot is op deze wijze contraproductief; het leidt niet tot genotsmaximalisering. Genot is een toegift. Pas als je naar andere dingen streeft, valt genot je toe, kun je onverwachtgenieten van een kleinigheid. Hetzelfde geldt voor verschillende vormen van religieuze ervaring die in evangelische kring vaak in hoog aanzien staan: die moeten wij niet nastreven, maar ze kunnen ons geschonken worden. "Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden" (Matt. 6 : 33).'

Ook hier weer het accent op genieten als een geschenk, een toegift, iets wat je erbij krijgt in dit leven. Geen 'genotsplicht' zoals in onze cultuur zo vaak benadrukt wordt, maar ook geen 'genotsfobie' zoals veel traditioneel christendom kent, aldus terecht Sarot. Hij onderstreept wat Augustinus al stelde: genot is geen doel op zichzelf, maar valt ons toe wanneer wij streven naar het Koninkrijk van God.

Verveling

Nog een tijdschrift dat een zomerspecial samenstelde is het Filosofie Magazine (juli/augustus-aflevering). De redactie koos voor het thema Verveling. Wat bedoelen we met verveling, waar komt het vandaan en wat moeten we er mee? Ook in een vakantieperiode kan verveling toeslaan: wat zullen we vandaag eens doen, er zijn vele lege loze uren, het weer werkt niet mee. Kortom: in een vakantieperiode is het niet alleen maar genieten wat de klok slaat, verveling kan ons ook teisteren. De redactie van het Filosojie Magazine vraagt aandacht voor de misschien wel meest bekende roman van Gerard Reve, net na de oorlog verschenen en waarvan verveling zo ongeveer het eigenlijke thema lijkt te zijn. Ik bedoel: De Avonden. Het artikel over Reve's boek krijgt dan ook als titel mee: Het graf gaapt, de tijd zoemt en nergens is redding. Een uitzichtloos verhaal dat juist daardoor zo ingrijpend op een lezer overkomt. Interessant in deze aflevering vond ik een fragment uit de bijdrage van Frans Jacobs. Hij zoekt in de rubriek 'Het leeslint' onder filosofen naar een antwoord op de vraag naar wat bij noemt de 'moderne verveling'. Hij noemt Schopenhauer voor wie het leven in wezen niet veel meer was dan een pendule die heen en weer gaat tussen smart en verveling. Voor wie uit een andere inspiratiebron probeert te leven, is dit allemaal nogal aan de 'zware en zwarte' kant. Ik bedoel: voor wie uit het geloof tracht te leven. Daarom is het interessant dat de schrijver ook aandacht vraagt voor Blaise Pascal.

'Neem Blaise Pascal (1623-1662), die de verveling al een van de grootste rampen beschouwde die de mens kan treffen en misschien zelfs moet treffen. Voortdurend is ons zwoegen erop gericht om obstakels te overwinnen. Als we daarin slagen, blijven we ons kopzorgen maken over de obstakels die nog kunnen opdoemen. Hebben we ons daartegen redelijk ingedekt, dan genieten we niet van een welverdiende rust, maar steekt opeens een immense verveling haar giftige kop op. Die verveling confronteert ons zo mei de volstrekte nietigheid en zinloosheid van ons zwoegen. Daaraan tracht de mens te ontkomen door verstrooiing te zoeken, door te jagen naar amusement. Dat kan allerlei vormen aannemen: biljartspel, het oplossen van een ingewikkeld algebraïsch raadsel, het trotseren van een groot gevaar. In die bezigheden zijn mensen overigens niet oprecht geïnteresseerd; ze willen alleen demonstreren

dat ze er gedrevener in zijn dan anderen. Maar ook het streven om anderen te overtreffen, is ijdel. Als het succes heeft, als je alle anderen definitief hebt overtroffen, is verveling opnieuw je lot. Daarom zijn koningen, die aan de top staan uan de maatschappelijke ladder en dus niets meer te wensen ouer hebben, bij uitstek beklagenswaardig. De koning wordt dan ook omringd door hen die geen andere taak hebben dan te voorkomen dat hij gaat nadenken over zichzelf. Ze laten hem biljart spelen en danspassen uitvoeren om ervoor te zorgen dat de ledigheid van zijn bestaan niet tot hem doordringt. Verstrooiing is het enige dat de meeste mensen troost biedt in hun ellende, en tegelijk levert het alleen maar meer ellende op. Hoe valt daaraan te ontsnappen? Wanneer mensen ertoe in staat waren om rustig op hun kamer te zitten, zouden ze zich volgens Pascal nooit vervelen. Bij jezelf verwijlen is geen bron van verveling wanneer je geestesoog daarbij gericht is op God. Dat is het dan ook wat Pascal ons aanraadt.'

Treffend: gericht zijn op God verdrijft de verveling in je leven en is tegelijk, hoorden we al, de hoogste vorm van genieten (Augustinus). Nu is het Magazine waaruit we hier citeren geen christelijk blad. Dus Pascals overtuiging wordt direct erna bekritiseerd. De eindconclusie van de hier geciteerde schrijver is zelfs: Gelukkig is er geen God en zijn we niet onsterfelijk. Daarom: een somber verhaal zonder perspectief. Mocht verveling misschien toeslaan deze dagen, dan onderstrepen we nogmaals het advies van Pascal zoals we dat ook in de Bijbel aantreffen: Verblijdt u in de Heere, verblijdt u ten allen tijde. Wees tevreden in wat u bent en met wat u hebt.

J. MAASLAND

De twee magazines hier genoemd zijn verkrijgbaar in de kiosken of de tijdschriftenafdeling van de meeste boekhandels. CV.Koers is ook verkrijgbaar in de evangelische boekhandel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's