Geen weg van weinig weerstand
Hervormd predikant in de Protestantse Kerk (II)
HERVORMD PREDIKANT IN DE PROTESTANTSE KERK (II)
Spanningsveld
Hoe we ons hervormd-zijn verstaan hebben, heb ik terloops aangegeven. Maar er was meer. Ook dat namen we mee, de grens van i mei over. We stonden in de Hervormde Kerk in nauwe verbondenheid aan het gereformeerd belijden. Zo verstonden en zo verstaan wij de Heilige Schrift. Zo stonden en staan we in de kerk. Dat gaf en geeft een enorm spanningsveld. De kerk kent verschillende stromingen. Wij beleven ons hervormd-zijn, onze verbondenheid aan het gereformeerd belijden en ons staan in de kerk als een existentiële spanning.
Dan heb ik met het oog op de Protestantse Kerk echt niet alleen over de grondslag. Ik heb het evenzeer over alles wat er om ons heen klinkt aan theologische onbezonnenheid, ondoordachtheid en vrijbuiterij. Eendagsvlinders die de gemeenten verwoesten, die de waarheid geweld aandoen. Die verwoestende sporen nalaten. We beseffen dat binnen de PKN het gereformeerde karakter van de kerk nog meer verzwakt is dan het al was. Horen we - verbonden aan het gereformeerd belijden - in zo'n kerk wel thuis? Op die manier wordt het spanningsveld heel existentieel. Daar worden we op aangesproken. En toch: we kunnen niet anders. We geven de kerk niet op. We weten ons geroepen met de bediening van Wet en Evangelie in haar midden te staan. We dragen iets mee van de visie van Hoedemaker, die ons heeft leren denken over heel de kerk en over heel het volk. Liggen daar te midden van alle onzekerheid van vele gemeenteleden, die vroeg of laat uitgekeken raken op nietszeggende veranderingen, liggen daar ook geen mogelijkheden? Is daar niet iets zichtbaar van de grote oogst?
Confessioneel geding
Maar kunnen we er dan wel op voluit hervormde wijze instaan? Voluit hervormd is tegelijk ook gereformeerd. In gemeenschap met het gereformeerd belijden, verbonden aan dat belijden, in de weg van dat belijden, in overeenstemming met dat belijden. Kunnen we vasthouden aan dit erfgoed, dat we meekregen uit de gereformeerde Reformatie?
We zouden niet anders kunnen. Want dat heeft juist alles te maken met ons geloof. Omdat het Woord van God, dat alleen bron en norm is van kerkelijke verkondiging en dienst, in de gereformeerde confessie geheel en al recht wordt gedaan. Voor dat recht van de gereformeerde confessie staan we. Nee, ik bedoel niet juridisch, maar ik bedoel dit in volle, geestelijke zin. Het gaat ons om de religie van de belijdenis. Om het levend geloof, het levend belijden. Om de omschrijving van het heil dat komt uit Gods Vaderhart, uit het volbrachte werk van Christus, en om de persoonlijke betrokkenheid van de mens daarop, door de Heilige Geest.
Dat heeft consequenties voor ons staan in de kerk. Wie van de confessie afwijkt, wijkt van de Heilige Schrift af. Daarom hebben we een geding, een confessioneel geding met grote delen van de kerk. En daarom komt het aan op verdieping, geestelijke verdieping in de religie van de belijdenis, in de belijdenis zelf, om het kerkelijk gesprek te voeren, om binnen het geheel van de kerk te getuigen en te belijden van de rijkdom van Gods heil, ons verkondigd in de Heilige Schrift, en verwoord in de gereformeerde belijdenis. Op die verdieping komt het écht aan. Op de studie van de parels, verborgen in de schachten van de gereformeerde traditie. Het heeft ook alles te maken met ons geloof: Gods heil, onze visie op de Schrift.
Nee, ik stel de Heilige Schrift en de confessie niet gelijk. De confessie is in meer dan één opzicht afhankelijk van de Schrift. Zij is niet alleen een samenvatting van wat de Schrift leert. Ze is ook altijd uitleg van de Schrift. Daarom moet ze steeds weer getoetst worden aan de Schrift en daarom blijft de Schrift de grondslag van ons spreken en getuigen, van ons staan en dienen in de kerk. Maar, een hervormd-gereformeerd predikant vindt zijn geloof terug in het gereformeerd belijden en herkent zich daar in. Daarom hebben we dat belijden lief. De waarheid is het waard om bemind te worden en standvastig verdedigd te worden. Zo staan we in de kerk. Zo voeren we het gesprek in de kerk. Zo willen we dienen in de kerk, op de plaats waar de Heere God ons heeft geroepen.
Blijven
Kan dat dan? Of moeten we dan toch voor de weg van een breuk kiezen? Zoals we er in ons land verschillende kennen en zoals we nu in deze fase van de geschiedenis meemaken. Wat is het gevolg van de afscheidingen? Tien tot vijftien keer gereformeerd. Ineens blijken de gereformeerde belijdenisgeschriften geen eenheid te vormen, maar ontstaat er een ontzaglijke, trieste verdeeldheid. Die kant willen en kunnen we niet op. Dan scheurt het lichaam van Christus opnieuw. Wat dan? We blijven staan binnen de kerk. Ook binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Ik besef heel goed dat kerkelijke liefde niet zomaar is over te plaatsen. Hier en daar toont de kerk genootschappelijke trekken. Denk aan de geweldige pluriformiteit. En toch is in haar midden ook het wezen van de kerk zichtbaar, daar waar gemeenten samenkomen rondom Woord en sacrament. Van de bediening van het Woord, de bediening van het sacrament, de bediening van de Heilige Geest mogen we heil verwachten. Nee, we gaan niet de weg van de minste weerstand. Maar we hopen op en schuilen bij God. Kan Hij de vervallen kerk niet tot nieuw leven wekken? En wij zijn van haar gebreken en haar zonden niet af, wanneer wij haar verlaten. Staan in de kerk, ook nu, is mede, omdat we ervan overtuigd zijn dat afscheiding geen enkele waarborg biedt voor de zuiverheid van de leer in de toekomst.
De kerk
Ik geef u in dit verband graag een citaat van W. J. Aalders, te vinden in De roep der kerk, (p. 48). Hij schrijft: 'Dit betekent, dat de Kerk een voorbijgaande betekenis heeft. Zij behoort tot het interim, de tussentijd van de bedeling, waarin wij leven. Dit karakter van voorlopigheid is haar in elk opzicht eigen. Het voorlopige is nooit af. Het heeft altijd haast... Zij werkt niet voor het heden; niet voor zichzelf, maar voor wat meer is dan zij, voor het Koninkrijk Gods, waar het ziekenhuis
plaats zal maken voor een paleis'. Dat is de kerk steeds weer. Het is met haar als met ons. Oud en nieuw. Kwaad en goed. Zwak en sterk. Gebrekkig en genezen. Zuchten en zingen. Goddeloos en rechtvaardig. De kerk als zichtbare verschijning blijft hier op aarde gebroken. Zo was het in Handelingen 5. Zo was het in 1 Korinthe 5 en 15. Zo was het op iedere bladzij van de brieven in het Nieuwe Testament. En zo is het vandaag. Wij geloven de rechtvaardiging van de goddeloze. Zo gaat het er met de kerk ook aan toe. Zelfs in haar meest zuivere vorm moet zij dagelijks gerechtvaardigd worden: simul iustus et peccator. Dat geldt de kerk. Dat geldt de leden, dat geldt ons. We zijn kerk onder het kruis. De gestalte hier blijft gebroken. Wanneer de kerk hier meer ernst mee had gemaakt, zou ze wel eens minder verscheurd geweest zijn. En de kenmerken van de kerk in de artikelen 27 tot en met 29 van de NGB fungeren als een richtsnoer, een prikkel en een stimulans om zo kerk te zijn. Om aan haar roeping te beantwoorden.
Vrijheid in de kerk
Keer op keer zullen we ook nu geconfronteerd worden met allerlei facetten van dwaling in leer en leven. Daar hebben we in de gemeente mee te maken, in de classis. Weinig bemoediging gaat er uit, zoals het nu lijkt, van vele classicale vergaderingen, van de regionale dienstencentra. Echter, laten we in onze gebeden de kerk een plaats geven. Laten we zelf leven uit het geheim van de rechtvaardiging van de goddeloze, in verborgen omgang met de Heere. Biddend dat de Heere Zijn kerk niet verlaat. Heb veel gebed voor haar. Laten we boven alles niet vergeten dat we geroepen zijn om trouw onze arbeid te doen: prekend en lerend.
Ongedacht geeft de Heere ons soms mogelijkheden. Schrijf daarom de kerk niet af. Zoek daarom niet het isolement. We krijgen de gelegenheid om her en der het Evangelie te verkondigen. Soms mogen we iets ervaren van de onweerstaanbare kracht, de kracht van de Heere die werkzaam is in het Woord.
Nee, eenvoudig is het niet. Vaak worden juist zij die voluit orthodox in de kerk willen staan, niet voor vol aangezien. Dat is niet eenvoudig. Dat is soms een beproeving. Het geeft wél zegen. Als hervormd predikant binnen de Protestantse Kerk: we zullen elkaar nodig hebben. Maar vooral is veel gebed, geduld, geloof gevraagd. Het Woord van God is niet tot machteloosheid gedoemd. De kerk is vrucht van dat machtige, heerlijke, goddelijke Woord. Eerst was het Woord, dan is de kerk.
G. D. KAMPHUIS, AMSTEELVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's