Boekbespreking
Herman Langeveld Schipper naast God, 'Hendricus Colijn 1869-1944', deel II Uitgave Balans, 550 pag., € 37, 50 (paperback € 29, 95).
In 1998 verscheen het eerste deel van deze biografie van Colijn, geschreven door de universitair hoofddocent Nieuwe Geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, in een reeks biografieën die op gang is gebracht door het Prins Bernhard Cultuurfonds. In dit tweede deel worden de laatste elf levensjaren van Colijn beschreven vanaf de tijd waarin Colijn onafgebroken leiding gaf aan vier kabinetten tussen 1932 en 1939; nog gevolgd door 'een dissonant als slotakkoord: het vijfde kabinet-Colijn', toen katholieken niet met vrijzinnig-democraten en liberalen wilden samenwerken en Colijn toch een vijfde kabinet ging leiden, hetgeen resulteerde in 'zelftorpedering'. Wie enigszins op de hoogte is van de historische ontwikkelingen in ons land voor en na de Tweede Wereldoorlog komt in dit boek veel tegen dat bekend is, maar nochtans ook veel dat onbekend is en dat de auteur opdiepte uit binnenlandse en buitenlandse archieven, of dat 'anders' bekend is omdat er rondom Colijn ook mythevorming ontstond. Zo is Colijn nooit ouderling geweest in de Gereformeerde Kerk van Den Haag (een bewering van W. Aantjes), heeft hij nooit een bezoek gebracht aan 'de werkverschaffing' in Rhederveld (met de woorden: 'Mensen gij hebt het goed, gij kunt nog wat sparen...'), berusten zijn telefoontjes naar uitgeverij Bruna of de nieuwste detective van Havanck al verschenen was op mythevorming (hij las vooral Engelstalige detectives), en is zijn uitspraak 'Gaat u maar rustig slapen' niet gedaan aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 maar in maart 1936 na de Duitse bezetting van het tot dan toe gedemilitariseerde Rijnland. Ook het feit dat Colijn als minister verantwoordelijk was voor de bloedige onderdrukking in februari 1933 van de muiterij op de Zeven Provinciën berust op mythevorming, Colijn was toen nog gewoon lid van de Tweede Kamer. Het boek is onderverdeeld in vijf delen: 'Fascisme en parlementaire democratie, 1925-1933'; 'De strijd om de gouden standaard, 1933-1936'; 'Van hoogtepunt naar dieptepunt, 1937-1938' (met het vijfde kabinet als afsluiting)'; 'Indië en Europa, in die volgorde' en 'Oorlog, 1939-1944'. Het boek wint aan overzichtelijkheid doordat aan het ëind van elk hoofdstuk een terugblik wordt gegeven over de beschreven periode.
Colijn werd vooral omstreden vanwege zijn financiële politiek. De auteur concludeert: 'Door de langdurig werklozen en de anderszins door de economische depressie getroffenen werd - onnodig - een hoge prijs betaald voor de handhaving van de gouden standaard'.
Twee momenten haal ik nog specifiek voor het voedicht. Colijn was zeer verwant met de Utrechtse historicus prof. dr. F. C. Gerritson (de dichter Geerten Gossaert), vertegenwoordiger van de rechtervleugel van de Christelijk Historische Unie. Gerritson was mede de leider van de Nationale Unie, die zich in fascistische richting ontwikkelde. Hij had verwantschap met het Italiaanse fascisme van Mussolini en nam Colijn mee in antidemocratische richting, waardoor deze vóór 1933 een ambivalente houding jegens het fascisme aannam. Ten aanzien van het nationaal-socialisme was hij echter van meet af duidelijk in zijn afwijzing ('afkeer', 'vanaf een vroeg stadium een tegenstander'). In dit verband memoreer ik een tweede element. Sinds 1935 voerde Duitsland de hakenkruisvlag en was aan het Duitse volkslied het eerste couplet van het 'Horst- Wessellied', het partijlied van Hiders NSD- AP toegevoegd. Rondom het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard maakte de regering bekend dat niet meer de Lippe Detmoldmars (een alternatief ter vermijding van het 'nieuwe' Duitse volkslied) gespeeld diende te worden. In kringen van de Utrechtse Universiteit had het spelen van het Horst-Wessellied op de gala-avond heftige verontwaardiging gewekt. In een 'strict persoonlijke' brief aan Colijn maakte
Gerritson zich de tolk van die verantwoording. Vertrouwelijk kreeg Gerritson te horen: 'Amice. Mij is niets anders bekend dan dat H.M. zelfbepaald heeft, dat ter eer van Hare vorstelijke buitenlandsche gasten, het Engelse en Duitse volkslied werden gespeeld'. In het boek wordt verder overigens gewag gemaakt van de uitstekende verhouding tussen Colijn en Wilhelmina. Wilhelmina vond overigens geen aanleiding in te gaan op een voorstel van de katholieke voormalige Indische hoofdambtenaar Ch. J. I. M. Weiter om bij het veertigjarig ambtsjubileum van Wilhelmina Colijn in de adelstand (baron) te verheffen.
Concluderend mag worden gezegd dat we hier te maken hebben met een imposante biografie van een politicus die het politieke veld in de jaren voor de TVveede Wereldoorlog domineerde ('geen staatsman'); een mens intussen wie niets menselijks vreemd was. Het boek is een waar document van een stukje nationale geschiedenis in een tijd van grote crisis van ons volksbestaan. Een uitvoerige lijst van gebruikte literatuur completeert het geheel. In 1944 is Colijn bezweken aan een hartaanval.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's