In het leven beoefend
VITALITEIT VAN HET GEREFORMEERDE BELIJDEN [2]
Sola fide
Door het geestelijk leven te kenmerken met die twee woorden, solajtde, wordt aangegeven dat het gereformeerde belijden er voluit weet van heeft dat het tussen God en mens van meet af en altijd gaat om een relatie van vertrouwen, en daarmee om een vertrouwelijke relatie. En wordt dat vertrouwelijke niet bij uitstek weergegeven door het onder ons overbekende en oiïopgeefbare woord 'bevinding'? Ik zou het samengevat als volgt willen zeggen: wij ervaren hoe God ons nabij komt via Zijn Woord en door Zijn Geest, waardoor Hij een relatie schept en op een vertrouwelijke wijze tot ons spreekt, eerlijk, ontdekkend, bemoedigend en vertroostend. Eerlijk gezegd heb ik de indruk dat evangelischen daar doorgaans rationeler over spreken (het staat er toch...! geloof dat dan...!) dan de gereformeerde traditie doet. Ik vind dat geen winst. 'Wanneer men alleen maar zegt: gelóóf het evangelie!, dan is dat natuurlijk een zuivere prediking en zeer bepaaldelijk de enige zuivere prediking, maar als deze prediking nu inderdaad het levende en levenwekkende Woord van God tot en in de mens wordt, dan gaat de grote worsteling om de verbrijzeling van het harde hart pas goed beginnen. Het gaat zo maar niet in de dingen van het geloof. De bekering is geen rutschbaan, waardoor wij binnenglijden in het Koninkrijk.' (A. A. van Ruler) Juist het gereformeerde, met zijn voortdurende accent op de verborgen omgang waarin dat geheimenisvolle van Gods spreken zich voltrekt, leidt tot een diepe verworteling van Gods Woord in ons leven en tot een diepe verstrengeling van ons leven met Zijn Woord. Deze gereformeerde insteek, mits zij in het dagelijks leven beoefend wordt, heeft in dit opzicht een duidelijke meerwaarde en biedt een belangrijke versterking van het persoonlijke waarop door evangelischen zo wordt gehamerd.
Ondervonden waarheid
Leven vanuit het sola fide als vertrouwelijke relatie leidt ook tot een voortdurende verdieping van zelfkennis en van Godskennis, geeft een stuk opwas in de genade en een doorgaande vernieuwing van het leven. Je wordt er een ander mens van, dankzij de Geest. Juist in onze geseculariseerde samenleving is deze ervaring van wezenlijk belang: alleen op deze doorleefde manier is het vol te houden om - desnoods als eenling - te blijven bij God en Zijn Woord. Ja sterker nog, juist deze persoonlijk beleving kan ons een gezond zelfbewustzijn geven over wie we mogen zijn. Wordt er in het Nieuwe Testament niet voortdurend gerefereerd aan wat ontvangen is door de Geest, opdat de gelovigen van toen zich bewust zijn van het feit dat zij bevoorrechte mensen zijn?
De bevindelijke doorleving, die in het sola Jide opgesloten ligt, blijkt ook in missionair opzicht van grote waarde: postmoderne medemens zullen alleen op een positieve manier geraakt worden door ons geloof, als het geen leer of theorie is maar ondervonden waarheid en ervaren werkelijkheid.
Tussen haakjes
Er is bij dit alles één gevaar: dat wij op . de punten van het sola gratia en het sola fide vervallen tot een binnenkerkelijke haarkloverij (die helaas volop gaande is) over aanbod en verkiezing, over toeëigening en bevinding. 'Honderden hebben het Evangelie met gunstige uitslag gepredikt, en nog veel meer hebben het aangenomen, zonder zich ooit met die kwesties in te laten.' (Thomas Halyburton, Een zedig onderzoek of in orde der natuur wedergeboorte of rechtuaardymaking uoorgaat).
Tegelijkertijd geldt natuurlijk wel dat er als er geen helder zicht op deze zaken is bij voorgangers dat ook negatieve consequenties kan hebben voor de prediking, het pastoraat en de hele geestelijke ontwikkeling van de gemeente. Ik zeg dan ook niet dat het soms niet nodig kan zijn om daarover een diepgaand gesprek met elkaar te hebben, maar wanneer wij daarin blijven steken, werkt het gereformeerde belijden eerder verlammend dan aanstekelijk. We zijn dan bezig een lichaam tot op het bot te ondeden (dat is sowieso al de dood in de pot) en komen ten slotte niet verder dan elkaar met die botten om de oren te slaan. In dat geval kunnen de ondogmatische evangelischen een verademing zijn.
Sola scriptura
Het gereformeerde belijden stelt het sola scriptura centraal. Alleen de Schrift. In dat opzicht is zij in haar oorsprong de bepleite evangelische insteek dat wij weer terug moeten naar het Woord, ver vooruit... Zaak is wel dat wij deze notie weer volop serieus nemen. En het Woord weer laten zeggen wat het zegt, voor zichzelf laten spreken. In het besef dat het de sprake is van de levende God, die door de Geest haar eigen dynamiek heeft. Wij moeten niet met het Woord zo gaan goochelen dat het zegt wat ons behaagt, of dat zo klinkt dat het mensen behaagt, maar het zo eerlijk mogelijk vertolken zodat het kan doen wat Hem behaagt. Deze aandacht voor het sola scriptura vormt juist vandaag de dag een noodzakelijk en heilzaam tegenwicht. Er wordt nogal eens zoveel nadruk gelegd op het persoonlijk gevoel en geloof dat de horigheid aan het Woord erbij inschiet en het Woord daar zelfs aan onderhorig wordt. Ook hedendaagse gelovigen hebben een sterke neiging om alleen datgene uit de Schrift te halen wat hen bij voorbaat past en al het andere hooguit voor kennisgeving aan te nemen. Zonder erg scheppen wij dan met de Bijbel in onze hand een eigen beeld van God en vervallen tot een eigenwillige godsdienst van wat voor snit ook maar.
Meestal maken mensen het wat mooier dan het is. Ze helpen zichzelf daar op de lange duur echter niet mee, omdat hun geloofsvoorstellingen uiteindelijk toch niet uit blijken komen. Menigeen is daardoor al teleurgesteld geraakt en... afgehaakt. Juist wanneer wij de Schrift aan het woord laten, ook in haar weerbarstigheid, blijft ons geloven veel realistischer en eerlijker. Dat geeft uiteindelijk veel meer houvast en bemoediging dan een fijn instant-gevoel.
Getuigenis van de Geest
Bij het sola hoort ook het tota scriptura, geheel de Schrift. Juist waar het opengaat in zijn veelkleurigheid en het gearticuleerd wordt in zijn veelzijdigheid kan het zijn zegenrijke zeggenschap gaan oefenen over het hele bestaan, wordt de gemeente in elk opzicht opgebouwd in een leven voor Gods aangezicht, toegerust tot alle goed werk, herschapen tot veelvoudige onderlinge liefde. En het mooie van het gereformeerde belijden is dat zij de gemeente niet losmaakt van de wereld, maar in navolging van de Schrift juist steeds middenin de wereld zet, opdat via haar het heilzame woord zal doorwerken in de samenleving: het Woord is een woord voor de wereld in al haar verbanden...
Tegenover een hedendaags pluraal relativisme heeft en houdt de notie van het sola scriptura van de Reformatie actuele betekenis. Het stelt onomwonden dat wij alleen in de Schrift het gezaghebbende Woord van God horen.
Deze belijdenis is overigens alleen vol te houden, als zij meer is dan een stelling. Zij moet steeds opnieuw persoonlijk worden verworven in de relatie met God, omdat uiteindelijk alleen het innerlijk getuigenis van de Geest mij hierover beslissende zekerheid geeft (NGB, art. 7). Het blijft evenwel van onschatbare waarde, als mensen in onze samenleving, waarin niets meer zeker is en alles een vraag is geworden, met recht en reden kunnen zeggen: Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord! Deze uitgesproken wetenschap, die niets van doen heeft met fundamentalisme maar alles met zoeken en vinden van God, is onmisbaar... wil de gemeente overleven én in deze wereld een getuige blijven van het haar geschonken heil.
P. J. VISSER, DEN HAAG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's