De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oprecht, betrouwbaar, waar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oprecht, betrouwbaar, waar

DE COMPETENTIE VAN DE DOMINEE [SLOT]

9 minuten leestijd

Deze laatste aflevering begin ik met een klein verhaaltje. Ik ben kerkelijk opgevoed op de grens van Salland en Twente, in het dorp Daarle. Nog steeds ben ik dankbaar voor die verworteling. Na de hbs ging ik voor twee jaar naar het Hervormd opleidingscentrum Nieuw Ruimzicht in Doorn. Een leven in internaatsverband, in een klimaat dat kerkelijk en cultureel nogal verschilde van het boerendorp waarin ik opgegroeid ben. Overigens zou ik studenten die hun leven lang in een geheid reformatorisch milieu rondlopen en vandaaruit zonder enige onderbreking zo een hervormde pastorie instappen, wel eens in hun nekvel willen grijpen en in zo'n milieu willen plaatsen. Maar goed, dat zij zo.

Waar ik naar toe wil is dit. Als Ruimzicht-studenten moesten we dan de eerstvolgende jaren in de zomermaanden collecteren voor onze instelling. Zo ben ik wel eens in het Brabantse geweest, maar ook in het eigen Saksische land. Als collectant hoorde je nogal eens wat, over de kerk en over het leven. Het aardige was dat het collectegebied in een brede cirkel om mijn geboortedorp heen lag. Kerkelijk gevarieerd, maar achteraf gezien toch wel halfconfessioneel of middenorthodox. Echte vrijzinnigheid was er eigenlijk niet, althans niet onder de predikanten. Al die dominees uit de omgeving had ik in mijn eigen dorp ook wel eens horen preken. Is het geen groot goed als er zo kerkelijk gedacht wordt!

Goed, vanwege die collecte kwam ik ook in Beerze en Beerzerveld. Je fietst vanuit Den Ham over de Beerzerhaar en dan rijd je zo het vroegere veengebied van Beerzerveld binnen en dan kom je bij het kanaal, waar ook de kerk en de pastorie staan, naast elkaar natuurlijk. Ds. Laurentius woonde daar toen. Hij is zijn hele leven lang predikant geweest in Beerzerveld. Hij was ongehuwd - toen ik hem bezocht, had hij nog wel een huishoudster. Een dominee die gewaardeerd werd door zijn gemeente en ook als hij in Daarle preekte, vond hij een aandachtig gehoor.

Toen de deur openzwaaide, kwam ik voor mijn gevoel in een wat muffe boel terecht, althans wat de meubilering betreft. Uiterst sober, een paar leunstoelen en een tafel met wat stoelen er om heen. Hij nam de tijd voor me, dat was duidelijk. We raakten aan de praat over de theologiestudie. Hij vroeg naar mijn interesses. Hoe het precies ging, weet ik niet meer, maar we kwamen te spreken over mijn interesse in de godsdienstfilosofie. Oh, zei hij, dan heb ik nog wat voor je. We gingen naar boven, naar zijn studeerkamer. Daar stond een bureau, weer een enkele leunstoel en een paar wanden met boeken, niet overdadig veel. Hij zocht even en kwam toen tevoorschijn met een bijna uit elkaar vallend exemplaar van K.H. Miskotte over Johannes Hermannus Gunning. 'Kijk', zei hij, 'Gunning heeft zich als theoloog met de filosofie van Spinoza beziggehouden. Maar hij geloofde vast dat Gods openbaring in Christus ons bij het geheim van het leven brengt.'

Iets dergelijks hoorde ik de toen in mijn ogen al oude Laurentius zeggen, althans zo herinner ik het me. En toen kwam er nog het een en ander over Gunnings worsteling met Spinoza en over de idee der persoonlijkheid. Dat boek van Miskotte heb ik wel eens ingekeken, maar dat pakte me niet echt. Dezer dagen heb ik het weer eens opgeslagen. Ik vond een streepje van mezelf in de kantlijn bij de volgende zinsnede: 'Niet de consequentie van de calvinistische Godsleer greep hem [Gunning], maar de diep-geestelijke zin van het 'geloof'...'. Of dat streepje van toen de enige zin markeerde die ik dacht te begrijpen, weet ik niet. Nu denk ik: het is in de roos.

Daarna kwam het gesprek op het Nieuwe Testament en op C. H. Dodd en de zogenaamde realised eschatology. 'Daar heb ik wat aan voor mijn preken', zei Laurentius. Met grote aandacht heb ik indertijd naar die man geluisterd. Die aanvankelijk wat muffe sfeer was volstrekt verdwenen.

Toen ik weer op de fiets stapte, wist ik dat het heerlijk was om te theologiseren, niet alleen op de universiteit, maar ook in de pastorie. Een dorpsdominee, een beetje achterafin het Sallandse land. Het was zijn enige standplaats. Hij heeft het volgehouden. .

Misschien was hij wel een beetje een zonderling. Hij studeerde en hij was bij de mensen. Niet altijd even tactvol. Toen hij een baby in de wieg bewonderde, zei hij eens tegen een moeder: een groot hoofd, net Abraham Kuyper. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Van collega W. G. Sonnenberg hoorde ik dat hij in de laatste jaren van zijn predikantschap op Kerst niet langer zelf voorging. Dat had hij al zo vaak gedaan, daarom nodigde hij op Kerst liever een gastpredikant uit. Een nuchtere oplossing, vindt u niet?

De communicatieve competentie

Over de communicatieve competentie is tegenwoordig het nodige te doen. En er worden ook acties ondernomen om het beter te maken. Op zichzelf is daar niets op tegen. Het hoeft ook niet zo te zijn dat deze nieuwe interesse voortkomt uit de 'opleukcultuur'. Kerkelijke activiteiten kunnen best wel wat meer uitstraling gebruiken en een levendige presentatie is zeer waardevol. Wellicht is het in veel opzichten te saai in de kerk.

Toch moeten we voor één ding oppassen: communicatie is niet los verkrijgbaar. Behalve met inhoud, waar ik het nu in eerste instantie niet over wil hebben, heeft het ook te maken met de persoonlijkheid, met de interactie

tussen spreker en hoorder, met het verstaansproces en met de context waarin het gebeurt Laten we niet denken dat communicatie louter techniek is. Het interactieproces heeft ook ethische aspecten. Het gaat bijvoorbeeld niet alleen om vaardigheden in het spreken, maar ook om oprechtheid, betrouwbaarheid en waarheid.

U weet wellicht dat in de klassieke retorica drie kernbegrippen een belangrijke rol spelen: logos, pathos, ethos. Wil een spreker zijn gehoor ergens van overtuigen, dan is ten eerste van belang dat de toespraak een heldere structuur heeft Het moet ergens over gaan en dat moet ook duidelijk zijn. Overigens ontbreekt het tegenwoordig in de preken daar nogal eens aan. Ten tweede is hartstocht en motivatie nodig, gevoel en emotie, geestdrift en verrukking, zowel bij de spreker als bij de hoorder. Als dat niet opgewekt wordt, dan Iaat de zaak ons koud. Ten derde is de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de spreker in het geding. Niet alleen in die zin dat de spreker zelf achter de boodschap moet staan, maar ook dat de spreker zelf praktisch doet wat hij beweert. Welnu, uit deze klassieke noties blijkt al hoezeer de spreker zelf als mens in de communicatie zit.

Macht

Ook het interactieproces zelf is niet waardenvrij. Laat ik één ding noemen: hoeveel ruimte geef ik de hoorder? Dat luistert, denk ik, heel nauw in het preken. Wie publiekelijk spreekt, krijgt daarmee een bepaalde positie en ook een bepaalde 'autoriteit'. Als iemand tot het spreekgestoelte wordt uitgenodigd, wordt verondersteld dat hij iets te zeggen heeft. Van welke aard is die autoriteit? Bijvoorbeeld, iemand is deskundig, heeft een verhaal voorbereid en gaat dat nu houden. Of, we willen iemands mening wel eens horen. Of, iemand wil opponeren.

In de interactie speelt ook macht een rol. Op het spreekgestoelte heb ik het woord en kan ik mijn mening presenteren, terwijl een luisteraar dat op dat moment niet kan. Ik kan allerlei gedachten die in het publiek leven, weergeven, op een juiste manier of op een ietwat verdraaide manier, maar de hoorders kunnen niet direct reageren. Ze staan niet op gelijke voet. Ik kan spelen met gevoelens, ik kan karikaturen oproepen, ik kan emoties loswoelen, maar besefik ook dat de hoorders dat misschien niet kunnen hanteren? Zij kunnen weglopen of zich emotioneel afsluiten, maar ze staan niet op gelijke voet.

Respect

Met welk gezag preekt de predikant? Niet zo simpel om daar een goed antwoord op te geven. Het heeft te maken met het ambt, met het Woord, met de persoon, maar ook met de handdruk van de kerkenraad en met de aanvaarding door de gemeente. Het kan ook zijn dat op een bepaalde zondagmorgen er voor sommigen geen enkel gezag van uitstraalt. Maar nu even naar de appèllerende dimensie: de nodiging tot het heil, de oproep tot bekering, het vermaan, de aansporing, de opwekking, et cetera. Dat is een heel interessant punt. Wanneer gaat dat over de schreef? Als het dwingend wordt! Als ik het gevoel krijg: nu word ik gemanipuleerd. Of als ik denk, daar heb je die riedel weer. We kunnen ons ook geestelijk gemanipuleerd voelen. Ik denk dat er juist in de prediking respect voor de hoorder moet zijn. Prediking is interactie met de hoorder. Het is een gesprek met de hoorder over het leven, over het geloof, over de wereld waarin wij leven en over het heil dat wij verwachten. Dat is best een kwetsbaar gebeuren. Het veronderstelt kennis van mensen en kennis van het leven. De zaken die wij benoemen, komen ook tot leven. En dat is ook de bedoeling. Als wij het heil benoemen en de naam van God benoemen, dan is dat naar wij geloven geen leeg gebeuren. Het komt ook tegenwoordig, het wordt present gesteld. En als wij de ernst en de vreugde van het leven benoemen, dan komt dat ook tot leven en het vervult ons hart en onze geest. Is dat niet de rijkdom van de kerkdienst, van de liturgie, dat wij de dingen opnieuw beleven!

Goed, respect voor de gemeente als subject. Oog voor de vrijheid en de verantwoordelijkheid van de hoorder. Dat is gegeven met de gereformeerde theologie. Want het is altijd Woord én Geest, openbaring én geloof. Het Woord wordt er niet ingeheid, het wordt aanvaard of verworpen. In een bepaalde sfeer en entourage kan ik wel enthousiast of geroerd worden, maar het zal ook moeten beklijven in de weerbarstigheid van het leven. Het kan me wel mooi voorgeschoteld worden, maar ik zal toch zelf moeten eten. Het subject doet er toe en de situatie doet er toe.

Onder drie gezichtspunten heb ik naar de competentie van de dominee gekeken. Ongetwijfeld is dat fragmentarisch en incompleet. Met name over de communicatieve competentie valt vanuit de verschillende disciplines van de praktische theologie nog wel meer te zeggen. Dat voert nu te ver. Ik hoop dat predikanten beseffen dat ze een boeiend en vermoeiend beroep uitoefenen. Het gaat om de zaken waar het op aan komt in het leven. Het is een zegen om daar je werk van te mogen maken. Laten we de kwaliteit hoog houden.

F. G. IMMINK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Oprecht, betrouwbaar, waar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's