Uit de pers
Levenskunst
Voor velen is de vakantieperiode intussen weer ten einde. Hopelijk hebt u genoten en bent u gemotiveerd thuisgekomen. De start na de vakantie is misschien wat aan de trage kant, maar als de gang er weer eenmaal in zit vliegt de tijd voorbij. In Opbouw (16 juli 2004) schrijft prof. dr. J. Hoogland een aantal artikelen over het thema: Tijdsbeleving in een veranderende samenleving. In het tweede, waaruit we hier een enkel fragment citeren, gaat hij in op wat hij noemt 'De kunst om te vertragen'. De moderne tijd, aldus prof. Hoogland, kenmerkt zich door een sterk doelgerichte aanpak. Zo snel mogelijk op je doel afgaan. Efficiency, functionaliteit zijn daarbij begrippen geworden die op veel arbeidsterreinen aan de orde zijn. Maar, aldus prof. Hoogland, er zijn ook dingen in het leven waarbij niet versnelling maar veeleer vertraging belangrijk is en hij doelt dan op het gezin, rust en ruimte hebben voor elkaar. 'De hedendaagse mens zou een levenskunstenaar moeten zijn, die voortdurend kan schakelen tussen versnelling en vertraging.'
'Het is de moeite waard om in dit verband iets langer stil te staan bij het thema levenskunst, dat zich de laatste jaren mag verheugen in een grote populariteit. Levenskunst is omgaan met de gebrokenheid, de tekorten en het onvolkomene van het leven, juist ook in een cultuur die de perfectie en het ongebroken geluk nastreeft.
Tot een waarachtige levenskunst behoort ook het vermogen om op een goede manier met de (schaarse) tijd om te gaan. De moderne samenleving is sterk in het beheersen van de tijd: van prikklok tot allerlei vormen van time-management. Maar werkelijk omgaan met de tijd is een (levens)kunst die breder en dieper gaat. Het betekent openheid om gul te zijn met de tijd en de durf om af en toe de controle over de tijd uit handen te geven. Er zijn immers dingen in het leven, zoals geluk, liefde en genieten, die je niet op commando kunt maken en beheersen. Ze overkomen je als je ervoor openstaat en er de tijd en de ruimte voor neemt. De beste contacten met mijn kinderen kwamen vaak onverwachts; de mooiste verhalen hoorde ik op niet geplande momenten. Tot ware levenskunst behoort ook de kunst om af en toe eens met je vrienden door te zakken. De Tilburgse socioloog Ton Korver heeft het in dit verband - overigens in navolging van Koot en Bie - over "tussentijd".
In de tussentijd gebeuren vaak de belangrijkste dingen. In de tussentijd, die soms grenst aan verveling, kun je contacten leggen die tot levenslangse vriendschappen leiden. Maar hoe meer efficiency we nastreven - in ons werk en daarbuiten - hoe groter de kans dat we de tussentijd vernietigen en zo de kans mislopen op onverwachte gelukservaringen, die ons alleen als bij verrassing kunnen overkomen.'
Niet iedereen zal dat 'doorzakken met vrienden' zien zitten, maar ik denk dat de meesten van ons wel eens een avond gaan 'buurten' of door middel van visites eigenlijk hetzelfde doen als Hoogland hier bedoelt: ontspannen samen zijn met anderen, vrienden bijvoorbeeld. Tussentijd, ja. Wie veel te maken heeft met de genoemde snelle activiteiten, moet zorgen voor afwisseling. Het spreekwoord leerde het ons al vanouds: de boog kan niet altijd strak gespannen staan.
'Het probleem van tijdnood en werkdruk is vaak een gevolg van hetjeit dat mensen te weinig in de gaten hebben wat belangrijk is en wat niet. Iemand als Stephen Covey, die de problematiek van werkdruk heel scherp heeft geanalyseerd, komt met een tweetal onderscheidingen: naast "belangrijk" en "onbelangrijk" noemt hij "urgent" en 'nieturgent".
Gecombineerd geeft dat vier mogelijkheden en Covey adviseert om zoveel mogelijk tijd vrij te maken voor de niet-urgente, maar belangrijke activiteiten. Dat betekent concreet: concentreer je (ook als kerkenraad!) op dat wat werkelijk belangrijk is en bezin je op de vraag hoe dat gerealiseerd kan worden. In Jeitegaat het bij deze bezinning om een trage activiteit, die zomaar overwoekerd wordt door de "snelle" urgente zaken. Voor urgente zaken hoefje nooit tijd te plannen, die dringen zich "gewoon" op. En het is juist door dat wat zich aandient als urgent, dat mensen tijds- en werkdruk gaan ervaren. (...)
De snelheid van het dagelijkse leven vormt een grote, imperialistische bedreiging voor trage activiteiten. Wie na een dag van hard werken 's avonds onderuitzakt voor het journaal (een tuimeling van beelden), heeft vaak al de slechtste voorbereiding getroffen voor trage activiteiten. Valt het u niet op hoe moeilijk het is om 's avonds tot rust te komen? Zap-gedrag voor de tv is in feite niets anders dan de voortzetting van de snelle activiteiten van overdag binnen een andere context.
Ikzelf probeer wel eens die rust te creëren door mijzelf ertoe te zetten om zonder verdere activiteiten een uur naar een symfonie te luisteren: aandachtig te luisteren en je te verbazen over de soms vreemdste details in die muziek.'
Time-management is een veelgebezigd begrip geworden. Maar, zegt prof. Hoogland, levenskunst lost meer op in onze problemen die we vandaag vaak hebben in onze omgang met de tijd.
Eenheid des levens
Die woorden staan boven een meditatie die prof. dr. H. W. de Knijff schreef in In de Waagschaal (3 juli 2004) naar aanleiding van de bekende psalmwoorden: 'Verenig mijn hart om Uw Naam te vrezen' (Ps. 86 : 11b). Ik vond dat eigenlijk wel aansluiten bij de wijze woorden van prof. Hoogland. Leest u maar mee:
'De uitdrukking "eenheid des levens" stamt bij mijn weten van Gunning; zij sprak ook Noordmans zeer aan. Zij duidt een leven aan, waarin de innerlijke krachten en "claims" en ook de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid, het ik en de wereld, met elkaar hamoniëren. Gevoel, wil en verstand hebben e'en programma. Zulk een leven is consistent en doelgericht; het bezit de enkelvoudigheid van de waarheid, een "dubbelleven" is onmogelijk. De psalmist bidt hier om iets dergelijks: eenheid des harten: vereniging van de innerlijke levenskrachten door de gerichtheid op God. Gerhardt/Van der Zeyde vertalen: "Richt mijn hart onverdeeld op dit éne: ontzag voor Uw naam". De Leidse Vertaling spreekt van "al de krachten mijns harten". De verwijzing naar krachten is wel het meest in overeenstemming met de betekenis van het Hebreeuwse woord "hart" als het krachtencentrum van het leven. Aan specificatie daarvan is in eerste instantie niet gedacht. Maar wij kunnen dat niet goed nalaten, omdat wij in onze tijd geconfronteerd worden met een grote verbrokkeling en fragmentarisering van het bestaan en daarmee van onze innerlijke kracht. Wat voor krachten leven er eigenlijk allemaal in ons hart? Hoe wij die ook benoemen, het is duidelijk, dat de tekst de mens oproept tot concentratie. Men denke ook aan de sprekende berijming: "Voeg .geheel mijn harttesaam".'
Consistent wil zoveel zeggen als: een leven dat vast is, steeds aan zichzelf gelijk blijft. We zullen het allemaal wel moeten toegeven dat het leven ontzettend aan ons trekt, soms zelfs opjaagt. Prof. De Knijff zegt: 'De moderne wereld is een conglomeraat (= samenklontering) van zeer verschillende werkelijkheden en uitdagingen'.
'Velen, ook filosofen, willen van een zin des levens niet meer weten (eigenlijk kun je dan
ook niet goed meer in "zinnen" spreken). Voor jonge mensen is het moeilijk een levensdoel te formuleren: dat is zeer jrustrerend uoor het handelen (beroeps- en huwelijkskeuze, verantwoordelijkheid). Tal uan uitdagingen, verstandige en onverstandige, noodzakelijke en overbodige, bieden tegen elkaar op. Kunnen wij dat innerlijk aan? Worden urij niet aan alle kanten getrokken, innerlijk uiteengedreven? Kunnen wij ons leven nog sturen? Het leven was altijd al een storm, maar dit beeld gaat thans wel in hoge mate op. Hebben wij nog een koers? Hoe zullen wij nog eenheid van levensrichting terugvinden?
De psalmist weet van het ontzag voor de ene Naam, de Naam van de God van het verbond. "Gij zijtgroot... Gij, o God alleen" (vs. 10). "Onder de goden is niemand U gelijk" (vs. 8). Alleen die ene, "rijke en goedertieren" (vs. 5) God is meer dan onze goden. Zijn de goden niet de verpersoonlijkte krachten van onze innerlijke gedrevenheden? Zij zijn met velen (vgl. de bezetene van Gadara, Mark. 5 : g), en hoe zij tegen elkaar inwerken, daarvan geeft de Griekse mythologie sprekende voorbeelden. Maar hier is sprake van een God. Het is de geloofbelijdenis van Israël (Deut. 6). De notie "enigheid" deelt zich ook mee aan andere werkelijkheden, die als het ware uit Gods eenheid afgeleid zijn: de eniggeboren Zoon; "een Middelaar" (1 Tim. 2 : 5); de monogame levensgezel (Matth. ïg : 5); de kerk: één lichaam (1 Kor. 12 : 12); de eenheid des Geestes; een geloof, een doop (Ef. 4:4).'
Daar hebben wij in onze tijd, aldus prof. De Knijff, kennelijk veel moeite mee: met die gerichtheid op de Ene. Hij acht het fundamentalisme in onze cultuur daar grotendeels voor verantwoordelijk omdat dat een extreme vorm van eenheidsgeloof is. 'Men ruikt nu alom fanatisme en het publieke gesprek over het Godsgeloof wordt er thans grondig door bedorven.' En toch klopt er hier iets niet, vindt hij.
'James Barr heeft er in zijn boek over het jündamentalisme op gewezen, dat de christelijke jimdamentalist de boodschap van de bijbel reduceert tot een zeer beperkt aantal hoofdthema's, die overal worden ingelezen. Hij vindt dat dit de rijkdom van de bijbel doodslaat, zij wordt geüniformeerd. God is de levende en levenschenkende. Hoe vaak wordt in de Brieven niet op de rijkdom van God gewezen; zijn wijsheid is "veelkleurig" (EJ. 3 : 10), "rijk makend" (2 Kor. 8 : g, vgl. 6 : 10), zij kent "breedte en lengte en hoogte en diepte" (Ef. 3 : 18), betekent "leven en overvloed" (Joh. 10 : 10). Hoe veelkleurig is de bijbeluitlegging van de belijders van Gods eenheid in de Synagoge! En hoe veelkleurig is het christendom, malgré alle kerkelijke tweedracht! Is er e'en geloof in de wereld, dat zo diepe en zo genuanceerde "zielenroerselen" aan de mens ontlokt, in vroomheid en kunst, als het bijbelse? De ene mens tegenover de ene God: hij is werkelijk een levende persoon.'
Inderdaad, in ons te hoop lopen tegen de pluraliteit in kerk en maatschappij, vergeten we helaas de bijbelse veelkleurigheid. Dat maakt ook onder ons het kerkelijk leven grauw en bitter, gescheurd en verdeeld. 'De exclusieve innerlijke gerichtheid op de Naam overwint de dood.' Onze bede zij daarom: Verenig onze harten binnen en buiten de PKN om Uw Naam te vrezen. Dan en alleen maar zo hebben we nog een boodschap voor onze tijd.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's