Globaal bekeken
n Protestants Nederland stond de berijming van Joost van den Vondel van Psalm 130 afgedrukt:
Bede uit de diepte
0 Heer, om nooddruft riep ik U uit 's afgronds diep. 0 Heer, aanhoor ons schreien, en luister toch, en let met aandacht op 't gebed, waardoor wij ons uerbeien. Wilt Gij ten oordeel gaan op 'tgeen hier werd misdaan, wie kan zijn zaak verweren? Maar Gij uerzoent de smet door Uw genadewet. Geen misdaad kan mij deren, Mijn ziel betrouwde op 't Woord van God, die mij verhoort. Mijn ziel beual haar zorgen aan God. Al Godsgeslacht betrouwt zich op Zijn wacht, tot 's nachts toe uan den morgen.
I n de rubriek 'Gedicht-dichterbij' in Op weg met de ander plaatste mevr. H. G. Schuurman-Hijmissen een gedicht van Jaap Kronenburg:
Overgave
De lange nacht doorwaakt zij aan zijn bed. In 't licht der maan waarlangs de wolken jagen, en denkend aan de naderende dagen, vouwt zij haar handen tot een stil gebed.
Zij weet, dat dit zijn laatste nacht zal zijn: hij heeft uan alles afscheid al genomen, uan 't jonge groen, de bloemen en de bomen en toen van haar, die straks voorgoed alleen zal zijn.
Hij heeft het laatste uur niets meer gezegd. Wat in hem omging liet hij niet meer blijken, zijn zwakke stem kon haar niet meer bereiken. Het deerde niet, want alles was al uitgezegd.
Toen 't ochtend werd en daarna langzaam licht, een vogel op een twijg begon te fluiten, En d' eerste zonnestralen speelden door de ruiten, deed zij heel stil de luiken dicht.
'De mantelzorg uan deze vrouw is bijna uoorbij. Ze zit aan het sterfbed uan iemand die ze liefheeft. Ze weet dit is de laatste nacht. De zieke heeft afscheid genomen uan het leuen. Van de natuur waar hij uan hield en uan haar. Ze zal straks alleen zijn. Het laatste uur is stil. Hij is te zwak om nog te praten. Het hoeft oo niet meer. Alles is al gezegd. Vroeg in de morgen, bij het opkom uan de zon sterft hij. De eerste vogels fluiten als zij de luiken slu De titel uan dit gedicht is ouergaue. We zien die overgave bi stervende. Hij heeft afscheidgenomen uan het leuen. We zien overgave ook bij de vrouw. Als ze zit aan het bed van de zieke den kt aan de komende dagen vouwt ze haar handen. In de st bidt ze tot God. Haar leuen zal totaal veranderen. Ze was dag dag uit bezig met zorg voor de zieke. Als de zieke sterft zal h leuen erg leeg worden. Niét alleen de zieke ualt weg maar ook de zorg. In dit alles legt zij haar leven in Gods hand. Hij zorgt. Aan Zijn uoeten worden mantelzorgers, zorgvragers.'
E n H. F(lorijn) drukte in De Wachter Sionszijn laatste vondst af, een gedicht in de Buurkerk, de oudste parochiekerk in Utrecht (1131), nu ingericht als toonzaal voor draaiorgels ('Van speelklok tot pierement'). Het gedicht stond op het broodbord, in 1660 door het Utrechtse bakkersgilde aangebracht:
Brood is de eerste spijs uan God de mens gegeven Brood is de beste spijs tot voedsel van ons leven. Brood heeft uit alle spijs de meest noodwendigheid Gezegend zij de kunst, die ons het brood bereidt. Veel wondertekenen heeft God in 't brood gegeuen In 't Oude Testament heeft Hij Zijn volk doen leven Wel veertig jaren lang bij manna, hemels brood En haar alzo verlost uit haren hongersnood. In 't Nieuwe Testament heeft Christus uele scharen Die uit een grote ernst Hem nagelopen waren Met weinig brood verzaad en ons alzogetoond: De leuenskracht in 't Woord en niet in 't brood en woont. Bij brood wordt Godes Zoon ons dikwijls uergeleken Hij heeft in 't Auondmaal het brood ons tot een teken Gegeven van Zijn ulees omdat Hij in Zijn dood Voor onze zielen is het ware leuens brood.
Bidt God om daaglijks brood en zijt er mee teureden k Wenst naargeen oueruloed in 't leuen hier beneden en De mens neemt toch niets mee als 't leven hem begeeft. it. Hij is het rijkst uan al die uergenoeging heeft. j Zoekt de meer dan tijdlijk brood. Ellendig zijn de mensen die Die boven 't tijdlijk brood niets zoeken, noch en wensen, en En weten niet de ziel een ander voedsel heeft , , ; ., ilte Waardoor ze wordt uerzaad, en geestelijken leeft. in Gods Woord is 't geestelijk brood om ons uerstand te geuen. aar Gods Zoon is 't hemels brood, die onze ziel doet leven. Schept in het Woord uw lust, bij dag en ook bij nacht, Rust niet tot dat Uw ziel tot Christus zij gebracht. Zo zultg' hier hebben troost en namaals eeuwig leuen Dat uoedsel duurt altijd, en zal u nooit begeven. Gun Heer door Uwgena, dit Uwe kind'ren al, Haar ziel dan eeuwiglijk Uw goedheid prijzen zal.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's