Christenen naar de rechter?
KATWIJK, MIDDELHARNIS, AALST...
Katwijkaan Zee, Middelharnis, Groenekan, Zuilichem en Aalst - namen die ons duidelijk maken in welke fase van het kerkelijke leven we zitten, nu de Protestantse Kerk in Nederland een feit geworden is. Rechterlijke uitspraken over kerkelijke goede kunnen het meest opvallende nieuws van deze zomer genoemd worden. En al is de dankbaar voor en de ander teleurgesteld over een juridische beslissing, kan de v gesteld worden of er niet vooral sprake is van verlies en uan verliezers. Moet het die kant op?
Vrijwel alle kerkenraadsleden van bovengenoemde plaatsen zullen overwegende bezwaren hebben tegen de vorming van de Protestantse Kerk en tegen haar kerkorde. Bij de raadplegingen van het grondvlak in de richting van de classis zal er een unanieme reactie geweest zijn. De weg die de kerk gaat, is de jaren door afgewezen, omdat zij zich niet wilde binden aan het getuigenis van de Heilige Schrift, zoals dat in het belijden van de kerk verwoord is.
Maar na 12 december werd het al gauw 1 mei. Kerkenraden die binnen de kerkelijke besluitvorming gedaan hadden wat ze konden, beseften tegelijk dat ze ook een eigen verantwoordelijkheid hadden. Het gaat immers niet aan om alleen naar de synode te kijken. Hoewel, alle water van de zee kan niet uitwissen dat wat zich momenteel met name in hervormd-gereformeerde kring voltrekt, aan het moderamen en aan de synode is voorgehouden. De vereniging kon echter slechts in een andere vorm afgerond worden ten koste van grote schade in een ander deel van de kerk. Dat was het drama van het SoW-proces. Waar over ons kerkelijk verleden gesteld is dat hervormden schuld hebben aan het leed dat in de negentiende eeuw de afgescheidenen is aangedaan, zal ditzelfde oordeel wellicht over onze tijd geveld worden, als we de ander niet op de enig juiste wijze bejegenen. Evenzeer, zeg ik, hebben ook kerkenraden een geheel eigen verantwoordelijkheid in het leiden van de gemeente.
Naar synode en bezwaarden
Hiermee is het tweesporenbeleid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond van de laatste jaren aangegeven. Het is niet altijd een begrepen positie geweest. In de richting van de synode is de wijze waarop het proces van eenwording zich voltrok, afgewezen. De waarheid van het Woord van God mag niet ten onder gehouden worden. Van dat Woord zal de kerk altijd weer moeten leven. Gehoorzaamheid aan de Heere en Zijn geboden is nooit een vrijblijvende optie. Oud. M. Burggraaf is een van degenen die het als synodelid nadrukkelijk verwoordde zijn stem en zijn steun niet te kunnen geven aan een vereniging die tegelijk in de gemeenten tot zulke verdrietige breuken zou leiden. 'Alles beter dan een scheuring', zei hij in juni 2003.
Tegelijk is in het gesprek met hen die medebezwaard waren over de besluiten van de synode, gezocht naar wegen om de eenheid te bewaren. Dat was mogelijk door zich bijzonder te binden aan de gereformeerde belijdenisgeschriften, zodat gemeenten niets behoefden te erkennen wat tegen Gods Woord ingaat. Daarbij is ook de verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk benadrukt, voor de schare zonder herder. Onze kracht zochten en vonden we in het betrouwbare Woord van God, waarmee we in elke situatie kunnen staan. Kijk naar onze eigen kerkelijke geschiedenis. Dat Woord is niet gebonden.
Op het niveau van de gemeenten is duidelijk gemaakt dat het niet mogelijk is als hervormde gemeente je los te maken van het geheel van de kerk. Ook niet als kerkenraden besluiten gezamenlijk de Hervormde Kerk voort te zetten. De lessen uit de geschiedenis moesten toch helder zijn?
Kerken en pastorieën
ren En nu? De discussie over de belijdenis, een over de grondslag van de kerk is voor- raag alsnog geparkeerd. Het geding om de waarheid, en daarmee om de eer van God, wordt door een deel van onze broeders en zusters niet meer binnen de kerk gevoerd. Op 1 mei al vergaderde de synode van de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk. Een nieuw kerkverband krijgt vorm. En we zien dat het nü gaat om kerkgebouwen en pastorieën.
Verbaast ons dat? Komt die kerkelijke verontwaardiging hier en daar over het beleid inzake de goederen uit de lucht vallen? Nee toch! Wilde niemand leren van jammerlijke kerkelijke twisten uit het verleden? In een commentaar schreef het Centraal Weekblad op 6 augustus dat de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk zich de status van vervolgde kerk aantrekt, haar eigen positie romantiseert en uit is op steun, door te verwijzen naar Hebreën 10:34, het vers dat spreekt over het met blijdschap aannemen van de beroving van goederen.
Dezer dagen las ik De strik gebroken, een boekje uit 1936, waarin de gereformeerde ds. W. F. A. Winckel een halve eeuw na dato de geschiedenis van de Doleantie beschrijft. Wat in 1886 plaatshad, zien we nu weer gebeuren, ook in de verwijten die klinken aan het adres van hen die binnen de kerk aan Schrift en belijdenis vasthouden. 'Zij die wij nog altijd hielden voor zonen des huizes, hebben de rol van een verrader gespeeld. Zij hebben de zonen des huizes verdreven en de muitelingen tegen Christus in huis gehaald', zo wordt de met Kuyper meegegane ds. Ploos van Amstel geciteerd. En vanuit zijn dolerend perspectief schrijft ds. Winckel: 'Men ging de actie van het ongereformeerd kerkbestuur verdacht maken, alsof het te Amsterdam niet ging om de handhaving van de heiligheid van Gods Verbond, maar om zich meester te maken van het kerkegoed! Dit is helaas door velen geloofd en daardoor werd de strijd vertroebeld. Bedroevend was het voor hen, die door de schorsing getroffen waren, te ontwaren, hoe orthodoxe predikanten gingen mededoen met hun vervolgers'.
Waarom dit aangehaald? Wel, omdat ook 118 jaar geleden het verwijt klinkt aan rechtzinnige predikanten dat zij zich keren tegen hen die stellen dat hun de kerkelijke goederen ontnomen worden. En inderdaad wordt hier, op het plaatselijke vlak, de pijn van de scheuring concreet en voelbaar. Ook om deze reden is in ons blad de afgelopen jaren verwoord dat een scheuring in Christus' lichaam verschrikkelijk is. Tot de laatste dag en voorbij de laatste dag zijn broeders opgeroepen niet met de gemeente te breken, maar samen te bidden om en te arbeiden voor de genezing van de kerk.
Emoties
Toch is de scheuring gekomen. En nu hoort de een dezelfde prediking in de schoolaula, de fruitveiling of zelfs de sporthal als de ander in de kerk. Het spreekt voor zich dat hier emoties hoog oplopen. Het is ook erg. Wie had gedacht dft ooit mee te zullen maken? In een enkele jaren geleden in Genemuiden gehouden lezing vond ik deze woorden: 'Het verloop van de procesgang van vrijbeheergemeenten laat zien dat een hervormde gemeente niet zelfstandig kan beslissen over goederen die tot het geheel van de Hervormde Kerk behoren. Dat is natuurlijk niet het belangrijkste: gebouwen kwijtraken. Als het moet, kun je ook in een schuur gaan zitten'. Maar nu we deze situatie beleven, raakt het velen wel degelijk. Het valt niet mee de gevolgen van een breuk met de kerk en de plaatselijke hervormde gemeente te aanvaarden. In een RD-interview over de
breuk uit 1967 binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt sprak prof. J. Kamphuis vorige maand over 'onzegbare pijn': 'Slapeloze nachten had ik ervan, en ik heb ze nog steeds'.
Ik zou hier allereerst willen benadrukken dat de Protestantse Kerk confessioneel (zij het - helaas! - niet onveranderd), historisch, geestelijk en daarom ook juridisch (!) de voortzetting is van de Nederlandse Hervormde Kerk. In voorlichting op gemeenteavonden is vele malen betoogd dat ook al zou het grootste deel van een hervormde gemeente vertrekken, de kerkelijke goederen deel blijven uitmaken van (niet: eigendom zijn van) de landelijke kerk. Ze horen bij de plaatselijke gemeente. Velen stellen hardop de vraag waarom inzake de leer en de uideg van Gods Woord in de kerk zoveel gedoogd wordt, terwijl in dit opzicht de ruimte er niet is. Geen eenheid in de leer, wel eenheid in beheer. Dat is inderdaad de eeuwen door een spanningsveld geweest, waarin hervormdgereformeerden gestaan hebben en waarin zij vanuit betrokkenheid op het geheel van de kerk haar voortdurend herinnerden aan de waarheid van Gods geboden. Haar ook heftig onder kritiek stelden. Om met allen die in haar midden arbeiden te willen terugkeren naar de gehoorzaamheid aan Christus.
Om het belijden van de kerk en het leven daaruit gaat het ons altijd weer. En daarom zal het ons blijven gaan. Die roeping duurt voort. En het historische kerkgebouw en de naam hervormd getuigen daarvan binnen de gemeente. Er is dus een nadrukkelijke link tussen het principiële en het juridische.
Korinthe
De burgerlijke rechter heeft deze koppeling inmiddels ook een en andermaal bevestigd. Ik heb dat verlies genoemd, daarbij niet doelend op de uitkomst, maar op het feit dat broeders elkaar uoor de rechter brengen. Waar we allen vinden dat de broederlijke liefde moet blijven, is dit niet de weg die we moeten verkiezen, al kan de dringende noodzaak om orde op zaken te stellen soms tot een andere keuze leiden. Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond is gesproken over uiterste terughoudendheid in het gaan van deze weg. Wie zich over het voortzetten van een kerk een eigen werkelijkheid schept, kan logischerwijs niet bij zo'n standpunt blijven. Maar dat verplicht ons allen tot het onderlinge gesprek, hoe moeilijk die weg ook kan zijn.
Waarom? Allereerst omdat God ons in Zijn Woord deze weg wijst. Dat Woord is toch in alle vragen van de kerk de norm? Het is opvallend dat juist de eerste Korinthe-brief hierover spreekt, de brief waarin Paulus ook ingaat op de verdeeldheid, de hoererij, de verachting van het sacrament en de loochening van de opstanding. Thema's die in de bezinning over de kerk onze aandacht gevraagd hebben. Daarbij spreekt de apostel ook over de gang naar de rechter. Moet een christen in een geding met een broeder zich wenden tot de overheid om recht? De vraag van Paulus of er binnen de gemeente dan niemand is die wijs is, en recht kan spreken, kunnen we niet terzijde leggen.
Een ander argument is altijd weer het onttrekken van zoveel geld aan de gemeenten, dat bedoeld is voor haar opbouw. Wie de ouderling een gift meegeeft, doet dat toch niet om een advocaat te bekostigen? Om over het getuigenis naar buiten maar te zwijgen! D. Koole schreef vorige maand in de Wekker: 'Om Jezus Christus heen, naar de seculiere rechter, het is om van te gruwen. Men vindt het in de christelijke en neutrale pers breed uitgemeten. Zondagmorgen kon men door de radio de spottende opmerking horen: 'Ze gaan vanmorgen weer bij duizenden ter kerke, diep gelovig, maar tot op het bot verdeeld'. Spreek het maar eens tegen...' In die zin is onrecht lijden inderdaad verkieslijker!
Tot het uiterste
Het recente bericht dat het moderamen van de Protestantse Kerk het kort geding tegen de Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk heeft opgeschort, is daarom hoopvol. Er is de hoop in onderling overleg tot een vergelijk te komen. Laat dit tot het uiterste gepoogd worden! Misschien moet er ook eerst wat 'kruitdamp' optrekken - we lazen dat de Free Church of Scodand en de Free Church of Scotland Continuing nu pas een bemiddelaar aanstelden, om de gang naar de rechter over de
kerkelijke goederen te voorkomen. Vier jaar geleden kwam het daar tot een scheuring.
Waar wegen uiteen gaan - beleven we het ook als zonde voor God? - zijn we geroepen op bijbelse wijze met elkaar om te gaan. Nuchterheid en zakelijkheid zijn daarmee geen tegenstelling. Dan gaat het ons niet allereerst om de gunst van zoveel mogelijk mensen of het zoeken van eigen gelijk. Dan manipuleren we niet met kerkrechtelijke regels. Dan aanvaarden we de gevolgen van de weg die we in de gebrokenheid gingen, en zoeken we tegelijk het goede voor de ander. Zo alleen is zegen te verwachten.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's