De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dichter bij jezelf én de a(A)nder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dichter bij jezelf én de a(A)nder

SUPERVISIE [3]: WAT LEVERT HET OP?

10 minuten leestijd

SUPERVISIE [3]: WAT LEVERT HET OP?

Belangrijk is de vraag: Wat heb je nu aan supervisieleren? Wat levert het op? Deze vraag kan je erg in verlegenheid brengen. Vooral als je soms het gevoel hebt dat 'het niet opschiet'. Want supervisie levert geen flitsende succesverhalen op.

Arbeidsvreugde

Ik heb lang zitten dubben welk opschrift ik dit artikel zou meegeven. 'Leren doet pijn' kwam spoedig bovendrijven. Of: 'Leren is meer afleren dan aanleren'. Deze opschriften kan ik dan heel gemakkelijk verbinden met bijbelse inzichten, veelvuldig verwoord in onze traditie. Opvallend is dat ik dan direct meer negatieve formuleringen gebruik. Dat doet geen recht aan positieve uitwerking van supervisie. Ik heb er namelijk ook meer arbeidsvreugde door gekregen.

Hier ziet u tegelijk een van de leervragen die ik heb: Hoe komt het dat ik sneller focus op dat wat nog niet zo goed gaat; dat wat verbeterd moet worden; dat wat je met negatievere woorden omschrijft dan dat ik het positieve benoem? Dat heeft in mijn geval te maken met het feit dat ik van huis uit geleerd heb de lat hoog te leggen voor mezelf (en dus daarom ook voor anderen!); dat ik het moeilijk vind te genieten van het positieve. Dat is dan ook een van mijn leerdoelen geworden.

Supervisieleren helpt me dus meer helder te krijgen wat mijn leervragen en leerdoelen zijn.

Last

Een van de vragen die een supervisor mij stelde, is: Als jij je geroepen weet om een verkondiger van de blijde en bevrijdende Boodschap te zijn, waarom werkje dan zelf niet vaker met blijdschap en ontspannen? Nu zullen de gemeenten die mij kennen, niet zeggen dat ze mij een trieste dominee vinden. Ik krijg - juist in de ontmoeting met mensen in de kerkdienst of in het pastoraat - veel arbeidsvreugde van mijn Zender.

Toch is daarmee niet alles gezegd. Juist als ik tot mezelf kom op stillere momenten en plekken, kan ik me regelmatig down voelen. De nimmer eindigende hoeveelheid werk; het pastoraat waar je nooit van kunt zeggen dat je ermee klaar bent; de spanning die elke week opgebouwd wordt naar het voorgaan in de zondagse diensten toe; je gezin dat regelmatig aandacht te kort krijgt; je vrije (mid)dag die er

vaak bij in schiet - om maar een paar factoren te noemen - kan je arbeidslust spoedig omzetten in een last waaronder je zucht.

Is daar dan niets tegen te doen? Toegegeven: veel hangt af van je opvoeding, van je karakter en van je beroepshouding. De een zal zijn tijdsbesteding veel beter kunnen bewaken dan de ander. Maar als het gaat om predikanten met een hoge ambtsopvatting en een sterk roepingsbesef, die zullen in onze tijd altijd het risico lopen niet echt opgewekt te blijven genieten van het werk dat hen boven het hoofd dreigt te groeien. Gemakkelijk treden dan allerlei mechanismen in werking om voor jezelf of voor de stress weg te lopen. Jammer dat velen het dan alleen willen blijven rooien en niet op tijd (als het nog goed gaat) een vorm van begeleiding of deskundigheidsbevordering toestaan.

Zorgen voor mezelf

Ik heb supervisieleren ervaren als een belangrijk middel om beter mijzelf te 'verplegen' in het groeiend besef dat mijn persoon het belangrijkste instrumentarium is waarmee God via mij werkt. Kort door de bocht geformuleerd: ik kan niet een goede zielzorger zijn voor anderen als ik niet goed voor mijn eigen ziel leer zorgen. Juist als ik beter registreer wat er met mijzelf gebeurt in een gesprek, kan ik ook beter (met minder schadelijke bijeffecten) reageren op de ander. Juist als ik toesta dichterbij mijn eigen gevoelen te komen en te blijven, kan ik ook dichter bij de ander komen. Daarin geschiedt dan ook het geheimenis dat God als de grote Ander of Derde zich in het gesprek mengt. Met zijn ontmaskerende blik en helende liefde komt Hij dan dichterbij. Vandaar de kop boven dit artikel: Dichter bij jezelf en zo dichterbij de a(A)nder.

In een aarden vat Deze aandacht voor je eigen concrete persoon lijkt in tegenspraak met wat ik leerde van veel (vooral intredepreken die ik hoorde: de dominee moet als mens wegvallen. 'Het gaat om het Woord, gemeente, niet om mij', zo werd er in alle ernst en ootmoed gezegd. De prediker heeft de schat in een aarden vat (2 Kor. 4, 7). Ik begrijp dit accent vanuit het verlangen om God

alle eer te geven en vanuit de verbazingwekkende ervaring dat God vaak meer ondanks dan dankzij zijn dienaar werkt. Als je soms op grond van je eigen goede gevoel bij een dienst denkt: Nu ben ik een goede doorgever geweest van de goede Boodschap, dan hoor je doordeweeks geen enkele geestelijke reactie. Maar als je vaak denkt: ik gaf wat ik had, maar ik blijf een stuntel en God zegene de greep, dan hoor ik juist dat gemeenteleden er wat aan gehad hebben!

Toch neemt deze geloofservaring niet weg dat ik me erover verbaas dat het God behaagt mij als menselijke bengel op de preekstoel te zetten of op bezoek te sturen. Hij zou veel minder risico's lopen als Hij daarvoor een engel in zou schakelen. Blijkbaar wil God heel bewust al eeuwenlang mensen gebruiken in Zijn dienst. De ene mens doet ook beter dienst dan de ander. De een geleidt gemakkelijker en effectiever de helende, kritische en kerstenende kracht van het Evangelie dan de ander. Griezelig vind ik deze gedachte: Want stel dat een dominee van zichzelf vindt dat hij bij de betere instrumenten behoort, dan loopt hij zo naast zijn schoenen. En stel dat een gemeente haar dominee op het schild heft en hoog houdt. Hoogmoed komt vóór de val, zegt het (bijbelse) spreekwoord.

Meer dan doorgeefluik

Op dit punt verschaft het onderscheid dat prof. Van Ruler aanbrengt tussen het christologisch en pneumatologisch gezichtspunt mij helderheid. Christologisch gezien is God niet van ons afhankelijk, maar hangt alles aan Christus die riep: Het is volbracht. Opdat niemand roeme! Maar pneumatologisch gezien is het wel zeker van belang dat de dienaar in het geloof aanvaardt dat zijn persoon als instrumentarium van de Geest er zeer wel toe doet!

Op de preekstoel en in het pastoraat moet de dienaar zijn persoon niet thuis laten en zich te veel achter zijn ambt verbergen.Wij zijn meer dan postbodes en doorgeefluikjes. We zijn met huid en haar betrokken bij de boodschap die we brengen en bij het pastoraat dat we doen. Daarom mag het ook telkens weer een spannend gebeuren zijn. In en door het menselijke geschiedt iets van het goddelijke, zo zeker het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond.

Elkaar vermanen

Het is een van mijn leerpunten hoezeer het doorvertalen van de kritische boodschap van de Schrift gediend wordt als de persoon van de prediker niet al te zeer wegschuilt achter zijn boodschap, achter zijn ambt. Dan is het risico groot dat datgene wat objectief waar is als een wals over de gemeente heen komt zonder dat het de hoorders echt raakt.

Wie als prediker meer ruimte creëert tussen de boodschap en zichzelf als eerste hoorder, verhoogt de kans dat de andere hoorders zelf in dialoog treden met de tekst en zich gewonnen gaan geven. Als de prediker zijn eigen weerstanden tegen de tekst niet durft benoemen, zal de preek noch ontdekkend noch bevindelijk zijn. Opnieuw blijkt hoeveel het uitmaakt of de prediker zichzelf serieus neemt als belangrijkste instrument waarmee God muziek wil maken. Als de klankbodem van je eigen ziel niet meeklinkt, weerklinkt de boodschap niet spoedig bij de hoorders.

Het is supervisorisch gezien dan ook van groot belang wat mij remt of hindert om bij mezelf te komen. Als ik me niet bewust ben van bijvoorbeeld angst, dan ben ik snel geneigd die angst te overschreeuwen. Als ik op de preekstoel het gevoel heb dat ik sta te toeteren, dan moet er een rood lampje gaan branden. Als ik eigenlijk zonder gevoel en emotie mijn verhaal houd, dan moet ik niet raar opkijken dat mijn hoorders weinig beleven aan deze preek.

Ik zoek dus naar een evenwicht tussen enerzijds het niet opgeven van het kerugmatisch aspect in de verkondiging: ik zeg altijd veel wat mijn eigen geloof en gevoel overstijgt, omdat ik het van Godswege mag en moet zeggen, maar tegelijkertijd moet mijn eigen geloven en gevoelen niet uitgeschakeld worden.Dat zal namelijk geen goed doen aan de vorm, maar ook niet (en dat is nog erger) aan de inhoud.

Het is volgens mij niet mogelijk om het gezonde evenwicht te vinden als ik geen feedback krijg van collega's en medemensen. Ik verbaas mij er telkens weer over hoeveel goeds er bij een sessie uit de groep naar de inbrenger toekomt! Die anderen zijn instrumenten in Gods hand om je eigen blinde vlekken te ontdekken! Theologisch verwoord: we mogen de waarde van de gemeenschap der heiligen wel eens wat hoger inschatten op het punt van 'vermaant elkander'. Laat merken datje als prediker zelf de eerste hoorder bent.

In het pastoraat begint mijn supervisieleren ook door te werken. Ik geef meer ruimte en woorden aan wat het gesprek mijzelf doet. Minder snel laat ik me verleiden tot discussies op verstandsniveau; tot goedbedoelde raadgevingen waar die ander nog niets mee kan; tot heftige geïrriteerde reacties die eigenlijk meer te maken hebben met mijn eigen problematiek dan met die van de ander.

Kortom: in prediking, pastoraat en in vergaderingen ontdek ik steeds weer hoeveel je over jezelf of tegen jezelf in zegt als je met een ander communiceert. En dat communicatie zonder de basis van een relatie niet veel uithaalt. Je vaart aan elkaar voorbij als schepen in de nacht.

In conflictsituaties wordt dit alles als door een vergrootglas gezien. Hoe sterk spelen persoonlijke belangen en gevoeligheden dan een rol, ook al verbergen we dit dan achter welluidende - liefst theologische - stellingnamen. We zien dan veel 'vlees met een hoge hoed op'. Je praat wel tegen elkaar, maar je luistert niet meer echt. Je bent niet meer veilig voor elkaar, want je beschiet elkaar.

Supervisie biedt dan een veilige plek om te reflecteren. Niet over wat er in het algemeen gebeurt, maar wat er met jou gebeurt op dat concrete moment en op die concrete plek.

Echtheid en oprechtheid

Het is dus van groot geestelijk en gemeenschappelijk belang dat ik mijzelf als dienaar van God goed leer kennen, inclusief mijn zwakke en sterke kanten. De grootste brokken in de kerk worden niet gemaakt door verkeerde theologieën maar door leiders die te weinig zelfkennis hebben en geen heilzame kritische feedback toestaan. Maar al te vaak wordt de ware leer voor de dag gehaald om de niet-eerwaard-e heer op zijn eigen vleselijke stokpaardje vrije doortocht te verlenen. Laten we eerlijker leren toegeven

dat onze argwaan tegenover kritische pottenkijkers ook te maken kan hebben met eigenbelang en zelfhandhaving.

Het gaat in supervisie om het bevorderen van echtheid en oprechtheid. En - let wel - postmoderne hoorders hebben een goede antenne voor authenti-citeit! Met heldere communicatie is ook ieder gediend. En met het Ieren zien van het verband tussen zelfkennis, mensenkennis en Godskennis staan wij in een goede oeroude traditie. U begrijpt nu waarom ik supervisieleren van harte aanbeveel.

L. W. SMELT, DE BILT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dichter bij jezelf én de a(A)nder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's