Geen vanzelfsprekende vrede
Omgaan met verschillen in de gemeenten [i]
OMGAAN MET VERSCHILLEN IN DE GEMEENTEN [I]
'Dat vreed', en aangename rust, en milde zegen u verblij, ' zingt de dichter in Psalm 122 met het oog op Jeruzalem en de tempel. Blijkbaar was voor hem die vrede en rust in Jeruzalem niet vanzelfsprekend. Deze psalm zingen ook wij geregeld in de kerk. We zingen deze psalm met het oog op onze gemeenten. Vrede en rust, inhoudrijke woorden. Als we een blik in onze gemeenten werpen, dan bemerken we soms echter een (groot) contrast met deze woorden. Vrede en rust zijn dan ver te zoeken. Niet dat dit altijd naar buiten komt, maar toch: binnen de gemeente leven er spanningen. Deze lijken in onze tijd eerder meer dan minder te worden. Hoe moeten we hiermee omgaan? Hoe kan verwijdering worden voorkomen?
Wanneer we hierover in een serie artikelen gaan nadenken, bemerken we al gauw dat ons onderwerp gecompliceerd is. Het gaat namelijk niet om één verschil of om één gemeente, maar er zijn vele verschillen en er zijn vele gemeenten. Ook kan deze thematiek gevoelig liggen, omdat er lezers zijn die spanningen in hun gemeente ervaren of die vragen stellen bij het beleid van hun kerkenraad.
Bij het nadenken over dit onderwerp bemerkte ik al snel dat je er niet aan ontkomt datje eigen geestelijke instelling een rol speelt. Een bepaalde subjectiviteit is onvermijdelijk. Als predikant sta je in een bepaalde gemeente, in een bepaalde traditie en heb je je persoonlijke voorkeuren, bijvoorbeeld als het gaat om de liturgie. Toch willen we met elkaar over dit onderwerp nadenken, in de hoop dat het vruchtbaar mag zijn voor de gemeenten.
De gemeenten
De eerste vraag die ik wil stellen, is: Over welk soort gemeenten gaat het in deze artikelen? Want er zijn nogal wat soorten gemeenten binnen de Protestantse Kerk. Het ligt voor de hand dat we ons richten op wat we gemakshalve noemen de 'bondsgemeenten'. Ik weet dat dit een wat ongelukkige benaming is, maar we voelen allen aan welke gemeenten er dan mee bedoeld worden. Vanouds konden we de gemeenten in de Nederlandse Hervormde Kerk onderscheiden in vrijzinnige, middenorthodoxe, confessionele en GB-gemeenten. De verschillen tussen aan de éne kant de vrijzinnige en middenorthodoxe gemeenten en aan de andere kant de confessionele en GB-gemeenten waren duidelijk. Het ging om leerverschillen. De visie op de Schrift was in het geding, bijvoorbeeld als het ging om de wonderen of om de heilsfeiten.
Zeker, er waren ook verschillen tussen de confessionele gemeenten en de GBgemeenten. Een opvallend verschil was dat er in confessionele gemeenten gezangen werden gezongen en in GBgemeenten alleen de psalmen. Ook in prediking (in het algemeen gesproken) was er wel verschil. Eenvoudige kerkgangers konden het verschil wel eens zó verwoorden: 'Die confessionele dominee preekt wel schriftuurlijk, maar onze dominee (de GB-dominee) ook bevindelijk.' Later, toen de vrouw in het ambt kwam, werd ook dit een verschilpunt tussen confessionele gemeenten en GB-gemeenten.
Door deze verschillen waren GB-gemeenten tamelijk gemakkelijk te herkennen. In onze tijd is dit veranderd. Aan de ene kant zijn er zogenoemde 'Gekrookte-Riet-gemeenten' ontstaan. Aan de andere kant zijn er GB-gemeenten die richting de confessionele gemeenten zijn opgeschoven. Zo zijn er nogal wat verschillende gemeenten. En nu de Protestantse Kerk een feit geworden is, zijn er nog weer meer soorten gemeenten bijgekomen. Er zijn plaatselijk gereformeerde kerken, evangelisch-lutherse gemeenten en protestantse gemeenten, vaak allemaal met een eigen karakter. Het zou een onderwerp apart zijn om al de soorten gemeenten binnen de PKN in te delen aan de hand van bepaalde criteria. We zouden wel tot de ontdekking komen, wat hierboven al geconstateerd is, dat in sommige gevallen het oude onderscheid tussen confessionele gemeenten en GB-gemeenten is weggevallen; dat andere gemeenten zich thuis voelen bij de stroming het Gekrookte Riet. Kortom: de verschillen tussen GB-gemeenten onderling zijn groter geworden.
Omgaan met verschillen in de gemeenten. Over welk soort gemeenten gaat het? Ik heb voor ogen de gemeenten die in het adresboekje van de Gereformeerde Bond staan. En de meeste lezers van de Waarheidsvriend zullen wel tot één van deze gemeenten behoren.
Verschillen
De titel boven deze artikelenserie is een eerlijke titel. Deze titel probeert de probleemsituaties in de GB-gemeenten niet te verdoezelen. De titel luidt bijvoorbeeld niet: Zijn er onder ons ook verschillen en hoe gaan we daar dan mee om? Nee, de titel gaat uit van de werkelijkheid van het gemeentelijk leven onder ons. Ook in GB-gemeenten zijn er verschillen. Er zijn niet alleen verschillen tussen middenorthodoxe gemeenten en GB-gemeenten, maar er zijn ook verschillen tussen en in GB-gemeenten.
Dat is een eerlijke constatering, ook een pijnlijke. Tenminste, wanneer het gaat om verschillen, die verwijdering geven en die ten koste gaan van de opbouw van de gemeente. Natuurlijk, binnen elke gemeente zijn er verschillen, dat kan niet anders, omdat je met zoveel verschillende leden één gemeente vormt. Maar de situatie wordt problematisch, wanneer de verschillen die er zijn, verwijdering en groepsvorming in de hand werken.
De vraag is nu: Om welke verschillen gaat het dan? Want hebben we deze verschillen in het vizier, dan kunnen we de vraag stellen: Hoe gaan we ermee om? Daarom willen we eerst maar een aantal verschillen op papier zetten, die voor verwijdering kunnen zorgen en waar soms veel energie ingestoken wordt. U zult tegelijk begrijpen dat het ondoenlijk is om een volledige lijst van verschillen te geven. Alleen al om de eenvoudige reden dat ik niet weet wat er zich afspeelt in al de gemeenten. Op basis van ervaring in gemeenten en kennis van het gemeentelijk leven lainnen we wel een aantal punten noemen, die in gemeenten aanleiding kunnen geven tot zorg en moeite en verwijdering. Hierbij maak ik direct de kanttekening dat wat in de ene gemeente totaal geen twistpunt is, het in een andere gemeente wel is. En, waarover in de ene gemeente twintig jaar geleden werd gediscussieerd, kan dat nu in een andere gemeente een heikel punt zijn.
Liturgie
Zo kunnen we de volgende twistpunten tegenkomen: a. Liturgische kwesties: vanouds werd de liturgie in GB-gemeenten gekenmerkt door soberheid. In bijna elke GB-gemeente werd dezelfde orde van dienst gebruikt. Er werd gezongen uit de psalmberijming van 1773 en er werd gelezen uit de Statenvertaling. Dat kunnen we vandaag niet meer zeggen. Zeker, in de meeste GB-gemeenten wordt nog uit de oude berijming gezongen en uit de Statenbijbel gelezen. Toch is er op dit punt veel in beweging. Op menige kerkenraadsvergadering is het punt liturgische vernieuwing opgevoerd. En de praktijk Iaat zien dat juist liturgische vernieuwingen erg gevoelig liggen en voor gemeenteleden een oorzaak zijn hun kerkelijk heil elders te zoeken. In een bepaalde gemeente kan er al een verschil ontstaan over een voorstel om bij het begin van de dienst en aan het einde ervan te gaan staan. 'Bij ons doen ze ook al aan gymnastiek in de kerk', zo kan een bezwaarde zeggen, om zijn gevoelens van afkeer kenbaar te maken. Al gaat er achter zo'n opmerking vaak wel meer schuil. Ook het overgaan van het zingen op hele noten naar ritmisch zingen, kan een heikel punt zijn. Veel gemeenteleden zien hierin ook een bepaald signaal, dat hen een onrustig gevoel geeft.
In sommige gemeenten kan het gaan gebruiken van de hertaalde liturgische formulieren al stof tot veel discussie geven. En hoe zal het dan straks gaan met de herziene Statenvertaling? Ook wanneer er in onze gemeenten gesproken gaat worden over de invoering van de nieuwe psalmberijming, het Liedboek voor de Kerken, het zingen van gezangen, een nieuwe bijbelvertaling, doet dit vaak veel stof opwaaien, kerkenraadsleden bedanken of stellen zich niet meer herkiesbaar, gemeenteleden zoeken het elders, waar de kenmerkende liturgie voor GB-gemeenten nog wel gevonden wordt. 'Bij ons in de kerk moet je een aktetas meenemen voor je boeken',
zo uit men zijn onlustgevoelens. Deze liturgische kwesties geven vaak stof genoeg tot verwijdering. Het zou goed zijn om in zulke kwesties hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Alleen de moeilijkheid is dat wat voor de één een bijzaak is, voor de ander een hoofdzaak is.
Prediking
b. Jeugddiensten en kindernevendiensten: moeten we aan jeugddiensten beginnen, zo ja, hoe geven we er invulling aan? Mag er uit Het Boek gelezen worden? Kan er uit de bundel Opwekking gezongen worden? Hoe zit het met de muziekinstrumenten? Vragen die tot meningsverschillen kunnen leiden in sommige gemeenten. c. De positie van de vrouw in de gemeente: in veel gemeenten kent men tegenwoordig een 'klaagvrouw'. Is dit instituut niet een opstapje voor de vrouw in het ambt, zo vragen sommige kerkenraadsleden zich af, die er daarom bezwaar in zien. En weer volgt er een discussie.
Nog weer anders ligt het in een enkele bondsgemeente, waar de opvatting dat de vrouw in het ambt niet thuishoort, toch van vraagtekens wordt voorzien. Als bij meerderheid van stemmen dan toch de mening herzien wordt, namelijk de mening dat de vrouw niet in het ambt thuishoort, brengt dat verwijdering met degenen die er tegen blijven. d. De prediking: ook de prediking kan verschil van mening oproepen en verwijdering geven. Bij een deel van de
gemeente én/of een deel van de kerkenraad leeft ontevredenheid over de prediking van de predikant. Dat kan gaan over de lengte of over de inhoud van de preek. Volgens sommigen van de gemeenteleden/kerkenraadsleden mag een preek niet langer dan een half uur duren. De communicatieleer wordt erbij gehaald om dit te bewijzen. Bij anderen richt de kritiek zich op de inhoud van de preek. 'Dominee, u preekt de ellende te weinig', zegt de één. Een tweede: 'U preekt te weinig voor de kinderen'. Een derde: 'U preekt te weinig de Christus'. Een vierde: 'De beloften moeten meer centraal staan, dominee'. Soms gaat het om accentverschillen, een andere keer is de kritiek fundamenteler. Maar deze zaken liggen voor een dominee gevoelig en snel ontstaat er verwijdering.
Radicaal tegenover elkaar
e. Ethische kwesties als samenwonen en homoseksualiteit: hoe gaan we om met een stel, dat samenwoont en komt vragen of de dominee hen wil trouwen? Hoe gaan we om met praktiserende homofielen, die aangeven aan het heilig avondmaal te willen? Het samenwonen zal bijna geen* gemeente voorbijgaan, het tweede punt zal minder voorkomen, maar het komt voor. Hoe gaan we ermee om? Opvattingen kunnen radicaal tegenover elkaar staan.
f. Kleding tijdens de kerkdiensten: daar is een gemeente, waar op een avondmaalszondag een vrouw voor het eerst zonder hoed op aan het heilig avondmaal komt. Juist is er in de week erna kerkenraadsvergadering. De vergadering lijkt op tijd afgesloten te kunnen worden. Slechts één broeder heeft zich gemeld voor de rondvraag. Br. X begint: 'Dominee, u hebt afgelopen zondag misschien ook wel gezien dat mevr. Y. zonder hoed op aan het avondmaal is gekomen. Dit is onder ons niet gebruikelijk. Wat moeten we hier aan doen? ' Even is het stil. Dan begint de discussie. Als de klok 12 uur geslagen heeft, is men er nog niet uit. De sfeer is alleen maar grimmiger geworden. Wat te doen? De één wil een pastorale benadering, de ander met een beroep op i Korinthe n, waar Paulus de vrouw verbiedt met ongedekt hoofd te bidden, een harde benadering. Wat nu?
g. De komst van de Protestantse Kerk: een ieder weet, hoe verschillend er gedacht wordt over de vraag: meegaan of niet? De verschillende visies hebben tot diepingrijpende scheuringen geleid.
Ten slotte nog een opmerking bij deze inventarisatie: ze is niet volledig. Ik schreef dat al. Het gaat om enkele in het oog springende zaken. Elke gemeente heeft zijn eigen zorgen, zijn eigen punten, die stof tot meningsverschil kunnen geven. Dat kan ook gaan over een artikel in de kerkbode, over het orgelspel, over een bepaalde persoon, over... vult u maar in.
P. J. TEEUW, VEENENDAAL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's