De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Hansje en Elsje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Hansje en Elsje

PARAFRASERENDE NAVERTELLING VAN ROMEINEN

8 minuten leestijd

'Ik preek niet voor Melanchton, Bugenhagen of Jonas, want die weten het zelf alles wel, maar voor mijn Hansjes en Elsjes' (Maarten Luther). Dat is de eerste zinsnede uit het Woord vooraf, waarmee ds. F. van Deursen zijn publicatie over Paulus' brief aan de Romeinen inleidt. Dit boek wil geen wetenschappelijke commentaar zijn op Romeinen, maar een parafraserende navertelling. Voor mijn bestfis de auteur in deze opzet bepaald geslaagd, al moeten we zijn Hansjes en Elsjes dan natuurlijk niet al te jong voorstellen.

De brief aan de Romeinen - Paulus' langste brief; 7100 woorden - wordt in onze tijd in nieuwe theologieën zeker niet meer verstaan als een verweerschrift tegen Judaïserende beïnvloeding van het door Paulus gebrachte Evangelie van vrije genade, alleen door het geloof in Christus. Het boek van collega Van Deursen echter doet dat wel (p.16). Het beweegt zich daarmee geheel in de lijn van de reformatorische exegese van Romeinen (Luther, Kohlbrugge). Door het boek loopt de rode draad van Paulus' prediking van Gods gerechtigheid in Christus, die door het geloof ons deel wordt. Daarmee gaat bij Paulus de wet (Tenach) op geen enkele manier aan de kant. En voorts: Gods plannen waarbij Hij verkiezend via Israël naar de wereld toe is gegaan en gaat, falen niet.

Als zodanig was mij de lezing van de publicatie van ds. Van Deursen een ware hartversterking. Hoe geweldig toch genoeg te mogen hebben aan wat ons in het geloof in Christus' verzoeningswerk is geschonken en zich verlost te weten van alle wettische krampachtigheid. Om te beginnen eerst iets over twee centrale zaken

TWee hoofdzaken

1. Bij mijn studie van de brieven van Paulus ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat in al Paulus' brieven (ook in Romeinen) het heilshistorische en heilsordelijke ineen liggen. Onder het laatste versta ik de toëeige-ning door de Heilige Geest van wat wij in Christus hebben. Met andere woorden, het met/ in Christus' kruisdood gestorven en in Zijn opstanding opgewekt zijn, liggen vast in heilsfeiten en worden door de doop in ons bekrachtigd (p.91, 92), maar het wordt ook op een onderwerpelijke wijze (door het geloof) het deel van de gelovige.

Van Deursen honoreert deze twee-eenheid. Toch klinkt het mij net iets te veel als een automatisme in de oren, als hij schrijft, 'dat wij gelovig van deze stand van zaken moeten uitgaan' (p.95 over Rom. 6:11: 'houdt het daarvoor').

John Bunyan, kort voor zijn sterven, gaf hoog op van het heilsfeit van Pasen, omdat hij wist dat op de dag van Christus' opstanding uit de doden voor eeuwig de rechtvaardigmaking van John Bunyan was bewerkt. Maar deze worstelaar heeft dat wel in een weg van bekering en strijd 'voor waar leren houden'.

2. Het tweede is: op een voortreffelijke wijze wordt in het boek van Van Deursen gehonoreerd dat Paulus in zijn brief aan de gemeente van Rome wil laten zien dat God Zijn plan met Israël, in vrijmachtig, verkiezend welbehagen heeft volvoerd. Ik moet zeggen dat ds. Van Deursen de hoofdstukken 9-11 van Romeinen op een voor mij be-vredigende wijze uitlegt. Hij gaat bepaald niet uit van de gedachte dat de kerk (gelovigen uit de heidenwereld) in de plaats van Israël is gekomen (zie o.a. p.172). Maar mag op grond van Romeinenii:26 (gans Israël zalig) toch ook niet verwacht worden dat er in Israël een bekering 'als van de ganse natie' zal komen? Zo spreken de Kanttekeningen van de Statenvertaling op deze plaats.

Dankbaar nam ik er notitie uan

- dat 'het Joodse voorrecht Gods Woord te bezitten, nog volop van kracht is' (p.54).

- dat we Romeinen 3:20 niet-zoals meerdere nieuwere vertalingen doen - moeten weergeven als: 'De wet doet alleen maar de zonde kennen', maar zoals de Statenvertaling: 'Door de wet is de kennis der zonde'. Paulus kent ook de positieve werking van de wet (p.57).

- dat Paulus het in Romeinen 7 over niemand anders heeft dan over zichzelf als begenadigde (niet dus over: de mens voor zijn bekering of de mens buiten Christus). Terecht volgt ds. Van Deursen de uirieg van Kohlbrugge (Paulus' 'oude mens' en zijn 'nieuwe mens' zijn in beide gevallen: de hele Paulus zelf (p.29, 109). Anti H. J.de Jager (noot 20, p.133) en anti

H. Ridderbos ('de mens onder de wet'; noot 21, p.133).

Ongenuanceerde uitspraken

Naast al de mooie dingen die ik noemde, zijn er helaas ook wel ongenuanceerde uitspraken. Ik noem de volgende.

- 'De besnijdenis - een nationaal Joods gebruik dat gerust mocht uitsterven - is door Jezus' bloedstorting vervuld en vervangen door de bloedeloze doop' (p.19).' Maar waarom laat Paulus dan Timotheüs, een gedoopte Messiasbelijdende Jood, besnijden? (Hand. 16:3).

- Kun je zomaar zeggen dat 'Christus + de godsdienstige protestantse bevinding en bekeerdheid' (na de Reformatie) een variatie is van het Judaïsme? (p.21).

- 'De mens die ze(de wet) doet, zal daardoor leven'. 'Zo zou de Heere niet gesproken hebben als zijn geboden voor een mens onuitvoerbaar waren' (p.59). Maar staat dat niet anders in Galaten 3: ow; 19W? - 'Dat God Abrahams geloofsvertrouwen hem aanrekende als zijn persoonlijke gerechtigheid' (Gen.i5:6). Maar Paulus schrijft hier niet dat God Abrahams geloof als rechtvaardigheid (= vroomheid) waardeerde. Paulus spreekt hier wel degelijk over de Abraham toegerekende gerechtigheid van Christus. Anti Ridderbos en De Jager (zie noot 4) (blz.68, 76, 88).

88). - 'Alleen Messiasgelovigen mogen zeggen: 'Wij hebben Abraham als vader" (p.72). Dat is natuurlijk niet waar. En 'dat alleen Messiasgelovige Joden behoren tot het ware Israël' (p. 140) is ook niet waar. 'Dat God slechts aan de kleine kring der ware, geestelijke Israëlieten Zijn heil heeft toegezegd' (Greijdanus), is volgens ds. Van Deursen voor misverstand vatbaar (p.180; noot 2). Maar ik zou zeggen: 'Dit is volstrekt onwaar'. In de in de Messias Jezus gelovende rest van Israël bewijst God Zijn trouw aan heel Israël (pars pro toto). Ja, zo is het. Zie p.167. - De weergave van het Griekse woord 'dokimè' in Romeinen 5:4 met 'deugdelijkheid' (p.79) is niet te verkiezen boven de vertaling van dit woord door de Statenvertalers met 'bevinding'.

- 'Paulus troost rouwdragende gelovigen niet met onsterfelijkheid van de ziel, maar met de lichamelijke wederopstanding van hun doden, 1 Tes.4: i3-i8.' Maar wat denkt ds. Van Deursen dan van 2 Korinthe 5: iw?

Vragen

Vragenderwijs wil ik nog het volgende aan de orde stellen. - Waren Judaïsten niet veel meer gelovigen uit de heidenen die in de Joodse leefwijze een extra zekerheid voor hun geloof zochten? - Waardeert ds. Van Deursen de zgn. algemene openbaring (Rom.i: 8w) niet te positief, wanneer hij schrijft: 'Zij - de heidenen - kennen drommels goed de rechtsregel van God? ' (p.43); zie Romeineni:2i. - Waarom zouden we het Griekse werkwoord 'summarturein' in Romeinen 8:16 niet kunnen vertalen met 'die Geest getuigt met (niet aan) onze geest, dat wij kinderen Gods zijn'?

- Wat is er eigenlijk tegen om in Romeinen 8:28 'Zijn voornemen' te verstaan als Gods eeuwig voornemen? (p.125; p.i35-noot43). Zo is er ook niets op tegen om de in de 'aoristus' vorm gestelde werkwoorden van 29b (te voren gekend...) te lezen als betrekking hebbende op Gods eeuwige raadsbesluit; en niet op 'de scheidende roepingsdaad in de tijd' (p.181, noot 6; zie ook noot 9). M.i. spreken de Dordtse Leerregels hier duidelijk een andere taal. Op dit punt heeft H. J. de Jager Van Deursen bepaald op een verkeerd been gezet (p.182; noot 17). - Betekent Romeinen 10:4 (Christus als het einde van de wet) niet dat de wet Christus be-doel-t (als doel heeft). Niet wat Van Deursen zegt: 'dat het leren kennen van Messias Jezus het einde van Paulus' leven uit de wet als verdienstelijke heilsweg' betekende (p.158).

Tenslotte nog enkele wat kleinere zoken. a. Dat Paulus zijn brief aan Rome schreef in 58 vanuit Korinthe, lijkt mij net iets te laat gedateerd (p. 12, 35, 40, 233. M.i. zat Paulus van 57- 59 in Caesarea gevangen.

b. Ik ben wel erg benieuwd hoe D. Holwerda 'overtuigend heeft kunnen aantonen, dat 'Febe (Rom.i6: i) het ambt van diaken bekleedde.' (p.248; noot 8) Dat is mij nooit gelukt.t

c. Dat Romeinen 16 toch ook als behorend bij de brief aan Rome, voor Rome is bedoeld, blijft voor mij een raadsel. Ik ben het ermee eens dat we te veel tijd en energie kunnen besteden aan dit soort vragen. Maar Romeinenió is gewoon beter te verstaan, als wij de personen in dit hoofdstuk in Efeze zoeken. d. NB: de lezer rekene ermee dat ds. Van Deursen soms aanhalingen van Schriftcitaten geeft uit de herziene Willibrord Vertaling (1995) en een enkele keer ook uit de Groot Nieuws Bijbel. Het doet mij niet weldadig aan dat onze Heere Jezus Christus steeds 'Heer' heet.

Moge dit boek zijn weg vinden, in het bijzonder in bijbelstudiekringen, die er gelukkig in onze tijd in veelvoud zijn. Van harte aanbevolen. Het boek is systematisch van opzet. Het bevat uitvoerig notenmateriaal. En het is in een stevige kaft keurig uitgevoerd.

C. den Boer, Barneveld

N.a.v. F.van Deursen Romeinen. Serie De voorzeide leer, Deel IT. Uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam; 252 blz.; € 25, -.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voor Hansje en Elsje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's