Tekenen van geesteloosheid
Omgaan met verschillen in de gemeenten [2]
Hoe komt het dat in 'bondsgemeenten' de laatste jaren de polarisatie ook is toegenomen? Hoe komt het dat in kerkenraden zoveel energie gestoken moet worden in het voeren van gesprekken over de in de vorige aflevering genoemde punten? Lange tijd vertoonden de bondsgemeenten een tamelijk homogeen beeld, in die zin dat er liturgisch geen grote verschillen waren, men tegen de vrouw in het ambt was, men zich aan de oude berijming en aan de Statenvertaling hield, men de HGJB en de GZB steunde enz. De verschillen tussen de 'bondsgemeenten' zijn groter geworden. Maar dat niet alleen. De genoemde punten zorgen ook voor verwijdering tussen broeders en zusters in één en dezelfde gemeente. Zo kan er op een kerkenraadsvergadering uitgebreid gesproken worden over het invoeren van liturgische vernieuwingen of over de vraag of bijvoorbeeld de HGJB nog gesteund moet worden. Meningen verschillen. Hoe komt het toch, dat de 'rust' uit veel bondsgemeenten weg is, dat kerkenraadsleden bedanken, dat gemeenteleden overschrijving naar een naburige gemeente aanvragen? Hoe komt het dat de tegenstellingen binnen één en dezelfde gemeente zijn toegenomen?
Oorzaken achter de verschillen
We willen hier een aantal mogelijke oorzaken noemen:
a. Het leven is open geworden, beschermende krachten die er vroeger waren, zijn weggevallen. Van een bepaald isolement is bijna nergens sprake meer. Invloeden van buitenaf zijn niet meer tegen te houden, de wereld is open geworden. De communicatiemiddelen hebben een zodanige invloed op ons mensen dat ons denken veranderd is, vergeleken met hoe mensen vroeger dachten. Nieuwe inzichten dienen zich aan, oude tradities en opvattingen staan ter discussie. Het kan niet anders of dit alles laat zijn invloed in de gemeente gelden. Vroeg of laat krijgt elke gemeente hiermee te maken.
b. Toegenomen mondigheid: dit hangt met punt a samen. Gemeenteleden leven in een open wereld, leren kritisch denken, moeten eigen meningen vormen en staan daardoor zelfbewuster in het leven. Had vóór 1960 de dominee in onze gemeenten nog een groot gezag (aan de oudere generatie in de gemeente kun je dat nog merken), dat is nu grotendeels voorbij. Ook tegen het ambt wordt anders aangekeken. Er heeft een waardevermindering van het ambt plaatsgehad. Vond vroeger het grootste gedeelte van de gemeente het wel goed als alles bij het oude bleef, nu is dat anders geworden. Gemeenteleden (vooral jongeren) geven hun mening te kennen, stellen vragen bij de gang van zaken, komen met andere ideeën en voorstellen.
c. Geestelijke verarming: dat verschillen zich al meer openbaren, hangt vaak ook samen met het feit, dat het Woord en de prediking minder beslag leggen in de gemeente dan vroeger. Waar er een oprecht geestelijk leven gevonden wordt, zal er best ook wel eens verschil van opvattingen zijn, maar zal men zoveel mogelijk de polarisatie tegengaan. Helaas is het geestelijk leven in veel gemeenten verschraald. Of er is geestelijke oppervlakkigheid voor in de plaats gekomen. De diepe tonen van recht en vrijspraak, zonde en genade worden steeds minder gehoord en dan bedoel ik dat gemeenteleden vanuit de beleving daarover spreken.
Wat kan er dan gebeuren? Om nog geestelijk wat te lijken kan de ene groep in de gemeente de weg op willen gaan van de vernieuwingsdrift, terwijl de andere groep zich geestelijk groot probeert te houden achter een conservatieve houding: wij zijn nog de verdedigers van het oude. Bij beide groepen is deze houding teken van geesteloosheid.
Wereld van verschil
d. Invloed van de evangelische beweging: de laatste dertig jaar hebben reformatorische en evangelische christenen elkaar op verschillende terreinen
gevonden en werken samen. Er zijn dan ook verschillende punten te noemen, waarop reformatorische christenen en evangelische christenen elkaar weten te vinden. Toch zijn er ook (grote) verschillen. In evangelische gemeenten heerst een ander geestelijk klimaat dan in onze bondsgemeenten. De invloed van de evangelische beweging laat zich echter in de gemeenten gelden. Via de Evangelische Omroep, de Evangelische Hogeschool, via bepaalde tijdschriften, via kofïïemorgens enz. komen mensen in aanraking met het evangelisch denkklimaat. Sommige gemeenteleden krijgen een evangelische 'inslag' en menen dat er in de gemeente toch wel het een en ander veranderen moet.
Het gaat me er nu niet om, om een uiteenzetting te geven over dit evangelisch denkklimaat of een beoordeling ervan, maar het gaat me om het signaleren van een verschijnsel, dat in menige gemeente voor spanningen zorgt. Wat een verschil moet het bijvoorbeeld voor een jongere zijn, wanneer deze op een zaterdag de EO-jongerendag bijwoont en de dag erna in zijn (behoudende) bondsgemeente de kerkdienst meemaakt. Dat is inderdaad een wereld van verschil. Dat vraagt om problemen, als een jongere niet kan onderscheiden en relativeren.
Aantrekkelijke gemeenten
e. Evangelisatiewerk: in onze tijd wordt sterk benadrukt dat de gemeente een missionaire gemeente behoort te zijn. Dat is een bijbels gegeven. Maar de vraag die vanuit het evangelisatiewerk dan tot de gemeente komt, is: kan een GB-gemeente nieuwelingen aantrekken? Moet er voor de nieuwelingen niet het een en ander veranderen? Hoe komt het dat evangelische gemeenten een grotere aantrekkingskracht uitoefenen? Vragen, die we, denk ik, niet gemakkelijk aan de kant moeten schuiven. Als het goed is, komen deze vragen niet voort uit een holle veranderingsgezindheid, maar uit bewogenheid met de naaste. Dan komen we echter wel voor de vraag te staan: hoe pakken we dit aan? Welke spanningen kan dit in de gemeente oproepen? Al moet ik ook zeggen dat die keren dat ik het meemaakte dat mensen van buiten de kerk zich bij de gemeente voegden, zij zich o zo snel en gemakkelijk aanpasten, tot in de kleding toe. Zelfs zo dat ik dacht: als ze nu maar niet doorslaan. Blijkbaar, als het echt een werk van Gods Geest is, behoeft de aanpassing ook weer niet voor zoveel problemen te zorgen. Dat heft toch de vraag niet op of onze gemeenten aantrekkelijke gemeenten zijn. En die vraag kan weer binnen de gemeente spanningen opleveren.
f. Import: vooral groeigemeenten krijgen met import te maken. Met mensen die uit andere gemeenten komen. Zij hebben soms een andere achtergrond. Zij hebben zo hun eigen gedachten over het kerkelijk leven in hun nieuwe woonplaats. Zij zouden best wel eens iets willen veranderen, maar dat botst met wat de autochtone bevolking wil, of met wat zij altijd gewend is geweest. Conflictstof genoeg. g. Verschil in geestelijke ligging en karakterverschillen: in menige bondsgemeente zijn er ondergronds verschillende geestelijke stromingen. Vooral rondom ambtsdragerverkiezingen komt dat openbaar. De ene stroming is dan bijvoorbeeld verwant met het Gekrookte Riet, de andere met de Gereformeerde Bond. Beide stromingen doen hun best om de meerderheid in de kerkenraad te krijgen of te behouden.
Als er dan een predikant beroepen moet worden, wordt het helemaal spannend. Welke kant zal het uitgaan? Of weet men een predikant te vinden, die beide stromingen in zich verenigt en zo de gemeente bij elkaar houdt? Spanningen genoeg!
P. J. Teeuw, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's