De link naar het leven
Tekst van toen en ervaring van nu in de catechese
'Catechisatie? Echt leuk is dat niet.' En catechese geven> 'Ik moet er zelf heel hard aan trekken.' Deze geluiden kwamen naar uoren in het onderzoek dat meur. Ineke uan Loenen in maart jl. in de Waarheidsvriend beschreef. Zij concludeerde dat in ueel heruormd-gereformeerde gemeenten de catechese gekenmerkt wordt door een docerende catecheet die in gesprek gaat met de groep als geheel, waar bij het plezier en de inzet uan de catechisanten niet zo groot zijn. In dit artikel willen we vanuit een didactische invalshoek nadenken over mogelijkheden die de praktijk van de catechese kunnen verbeteren. Dit gebeurt aan de hand van een model dat catecheten kunnen gebruiken bij het maken uan een lesopzet en het zoeken naar werkvormen.
Catechisanten - de jongeren van nu: snel, flitsend en mondig. SMS en MSN, mobieltje, internet en tv... op allerlei manieren maken ze contact met anderen en met de wereld om hen heen. Hoe kun je deze jongeren in contact brengen en houden met de Bijbel en het geloofsgoed van de Reformatie? Dat is de opdracht waarvoor de catecheet zich gesteld ziet. En dan gaat het niet om een vluchtig contact, om even kennismaken, maar om een ontmoeting voor het leven/ Leven; immers, het doel van de catechese is dat jongeren leren leven uit het Woord van God, leren leven in geloof.
Nu is het de Geest van God Zelf die jongeren, evenals ouderen, tot het geloof brengt - maar de Geest wil hierbij (ook) gebruik maken van de catechese als onderdeel van de geloofsopvoeding. Daarom heeft de catecheet in dit opzicht een belangrijke verantwoordelijkheid, en is het niet om het even hoe hij of zij catechese geeft. Waar kun (of moet) je aan denken bij het voorbereiden en geven van een catechisatieles, zodat je boodschap, en daarmee Gods Boodschap, over komt?
Leefwereld en belevingswereld
Mijn uitgangspunt luidt: de boodschap moet relevant zijn voor het leven van de jongeren, willen zij zich aangesproken voelen. Daarom moet de catechese op de een of andere manier aansluiten bij en verbindingen leggen met de leefwereld en de belevingswereld van de catechisanten. Wat speelt er in de wereld waarin zij leven? Wat houdt hen bezig? Waar gaan ze voor? Waar lopen ze tegenaan? Op deze vragen heeft de catecheet, in samenspraak met zijn groep, een antwoord te zoeken.
Een tijdloze benadering schiet dus het doel voorbij; de boodschap moet juist klinken in de concrete context van de groep en inspelen op wat er leeft. Woorden als 'schuld' en 'zonde' bijvoorbeeld raken jongeren weinig of helemaal niet zolang het abstracties blijven. Deze woorden gaan pas spreken wanneer het niet gaat om het algemene, maar om de concrete schuld in mijn leven als 14-jarige, om zonden die ik als 18-jarige kan benoemen. Dan is de stof relevant: als het over mij gaat en over mijn leven, als ik mezelf erin kan herkennen. Het is dan ook terecht dat jongeren vragen stellen als: 'Wat moet ik hiermee? Wat zegt dit mij? Wat heb ik eraan? ' Dergelijke vragen zijn overigens niet nieuw. De Heidelbergse Catechismus vraagt al: 'Wat nut ons....' en 'Wat troost u...'
Hermeneutisch vierkant
Als het inderdaad zo is dat de catechesestof jongeren meer aanspreekt wanneer er een link met hun (dagelijkse) leven is, welke didactische consequenties heeft dat dan? Om deze vraag te beantwoorden maak ik gebruik van het model dat E. R. Jonker presenteert in zijn lezenswaardige en inspirerende boek Aan het woord komen (Zoetermeer, 1992/1999 2 ). In dit model, door Jonker ook wel een hermeneutische vierhoek genoemd, wordt onderscheid gemaakt tussen verleden en heden - de tijd van de Bijbel en de tijd waarin wij nu leven - en tussen teksten en ervaringen. Hierdoor ontstaan de vier hoekpunten van het vierkant: links de bijbeltekst (A) en de ervaringen van toen (B), rechts teksten van nu (C) en ervaringen van nu (D).
Inzet van de catechese is dat het
Woord van God gaat spreken; de bijbeltekst (A), honderden jaren geleden opgeschreven en voor ons een 'tekst van toen', heeft een zeer belangrijke plaats. In de tekst van de Bijbel komen ervaringen van vroeger (B) ter sprake. In de eerste plaats kunnen ervaringen aan de orde komen van de mensen over wie geschreven wordt - denk bijvoorbeeld aan Jozef die verleiding ervaart, of aan de ervaringen van ziek zijn en uitgestoten worden die de melaatsen in de tijd van Jezus meemaakten. Verder kan het gaan om de ervaringen van de bijbelschrijvers zelf (zoals de dichters van de psalmen) of om de ervaringen van de mensen aan wie geschreven wordt, bijvoorbeeld de ervaringen van verdrukking en lijden die de eerste christenen, de lezers van de brieven van Petrus en Paulus, hebben doorgemaakt.
Wat wordt bedoeld met teksten van nu (C)? Jonker gebruikt deze term heel breed. Het kan gaan om teksten die in onze tijd geschreven zijn, bijvoorbeeld verhalen of krantenberichten, maar ook om 'niet-verbale teksten', om beeldmateriaal, zoals foto's en (afbeeldingen van) schilderijen. Deze teksten geven ervaringen weer, ervaringen van die een plek hebben in het heden. Hiermee is echter niet alles gezegd over ervaringen van nu (D); deze hoek van het hermeneutische model heeft (juist) ook betrekking op de eigen ervaringen van catechisanten, op hun gevoelens, associaties, en herinneringen, kortom op alle 'bagage' waarmee ze op catechisatie komen.
Bijbeltekst en ervaring van nu
Wanneer we in de catechese de link naar het leven/ Leven leggen, een link tussen de Bijbel (waarvan de geloofsleer een afgeleide is) en de belevingswereld van jongeren, dan brengen we twee hoeken van het model met elkaar in gesprek, namelijk de bijbeltekst, de tekst van toen (A), en de ervaringen van de catechisanten, de ervaringen van nu (D). Didactisch gezien betekent dit dat er gezocht moet worden naar ruimte en vormen om aan beide onderdelen recht te doen.
Om bij de eigen ervaringen te beginnen: jongeren moeten deze kunnen uiten en kunnen delen. Het is belangrijk dat ze expliciet ter sprake komen - de catecheet mag er nooit vanuit gaan dat hij of zij wel weet hoe de catechisanten
iets ervaren. Niet alle jongeren vinden het prettig wanneer er direct naar hun eigen associaties of gevoelens gevraagd wordt. Daarom kan het goed zijn om op een meer indirecte wijze te werk te gaan, bijvoorbeeld via een stille bord-discussie, waarbij de catecheet een kernwoord opschrijft ('vriendschap', 'wereldgelijkvormigheid', 'gerechtigheid') en de groep kan noteren wat er bij hen opkomt als ze dit kernwoord lezen. Het is ook heel verrassend om met foto's te werken en te vragen: welke foto geeft voor jou het beste weer wat... ('dankbaarheid') is en waarom?
Voor de bijbeltekst geldt dat die niet tot zijn recht komt als die snel even gelezen wordt; wanneer jongeren daarentegen actief bezig zijn met de tekst, zal deze meer aandacht en zeggingskracht krijgen. Het actieve lezen wordt bijvoorbeeld gestimuleerd door opdrachten of richtvragen als: Wat vind je moeilijk? Wat spreekt je aan? Onderstreep het vers dat volgens jou het meest belangrijke is. Uiteraard zijn er veel meer werkvormen mogelijk. Wanneer een catechesegroep bezig is geweest met de bijbeltekst en met ervaringen van nu, moet nog een cruciale stap in het catechetische proces gezet worden: de stap waarin de ervaringen van nu en de bijbeltekst expliciet met elkaar in gesprek gebracht worden en waarin een link tussen deze twee 'onderdelen' gelegd wordt. Wat hebben onze eigen ervaringen te maken met de bijbelse boodschap, hoe zijn deze twee met elkaar verbonden? De meeste jongeren leggen deze verbinding niet vanzelf (overigens blijft een aantal methodes op dit punt in gebreke), en daarom is de inbreng van de catecheet van belang. Hij of zij kan de catechisanten bewust maken van de relatie tussen Bijbel en eigen ervaringen. In een gesprek begeleidt hij de groep in het zoeken naar een antwoord op de vraag: wat zegt dit bijbelgedeelte (eventueel doorvertaald in dit onderdeel van de geloofsleer) mij in mijn situatie? Het kan hierbij verhelderend zijn om te kijken hoe Bijbel en eigen ervaringen zich tot elkaar verhouden: is er sprake van aansluiting, van bevestiging, of juist van tegenstelling en kritiek?
Tot nu toe hebben we uitsluitend gesproken over hoek A en D van het hermeneutische vierkant. Echter, het
model levert meer didactische aanwijzingen. De link tussen Bijbel en ervaringen van nu kan namelijk ook gelegd worden via ervaringen van toen (B) of teksten van nu (C). Wanneer bijvoorbeeld de bede: 'Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren' behandeld wordt, kan het verhaal over de onbarmhartige dienstknecht (Mat. 18) aan de orde komen. De catecheet kan de catechisanten vragen zich te verplaatsen in de situatie van beide slaven: hoe voelt dat, bijvoorbeeld, om zo veel schuld te hebben, dat alles wat je hebt verkocht moet worden, tot je familie toe (eerste slaaf)? Of om te smeken om geduld, maar geen genade te krijgen (tweede slaaf)?
Wanneer de ervaringen waarnaar de bijbeltekst verwijst (B) navoelbaar en eventueel herkenbaar zijn, als jongeren zich er iets bij kunnen voorstellen, komt de zaak waarover het gaat meer tot leven in de eigen context. Dit laatste kan ook gebeuren wanneer een tekst van nu (C) ingebracht wordt. Een krantenartikel bijvoorbeeld, waarin een oorlogsslachtoffer zijn verhaal doet, kan, als tekst over de wereld waarin wij leven, veel gespreksstof opleveren wanneer het in schril contrast staat met profetische teksten over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Werkvormen
In het voorgaande heb ik al een aantal werkvormen genoemd als voorbeeld bij de verschillende elementen van het hermeneutische model. Het is evident dat het plezier en de inzet van catechisanten worden vergroot, wanneer er gevarieerd wordt met werkvormen - steeds 'het lesje lezen' en dan 'de vragen bespreken' is saai en niet erg motiverend. Het voert te ver om in dit artikel uitgebreid op werkvormen in te gaan - wie zich daarin wil verdiepen, kan voldoende materiaal vinden. Wel wil ik hier (nogmaals) benadrukken dat de werkvormen die de catecheet kiest, de groep actief moeten maken en aan het werk moeten zetten. Zelf actief bezig zijn met de stof (in plaats van consumeren, terwijl de catecheet hard aan 't werk is) heeft tot gevolg dat de stof meer eigen wordt gemaakt en meer relevantie krijgt. Zelf ontdekken geeft ook meer voldoening dan alles kant en klaar aangereikt te krijgen. Dit geldt eveneens voor het samen ontdekken, het werken in groepjes.
Bij het kiezen van werkvormen is het van belang dat het hele mens-zijn aangesproken wordt; God liefhebben gebeurt immers niet alleen met het verstand, maar ook met het hart, met het hele bestaan. Daarom moet de catecheet zich niet alleen richten op de cognitieve instelling van de catechisanten, maar ook op hun affectieve en existentiële laag. 'Wat voel je hierbij? Welke waarde heeft het voor je? Wat betekent het voor jou? ' zijn daarom relevante vragen. Niet alleen de verbale ingang, maar ook de visuele kan hierbij gebruikt worden.
In het beschreven hermeneutische model krijgen deze verschillende aspecten een plaats.
Een open deur
Bij het schrijven van dit artikel kreeg ik regelmatig het gevoel: 'Dit spreekt toch eigenlijk vanzelf - dit is toch een open deur.' Blijkbaar is dat toch niet altijd het geval, getuige het onderzoek van Van Loenen. En in de prediking gebeurt het (helaas) ook lang niet altijd dat de boodschap van de tekst expliciet in verbinding gebracht wordt met de ervaringen van nu, waardoor de preek aan zeggingskracht en aan ervaren relevantie inboet. Naar mijn mening kunnen niet alleen catecheten, maar ook predikers hun voordeel doen met het hier beschreven model. Opdat er in alle situaties waarin het Woord van God ter sprake komt een open deur is (cf. Kol. 4:3, 2 Kor. 2:12).
J. Schaap-Jonker, Zwolle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's