Stil worden
Openingswoord studieweek theologiestudenten
Het avondmaal, dat was het thema waarop ruim 35 studenten in de theologie zich vorige week op Hydepark bezonnen. De komende tijd hopen we er via de gehouden lezingen in ons blad ook aandacht aan te geven. Deze week plaatsen we het openingswoord, dat de voorzitter van de Gereformeerde Bond aan het begin uitsprak en waarmee de toon gezet wilde zijn.
Psalm 16 is een gouden kleinood, een kostbaar snoer vol juwelen. Verwonderd houd ik het in mijn handen. Dit heerlijke lied, deze onvergetelijke psalm. Het is boordevol mooie parels. Mijn gedachten worden geboeid. Dat een mensenhart zulke heerlijke dingen kan zeggen. Dat de pen van een mens zo'n hoge belijdenis schrijft. Jawel, hier is de Heilige Geest vaardig. Maar toch, soms wordt dit lied een visoen. Zo vol is het van de Heere. We worden er stil van. Ja, werden we er maar stil van. We worden niet zo snel stil. Er wordt in de kerk ontzaggelijk veel geleuterd. Er vallen in de kerk veel afschuwelijke woorden. Die niets met het heilig Evangelie te maken hebben. Woorden die de kracht van het heilig Evangelie ten enenmale voorbij schieten.
Dit is ook theologie studeren: stil worden. Stil worden voor God. U moet vooral veel in gesprek. Met elkaar, met de kerk der eeuwen, met de breedte van de kerk. Maar je kunt nooit werkelijk in gesprek, je levert geen waardevolle bijdrage, als je nooit stil bent geworden voor God. Stil bent met de woorden van God, parels vol van genade. Stil voor God, maar ook stil van God. Van de heilige, grote daden van God! Stilte waarin je alleen nog maar zegt: Gij, Gij, Gij... (drie keer, in vers 10 en 11). k w G
Profetie
David is de dichter. En wij, horend bij de kerk der eeuwen, wij zingen dit lied mee. Deze psalm is als een lied voor de morgen van de opstanding. Het is Petrus die - na de uitstorting van de Heilige Geest - David een profeet noemt... (Hand. 2 : 30). Dan verwijst hij naar dit lied. Hij zegt dat de woorden van de laatste verzen profetie zijn van Jezus' opstanding uit de doden. Psalm en profetie vallen hier samen. Het lied wordt tot profetie. Het zijn de Psalmen die van Christus getuigen (Lukas 24 : 47). Natuurlijk horen we voluit David. Het is de psalm van Israël. De Kerk der eeuwen zingt dit lied mee met Israël. Zo mogen wij het T M T T h v v p m l
meezingen als was het onze psalm. Deze psalm preludeert op overtuigende wijze op het heilgeheim van Pasen, de Opstanding, het Leven. Daar zou het in de kerk over moeten gaan. Daar moet het steeds overgaan in de theologie en in de kerk. Over de machten. Over de machten van de dood en de duisternis die zijn overwonnen. Dan krijgt de theologie haar verwondering terug: Gij, Gij, Gij. Dan spreekt de kerk over de dingen waar ze over moet spreken.
Overigens, om misverstanden te voorkomen, David staat met deze psalm echt niet buiten de werkelijkheid. De psalm begint met: 'Bewaar mij, o God'. In de tweede plaats is David in deze psalm bezig met de dood. Dit kostbare parelsnoer legt de Heilige Geest ons in handen midden in deze erkelijkheid, vol bitterheid. Legt de Geest ons in handen in de kerk. We staan midden in de realiteit met al haar gevaren en dreiging. De dood is een bittere vijand!
Theologie stoort
Maar, ineens klinkt een prachtig lied. egenover de schaduw van de dood. egen de donkere achtergrond van de hel. Tegen de donkere achtergrond an het verderf. Gij zult mij het pad van het leven bekendmaken. De dood toch? En het dodenrijk? En het verderf? Ja, dat is allemaal waar. Maar hier is de Heilige Geest, Die mij dit oude lied... doortrokken van het leven, profetie van Jezus' opstanding als een kostbaar juweel, een sieraad van hemels goud, in de handen legt, op de lippen, in mijn hart.
We hadden het toch over de dood? Ja, dat is waar. Daar hebben wij het over in veel van onze gesprekken. We komen boven die hoogte maar niet uit. Maar David stoort ons. Hij heeft het over: Gij. Theologie, echte theologie stoort ons. Slaat andere akkoorden aan. Waarin het over andere dimensies en vragen gaat: leven! Waarin het over: Gij, over God gaat. Woorden van de andere kant. Van Gods kant. Met een totaal andere dimensie dan de woorden van beneden die wij aanslaan. Theologie richt zich op God. Anders is ze geen theologie meer!
Gij-
Weet u waar de kerk aan stuk gaat? We spreken niet meer over: GIJ, GIJ, GIJ.
Dat is onze grote, bittere armoede... daar gaat de kerk, de gemeente, daar gaat uw geloof aan kapot. Teken van de dood. Diepe ellende. Zwijgen over Hem.
Laat ik het ronduit zeggen: Dan heeft ons theologisch bezig-zijn en ons kerkelijk georganiseer weinig om 't lijf. Dan is het uiteindelijk ten dode gedoemd. Psalm 16 brengt ons weer te binnen waar het om gaat. In de theologie, in de kerk, in ons leven: om deze ene parel. Over God. Om Hem te aanbidden. De Enige Die een pad voor je heeft. De Enige die ons meesleurt uit de dood naar Zijn leven. Ook vandaag. Het geheim van alle theologie en het geheim van het geloof is: Gij!
G. D. Kamphuis, Amstelveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's