Geheel Israël
'En alzo zal geheel Israël zalig worden.' [Romeinet] 11: 26a]
De Joden als volk hebben Jezus niet erkend als de Messias. Betekent dit dat God Zijn volk Israël nu heeft verstoten? Absoluut niet! (vs.i). Het heil in Jezus Christus is aan de heidenen verkondigd. Betekent dit dat Gods beloften van Israël zijn overgegaan op de christelijke kerk? Zeker niet.
Het volk dat God Zich verkoren heeft tot Zijn eigendom, blijft voor eeuwig Hem toebehoren. 'Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk' (vs.29). Gods beloften zijn nog steeds voor Zijn volk bestemd. Dit geldt voor de Joden over heel de wereld, het geldt zeker voor de Joden die in het Beloofde Land aan de Middellandse Zee wonen.
Het is waar: de verharding is voor een deel over Israël gekomen. Maar lezen we dit goed? Er staat nadrukkelijk 'voor een deel'! Dit betekent dat er ook Joden zijn die Jezus wel erkennen als hun Heere en Heiland. Er staat nog meer. Voor een deel (...), 'totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn'.(vs. 25b). Er is bij God een totdat. De verharding over Israël is er, maar zij blijft niet altijd. Omdat God aan Zijn verkiezing gedenkt. Omdat Hij niet laat varen wat Zijn hand begon. De verharding is voor een deel over Israël gekomen en daarmee heeft God Zijn wijze bedoeling. Gods plan met Israël is als het ware tijdelijk stil gelegd, maar het is niet afgebroken. Het heil dat voor de Joden bestemd was, is ook naar de heidenen gegaan. Aan alle volken wordt het evangelie van Jezus Christus verkondigd. Israëls Messias wordt wereldwijd in de beloften van het evangelie aangeboden. Alle mensen worden opgeroepen om Hem te erkennen en in Hem te geloven. Zo komen er vele heidenen door de werking van de Heilige Geest tot geloof. Dat is genade alleen, geen verdienste! Daarbij hebben de gelovigen uit de volken een hoge roeping. Zij moeten Israël jaloers maken op het heil dat in Jezus Christus is (vs. 11). Zij moeten aan Israël laten zien hoe rijk het leven met Jezus de Messias is. Zij bidden voor Israël en mogen de Joden op allerlei manieren steunen, vooral als Messiasbelijdende Joden in woord en daad van Jezus getuigen.
Zo worden er vele heidenen zalig. Zij mogen ingaan in Gods heerlijk Koninkrijk. Zij mogen Jezus de Koning der Joden erkennen als hun Heere en hun God.
De volheid der heidenen zal ingaan. Betekent dit dat eerst alle uitverkoren heidenen tot geloof moeten zijn gekomen en dan... Dit behoeft het woord volheid niet te betekenen. In vers 12 staat 'volheid' tegenover 'vermindering', zoals vloed staat tegenover eb. Volheid der heidenen, dan is er vloed en komen er velen tot bekering en geloof. Wanneer er veel heidenen tot geloof zijn gekomen, als er een tijd van overvloed is geweest onder de heide-nen, dan komt Gods tijd voor Israël. God zal Zich weer tot Zijn eigen volk keren. Na Gods omweg via de heidenvolken, komt Gods heil weer overvloedig naar Israël toe. Gods plan met Israël wordt doorgezet. 'En alzo zal geheel Israël zalig worden'.
Men heeft er op gewezen dat 'alzo' niet hetzelfde is als 'daarna'. Dat is op zich waar, maar het 'alzo' in vs. 26 komt wel na het 'totdat' van vs. 25. En soms komt het 'alzo' ook heel dicht bij 'daarna' (b.v. Hand.2o: ii). Daarom mogen we geloven dat er na een tijd van 'volheid' bij de heidenen er eenmaal een tijd van 'vloed' zal komen voor Israël. Dan zullen niet slechts enkelingen in Jezus geloven, maar dan gaat het om 'geheel Israël'. Niet slechts 'eerstelingen' (vs.16), maar dan een rijke oogst.
En alzo zal geheel Israël zalig worden. Betekent dit dat op Gods tijd iedere Jood tot geloof in de Heere Jezus zal komen? Wie zou hier bezwaar tegen kunnen hebben? Ik niet. Maar staat dit ook in de tekst? Nee, zegt u misschien. Als het gaat om geheel Israël dat zal zalig worden, dan gaat het om het geestelijke Israël. Dan gaat het om de ware gelovigen uit Joden en uit heidenen. De volheid van Gods uitverkorenen. Op zich is het bijbels om te zeggen dat er eenmaal een grote schare zal zijn uit Joden en de andere volkeren. Maar in heel Romeinen n betekent Israël toch echt het Joodse volk. We moeten hier dus laten staan Israël = Israël, als volk.
Er is nog een andere uitleg. Dan beschouwt men 'geheel Israël' als de optelsom van alle Joden die in Jezus geloofd hebben, geloven en nog zullen geloven. Zeker, zij zullen zalig worden. Maar is niet juist de worsteling in dit hoofdstuk dat er nu nog slechts enkele Joden in Jezus geloven en de totaliteit van het Joodse volk (nog) niet?
Paulus leert ons een 'verborgenheid', een heilig mysterie dat God hem heeft bekendgemaakt. Eenmaal, op Gods tijd, zal dit mysterie onthuld worden. Tot nu toe zijn alleen eerstelingen te zien: een beperkt aantal Messiasbelijdende Joden. Maar er zal verandering komen. God werkt toe naar 'geheel Israël'. De Kanttekeningen van de Statenvertaling schrijven hierbij: 'Dat is, niet enige weinigen, maar een zeer grote menigte, en gelijk als de ganse Joodse natie.' Hier zitten we naar mijn geloofsovertuiging op het goede
spoor. Gelukkig zijn er nog meer bijbeluitleggers die ditzelfde spoor volgen. Maar wat meer is, we lezen in vers 32 ook twee maal het woord 'allen'. Zoals nu 'allen' ongehoorzaam zijn (terwijl slechts enkelingen in Jezus geloven), zal God eenmaal 'allen' barmhartig zijn. God heeft Israël als Zijn volk in Zijn hart en heeft het daarom op het oog. Joden zullen zalig wor-den: alzo! Voor de Joden geen andere weg dan voor de heidenen. Alleen door een waar geloof in Jezus de Messias. Alleen door wedergeboorte en oprechte bekering. Alleen door genade!
Wat zal dit voor de kerk van Christus uit de heidenen betekenen? In de tijd dat er eb is bij Israël, is er vloed bij de heidenen en zal een volheid uit de hei-denen ingaan. En als er volheid (vs.12) bij Israël zal zijn? Als Israël als volk Jezus zal erkennen en er velen in Hem zullen geloven? Zal de kerk uit de volkeren daar schade van ondervinden? Integendeel. Dat zal nog grotere rijkdom zijn voor de kerk (vs.12 'hoe veel te meer'!).
Begrijpen kunnen we dit geheimenis niet. Maar het is niet voor niets dat
Paulus juist aan het einde van dit hoofdstuk een geweldige lofprijzing schrijft. Zingt u, met het oog op Gods handelen aan Israël, maar ook in verwondering over Gods werk in uw leven mee: 'Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.'
A. Jonker, Baarn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's