Hoop op kerkelijk herstel
DE GEREF. GEZINDTE EN DE KERK DER REFORMATIE
Het begin
Sinds de Reformatie in Nederland vanaf rond 1560 steeds meer voet aan de grond kreeg, is er een enorme worsteling geweest om te komen tot een kerk gestoeld op authentiek gereformeerd belijden. Aanvankelijk werd de opkomende Reformatie sterk gevoed door luthers belijden, doch gaandeweg kreeg het gereformeerde in de lijn van Calvijn krachtig de overhand. In diverse synodale vergaderingen is er vanaf 1571 tot en met 1618-1619 aan gewerkt om het gereformeerde belijden gestalte te geven. In deze worsteling ging het ten diepste om de eenheid van geloven in het ene Woord van God en in de ene genade van Christus. En leidend hoofdmotief was de eer van God. Deze eer van God is de lavagloed geweest die tot grote volharding heeft gemotiveerd.
Tevens heeft liefde voor deze eer van God gebracht tot diepe ootmoed voor de hoge en heilige God. En dragende ondergrond van alles is geweest het krachtige werken van de Heilige Geest. Daardoor konden mensen als met de rug tegen de muur enkel nog God in Christus in de armen vallen. Daardoor kreeg ook de geloofszekerheid zo'n grote opbloeiperiode, alsmede het rusten in Gods verkiezende liefde en het getroost worden door het getuigenis van de Heilige Geest.
Voortgang
De tijd na de Synode van Dordt in 1618-16x9 kan getypeerd worden als bouwen aan en blijven bij het authentiek gereformeerd belijden. De zogenaamde Nadere Reformatie wilde een beweging zijn die zich inzette voor krachtige doorwerking van het gereformeerde belijden in de volle breedte van ons volksleven. Mensen als Willem Teellinck en ook Gisbertus Voetius hadden oog voor het hele volk en voor onze vaderlandse cultuur, met de bedoeling dat het beslag van Gods Woord ook daar gestalte zou krijgen. En Voetius heeft in een pril stadium reeds het grote gevaar van opkomend rationalisme onderkend door de leer van Descartes te bestrijden. Wat overigens niet mocht baten. Immers, mede door verinnerlijking van de Nadere Reformatie kreeg het rationalisme helaas steeds meer de wind in de zeilen.
Teruggang
Zodoende kreeg vanaf rond 1750 het moderne denken, waarin het menselijk verstand zegevierde over gehoorzaamheid aan Gods Woord, steeds meer de overhand. Verschillende predikanten kwamen met liberale gedachten op de preekstoel en weken daarin af van het gereformeerde belijden. Iets wat nog weer versterkt werd door het ingrijpen van koning Willem I in 1816, toen de nationale kerk der Reformatie het kerk-zijn in wezen ontnomen werd. Steeds meerderen raakten dan ook diep verontrust. Een verontrusting die resulteerde in de eruptie van Afscheiding in 1834 en Doleantie van 1886. Terwijl er ook nog diverse kleinere afscheidingen omheen waren, later gegroepeerd in Gereformeerde Gemeenten en Oud Gereformeerde Gemeenten. Ook in de twintigste eeuw zijn deze afscheidingen helaas voortgegaan. En nog is het einde niet.
Weging
Wanneer we allerlei afscheidingen, zoals tot nu toe gerealiseerd, trachten te wegen, komen we in ieder geval terecht bij het ernstige verlangen om het gereformeerde belijden ongeschonden vast te houden. Er is angst en vrees van dat belijden af te gaan wijken, omdat men in de Drie Formulieren van Enigheid in principe de volle waarheid Gods ziet weergegeven. Men wil aan dat belijden vasthouden en denkt dat te kunnen realiseren door zich in kleine kring te hergroeperen. Al is er tegelijk vanaf het begin een oprecht verlangen geweest tot algeheel herstel, getuige de 'Acte van afscheiding of wederkeer'. Wanneer de Nederlandse Hervormde Kerk zou terugkeren 'tot de waarachtige dienst des Heeren', zouden de afgescheidenen 'weer gemeenschap willen hebben met die kerk'.
Ondertussen is die Nederlandse Hervormde Kerk, in haar voortzetting als Protestantse Kerk in Nederland, allerminst teruggekeerd tot de aloude grondslag. Veeleer lijkt die terugkeer, menselijk gesproken, meer dan ooit onmogelijk. Weliswaar is in de Protestantse Kerk, althans op papier, het vrijzinnige element uit X.i van de hervormde kerkorde met haar 'zelfopenbaring van de Drieënige God' weggefilterd, doch door het binnenhalen van het lutherse belijden is er in elk geval een probleem bijgekomen.
Zal het de Protestantse Kerk lukken om met de verschillen tussen het lutherse en gereformeerde belijden klaar te komen, zodat het gereformeerde belijden weer volop zal functioneren? En zullen allen die zich in het gereformeerd kerkelijk leven buiten de Protestantse Kerk bevinden, zo spoedig bereid en in staat zijn mee te werken aan het volop functioneren van het gereformeerd belijden in die Protestantse Kerk? Of zuln ze doorgaan om het risico te blijven lopen te groeien in eigen eenzijdige accenten, zodat ze dreigen te ont-groeien aan de volle breedheid en diepgang van het gereformeer-de belijden zelf? Immers, voor die volle breedheid en diepgang van het gereformeerd belijden zullen we elkaar hard nodig hebben. Kortom, het kerkelijk vraagstuk in Nederland lijkt onoplosbaar, want van herstel en wederkeer lijkt geen sprake te kunnen zijn.
Is er nog hoop?
Vanuit de Protestantse Kerk zelf gezien en vanuit de gereformeerde gezindte buiten die kerk bekeken, is er dus menselijk gesproken geen hoop op herstel en wederkeer.
Zal het dan mogelijk gaan lukken vanuit die hervormde gemeenten in de Protestantse Kerk die via de zogenaamde Verklaring in gebondenheid aan en in overeenstemming met het gereformeerde belijden, gemeente van Christus kunnen en willen zijn? In elk geval kan van die gemeenten gezegd worden dat de 'ban' die er sinds 1816 lag, is opgeheven. Zal God dit willen zegenen door de wind van de Geest in de zeilen te geven? In ieder geval is de roeping glashelder en dient getrouwe volharding op onze ziel gebrand te zijn.
Ondertussen gelden deze roeping en getrouwe volharding voor ons allen. Voor de hele gereformeerde gezindte zowel binnen als buiten de Protestantse Kerk. Doch evenzeer gelden ze voor allen binnen de Protestantse Kerk die niet tot de gereformeerde gezindte willen behoren. Immers, niemand heeft het recht eigengekozen ongereformeerde wegen te gaan. En we bedoelen daarmee onbijbelse wegen. Allen hebben we waarachtige wederkeer tot God nodig. Het is bepaald fout wanneer zij die behoren tot de gereformeerde gezindte, die wederkeer enkel nodig vinden voor allen die theologisch niet gereformeerd willen zijn. Ook binnen de gereformeerde gezindte hebben we bekering nodig.
Immers, het is allereerst al de vraag of
wij gereformeerd zijn, dat wil zeggen echt tot God bekeerd. En vervolgens, als wij het zijn, dan heeft ieder die werkelijk gereformeerd is, hartgrondig voortdurende bekering nodig (reformata semper reformanda). Bovendien, gesteld dat wij allen tot oprechte bekering gekomen zouden zijn, is er dan echte hoop? Abraham Kuyper heeft het met zijn Doleantie van 1886 met name verwacht van de wedergeboren mens. Het resultaat is veeleer dat we moeten zeggen dat God er in heeft geblazen. En hoe kan het ook anders. Immers, wanneer we het verwachten van mensen, ook de meest bekeerde mensen, dan plegen we in wezen afgodendienst. En wanneer we het verwachten van gereformeerde denomatie zus of zo, dan plegen we eveneens afgodendienst. Zelfs als we het verwachten van formele handhaving van de gereformeerde belijdenisgeschriften, plegen we afgodendienst.
Verwachting
Er is maar één echte verwachting, die hoop geeft namelijk: 'En nu wat verwacht ik o Heere? Mijn hoop die is op U' (Psalm 39:8). Enkel die verwachting geeft hoop voor de hele kerk, gereformeerde gezindte en niet gereformeerde gezindte. Enkel die verwachting geeft uitzicht op het werkelijk volop functioneren - en dan ook op geestelijke wijze handhaven - van de gereformeerde belijdenis. Want de Schrift zal dan openbloeien en de God van die Schrift zal ons zegenen.
En dat is een God die ons totaal niet nodig heeft om Zijn ongekende gang te kunnen gaan. Ook de gereformeerde gezindte kan Hij daartoe missen als de beste. En zodra wij denken dat we onmisbaar zijn, moeten we er maar op rekenen dat God ons tot onze beschaming voorbij gaat en via andere wegen Zijn genade bewijst.
Aan de andere kant is het vast en zeker dat God mensen wil inschakelen, ook gereformeerde mensen. Doch dat zijn dan wel echte gereformeerden, dat wil zeggen mensen voor wie het een wonder van de bovenste plank is dat God hen nog wil gebruiken.
Zoals we dat zo prachtig bij Calvijn vinden, die voortdurend verwonderd was dat zijn arbeid zegenrijk en goed ontvangen werd bij de ware vromen.
Samen ziek
Is er nog hoop op kerkelijk herstel in Nederland? Vromen uit de negentiende eeuw hadden er levende hoop op. En verschillenden binnen de gereformeerde gezindte denken er te zijn, 'wanneer samenkomt wat bijeen hoort'. Doch Hoedemaker peilde dieper met zijn bekende gezegde van: 'Samen ziek, samen gezond'.
Daarom is er maar één hoop, namelijk dat we allen, in en buiten de gereformeerde gezindte, komen tot de belijdenis van Psalm 39, te weten: 'En nu wat verwacht ik o Heere? Mijn hoop die is op U'. Van deze hoop mag verwacht worden dat het Gods hart in liefde tot ons doet ontvonken, zodat 'Hij de hemelen gaat scheuren om heilrijk neder te dalen'. Want dit is een hoop, waarin wij alle hoop op iets buiten God totaal verliezen. Zelfs onze hoop geeft ons geen hoop meer. Enkel God blijft over om op te hopen. Dan is er hoop op herstel van de kerk der Reformatie in Nederland.
R, H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's