Beeld
PASTORAAT [20]
Een begrip dat in onze kringen direct al enige argwaan oproept. Het tweede gebod geeft daar alle aanleiding toe, ook al gaat het daar heel specifiek over 'beelden, die tot god gemaakt worden'. Maar in meer algemene zin is dit een vraag: Welke overeenkomst is er tussen beeld en werkelijkheid? Is menig beeld niet zo'n interpretatie van de werkelijkheid dat wij daarin de auteur van het beeld in zijn verbeeldingskracht meer herkennen dan de feitelijkheid en werkelijkheid, zoals die door ons ervaren wordt?
Inspirerende indrukken
Een vraag die in het pastoraat niet onbelangrijk is, is deze: Welk beeld roepen wij op, willen wij oproepen, in onze opdracht om getuige te zijn in woord en daad? U kunt direct reageren: geen beeld! Wie een beeld oproept, is bezig tussen God en medemens in te staan. Hij heeft zichzelf op het oog en aast op waardering en verering, die hem niet toekomen.
Deze redenering is veel te kort door de bocht en leidt tot ontsporing. Dan wantrouwen wij iedere weergave en beeldvorming. Wij zijn wel degelijk geroepen om ons af te vragen welk beeld, welke indruk wij vestigen met onze wijze van leven, als christen, ook, in afgeleide zin, in het ambt. Wij worden vermaand om hierin zorgvuldig, voorzichtig en wijs te opereren. Wie ouder wordt, maar dan niet alleen, heeft in zijn hart en vaak daarom ook op zijn netvlies mensen, die zo'n beeld , zo'n indruk vestigden en nalieten, dat zij onvergetelijk en telkens weer opnieuw inspirerend zijn. Een Hebreën-n-ervaring.
Beelddragers
Het beeld dat iemand oproept, kan tot voorbeeld strekken. Wij ontvangen in hem of haar een identificatiefiguur, die ons tot denken en handelen aanzet en vaak wegen en grenzen aangeeft, die in de navolging ons behoeden voor dwaling en ongelukken. Kent u zulke lichtdragers in uw leven? Zij zijn getuigen van het Licht der wereld, dat reddend is verschenen! Beelddragers van het Beeld van God, Jezus Christus, in Wie de Vader Zich aan ons openbaart (Rom. 8:29, 2 Kor. 4:4). Het is best goed om zo'n vraag eens op een maagdelijk blad papier te beantwoorden met naam en betekenis. U zult ook bemerken dat zo'n blad vol krassen, doorhalingen komt te staan.
'Vestig op prinsen geen betrouwen, waar gij nimmer heil bij vindt; zoudt gij uw hoop op mensen bouwen? ' Kritiekloze, fanatieke volgelingen, die zich graag tooien met de naam van hun idool, kunnen principieel lijken, maar vertonen veelal een schrikbarend gebrek aan kennis, in de zin van doorleefde betrokkenheid, van 'hun man of vrouw'. Wanneer blijft een 'voor'beeld inspirerend, levend? Wanneer het niet verwordt tot idool of tot een klank.
Idolen zijn uiterst wereldse verschijnselen, die soms de schijn van godzaligheid hebben. Zij worden vereerd en de vereerders vinden hun identiteit in die verering gewaarborgd. Evenals Ajax- of Feyenoord-fans. Wij worden met hun verdwazing regelmatig geconfronteerd. Diezelfde geest werkt in hen die mensen nodig hebben om zichzelf te zijn. Of ook een klank als een naam gedachtenloos wordt gebruikt, vraag ik mij wel eens af of wij daarmee recht doen aan de betekenis van de persoon als beelddrager, als voortrekker. Wij kunnen een naam hechten aan onze 'tekenen van Gods Koninkrijk', die wij in gehoorzaamheid als een opdracht stichten. De vraag is of wij daar wel goed aan doen.
Geen kostbaar antiek
In Huizen, sinds lang mijn woonplaats, zijn de namen van Groen van Prinsterer en Da Costa al verdwenen als aanduiding voor een school met de Bijbel. Een straat of laan met deze namen blijft langer intact, als klank, maar betekenisvol verder niet. Het 'gedachtegoed', de erfenis in woord en daad van een voortrekker in Gods Koninkrijk mag ons bezighouden, niet als kostbaar antiek, datje poetst en tentoonstelt, maar niet of nauwelijks gebruikt. Dat vraagt belangstelling voor de geschiedenis, ook in de zin van eerbied voor het historisch gewordene, omdat Gods onderhouding daarin naar voren komt, ondanks alle afwijkingen en zonden van ons voorgeslacht. Een riskante vraag is: welk beeld, voorbeeld roepen u en ik op, met name als lid van de gemeente van Christus. Die vraag mag aan het begin van een nieuw seizoen ons bezighouden. Is het beeld van Christus daarin te herkennen? Zie Mattheüs n: 29.
J. L. W. Koppenhol, Huizen
Dit is de laatste aflevering van de rubriek Pastoraat, die door ds. Koppenhol verzorgd is. De redactie dankt hem ook hier voor zijn fijnzinnige bijdragen, ter toerusting van ambtsdragers en gemeenteleden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's