De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zegen rondom de prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zegen rondom de prediking

Z e g e n r o n d o m d e p r e d i k i n g

9 minuten leestijd

Omgaan met verschillen in de gemeenten [4]

De Bijbel moet ons richtsnoer zijn, als we nadenken over omgaan met verschillen in de gemeenten. Gelooft u ook niet dat er veel minder verschilpunten zouden zijn en dat er veel minder conflicten zouden zijn, wanneer er in de gemeenten veel meer naar de in de Schrift gevonden punten zou geleefd en gehandeld worden? Waar de onderlinge liefde is, waar de ootmoed heerst, waar er een recht zicht is op het ambt, waar men de traditie weet te relativeren, in deze zin dat de Bijbel ons niet één bepaalde liturgie voorschrijft, daar zal de éénheid gezien en beleefd worden. Gebrek aan liefde en zelfverloochening doet zoveel kwaad. Kortom: veel polarisatie is uiting van gebrek aan geestelijk leven of zelfs het ontbreken ervan. Hier is maar één remedie voor: bekering. Want de oprechte bekering wordt gekenmerkt door liefde tot de broeders, door zelfverloochening, door het goede voor de ander te zoeken, door de ander uitnemender te achten dan zichzelf. In liefde zullen en kunnen dan veel problemen worden opgelost. Liefde en wijsheid zijn de geestelijke gereedschappen om de eenheid in de gemeenten te bewaren.

Kernwaarheden

Na dit eerst gezegd te hebben, wil ik nog wat hardop met u nadenken. Kijk, ik kan geen pasklare oplossingen voor allerlei conflicten en meningsverschillen aanbieden. Maar we kunnen ons wel met elkaar bezinnen. Het gaat me in dit en het volgende (laatste) artikel om de volgende dertien overwegingen: 1. Ik schreef dat liefde en wijsheid de geestelijke gereedschappen zijn om de eenheid in de gemeente te bewaren. Maar dat geldt niet in iedere situatie. De Bijbel laat ook een grens zien. De Bijbel laat zien dat de eenheid niet ten koste mag gaan van de waarheid. Waar dwaalleer met de mantel der liefde wordt toegedekt, daar werkt men mee aan de ondergang van de gemeente. Op het punt van de kernwaarheden van het christelijk geloof mogen geen compromissen gesloten worden. De belijdenis van de kerk geeft, als het goed is, de grens aan. Helaas moeten we constateren dat dit in onze kerk nu moeilijker is geworden vanwege haar plurale grondslag, ook al maken de gereformeerde belijdenisgeschriften nog deel uit van de grondslag van onze kerk. Ook binnen de gemeenten moet de dwaalleer onderkend worden. Denk hierbij aan wat onze catechismus zegt over de toelating tot het heilig avondmaal van degenen die zich met hun belijdenis en leven als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen. Ook al brengt deze tuchtuitoefening strijd mee in de gemeente, ze mag niet nagelaten worden om de lieve vrede. Dus liefde en wijsheid mogen nooit gebruikt worden om kernwaarheden van het christelijk geloof te verdoezelen, om op deze wijze problemen te voorkomen. De moeilijkheid hierbij is alleen dat er gemeenteleden zijn die al gauw, wanneer ze het met iets niet eens zijn, gaan schermen met de waarheid. Al te snel zeggen ze: hier is de waarheid in het geding. Terwijl ze niet in de gaten hebben dat het of om accentverschillen gaat of om bijzaken. Daarom is wijsheid nodig om in te zien of in een bepaald meningsverschil de (gereformeerde) belijdenis van de kerk in het geding is of niet.

Eeuwigheidszaken

2. Een krachtige herwaardering van de prediking: de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 29) noemt 'de reine predikatie des evangelies' als een van de drie kenmerken van de ware kerk. In een beeldcultuur - en het is duidelijk dat wij daarin leven - is het gevaar ontzettend groot dat de bediening van het Woord verandert. Preken worden korter, meer naar de smaak en mening van de hoorders, en de predikant doet er alles aan om een fijne preek te houden.

Nu pleit ik niet direct voor het houden van lange preken en het i's ook zeer belangrijk dat de preek helder is, maar de gemeente moet weer gaan voelen dat de prediking werkelijk ontzettend belangrijk is, dat het in de prediking om eeuwigheidszaken gaat. Waar zó het Woord met gezag verkondigd wordt, mag zegen verwacht worden, ook als het gaat om de eenheid van de gemeente. Calvijn zei al dat het Woord (en daarmee de prediking) het gewaad is waarin Christus tot ons komt. 3. Het getuigt van wijsheid om rekening te houden met de geschiedenis en de geestelijke ligging van een gemeente. Vooral voor nieuwkomers in een gemeente is dit belangrijk. Elke gemeente heeft haar eigen achtergrond, haareigen gang door de geschiedenis. De ene gemeente is al heel oud, een andere gemeente, bijvoorbeeld in een nieuwbouwwijk, is nog heel jong. Wanneer het bijvoorbeeld om veranderingen in de liturgie gaat, is het belangrijk de geestelijke inslag van een gemeente te kennen. Wie daar geen rekening mee houdt, maakt al gauw brokken. De geestelijke inslag van een gemeente leren kennen en aanvoelen is daarom heel belangrijk om problemen te voorkomen.

Mensenkennis

4. Bij bepaalde verschillen in de gemeente is het ook belangrijk op karakters van mensen te letten. Karakters spelen bij veel problemen een grote rol. Je hebt mensen die zeer rechüijnig denken, die achter elke verandering een verkeerde geest bespeuren en daarom direct op de ketting springen. Daartegenover heb je van die goedaardige karakters die niet zo moeilijk willen doen, die al gauw toegeven om geen problemen te veroorzaken. Deze mensenkennis is eigenlijk onontbeerlijk voor het omgaan met verschillen in de gemeente.

5. Ter voorkoming van problemen is ook de houding van de predikant belangrijk. Ik bedoel: weet de gemeente, weet de kerkenraad, wie de predikant werkelijk is en waar hij voor staat? Wat heb ik hiermee op het oog? Het zou kunnen zijn dat een predikant zich 'zweverig' opstelt. Men weet de standpunten van de predikant niet, hij lijkt alles wel goed te vinden. Hier kunnen gemeenteleden en/of kerkenraadsleden gebruik van maken, of anders gezegd, misbruik van maken om nieuwe ideeën ter sprake te brengen en eventueel er door te drukken ten koste van anderen, die er anders over denken. Belangrijk is daarom dat een gemeente en een kerkenraad weet, hoe de predikant over allerlei dingen denkt. Weet

men dat een predikant open staat voor allerlei vernieuwingen, dan weet men dat. Weet men dat de predikant staat in de gereformeerde traditie met bijvoorbeeld gebruikmaking van de oude psalmberijming en de Statenvertaling, dan weet men dat ook. Laat hierover ook bij een beroep gesproken worden, zodat men later niet voor onaangename verrassingen komt te staan. Dat schept duidelijkheid en voorkomt hopelijk problemen.

Als ik dat bij mezelf naga, dan zou ik me, denk ik, moeilijk thuis voelen in gemeenten die erg veel afwijken van de gemeenten die ik tot nu toe heb mogen dienen. Dat houdt geen veroordeling van andere gemeenten of van andere positiekeuzes in, maar dat heeft te maken met mijn eigen positiekeuze en geestelijke inslag. Wees als predikant helder naar de gemeente en de kerkenraad, zodat ze weten wie je als predikant bent.

Hart voor de gemeente

6. Bij verschillen rond de prediking van de predikant is grote voorzichtig-heid van beide kanten geboden. Zowel van de kant waarvan de kritiek komt als van de kant van de predikant. De critici moeten beseffen dat wanneer ze aan de prediking komen, ze aan het hart van de predikant komen. Want in de prediking leg je iets van jezelf, in de goede zin bedoeld. Een predikant moet ervoor waken dat hij critici niet direct gaat zien als vijanden van de waarheid. Want dan is een gesprek bij voorbaat onmogelijk. Hoe moeilijk het soms kan zijn om het te erkennen, maar in kritiek op de prediking zit bijna altijd wel een kern van waarheid. Want het kan toch zijn datje als predikant te weinig de ellendetoestand van de mens belicht of dat je te weinig Christus voor ogen schildert, of dat je te weinig de noodzaak van de wedergeboorte preekt, of datje te weinig de rijkdom van Gods beloften verkondigt. Het kan ook zijn dat je te weinig de actualiteit erbij betrekt of te moeilijk preekt.

Openheid naar en respect voor elkaar is dan zeer belangrijk. In een onderling gesprek kan duidelijk gemaakt worden aan degene die kritiek heeft, waarom je meent zó te moeten preken, of datje zegt over de gemaakte opmerkingen na te denken en er eventueel voordeel mee te doen. Belangrijk is ook dat critici - maar dat geldt evenzeer de gehele gemeente - bemerken datje als predikant, ondanks je tekortkomingen, hart hebt voor de gemeente. Als de gemeente dat opmerkt, als critici dat opmerken, wordt er vaak al een bepaalde mildheid geboren. 7. Liturgische kwesties liggen vaak heel gevoelig. Belangrijke vragen hierbij zijn: hoe groot is de groep die vernieuwingen wil? Om wat voor soort veranderingen gaat het? Wat is het doel van de vernieuwingen? Heel belangrijk is: uit wat voor geest komen de vernieuwingen voort? Het maakt een groot verschil of men veranderen wil om te veranderen of dat iemand serieus nadenkt over de vraag om een aantrekkelijke gemeente te willen zijn met het oog op buitenstaanders. En het maakt nogal een verschil of bijvoorbeeld de vraag komt: mogen we het Wilhelmus na de dienst zingen op de zondag na koninginnedag of dat gevraagd wordt om gezangen te gaan zingen in de eredienst? We moeten onderscheiden tussen belangrijke zaken en minder belangrijke. Ook moet een kerkenraad zich afvragen: waar staan we als kerkenraad voor? Wat voor een gemeente willen we eigenlijk zijn? Wat is onze identiteit? Verder denk ik: wie echt geestelijk leven kent, zal de eenheid van de gemeente op het oog houden. Hij zal zijn eigen opvattingen niet willen doordrijven, hij kan zichzelf verloochenen ten opzichte van een andere broeder. Ik vind het in ieder geval een veeg teken (en ik hoorde het onlangs opnieuw), wanneer gemeenteleden aan het heilig avondmaal gaan (en daarmee toch aangeven niet buiten de Heere Jezus te kunnen), maar ondertussen 'lastposten' zijn voor een kerkenraad of gemeente. Zo zou het niet mogen zijn. De psalmdichter zingt in ieder geval: 'Dat vreed'en aangename rust, en milde zegen u verblij'.

P. J. TEEUW, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zegen rondom de prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's