Een dominee die ook leraar is
Behoefte aan de ware prediking
Een van de predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond ging deze zomer met zijn gezin kamperen aan de kust. Omdat de campingbaas ook ouderling u? as, volgde de uitnodiging om in de plaatselijke gemeente een dienst te leiden. 'Hebt u wel in de gaten dat ik de dienst wat anders invul dan hier gebruikelijk is> ' vroeg hij. 'Geen probleem', zei de ouderling, 'u mag rustig een preek van twintig minuten houden'. Het zou meer dan het dubbele zijn dan de gemeente gewend was. Hoe het afgelopen is, Iaat ik hier rusten. Om wel te wijzen op de kop uan een recent artikel in het Centraal Weekblad: Kerkdiensten duren tegenwoordig steeds langer.
We naderen de opening van het winterwerk. Allerlei voorbereidingen worden getroffen voor het komende seizoen, opdat de catechese voortgang zal hebben, het bezoekwerk weer plaatsvindt en de jeugd bijeenkomt. Het is goed om midden in deze kerkelijke activiteiten aandacht te vragen voor de prediking, opdat niet alleen met de mond beleden wordt dat hier het hart van het gemeentelijke leven klopt.
Vanuit de verkondiging van Gods Woord krijgen alle dingen in de gemeente hun plaats, omdat we samen als gemeente voor Zijn aangezicht geweest zijn, Zijn woorden gehoord hebben en Zijn zegen ontvingen. Het is goed dat kerkenraden dit primaat van de prediking aan het begin van het vele winterwerk benoemen en bezien of de predikant ook de ruimte en de rust heeft zich voor te bereiden. Om nieuwe en oude schatten door te geven. Het trof me enige tijd geleden dat een vakante kerkenraad tijdens een gesprek om advies aangaf op zoek te zijn naar een dominee die met name leraar is. De een paar maanden daarvoor vertrokken voorganger had een goed contact met de jeugd en had vele pastorale stappen in de gemeente staan. Maar, zei de kerkenraad, na deze periode waarop we dankbaar terugkijken, zoeken we een dominee die ook leraar is. Wie dit uitspreekt, .heeft zicht op de betekenis van de prediking en zet niet alle kaarten op zijn houding tegenover
jongeren. Want er is meer. Dan durf je tegen de wensen van de tijd in als ambtelijke leiding van de gemeente een keus te maken!
Interactieve leerdienst
Over de prediking blijven we nadenken. En wie de kerkelijke pers volgt, ziet allerlei berichten langskomen die de aandacht trekken. Dat gold de 'oefen-leerdienst' die in de classis Warffum van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt werd gehouden, met een interactieve opzet. De leerdienst moet blijkbaar een ander karakter krijgen, om zo de gemeente ook voor de tweede maal te laten komen. Dit initiatief biedt ruimte om tussen de diverse onderdelen van de preek vragen te stellen. Achtergrond is vooral dat mensen niet meer gewend zijn een lange monoloog aan te horen.
Ook in de kerk waartoe wij behoren, blijft bezinning op en aanpassing van de eredienst gaande. Zo leert ons het bovengenoemde artikel uit het Centraal Weekblad. De eredienst is immers geen eilandje, maar staat midden in het leven. Wat constateert deze bijdrage? Dat de verschuiving van preken van drie kwartier naar die van tien minuten inmiddels verder ontwikkeld is, namelijk naar een dienst waarin elk gemeentelid een duit in het zakje wil doen. Vanwege de democratisering van het gemeenteleven wordt dit ook geclaimd. Het project voor de kinderen, de gaven die de diaconie wil ophalen, datgene wat op de informatietafel ligt - vele dingen strijden om ruimte binnen de beschikbare vijf kwartier. Waar de klassieke gemeenteavond uit de tijd raakt, moet 'alles' een plaats in de kerkdienst krijgen.
Preek- en rechterstoel
Opvallend dat de lengte van de kerkdienst en de duur van de preek altijd weer een punt van discussie blijven. In mijn middelbare-schooltijd verfoeide ik een wiskundeles van vijftig minuten, maar dat lag niet aan die docent, maar aan mijn betrokkenheid op het onderwerp. Het valt niet te ontkennen dat dit een centraal punt is: Zijn we betrokken op de boodschap die God tot ons richt? Némen we de tijd (hébben doen we de tijd immers wel) om stil te worden voor het aangezicht van de Allerhoogste, die Zich in genade tot ons richt, die Zijn woorden ons wil inscherpen? Dat is een vraag die de gemeente zich in elke tijd moet stellen. Het is toch haar identiteit dat ze bestaat uit allen die hun zaligheid van Christus verwachten? En daarom zal er haar veel aan gelegen moeten zijn de richtlijnen van Hem voor het leven te horen, onderweg naar de verschijning voor Zijn rechterstoel.
Dat laatste - die lijn van preekstoel naar rechterstoel - is onopgeefbaar. Want elke dienaar mag niet anders willen dan de gemeente aan Christus als een reine bruid voor te stellen. Daar is een voorbereiding voor nodig, bekering en heiliging, zonder welke niemand de Heere zien zal. Het trof me dat een van de hervormd-gereformeerde predikanten die de afgelopen zomerweken als studiegenoten van EO's Andries Knevel om de tafel zaten, zei dat de jaren door de Heere Jezus zijn passie gebleven was.
Onder vuur
Het voertuig waarvan de Heilige Geest zich bedient, is de prediking. En, kunnen we zeggen, ligt de prediking daarom ook altijd niet onder vuur, ook binnen de kerk zelf? En moeten we daarom samen niet de wacht bij haar betrekken, opdat we de prediking niet kwijt raken in de kakofonie van geluiden waarin geroepen wordt dat het vandaag anders moet? vijn - in Zijn dienst. Hij rust hen toe om Zijn Woord te verkondigen. Dat is een last, die God je oplegt, maar daarin ligt tegelijk een grote vreugde. Laten we in de gemeenten de betekenis ervan niet relativeren, ook al roept de een dat een monoloog niet meer kan en zegt de ander dat voordracht en mimiek meer de overdracht bepalen dan de inhoud van de boodschap.
Lloyd-Jones
In een van zijn bekende lezingen over de prediking stelt dr. Martin Lloyd-Jones de vraag of er in de moderne kerk en in de moderne wereld nog wel plaats is voor de prediking, of dat de prediking geheel verouderd is. Zijn antwoord is ondubbelzinnig: 'Zonder enige aarzeling wil ik u zeggen dat de christelijke kerk vandaag zeer dringend behoefte heeft aan de ware prediking, en aangezien dit de grootste en meest dringende nood in de kerk is, geldt dit ongetwijfeld ook voor de wereld'. Wat zegt het ons dat die vragen over het primaat van de prediking de jaren door blijven klinken?
Het is goed en nodig om daarbij aandacht te geven aan de overdracht, de cultuur waarin het Woord klinkt, de houding van de prediker enzovoorts. Wat God gebruiken wil, moeten wij hoogachten. Maar deze dingen zijn niet het eerste. In elke situatie moeten we zien waartoe de prediking gegeven is, wat de levende God ermee wil bewerken. Dat komen we bij een bijbels begrip als betoning van Geest en kracht.
Bij de al genoemde gesprekken tussen Andries Knevel en de GB-dominees zat ook ds. L. Wüllschleger, die in dit verband opmerkte ondanks een begaafde voordracht soms na vijf minuten af te haken en ook de ervaring te hebben tijdens een sobere verkondiging blijvend geboeid te zijn. Wie dit zegt, miskent het belang van een goede voordracht niet, maar legt de vinger bij het geheim van de prediking.
Profeet
Wat dat geheim is? Van alles kan er over gezegd worden, maar ik zeg vooral dit: waar door de dienaar van het Woord heen duidelijk wordt, dat God Zelf tot ons spreekt, neemt hij de gemeente mee. Dan gaat het over mijn leven, dan raken Gods woorden mijn bestaan. Hoe kan het anders dat voluit
eigentijdse jongeren - opleiding in de computers - na een oordeelsprediking vanuit het boek Zefanja als eerste zeggen: 'Het leek wel of de profeet zelf op de preekstoel stond'.
De gemeente wordt niet gebouwd doqrde veelheid van in zichzelf goede activiteiten, maar ze is gemeenschap rondom het Woord. Onderwijs vanuit de Schrift hebben we nodig, om de verleidingen van de boze te kunnen weerstaan. Kennis van wet en evangelie kunnen we niet missen, om het getuigenis van God door te geven aan de jongeren, om werkelijk een boodschap te hebben in deze wereld.
Gezag van de Schrift
Het mag allen die God geroepen heeft tot de verkondiging, aansporen tot gedegen studie van de Bijbel. Opdat zij de theologie van de Schrift kennen, de theologische issues beheersen, leven bij het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, weten hoe God de eeuwen door met Israël en met de gemeente handelt. Waar een dienaar woont in de woorden van zijn Meester, zal de gemeente hiervan ophoren en erdoor gebouwd worden. Over de verkondiging zal iets liggen van de gloed van Gods heiligheid en van de rijkdom van Zijn genade. Zo alleen kan discus-sie over de lengte van de preek of het karakter van de dienst een wending ten goede krijgen.
Ik geef nog graag een woord van Lloyd-Jones door, als hij analyseert waarom de prediking inboet aan gezag en ze de plaats die ze vanouds had, moet bevechten: 'Ik aarzel niet om allereerst te noemen: het verlies van het geloof in het gezag van de Schrift en een verachteren in het geloven van de Waarheid'. Wie het Woord zijn eigen leven liet doortrekken, zal er met overtuiging tegen anderen over spreken, hen bewegende tot het geloof in Christus. Zoals de apostelen niet
konden nalaten te spreken van wat ze gezien en gehoord hadden.
Oude vragen dienen zich steeds weer aan. We mogen de antwoorden altijd weer zoeken in het Woord van God. Daarom: 'Een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen, met zachtmoedigheid onderwijzende degenen die tegenstaan'.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's