De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Wijze mannen (1)

Soms lees je het: et is een commissie van wijze mannen ingesteld om zich over dat of dat probleem te buigen. Duidelijk is wat met 'wijze mannen' wordt bedoeld. Mensen die met inzicht problemen doorzien en weten hoe die aan te pakken. Daar zijn we soms om verlegen ifi knelsituaties, in een tijd waarfff de problemen ons ver boven het hooft! rijzen. Dit keer aandacht voor twee wijze mannen die in hun dagen lieten zien hoe wijsheid functioneert in de ontmoeting met andersdenkenden (Paulus) en hoe wijsheid van pas komt als er in een samenleving partijen tegenover elkaar staan (Willem van Oranje).

Paulus. Vriend en vijand zijn het er over eens dat deze apostel over bijzondere gaven beschikte. Te veel om hier op te sommen. Op een van zijn talenten willen we elkaar wijzen. Ik werd daaraan herinnerd door een artikel in het Centraal Weekblad (20 augustus 2004) van de hand van dr. J. van Eek. Tussen haken: onlangs verscheen van hem een boeiend commentaar op het bijbelboek de Handelingen der apostelen: De Wereld in het geding. Ik noem een regel uit de inleiding van het hier geciteerde artikel waarboven staat Subtiele discussie op niveau: met het zendingsboek Handelingen probeerde Lucas in flitsen en fragmenten de gemeente van zijn dagen (tussen 70 en 90 na Christus) op te bouwen en deze minderheidskerk te bemoedigen. In het Centraal Weekblad staat de laatste weken een reeks artikelen 'Wandelingen door Handelingen' en we citeren uit deel 6 waarin Handelingen 17 aan de orde komt. Een paar weken lang stond Athene in het centrum van de belangstelling in de hele wereld vanwege de Olympische Spelen. Maar in Paulus' dagen was het ook al een bekende stad waar veel aan de orde was, met name op het gebied van politiek, wijsbegeerte en godsdienst. Paulus meldt zich op de markt van de Griekse hoofdstad. Dr. Van Eek schrijft dat de markt met name in de Griekse wereld de plaats was waar publieke discussies werden gevoerd. Dus, wat in Handelingen 17 gebeurt, is niet een of andere vorm van straatevangelisatie, maar veelmeer een poging van Paulus om

zijn denkbeelden en zijn overtuiging kenbaar te maken midden in de godsdienstige en wijsgerige wereld van die dagen. Hij meldt zich, aldus Van Eek, met zijn evangelie in de publieke discussie. Ieder die wil kan met hem in gesprek gaan. Er blijken aanhangers van twee filosofenscholen in Paulus' verhaal geïnteresseerd en die woorden dan ook met name genoemd: de epicureêrs en de stoïcijnen. Over de volgelingen van Epicurus (ongeveer 300 jaar voor Christus) schrijft dr. Van Eek onder andere het volgende:

'Een van de angsten waar Epicurus de mensheid van wilde beurijden was de angst voor goden. Hij zag de godsdienstige praktijk van zijn dagen als één grote poging om zich de toorn uan de goden uan het lijf te houden. Hij leerde dat de goden zich niet met het aardse leuen bemoeiden. Zij leuen tussen de sterren, verkondigde hij, en laten hun eeuwige gelukzaligheid niet door aardse beslommeringen verstoren. Vroomheid was voor Epicurus een leven leiden dat op dat van de goden lijkt. Het lijkt erop dat hij het zelfs mogelijk achtte om op een of andere manier, mogelijk via dromen, gemeenschap met de goden te oefenen, maar de beivaard gebleven geschriften van Epicurus en zijn volgelingen laten op dit punt geen ondubbelzinnige conclusies toe.'

En over de stoïcijnen schrijft hij:

'De Stoïcijnen danken hun naam niet aan een grondlegger maar aan het feit dat de eerste vertegenwoordigers van die school samenkwamen in de Stoa Poikilè, de "bont beschilderde zuilengang" in Athene. Zij geloofden wel in een godsbestuur. Voor hen ivas de godheid een macht (geestelijk offijnstojfelijk) die de hele werkelijkheid doortrekt, het wereldgebeuren leidt en waakt over recht en wetten. Een heel andere opvatting van het goddelijke dan die van de Epicureërs dus. De moraal van de Stoïcijnen was ook een andere. Zij zochten het publieke leven op en achtten het hun plicht zich in te zetten voor het welzijn van hun medemensen. Publieke functies gingen zij niet uit de weg. Vooral onder de meer ontwikkelde Romeinen vonden de Stoïcijnse opvattingen ingang. De moraal van deze school sloot prachtig aan bij de oude Romeinse deugden. In Paulus' tijd was de Stoïcijnse moraal tot gedragscode voor de Romeinse ambtenaargeworden.'

SUBTIEL

'Het is boeiend om te zien hoe Paulus met de

vertegenwoordigers van deze beide scholen in gesprek gaat. Hij zegt niet: "Het is helemaal niets wat jullie leren, luister naar mij want ik heb waarheid". Maar hij biedt zijn evangelie ook niet vrijblijvend als een mogelijkheid naast vele andere aan. Wat hij doet is subtieler, zoals blijkt uit de toespraak die Paulus in Athene houdt. Daarin blijkt hij goed naar zijn gesprekspartners geluisterd te hebben. Hij honoreert de intentie van Epicurus om de mensheid van de angst voor goden te bevrijden. Dat doet hij door aan het begin van zijn toespraak te suggereren dat de Atheners wel heel erg (lees: al te erg) van ontzag voor de goden vervuld zijn. Ze hebben zelfs altaren voor onbekende goden uit angst dat ze een god van wie ze de naam niet kennen bij de offers overslaan. Zij willen kennelijk niets riskeren. Lof met een kritische ondertoon dus.

Paulus uit, als een goed redenaar, zijn kritiek niet rechtstreeks. Diegenen onder zijn hoorders die de leer van Epicurus aanhingen, zullen de hint opgemerkt en gewaardeerd hebben. Ze wisten nu: hier is iemand aan het woord die begrepen heeft waar het ons om gaat

Op dezelfde manier laat Paulus ook zien dat hij de Stoïcijnen heeft begrepen. Hij honoreert de ernst waarmee zij het, ook tegenover de Epicureërs, opnemen voor het godsbestuur en voor de roeping die de mens als een aan de godheid verwant wezen in de wereld heeft. "In Hem (in God) leven wij, bewegen wij ons en zijn wij", zegt Paulus (vs. 28). Hier gebruikt hij woorden waarin iedere Stoïcijn zich kon herkennen. En om nog eens goed te laten merken dat hij hen serieus neemt, haalt hij enkele woorden uit een bekende stoïcijns getint gedicht aan: "zoals ook sommige dichters bij u gezegd hebben: '"Wij zijn immers van zijn geslacht"'. De ; mqgrden die Paulus hier aanhaalt komen uit eeri gedicht van Aratus, een Grieks auteur

die zijn gedicht, dat over sterrenkunde handelt, begint met een lofzang op de wijze u> aarop Zeus als hoogste van de goden de kosmos bestuurt.'

Waarin schuilt Paulus' wijsheid? Wel, aldus Van Eek, dat hij beide filosofen volledig tot hun recht laat komen en maximaal hun bedoelingen honoreert. Tegelijk laat hij kritiek niet achterwege. Maar ook: Paulus komt niet met een eigen, nieuwe filosofie. Maar met het evangelie en kern daarvan is: de daden van God en niet de inzichten van de mens. Geen verkettering van andersdenkenden, maar respect voor ieders mening. En tegelijk vrijmoedigheid om het evangelie aan de orde te stellen.

Wijze mannen (2)

Was Paulus wijs in de communicatie van het Evangelie, Willem van Oranje beschikte over wijze tact in de samenleving van zijn dagen. In het Historisch Nieuwsblad (september 2004) schrijft dr. A. Th. van Deursen een bijdrage over de man die bekend is geraakt als de Vader des Vaderlands. Op de omslag van de hier geciteerde aflevering van het Historisch Nieuwsblad staat: Willem van Oranje, Vader van eigenzinnig Nederland. Van Deursens artikel heeft te maken met de keuze dit jaar van de 'grootste Nederlander aller tijden'. Van Deursen zegt van Willem van Oranje: uitzonderlijk leider en inspirerend staatsman, zonder wie het unieke en eigenzinnige Nederland niet had bestaan. De wijsheid van Willem van Oranje manifesteert zich in de manier waarop hij stond in het conflict tussen de Spaanse overheid (Filips II) enerzijds en een deel van de opstandige bevolking anderzijds.

'Oranje komt op voor het recht van een vervolgde minderheid. En als hij merkt dat het met woorden niet lukt, gaat hij over tot de daad. Hij begint een opstand, tegen een schijnbare overmacht, en houdt het jarenlang vol, tot de dag van zijn dood. Voor zo'n strijd zijn medestanders nodig. Hij kon die vinden bij de bedreigde minderheid, bij de calvinisten dus. Maar aan die steun had hij niet genoeg. Het waren de mensen van het midden die hij voor zich moest winnen, in de eerste plaats diegenen die beschikten over het geld en dus over invloed. Die vond hij in de Hollandse regenten. Er waren twee dingen die hij hun kon geven. Ten eerste was er zijn onwankelbaar vertrouwen in de goede afloop. Het is inspirerend als een man met zo'n natuurlijk overwicht en zoveel persoonlijke charme als de prins er steeds van uitgaat dat hij strijdt voor de goede zaak, en dat die dus ook met Gods hulp de overhand zal houden.

Maar er was nog een tweede ding dat hij kon geven, en dat was macht. Wat in opstanden en revoluties dikwijls gebeurt, is dat de leider alle macht naar zich toe trekt. Revoluties brengen vrijwel altijd een sterke man voort, die de teugels van het bewind stevig in handen neemt. Oranje was daarin veel terughoudender. Hij heeft toegelaten en zeljs bevorderd dat de Staten van Holland het machtsvacuüm vulden. Toen de gehoorzaamheid aan de koning was opgezegd, traden zij in zijn plaats op als hoogste gezag.'

ZELFBEHEERSING

'Oranje ga/hun die ruimte, omdat hij deze situatie aankon. De Staten waren voor hem onmisbaar, maar het omgekeerde was ook waar: een land in oorlog kan niet zonder krachtige leiding. Het is onmogelijk die op te dragen aan een vergadering van veertig tot vijftig man, zoals de Staten van Holland. Een leider was absoluut noodzakelijk, en de prins was de enige kandidaat. Hij was ook niet bang die verantwoordelijkheid te nemen en waar nodig op eigen gelegenheid de maatregelen te treffen die voor de verdediging van het land dringend nodig waren. Maar tegelijk bracht hij de zelfbeheersing op het overleg met de Staten uan Holland open te houden. Zij moesten betalen, en daarom ook hun deel van de verantwoordelijkheid dragen. Het moest ook hun oorlog zijn. Daarom heeft Oranje zich tevredengesteld met een injormeel, persoonlijk overwicht. Formele bevestiging had hij niet nodig.

De opstand bleef zich dus afspelen in de sfeer van overleg. De regering veranderde niet in een dictatuur. Dat heeft verstrekkende gevolgen gehad. Als een revolutie eenmaal is aangekomen in de fase van de dictatuur, loopt dat vrijwel onvermijdelijk uit op radicalisering. De revolutionaire voorhoede legt haar ideeën aan de hele samenleving op. De revolutie kan ook juist door die radicalisering mislukken: het draagvlak versmalt zich en de opstand wordt neergeslagen.' Een van deze twee scenario's was werkelijkheid geworden als ook hier in de zestiende eeuw gekozen was voor een vorm van radicalisering. In de gegeven omstandigheden zou dat zijn neergekomen op een calvinistische dictatuur. Daar zijn ook wel eens pogingen toe gedaan, in de tijd dat de opstand zich afspeelde in Brabant en Vlaanderen. In Gent kwam de

macht volledig in handen van de calvinisten. Het gevolg was dat de katholieke meerderheid van de opstand vervreemd werd, waardoor de stad weer in handen van de Spanjaarden viel. Daar bleek dus dat het draagvlak voor de opstand wegviel als gevolg van de radicalisering. In de overlegsfeer die Willem van Oranje had gecreëerd konden dergelijke uitersten altijd vermeden worden. Hier bleef het geven en nemen. De calvinisten hebben daar wel van geprofiteerd. Omdat zij als enigen de opstand hun volle steun gaven, kregen ze de beschikking over alle kerkgebouwen. Maar de volgende stap is nooit gezet. Er kwam hier geen staatskerk, waarvan het lidmaatschap voor iedereen verplicht was. Katholieken hebben het een tijdlang niet gemakkelijk gehad, maar op den duur kwam te hunnen behoeve een gedoogbeleid tot stand, dat stilzwijgend toeliet wat naar de letter van de wet verboden was.

Zo heeft Oranje een staat tot stand gebracht die zeer lang zijn stempel is blijven dragen, in menig opzicht tot vandaag toe: beslissen in overleg, ruimte voor elkaar laten, gedogen watje zonder groot machtsvertoon niet kunt beletten en alle radicalisering de pas afsnijden. Dat is het unieke en eigenzinnige Nederland, met al zijn deugden en gebreken. En het dankt zijn ontstaan en voortbestaan aan geen mens zozeer als aan Willem van Oranje met zijn bijzonder leiderschap, zijn inzet voor tolerantie, zijn organisatietalent en vermogen tot inspiratie.'

Opnieuw wat we in Handelingen 17 ook in Paulus' optreden constateerden: de ander in zijn waarde laten, niet de tegenstellingen op de spits drijven. Een andere apostel zou zeggen: De wijsheid die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelend en ongeveinsd (Jacobus 3 : ij). Wat is er menig keer behoefte aan deze wijsheid in kerk en samenleving. Mannen en vrouwen met wijs inzicht om leiding te geven. Om mensen, vaak zo verscheiden en verschillend, voor te gaan op de weg van de gerechtigheid. Ooit verzuchtte een beproefd profeet, toen hij de afval van het volk van God om zich heen zag: £)e wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben het woord des Heeren verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? (Jeremia 8 : 9) We mogen zo'n uitspraak nooit citeren om het daar met een vroom gezicht bij te laten. De hier genoemde profeet is het die het meest van allen het woord 'omkeer' en 'inkeer' en 'bekering' heeft gebruikt. Maar dan wel: voor intern gebruik. Niet de ander, de wereld of die anderen in kerk of groep. Maar wij en ik en u.

J. Maasland

Het Historisch Nieuwblad is in de meeste boekhandels verkrijgbaar. Informatie: www.historischnieuwsbIad.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's