Waardige bundel voor prof. Balke
Reformatie blijft van betekenis IN DE HEDENDAAGSE THEOLOGIE
Reformatie blijft van betekenis IN DE HEDENDAAGSE THEOLOGIE
Wie meent dat de Reformatie van Luther en Calvijn in theologisch opzicht een lang gepasseerd station is uit een grijs verleden, doet er goed aan de bundel ter hand te nemen die aan prof. dr. W. Balke werd aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Dat afscheid vond weliswaar alweer bijna een jaar geleden plaats, maar de bijbehorende bundel verscheen pas onlangs. Het is een prachtige bundel geworden met kwalitatief hoogwaardige artikelen, geschreven door collega's en bekenden van Balke uit binnen- en buitenland. Al lezende krijgt men meteen een indruk van de contacten die Balke zoal onderhield, en van de wijze waarop die door de betreffende collega's gewaardeerd werden. Zo spreken theologen uit Zuid- Afrika en Tsjechië hun grote erkentelijkheid uit voor de steun die zij van prof. Balke ontvingen tijdens periodes waarin het voor hen politiek gezien uiterst moeilijk was in hun vaderland.
De afscheidsbundel heet Sola Gratia, een titel die prof. Balke blijkens zijn afscheidsrede na aan het hart moet liggen, en bestaat uit twee delen. Allereerst is een aantal historische 'miniatuurtjes' opgenomen over nog niet onderzochte aspecten van de theologie van de reformatoren, en vervolgens een aantal meer systematische artikelen waarin de betekenis van de Reformatie voor onze tijd aan de orde komt.
Dat laatste gebeurt in het ene opstel overigens nadrukkelijker dan in het andere. Het geheel wordt afgesloten met de tekst van de oratie die prof. Balke bij zijn afscheid hield. We kunnen in deze bespreking niet op elk afzonderlijk artikel ingaan, en richten ons daarom vooral op enkele bijdragen die ons in het bijzonder aanspraken.
Tafelgesprekken en geloofszekerheid
In de historische rubriek staat een prachtig opstel van de lutherse hoogleraar J. P. Boendermaker over de zogeheten Tafelgesprekken van Maarten Luther. Het gaat hier om opmerkingen die Luther maakte in gesprekken tijdens de dagelijkse maaltijden, waar gewoonlijk heel wat mensen (studenten etc.) aan deelnamen. Veel van die opmerkingen en betoogjes zijn destijds door aanwezigen opgetekend. De vraag is altijd hoe betrouwbaar die verslagen zijn, maar Boendermaker is daar tamelijk optimistisch over: je herkent Luther soms gewoon aan de manier van zeggen, schrijft hij; een nabootser zou nooit dat niveau en die trefzekerheid kunnen halen. Het ging in de Tafelgesprekken werkelijk over van alles en nog wat: van een aangespoelde walvis bij Haarlem via een ontmoeting met een vrouw uit Torgau die 'niet kan geloven' tot aan de aanvechtingen die het geloof altijd met zich meedraagt. Boendermaker geeft een aantal goedgekozen citaten, waarin men de diepte van Luthers kruistheologie onmiddellijk herkent. Men kan alleen maar hopen dat deze theologie en spiritualiteit lutheranen en gereformeerden in de Protestantse Kerk dichter bij elkaar zal brengen. Boendermaker geeft er in elk geval een goede aanzet toe.
Prof. W. van 't Spijker laat in zijn artikel 'Leuvense professoren over de zekerheid van het geloof' zien wat er pastoraal gesproken op het spel stond in het geding tussen Rome en de Reformatie. De Leuvense theologen die hij bespreekt (m.n. de uit Enkhuizen afkomstige Ruard Tapper) ontkenden namelijk met klem dat een mens ooit zeker kan zijn van zijn eeuwig behoud. Voor reformatoren als Melanchthon, Bucer en Calvijn was het juist van cruciaal belang dat deze zekerheid wel mogelijk is, namelijk langs de weg van persoonlijk geloof in de vaste beloften van God in Zijn Woord. De rooms-katholiek Tapper reageerde daarop echter ongeveer net zoals men het vandaag in de rechterflank van de gereformeerde gezindte wel tegenkomt: je weet helemaal niet of die beloften wel voor jou bedoeld zijn, daar heb je op z'n minst nog een bijzondere extra openbaring voor nodig... Hoewel Van 't Spijker zich als historicus beperkt tot de weergave van dit ene debat, kan men dus onmiddellijk lijnen doortrekken.
De ouderling bij Calvijn
In het tweede deel van de bundel worden de lijnen naar vandaag wel met zoveel woorden doorgetrokken. Ontroerend is in dit verband het opstel van de Tsjechische theoloog en kunst-
historcus M. Zlatohlavek over het laatste oordeel. Zlatohlavek behoorde tot degenen die destijds onderdrukt werden door het communistische regime. Hij laat zien hoezeer dissidenten toen op de been gehouden werden door hun geloof in het laatste oordeel, waarin God recht zal doen, en hoe ze daar tot hun verbazing ineens een 'voorsmaak' van meemaakten tijdens de Wende van 1989. Toen gingen de archieven open, kwamen de rapporten tevoorschijn, en werd duidelijk wie aan welke kant gestaan had. Het was maar even, want veel compromitterend materiaal werd meteen weer vernietigd door mensen die daar belang bij hadden, maar toch!
Bijzonder spannend is ook het opstel over de ouderling van dr. E. van der Borght, een Belgische protestantse theoloog die aan de VU werkt. Na alles wat al over de plaats van de ouderling bij Calvijn geschreven is, weet Van der Borght daar in het verlengde van zijn promotie-onderzoek toch nog weer een verrassend nieuw licht op te werpen. Volgens hem heeft de ouderling bij Calvijn een minder prominente plaats dan lange tijd (mede op grond van vertaalfouten, bijv. in Sizoo's vertaling van de Institutie!) werd aangenomen. Calvijn zou slechts ouderlingen hebben aangesteld om de tucht in de gemeente gestalte te geven, en daarbij te voorkomen dat deze in handen kwam van één man (de predikant) of van de burgerlijke overheid. De eigenlijke taak van de ouderling is dus het huisbezoek plus daaraan gekoppelde pastorale beslissingen, niet het maken van beleid, het beroepen van predikanten etc. Calvijn achtte voor het ouderlingschap daarom ook geen wijding of speciale bevestiging nodig, hij zag het meer als een soort kerkelijke bediening.
Ik kan niet beoordelen in hoeverre Van der Borghts bevindingen correct en volledig zijn. Ze komen hem in elk geval niet slecht uit, want hij wil maar zeggen dat we in oecumenische gesprekken niet te zwaar moeten inzetten op het ouderlingschap (dat andere tradities niet kennen), alsof dat het voornaamste ambt zou zijn. Wanneer we minder principieel inzetten, zijn andere kerken misschien eerder bereid om van ons te leren over de grote praktische waarde die het ouderlingschap heeft. Dan hebben we z.i. meer bereikt dan wanneer we slechts kritiek leveren op oecumenische rapporten over de kerk die de ouderling 'vergeten'. Hoe dat ook zij, Van der Borghts conclusies verdienen in elk geval zorgvuldige toetsing door terzake kundige collega's (wat mij betreft: hopelijk ook uit de gereformeerde gezindte!).
Afscheiden mag nooit?
Dan treffen we in de bundel natuurlijk ook een opstel aan van Balke's voormalige 'baas' aan de VU, A. van de Beek. Maar zoveel als er te doen is over een ander recent opstel van diens hand (gewijd aan 'een aantrekkelijke kerk'), zo stil is het gebleven over zijn bijdrage in Sola Gratia. Terwijl die laatste in theologisch opzicht m.i. de meest grondige van de twee is. Onder de titel 'De zonde van Jerobeam. Over de eenheid van de kerk' gaat Van de Beek na hoe in Oude Testament, Nieuwe Testament, de Vroege Kerk en de Reformatie gedacht en gesproken is over de eenheid van de kerk. Zijn stelling is dat op al deze plaatsen eigenlijk één lijn getrokken wordt: je mag de Heere alleen dienen op de plaatsen die Hij verkoren heeft. Hoeveel er ook mis is met de manier waarop de eredienst daar op een bepaald moment wordt ingevuld, je mag nooit eigenmachtig voortaan maar op een andere plek samenkomen voor de eredienst.
Dat laatste is volgens Van de Beek zelfs een zeer ernstige zonde, zoals goed valt af te lezen aan de geschiedenis van Jerobeam: vanaf het moment dat deze ervoor koos om aparte heiligdommen in te gaan richten in Dan en Bethel, werd het een aflopende zaak met het Tienstammenrijk. Voortdurend wordt in de Koningenboeken dan ook teruggegrepen op 'de zonde van Jerobeam, waarmee hij Israël deed zondigen'. Het is deze 'basiszonde' (die Van de Beek in maar liefst acht facetten uiteenlegt) waaraan Israël uiteindelijk ten onder gaat. De strekking van Van de Beeks artikel ligt in het verlengde hiervan: hoeveel er ook aan de hand kan zijn, jezelf kerkelijk afscheiden en op andere plaatsen samenkomen dan de bestaande mag nooit. Het vloekt met de eenheid van de Naam van God (Deut.6) en verscheurt de eenheid van het lichaam van Christus (1 Kor.12). En 'een gescheurde kerk is zoveel als een uiteengescheurde moeder. Het is verschrikkelijk' (181). Calvijn had dit nog heel goed door, zoals blijkt uit zijn bekende opmerking dat hij wel tien zeeën over zou willen steken om de eenheid van de kerk te redden. Maar Calvijn is in het protestantisme welhaast een uitzondering gebleven...
Hoe verontrustend dit alles ook is, ik vond Van de Beeks bijdrage toch zeer terzake en zelfs hartverwarmend in een tijd waarin we opnieuw kerkscheuringen meemaken. Vanuit de Bijbel en de theologie van de kerk der eeuwen worden hier in kort bestek de grondlijnen helder getrokken. Dat korte bestek brengt intussen wel z'n beperkingen met zich mee. Zo gaat Van de Beek helaas niet in op de vraag wat men moet doen, wanneer de kerk zelf de prediking van het Evangelie onmogelijk maakt en trouwe predikers buiten de deur zet. Dat overkwam Luther! Zijn diens volgelingen en ook de andere reformatoren (zoals Calvijn) niet terecht solidair met hem geworden door de kerk van Rome te verlaten? Of hadden ze toen voor de onderdrukkende kerk van de machthebbers - en dus tégen de vogelvrije Luther - moeten kiezen? In elk geval is de praktijk weer heel wat weerbarstiger dan de mooie eenduidige theorie.
Jeruzalem, Rome, Genève
Na een fijnzinnig en kundig opstel van de Zuid-Afrikaanse dogmaticus P. F. Theron over O. Noordmans, treffen we in Sola Gratia ten slotte Balke's afscheidsrede aan. Deze is gewijd aan de betekenis van drie plaatsnamen in het oeuvre van Calvijn: Jeruzalem, Rome, Genève. Genève had voor Calvijn geen theologische status. Over Rome blijkt hij heel wat minder positief dan we vanuit het bovengenoemde opstel van Van de Beek misschien verwacht hadden. En rondom Jeruzalem blijft het natuurlijk spannend: is er volgens Calvijn bijbels gezien nog een toekomst weggelegd voor het aardse Jeruzalem, voor Israël dus? Dat blijft volgens Balke een open vraag. Hij illustreert een en ander aan de hand van enkele citaten van de onvergetelijke dr. S. Gerssen, maar of Calvijns Israël-visie inderdaad vergelijkbaar was met die van Gerssen, is denk ik nog maar de vraag.
Afgezien daarvan weet Balke met tal van citaten uit minder bekende en toegankelijke werken van Calvijn (brieven, commentaren, Oud-Franse preken etc.) het portret van Calvijn scherp te stellen. Je merkt gewoon dat hier iemand aan het woord is die Calvijn zeer dicht op de huid gekomen is. Dat is buitengewoon waardevol, en het is dan ook zeer verheugend dat Balke's werk blijkens deze fraaie bundel bij zovelen in binnen- en buitenland weerklank heeft gevonden.
G. VAN DEN BRINK, WOERDEN
N.a.v. A. van de Beek & W. M. van Laar (red.) Sola Gratia. Bron voor de Reformatie en uitdaging voor nu. Opstellen aangeboden aan dr. W. Balke. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 236 blz.; € 22, -.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's